Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Jaar 2010 x

    Procedureregels in planvoorschriften met betrekking tot besluiten tot het verlenen van vrijstelling respectievelijk wijziging van het bestemmingsplan.


Tonny Nijmeijer
Praktijk

Wetgevingscuriosa voor de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden wetgeving, Statuut voor het Koninkrijk, BES, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de inhoud en het proces rond de ‘wetten voor de West’ is inherent dat zich daarbij tal van bijzonderheden voordeden. Diverse saillante ‘curiosa’ worden in deze bijdrage beschreven. Onder andere wordt ingegaan op de omvorming van Nederlands-Antilliaanse regelingen tot Nederlandse ‘BES-regelingen’ en de bekendmaking daarvan. Ook komen terminologische kwesties ter sprake. Verder wordt ingegaan op de (record)omvang van de nieuwe wetgeving en de aanpassingswetgeving. Ook wetsprocedurele kwesties komen ter sprake, waaronder bijzonderheden rond de adviesprocedure bij de Raad van State, het houden van wetgevingsoverleg over voorstellen van rijkswet, de taal in het parlement en kwesties rond amendering door bijzondere gedelegeerden.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Discussie

De AMvB Ruimte: rem op ontwikkeling nieuwe bedrijventerreinen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden AMvB, ruimte, duurzaam, SER-ladder, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M. Klijnstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De medio 2009 gepubliceerde ontwerp-AMvB Ruimte legt ter bevordering van diverse nationale, ruimtelijke belangen verplichtingen op aan provincies en gemeenten. Eén daarvan betreft het locatiebeleid inzake de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en kantoren. Op grond van de ontwerp-AMvB moeten provincies via een provinciale verordening de gemeenten opdragen een verplichte afweging te maken omtrent de daadwerkelijke behoefte aan nieuwe locaties en de mogelijkheden in die behoefte te voorzien door herstructurering en intensivering van bestaande locaties. Dit verplichte afwegingskader betreft de toepassing van de zogenoemde SER-ladder. De vraag is echter onder meer of de ontwerp-AMvB wel iets toevoegt aan de reeds bestaande afspraken die Rijk, provincies en gemeenten op dit punt al hebben gemaakt.


Mr. dr. M. Klijnstra
Mr. dr. M. (Michael) Klijnstra is advocaat bij Lexence te Amsterdam.
Praktijk

Alles ineen: het combineren van uitvoeringsregels

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden wetgevingstechniek, delegatie, Aanwijzingen voor de regelgeving, delegatiegrondslag, algemene maatregel van bestuur
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de Aanwijzingen voor de regelgeving over deze materie zwijgen, is er sprake van een tendens om gedelegeerde regelgeving ter uitvoering van een wet te combineren in één uitvoerings-AMvB en één ministeriële uitvoeringsregeling. Dit kan worden aangetoond aan de hand van diverse voorbeelden. Argumenten voor bundeling van de uitvoeringswetgeving zijn veelal het bevorderen van overzichtelijkheid en samenhang en het terugdringen van het aantal regelingen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Het Nederlandse voorstel voor implementatie van de gewijzigde Europese regels voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden elektronische communicatie, nieuwe Regelgevende Kader, NRF, New Regulatory Framework
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2009 is het gewijzigde Europese kader voor elektronische communicatie in werking getreden. Met twee richtlijnen worden de richtlijnen die sinds 2002 het regelgevingskader vormden, gewijzigd om beter te zijn toegesneden op de technologische en marktontwikkelingen. Een voorbeeld van een technologische ontwikkeling is het snel toegenomen gebruik van mobiele data, als gevolg van bijvoorbeeld ‘internetten’ of films bekijken via de mobiele telefoon. Om tegemoet te komen aan deze ontwikkeling is nodig dat er voldoende frequentieruimte beschikbaar is, maar ook dat wordt gewaarborgd dat gebruikers zoveel mogelijk ongeacht de aard en omvang van hun gebruik internet kunnen (blijven) gebruiken (netneutraliteit). Daarnaast betrof een van de discussiepunten bij de voorbereiding van het gewijzigde Europese kader de bescherming van gebruikers bij het afsluiten van het gebruik van internet en is het in het definitieve Europese kader op dit punt tot een compromis gekomen. Naast de wijzigingen in de richtlijnen is ook met een verordening een nieuw orgaan van Europese regelgevers onder de naam BEREC opgericht om te adviseren aan de Commissie en de nationale toezichthouders.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN Telecom te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

    Wijzigingsbevoegdheid mist objectieve criteria. Het langs elektronische weg beschikbaar stellen is niet hetzelfde als de mogelijkheid bieden om te downloaden.

Artikel

Hoe landelijke inspectiediensten omgaan met systeemtoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, compliance management, metaregulation, zelfregulering, systeemgericht toezicht, toezicht
Auteurs Dr. ing. M.A. de Bree MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat inspectiediensten verstaan onder systeemtoezicht en hoe zij dit toepassen. Er blijken grote verschillen te zijn in zowel de gebruikte definities als in de praktische toepassing. De toezichthouder kan met behulp van systeemtoezicht, mits juist toegepast, ervoor zorgen dat grote bedrijven maatschappelijke belangen borgen in hun organisatie. De toezichthouder moet hierbij enerzijds niet te goedgelovig zijn en altijd fysieke controles blijven doen. Anderzijds moet hij ervoor waken niet overmatig te controleren waardoor de voordelen van systeemtoezicht weer teniet zouden worden gedaan. Systeemtoezicht en bestraffing verdragen elkaar slecht doordat bestraffing het leereffect negatief kan beïnvloeden.


Dr. ing. M.A. de Bree MBA
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is directeur van Next Step Management B.V. en verbonden aan het Erasmus Instituut Toezicht & Compliance.

    Aan een ontwerpbesluit kan geen rechtens relevant vertrouwen worden ontleend.

Artikel

Projectbesluit, Wabo en overgangsrecht

Enkele knelpunten belicht

Tijdschrift StAB, Aflevering 3 2010
Auteurs Tycho Lam en Tonny Nijmeijer

Tycho Lam

Tonny Nijmeijer

    In Nieuws wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in jurisprudentie en wetgeving

Van onderzoeksverplichtingen tot programmatoetsing

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden NSL, programmatoetsing, toepasbaarheidsbeginsel, luchtkwaliteitseisen, onderzoek
Auteurs Mr. C.A.M. van den Brand en Mr. dr. C.N van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    De jurisprudentie van medio mei 2009 tot medio april 2010 laat zien dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) als grondslag voor individuele besluitvorming is geaccepteerd. Programmatoetsing is daarmee een vierde mogelijkheid om bij besluitvorming de luchtkwaliteitseisen voldoende mee te laten wegen. De uitkomsten van de eerste monitoring van het NSL zullen bepalen of de komende tijd enkel en alleen kan worden verwezen naar het NSL. Projecttoetsing is eveneens nog aan de orde met allerlei aanscherping van eerdere lijnen uit de jurisprudentie, daarbij komen ook andere nieuwe aspecten als het toepasbaarheidsbeginsel aan bod.Bovendien is er weer meer verduidelijkt over de mogelijkheden van tegenonderzoek bij het bestrijden van een specifiek plan. Tot slot lijkt de wetgever nog altijd niet klaar met het ‘finetunen’ van de wetgeving inzake luchtkwaliteit.


Mr. C.A.M. van den Brand
Mr. C.A.M. (Kitty) van den Brand is milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket te Amsterdam en is tevens redactielid van TO.

Mr. dr. C.N van der Sluis
Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis is advocaat bij Ploum Lodder Princen advocaten en notarissen te Rotterdam.
Jurisprudentie

ABRvS 17 maart 2010, nr. 200904456/1/M2 (Rucphen)

Tijdschrift StAB, Aflevering 2 2010
Auteurs Tjeerd van der Meulen
Samenvatting

    Opstellen van een milieueffectrapport niet alleen afhankelijk van overschrijding drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Ook andere factoren kunnen aanleiding geven tot het opstellen van een m.e.r.


Tjeerd van der Meulen

Valérie van ‘t Lam

    In Nieuws wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.

    Verplichting tot openbaarmaking van de exacte plaats van introductie van genetisch materiaal.

Artikel

Access_open Tussentijdse beëindiging van duurovereenkomsten voor bepaalde tijd

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden duurovereenkomsten voor bepaalde tijd, opzegging, onvoorziene omstandigheden, artikel 6:258 BW, artikel 6:248 BW, Mondia/Calanda, Vereniging voor de Effectenhandel/CSM
Auteurs D.J. Beenders en P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Duurovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen tussentijds worden beëindigd door onder meer opzegging op grond van artikel 6:248 BW en ontbinding door de rechter op grond van artikel 6:258 BW. Steeds geldt daarbij het criterium van onvoorziene – in de zin van niet-verdisconteerde – omstandigheden, die van dusdanige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In dit overzichtsartikel wordt allereerst ingegaan op de verhouding tussen de hiervoor genoemde grondslagen voor tussentijdse beëindiging en wordt betoogd dat een partij in beginsel vrij is om een van beide grondslagen te kiezen. Vervolgens wordt het voornoemde criterium van onvoorziene omstandigheden nader onder de loep genomen en worden, mede aan de hand van recente rechtspraak, drie gezichtspunten geformuleerd die relevant lijken bij de invulling van dit criterium: inhoud en aard van de overeenkomst, aard en onderlinge verhouding van partijen en de gewichtigheid van de belangen over en weer.


D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is als PhD-fellow verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.