Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Toezichtcontractenrecht: vooruitgang in het burgerlijk recht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden toezichtcontractenrecht, zelfstandige bestuursrechtelijke normen, financieel toezicht, kernbedingen, privaatrechtelijke overeenkomsten
Auteurs Mr. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Olha Cherednychenko voert ons naar het toezichtcontractenrecht. Zij signaleert de opmerkelijke tendens om privaatrechtelijke normen en zorgplichten mede te vertalen als zelfstandige bestuursrechtelijke normen in de regelgeving over financieel toezicht. Dit leidt dan ook tot een dubbel publiek-privaatrechtelijk normenstelsel, dat ook langs dubbele lijnen kan worden gehandhaafd. Een beetje buiten het zicht van de privatist worden daarin voorts kwesties als iustum pretium tot regeling gebracht – een terrein waarover Grosheide zich ook heeft uitgelaten. Anders dan Grosheide heeft bepleit, wordt volgens Cherednychenko aldus de inhoudscontrole van kernbedingen in privaatrechtelijke overeenkomsten buiten het burgerlijk recht om ingevoerd. Of dat vooruitgang kan worden genoemd, kan worden betwijfeld.


Mr. dr. O.O. Cherednychenko
Olha Cherednychenko is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Artikel

Zestig jaar hoger toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling; een terugblik

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Eilandenregeling Nederlandse Antillen, gouverneur van de Nederlandse Antillen, hoger toezicht, schorsing en vernietiging, bestuurlijk toezichtsbeleid
Auteurs Mr. A. Hoeneveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De opheffing van de Nederlandse Antillen rechtvaardigt een terugblik op zestig jaar toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling (ERNA). Aan de hand van empirisch onderzoek is bezien hoe het toezichtsbeleid op de eilandgebieden zich heeft ontwikkeld. Daarbij komen met name recente ontwikkelingen en aspecten van rechtsbescherming aan de orde. In totaal werden er in zestig jaar 41 eilandelijke besluiten vernietigd. De gezaghebbers en de Antilliaanse regering hadden daarbij het voortouw, niet het Koninkrijk. Na 10 oktober 2010 houdt slechts het Koninkrijk nog bestuurlijk toezicht op de autonome landen. Naar verwachting zal het Koninkrijk zich daarbij terughoudend opstellen.


Mr. A. Hoeneveld
Mr. A. Hoeneveld is voormalig juridisch adviseur van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk van Curaçao.
Artikel

Waarom het transparantiebeginsel maar niet transparant wil worden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden transparantiebeginsel, aanbestedingsrecht, rechtszekerheid, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.W.G.J. Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese transparantiebeginsel breidt zich uit als een olievlek over de zee van het Europese recht. Nu meer en meer rechtsgebieden onder de reikwijdte van het transparantiebeginsel vallen, wordt het steeds moeilijker het belang van het beginsel voor het Nederlandse recht te ontkennen. Toch blijft het moeilijk te preciseren wat het transparantiebeginsel precies vereist. In dit artikel wordt betoogd dat de sleutel ligt in het instrumentele karakter van het transparantiebeginsel: steeds is een mate van transparantie vereist die zo goed mogelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelen die in een bepaalde context bij transparantie zijn gediend.


Mr. A.W.G.J. Buijze
Mr. A.W.G.J. Buijze is promovenda bij het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Menzis – Apotheek Van Dalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden aanmerkelijke marktmacht, artikel 48 WMG, apotheek, proportionaliteit, samenloop bevoegdheden NMa en NZa
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgverzekeraar Menzis heeft een klacht ingediend bij de NMa en de NZa, omdat Apotheek J.D. Van Dalen geen contract met Menzis wil sluiten als het preferentiebeleid van Menzis daar onderdeel vanuit maakt. Hierdoor wordt Menzis, die een zorgplicht heeft, geconfronteerd met prijzen die niet marktconform zijn. Apotheek Van Dalen kan, volgens Menzis, weigeren om een contract te sluiten omdat zij aanmerkelijke marktmacht heeft. De NZa neemt – in overleg met de NMa – op grond van de voorrangsregel uit artikel 18 Wet marktordening gezondheidszorg en het Samenwerkingsprotocol de klacht van Menzis in behandeling.


Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en is verbonden als buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij Legaltree te Den Haag.
Artikel

Het belanghebbendebegrip en de onderdelenfuik in de Wabo

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden onderdelenfuik, belanghebbendebegrip, Wabo, Awb, 6:13, besluitonderdeel
Auteurs Mr. V.M.Y Van ’t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling heeft recent haar koers gewijzigd ten aanzien van de uitleg van de onderdelenfuik en het belanghebbendebegrip in het kader van de Wabo. In het kader van de Wabo wordt elk van de in artikel 2.1 en 2.2 bedoelde toestemmingen die in een omgevingsvergunning zijn opgenomen als besluitonderdeel aangemerkt. De beslissingen over de aanvaardbaarheid van de verschillende milieugevolgen die in een omgevingsvergunning zijn vervat, merkt de Afdeling niet (meer) aan als besluitonderdeel. Voorts heeft de Afdeling recent bepaald dat in het kader van het belanghebbendebegrip per activiteit moet worden bepaald of degene die een rechtsmiddel heeft aangewend belanghebbende is. In dit artikel wordt deze koerswijziging besproken. Voorts wordt jurisprudentie besproken die ook na deze koerswijziging van belang blijft.


Mr. V.M.Y Van ’t Lam
Mr. V.M.Y. (Valérie) van ’t Lam is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van TO.

Mr. H.A.J. Gierveld
Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld is werkzaam bij de hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en redacteur van TO.

    Omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bouwmarkt en tuincentrum tot een Plan-it bouwmarkt met drive-in. Toepassing van de kruimellijst. Drive-in is bijbehorend bijgebouw.

Jurisprudentie

ABRvS 9 maart 2011, nr. 201006983/1/M2 (­Boxmeer)

Tijdschrift StAB, Aflevering 2 2011
Auteurs Hans Paul Nijhoff
Samenvatting

    Verruiming van toepassing artikel 6:13 Awb onder de Wabo.Verlaten van eis dat beroepsgronden hun grondslag moeten hebben in de ziens­wijzen die zijn ingebracht.


Hans Paul Nijhoff

    Het voornemen om maatwerkvoorschriften te stellen leidt niet tot concreet zicht op legalisatie.

Artikel

Toegang tot de rechter bij de omgevingsvergunning

De eerste jurisprudentie over de kring van belanghebbenden en besluitonderdelen bij de omgevingsvergunning

Tijdschrift StAB, Aflevering 2 2011
Auteurs Aletta B. Blomberg
Samenvatting


Aletta B. Blomberg

    Belang appellanten bij behandeling bezwaar inzake aanwijzing artikel 13 WRO als gevolg van Chw vervallen.

Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.


Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Interbestuurlijk toezicht ‘nieuwe stijl’ een stap dichterbij: voorlopig nog dubbel toezicht op gemeentelijke planologische besluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht (IBT), reactieve aanwijzing (RA), beroep, schorsing en vernietiging, indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, toezichthouder, bestuursorgaan
Auteurs Mr. dr. H.J. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de betekenis van het in mei 2010 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) voor het toezicht door Rijk en provincies op gemeentelijke planologische besluiten. Met de Wrgt worden een herijking en revitalisering van klassieke toezichtinstrumenten uit de Provincie- en Gemeentewet beoogd, namelijk het schorsings- en vernietigingsrecht en de indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Deze gemeentelijke planologische besluiten betreffen bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen en projectuitvoeringsbesluiten. In afwijking van de uitgangspunten van het wetsvoorstel blijft voorlopig nog dubbel toezicht – dus van Rijk en provincies – op deze gemeentelijke planologische besluiten bestaan. Daarbij hebben de toezichthouders van Rijk en provincie de beschikking over een specifiek toezichtinstrument, namelijk de reactieve aanwijzing. Bovendien kunnen deze toezichthouders beroep bij de bestuursrechter instellen als alternatief voor het geven van een reactieve aanwijzing. Het is echter de vraag of een provinciale toezichthouder ook van dat beroepsrecht gebruik kan maken wanneer het een gemeentelijk planologisch besluit betreft voor een project dat valt onder de Crisis- en herstelwet. Artikel 1.4 Chw lijkt aan het instellen van beroep in de weg te staan. De vraag is hoe deze instrumenten zich verhouden tot het generieke schorsings- en vernietigingsrecht en op welke wijze toezichthouders met deze instrumenten zouden moeten omgaan. Ook wordt stilgestaan bij de vraag welke toezichthouder bevoegd is tot indeplaatsstelling over te gaan wanneer een gemeentebestuur in verzuim blijft tijdig een bestemmingsplan te actualiseren en er dus sprake is van taakverwaarlozing.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Bestuur en Juridische Zaken van de provincie Utrecht en voorzitter van de redactie van TO.
Artikel

Knelpunten en mogelijkheden bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen geurcontouren: de belangen van veehouderijen in de besluitvormingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Wet geurhinder en veehouderij, Besluit landbouw milieubeheer, geurgevoelige objecten, ruimtelijke ontwikkelingen, geurcontouren
Auteurs Mr. ing. E. Houwertjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De rond een veehouderij gelegen geurcontouren dienen ertoe om geurhinder bij geurgevoelige objecten te reguleren. Milieurechtelijk gezien mogen daarbinnen in beginsel geen geurgevoelige objecten zijn gelegen. De geurcontouren gelden echter niet als grenswaarden in het ruimtelijke ordeningsrecht. Rechten van een bestaande veehouderij kunnen dan ook worden beperkt wanneer binnen een geurcontour geurgevoelige objecten worden geprojecteerd. De veehouderijen die onder de werking van het Besluit landbouw milieubeheer vallen worden daarbij ten opzichte van de vergunningplichtige veehouderijen, waarbij de vigerende vergunning in beginsel de bestaande rechten waarborgt, onevenredig benadeeld. Deze veehouderijen worden met de komst van de geurgevoelige objecten vergunningplichtig. Bestaande rechten worden in dat geval niet gewaarborgd door de Wet geurhinder en veehouderij. De situatie kan daardoor ontstaan dat een voorheen, onder het Besluit landbouw milieubeheer, legale veehouderij niet kan worden gelegaliseerd middels omgevingsvergunning. Om het voortbestaan van dergelijke veehouderijen te garanderen verdient het aanbeveling in het milieurecht een regeling op te nemen waarmee de bestaande rechten worden gewaarborgd.


Mr. ing. E. Houwertjes
Mr. ing. E. Houwertjes is jurist bij Milieudienst IJmond en in die hoedanigheid werkzaam in de unit Milieudienst Waterland (e-mail: ehouwertjes@milieudienst-waterland.nl).

    Terinzagelegging van schriftelijke stukken.

    Ondanks de wijziging van het besluit ten opzichte van het ontwerp is het verzuim om zienswijzen in te brengen niet verschoonbaar nu appellanten door deze wijziging niet zijn benadeeld.

    Wijziging/aanvulling aanvraag die ná terinzagelegging ontwerpbesluit plaatsvindt moet bij het besluit worden betrokken indien derden hierdoor niet worden benadeeld.

    Het niet inbrengen zienswijzen is in dit geval verschoonbaar.

    Beroep is ongegrond wanneer in het beroepschrift slechts wordt verwezen naar de ingebrachte zienswijzen tegen het ontwerpbesluit.

Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.