Zoekresultaat: 247 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Uitleg van algemene voorwaarden

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden algemene voorwaarden, arrest Holleman/De Klerk, artikel 6:232 BW, Haviltex
Auteurs Mr. dr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    Edwin van Wechem schrijft over de uitleg, een van de favoriete topics van Grosheide (kijk maar, er staat wat er staat). Van Wechem zoomt daarbij in op artikel 6:232 BW, op grond waarvan partijen gebonden zijn aan algemene voorwaarden, ook als zij de inhoud niet kennen. Volgens Van Wechem is daarmee het aloude arrest Holleman/De Klerk van tafel geveegd. Drion is daarvan niet helemaal zeker, maar dat doet er niet toe, want Van Wechems eigenlijke onderwerp is de onderbelichte rol van het genoemde artikel in relatie tot de uitleg. Hij meent, met kracht van argumenten, dat mede in het licht van artikel 6:232 BW algemene voorwaarden objectief uitgelegd zouden moeten worden in plaats van op basis van Haviltex (sec), zoals de Hoge Raad lijkt te leren. Grosheide zal het daar vast mee eens zijn.


Mr. dr. T.H.M. van Wechem
Edwin van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie en redacteur van dit tijdschrift.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Auteurs Mr. C.E. Drion
SamenvattingAuteursinformatie

    In een redactioneel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. C.E. Drion
Coen Drion is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Bewijs voor mededingingsbeperkende overeenkomsten. Vooral verticale

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, horizontale en verticale overeenkomsten, Nintendo-zaak, Distributeur
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    De brede blik van het mededingingsrecht op het begrip ‘overeenkomst’ is het onderwerp van Paul Lugard, die daarmee de bijzondere belangstelling van Grosheide voor het brede in het recht belichaamt. Moeten horizontale overeenkomsten en verticale overeenkomsten in dit kader verschillend worden bezien? Lugard voert ons langs de klassieke benaderingen van Bayer en Volkswagen II en stelt zich vervolgens de vraag of de recente Nintendo-zaak ons tot andere gedachten zou moeten brengen. Welke rol speelt de werkelijke wil van de distributeur? Voor gewone civilisten, dolend in het onherbergzame mededingingsrecht, welhaast duizelingwekkende vragen. Gelukkig is Grosheide bepaald geen gewone civilist.


Mr. H.H.P. Lugard
Paul Lugard is werkzaam aan de Universiteit van Tilburg (TILEC) als assistent-professor. Hij maakte in de periode 2004-2007 deel uit van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Proportionele aansprakelijkheid: vooruitgang in het (burgerlijk) contractenrecht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, arrest Fortis/Bourgonje
Auteurs J.M. Emaus LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Jessy Emaus voert de vraag ten tonele of de proportionele aansprakelijkheid, zoals door de Hoge Raad in het arrest Fortis/Bourgonje wellicht in algemene zin in het contractenrecht geaccepteerd – maar met voorzichtigheid –, gezien moet worden als een exponent van de vooruitgang van het (burgerlijk) contractenrecht. Ook bij haar dus weer Grosheide in zijn rol van progressieve en vooruitziende jurist, met oog voor de nuance.


J.M. Emaus LL.M.
Jessy Emaus is promovenda aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (J.M.Emaus@uu.nl) en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Wegcontracteren van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, aanvullende werking, Regulation on a Common European Sales Law
Auteurs Prof. mr. M.H. Wissink
SamenvattingAuteursinformatie

    Mark Wissink snijdt vervolgens een onderwerp aan waarover Grosheide en Drion nog wel eens (in discussiërende zin) de staf hebben mogen breken: de rol van de redelijkheid en billijkheid. En dan meer in het bijzonder de vraag naar het al dan niet kunnen wegcontracteren van de aanvullende werking daarvan. Wissink bespreekt oude en nieuwe argumenten, zoals artikel 2 lid 3 van de voorgestelde Regulation on a Common European Sales Law van 11 oktober 2011, op basis waarvan de redelijkheid en billijkheid niet door partijen mogen worden weggecontracteerd. Wissink tekent daarbij – terecht – aan dat de inhoud van de Europese redelijkheid en billijkheid (good faith and fair dealing) nog wel eens zou kunnen verschillen van de Nederlandse.


Prof. mr. M.H. Wissink
Mark Wissink is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, hoogleraar privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

De Hoge Raad en het wijzigingsontslag

HR 24 december 2010, JAR 2011/20 (Woonzorg) en HR 24 december 2010, LJN BO2420

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden ontslagrecht, gesloten stelsel, sociaal rechtvaardig ontslag, wijzigingsontslag, Änderungskündigung
Auteurs mr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van twee uitspraken van de Hoge Raad van 24 december 2010 wordt in deze bijdrage het wijzigingsontslag nader onderzocht. In de eerste plaats wordt geconstateerd dat het wijzigingsontslag in Nederland op basis van de huidige regelgeving slechts in de vorm van het deeltijdontslag mogelijk is. Nu de Hoge Raad desondanks het wijzigingsontslag lijkt te hebben aanvaard, is de voornaamste vraag hoe deze ontslagvorm in goede banen kan worden geleid. Onderzocht wordt in hoeverre het Duitse recht hierbij van nut kan zijn, aangezien daar het wijzigingsontslag niet alleen gecodificeerd is, maar ook in rechtspraak en literatuur veelvuldig wordt verfijnd. Ten slotte worden eisen en voorwaarden geïdentificeerd die in de toekomst aan een wijzigingsontslag zouden moeten worden gesteld.


mr. N. Gundt
Mw. mr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Hoofdartikel

Grensoverschrijdende overgang van onderneming

Een analyse van de bevoegde rechter en het toepasselijke recht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden grensoverschrijdend, overgang, onderneming, IPR, werknemersbescherming, rechtsmacht, toepasselijk recht
Auteurs mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederlandse ondernemers besteden steeds vaker de ondernemingsactiviteiten uit aan ondernemers in het buitenland. Dergelijke grensoverschrijdende transacties kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de werknemers. Zij krijgen niet alleen te maken met een buitenlandse werkgever, maar eventueel ook met een verplaatsing van de ondernemingsactiviteit naar het buitenland. In deze bijdrage wordt nagegaan of Richtlijn 2001/23 EG inzake overgang van onderneming eveneens de rechten van deze werknemers beschermt. Aandacht komt toe aan de vraag welke nationale rechter rechtsmacht heeft en aan de hand van welk (implementatie)recht de claims inzake de toepassing van de Richtlijn worden beoordeeld. De auteur komt tot de conclusie dat de Richtlijn op het punt van het toepasselijke recht aanpassing behoeft.


mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Nawerking van gunstigere cao-bepalingen

HR 8 april 2011, JAR 2011/135 (ABVAKABO/Unieke Kinderopvang BV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cao, nawerking, minimum-cao, collectieve actie
Auteurs mr. C.W.G. Rayer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest ABVAKABO/Unieke Kinderopvang geoordeeld dat een nieuwe minimum-cao geen einde maakt aan de nawerking van gunstigere arbeidsvoorwaarden uit de oude cao voor de gebonden werknemer. Het arrest past in de lijn van voorgaande arresten en literatuur waarbij de permanente doorwerking van de cao in de individuele arbeidsovereenkomst is aangenomen. De rechtsregel is ook toepasbaar op de ongebonden werknemer. Tegelijkertijd heeft het arrest een stapeleffect van de gunstigste arbeidsvoorwaarden tot gevolg. Betoogd wordt dat dit was voorkomen wanneer de Hoge Raad eerder tijdelijke nawerking als uitgangspunt had genomen. Nu echter van permanente nawerking wordt uitgegaan, wordt onderzocht welke oplossingen mogelijk zijn.


mr. C.W.G. Rayer
Mw. mr. C.W.G. Rayer is als docent verbonden aan de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Nadere vormgeving van de bescherming van Richtlijn 1999/44/EG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden consumentenbescherming, non-conformiteit, vervangingskosten, consumentenkoop
Auteurs Dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een non-conforme zaak door de verkoper wordt vervangen, zijn er naast de kosten van de vervangende zaak extra kostenposten, zoals verwijderingskosten van de non-conforme zaak en installatiekosten van de nieuwe zaak. In deze uitspraak bepaalt het Hof van Justitie dat de verkoper die kosten dient te dragen, ook als de tekortkoming niet toerekenbaar is. Uit de uitspraak volgt verder dat artikel 7:21 lid 5 BW in strijd lijkt te zijn met Richtlijn 1999/44/EC (Richtlijn consumentenkoop).


Dr. M.Y. Schaub
Dr. M.Y. Schaub is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Samenwoners en erfrecht

Een civiele en fiscale beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden samenwoners en erfrecht, defiscalisering, verblijvingsbeding, pseudo-o.b.v.
Auteurs Mr. P Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beschouwing over de fiscale positie van samenwoners in de Successiewet wordt aandacht besteed aan de situatie van samenwoners zonder kinderen (verblijvingsbeding en/of testament?). Vervolgens worden diverse mogelijkheden bezien die samenwoners met kinderen hebben om de erfrechtelijke verhoudingen tussen langstlevende en kinderen te regelen, met name tegen de achtergrond van de uitbreiding van de defiscalisering in de Wet IB 2001 per 1 januari 2012. Conclusie is dat een testament waarbij de langstlevende samenwoner tot enig erfgenaam wordt benoemd terwijl de kinderen hun ‘erfdeel’ in de vorm van een niet-opeisbaar legaat krijgen toegekend (pseudo-o.b.v.), te prefereren valt boven een tweetrapstestament, dat leidt tot een complexe boedelafwikkeling.Nog mooier zou het zijn als de wetgever de wettelijke verdeling ook als keuze voor samenwoners met kinderen zou openstellen.


Mr. P Blokland
Mr. P. Blokland is notaris en estate planner bij De Kort van der Kolk van Tuijl Notarissen te Tilburg.
Artikel

Ongehuwd samenleven en kosten van de huishouding

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden kosten van de huishouding, draagplicht, verrekening na het einde van de relatie, notarieel samenlevingscontract
Auteurs Mw. dr. mr. W.M. Schrama
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het overlijden van een van de partners die ongehuwd samengeleefd hebben, kunnen zich uiteenlopende problemen voordoen. Een van die problemen betreft de kosten van de huishouding. Als de langstlevende partner niet de enig erfgenaam is, kan een conflict ontstaan met de erfgenamen. De vraag is hoe de rechter vorderingen met betrekking tot de kosten van de huishouding beoordeelt. Deze bijdrage gaat op een aantal aspecten nader in. Een analyse van recente rechtspraak laat zien dat er in toenemende mate geschillen aan de rechter worden voorgelegd over kosten van de huishouding, maar dat daarbij verschillende oplossingsrichtingen gevolgd worden, die mede afhankelijk zijn van de wijze van procederen. Het loont de moeite om goed na te denken over de rol die een samenlevingscontract kan vervullen om het conflictpotentieel beperkt te houden en rechtszekerheid te bieden.


Mw. dr. mr. W.M. Schrama
Mw. dr. mr. W.M. Schrama is senior onderzoeker bij het WODC, Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum, dat onderdeel is van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarnaast is zij als honorair universitair hoofddocent familierecht verbonden aan het Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

FA Premier League/Karen Murphy

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Uitzendrechten, territoriale exclusieve licenties, handel in decoders, absolute gebiedsbescherming bij content
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De tamelijk opgewonden berichtgeving over de uitspraak van het Hof van Justitie van 4 oktober jl. in de FA Premier League-zaak doet vermoeden dat de tijden van Bosman en het Luxemburgse activisme van de jaren zeventig herleven. Belangwekkend is het arrest zonder meer, maar goed beschouwd minder spectaculair voor het mededingingsrecht dan voor het recht van de intellectuele eigendom.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.


Mr. R. Wesseling
Mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en Professor of Competition Law and Regulation aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Financiële dienstverlening binnen groepsverband bezien vanuit fiscaal perspectief

Met de nadruk op de onzakelijke lening

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onzakelijke lening, afwaarderingsverlies, groepsgarantie
Auteurs Drs. S. den Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het certificaathouders-uitkoop-arrest van 9 mei 2008 heeft de Hoge Raad een nieuw begrip in het fiscaal recht geïntroduceerd: de onzakelijke lening. Onder de onzakelijke lening wordt in dit verband verstaan een geldverstrekking aan een gelieerde partij die onder zodanige voorwaarden en omstandigheden heeft plaatsgevonden dat daarbij door die geldverstrekking een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Daar een dergelijke lening niet geacht wordt te zijn verstrekt uit zakelijke motieven, maar uit aandeelhoudersmotieven is een afwaarderingsverlies – als liggende in de aandeelhouderssfeer – fiscaal niet aftrekbaar. In deze bijdrage wordt allereerst aangegeven welke plaats de onzakelijke lening in het fiscaal recht inneemt te midden van de zakelijke lening en de lening die fiscaal volledig wordt geherkwalificeerd in eigen vermogen. Vervolgens wordt ingegaan op een viertal vragen die het certificaathouders-uitkoop-arrest heeft opgeroepen en de gevolgen van het arrest voor andere vormen van financiële dienstverlening binnen groepsverband. Afgesloten wordt met een aantal aandachtspunten voor de praktijk.


Drs. S. den Boer
Drs. S. den Boer is werkzaam als fiscalist bij Simmons & Simmons te Amsterdam.
Artikel

De automatisch vervallende 403-verklaring

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden art. 2:403 BW, 403-verklaring, concernvrijstelling, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt wel gepleit voor het opnemen van een groepsband als voorwaarde in een 403-verklaring. Ook in de praktijk blijkt dit te worden toegepast met het oog op een automatisch eindigende aansprakelijkheid bij het verbreken van de groepsband, meestal in het kader van een verkoop van de desbetreffende dochtervennootschap. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze voorwaarde, waarbij de volgende twee vragen centraal staan: (1) komt de aansprakelijkheid van de moeder automatisch te vervallen na verbreking van de groepsband, en (2) kan de dochter gebruik maken van de concernvrijstelling als ten behoeve van haar een 403-verklaring is gedeponeerd die afhankelijk is gesteld van de groepsband tussen de moeder en de dochter? Na beantwoording van deze vragen wordt een alternatief voor het groepsbegrip als voorwaarde voor aansprakelijkheid besproken. De bijdrage wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Propaganda en paramilitairen

De normalisatie van geweld in het Servië van de jaren negentig

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden state crime, Serbia, propaganda, paramilitary units, Arkan
Auteurs MSc Maartje Weerdesteijn en Prof. dr. Alette Smeulers
SamenvattingAuteursinformatie

    During the 1990s the Serbian government entered into a symbiotic relationship with criminals and paramilitary units which led to a normalization of crime and violence. While society usually inhibits people from criminal behavior, in Serbia this process was reversed. Propaganda contained the neutralization techniques that allowed people to condone and even approve of violent and criminal behavior. The reversal of the moral order became part of Serbia’s popular culture in which criminals who had committed many atrocities during the war, like Arkan, were honored. In this way, Arkan served not only a military and strategic purpose but also a political one, by generating support for the war.


MSc Maartje Weerdesteijn
Drs. M. Weerdesteijn, MSc is docent binnen de master International Crimes and Criminology aan de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker voor het Amsterdam centre of the interdisciplinary research on international crimes and security (ACIC), m.weerdesteijn@vu.nl.

Prof. dr. Alette Smeulers
Prof. dr. A.L. Smeulers heeft de onderzoekslijn criminologie van de internationale misdrijven aan de Vrije Universiteit Amsterdam opgezet en is sinds 1 september 2011 tevens hoogleraar internationale criminologie aan de Universiteit van Tilburg, a.l.smeulers@tilburguniversity.edu.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Redactioneel

Dé toezichthouder bestaat niet

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Auteurs Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Auteursinformatie

Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Prof. dr. M. Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan het Nyenrode Corporate Governance Instituut.
Artikel

De rechtsgeldigheid van een prijsbepalingsregeling bij een aanbiedingsplicht in statuten of aandeelhoudersovereenkomst, naar huidig en komend recht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2011
Trefwoorden prijsbepalingsregeling, aanbiedingsplicht, aandeelhoudersovereenkomst, statuten
Auteurs Mr. A.F.J. van Hövell tot Westervlier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de vraag of de statuten of een aandeelhoudersovereenkomst bij een aanbiedingsplicht een prijsbepalingsregeling kunnen bevatten die bepaalt dat een aandeelhouder een prijs ontvangt voor zijn aandelen die afwijkt van de waarde in het economische verkeer, naar huidig en komend recht.


Mr. A.F.J. van Hövell tot Westervlier
Mr. A.F.J. van Hövell tot Westervlier is werkzaam als kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Mediation: opkomende geschiloplossing in polderland

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2011
Trefwoorden mediation, Mediationrichtlijn, Wetsvoorstel, ADR, conflictoplossing, conflictbemiddeling
Auteurs Mr. A.G. Wennekes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de implementatie van de Europese Mediationrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.


Mr. A.G. Wennekes
Mr. A.G. Wennekes is senior knowhow adviseur en NMI mediator bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 247 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.