Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

J.H.M. van Swaaij

J.M. van der Most

C.B.M.M. Hoegen-van Tiel
Artikel

Vergoeding van medische schade in België: het nieuwe tweesporensysteem

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2009
Trefwoorden tweesporensysteem, medische schade, foutaansprakelijkheidsrecht, no fault-systeem
Auteurs Mevrouw mr. E. de Kezel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden kort de ontwikkelingen geschetst die het medisch aansprakelijkheidsrecht in België heeft ondergaan en wellicht nog zal ondergaan. In België ligt het foutaansprakelijkheidsrecht als systeem tot vergoeding van medische schade reeds lang onder vuur. Door de Wet van 15 mei 2007 werd het klassieke foutaansprakelijkheidsrecht als vergoedingssysteem voor medische schade afgeschaft en werd er een nieuw vergoedingssysteem ingevoerd, waarbij de fout als grondvoorwaarde tot de vergoeding wordt geschrapt (het zogenoemde ‘no fault’-systeem). Hoewel de inwerkingtreding voorzien was voor 1 januari 2008, is dit systeem nooit in werking getreden. Op 23 oktober 2008 besliste de federale ministerraad om de nieuwe ingevoerde no fault-regeling te herzien en te vervangen door een foutloze aansprakelijkheidsregeling, geïnspireerd door het Franse systeem (tweesporensysteem). Tegelijkertijd werd beslist om het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, het KCE, te belasten met een studieopdracht om de kostprijs te ramen van een dergelijk systeem in België. De inwerkingtreding van de no fault-Wet van 15 mei 2007 werd, in afwachting daarvan, voor de tweede maal uitgesteld voor onbepaalde tijd, via een bepaling in de Wet houdende diverse bepalingen (I) van 22 december 2008. De zet die de procedure inzake de geschillen over het toepassingsgebied van de no fault-Wet regelde (Wet inzake de regeling van geschillen van 15 mei 2007) werd eveneens voor de tweede maal uitgesteld, via een bepaling opgenomen in de Wet houdende diverse bepalingen (II) van 22 december 2008. Op dit moment speelt dus nog steeds het ‘klassieke’ foutaansprakelijkheidsrecht.


Mevrouw mr. E. de Kezel
Mw. mr. E. de Kezel is docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht, Vrij Wetenschappelijk Medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent, en advocaat bij Stibbe aan de Balie te Brussel.
Praktijk

Over nut en noodzaak van goede geschillenregelingen voor (familie)bedrijven

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2009
Trefwoorden impasse, geschillenregeling, enquêterecht, deskundigenbericht
Auteurs dr. Bart Prinsen en Carmen Verschuur-Buijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In companies people work together intensively, especially in family run companies. In such a situation, the interests (income, capital and employment) can be enormous when parties fail to live up to each others expectations.How to deal with situations when parties are in a dead-lock and the continuity of the business is at stake? Depending on the legal form of the company and the type of conflict, there are different legal actions to settle a (legal) conflict. However, there are so many rules and different procedures for each type of legal form, that it may dazzle the reader. Moreover, these procedures may take a long time, while the parties in a family dead-lock desire an expert/arbiter/mediator proceeding expeditiously.In a sense a marriage is also a family run company. The following experiences from the area of family law are described: the processes of a divorce, the break-up announcement (the opposite of the marriage proposal), the experiment in court with the so-called regierechter in family cases, the prenuptial agreement and the plan for parenthood after a divorce. Our conclusion is that in case of a dead-lock, parties need to have a good set of rules on the settlement of disputes, to find a qualified expert/arbiter/mediator having knowledge and experience in financial/tax/pension/legal matters and familiar with dealing with emotions in a deadlock.


dr. Bart Prinsen
Bart Prinsen is advocaat ondernemingsrecht bij MannaertsAppels AdvocatenNotarissen te Breda, lid van Teamwork = Maetwerk, expertisegroep bij conflicten en conflictbeheersing rondom vennootschap en rechtspersoon, en docent ondernemingsrecht aan het Departement Business Law van de Universiteit van Tilburg.

Carmen Verschuur-Buijssen
Carmen Verschuur-Buijssen is advocaat personen- en familierecht bij Asselbergs & Klinkhamer advocaten te Etten-Leur (voorheen rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de rechtbank te Breda en docente contract- en aansprakelijkheidsrecht aan het Departement Privaatrecht van de Universiteit van Tilburg).
Artikel

Access_open Lettres Persanes 14

Oorlog is natuurlijk erger dan een zoekgeraakte koffer. Staking, geweld en rechtsorde

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2009
Trefwoorden law and politics, right to strike, exceptionalism, Benjamin, political action
Auteurs Dr. mr. Klaas Tindemans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the right to strike, with special regard to Belgium. Referring to Walter Benjamin, Tindemans argues that strikes are rechtsetzend rather than rechtserhaltend; they constitute a legal order rather than preserve one. Strikes are exceptional phenomena within any legal system, as they do not fit normal criteria of legal validity. According to Tindemans, strikes are to be considered primarily as extralegal phenomena, as means in a political struggle, confronting the “police” of the core institutions of the state and the legal order. Strikes are political actions, moments of collective aspiration towards political equality, and as such threaten the “pureness” of the legal order in favour of a fragmented politics.


Dr. mr. Klaas Tindemans
Klaas Tindemans is Doctor of Laws and a playwright. He teaches at the RITS, school for audiovisual and performing arts, Erasmushogeschool Brussels.
Artikel

De ontvankelijkheid van het Nederlandse privaatrecht voor invloeden uit de Anglo-Amerikaanse financieringspraktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Anglo-Amerikaanse invloed, financieringspraktijk, rechtskeuze, DCFR, uitleg, security trustee
Auteurs Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn bijdrage tracht Meijer Timmerman Thijssen een indruk te geven van de mate waarin het Nederlandse recht zich ontvankelijk heeft betoond voor de adoptie van concepten en modellen uit de Anglo-Amerikaanse rechtspraktijk. De uiteenzetting is in het bijzonder toegespitst op de financieringspraktijk, omdat – door zijn internationale karakter – de invloed van dergelijke modellen en concepten zich daar het sterkst doet gevoelen.


Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen is als adviseur verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

Caroline Cauffman
Caroline Cauffman is docent aan de Universiteit Antwerpen, Universitair docent aan de Universiteit en Advocaat.

Britt Weyts
Britt Weyts is docent aan de Universiteit Antwerpen en Advocaat.

Arjan Scheltema

Michiel Scheltema

Jeroen Kortmann

Carla Sieburgh
Artikel

Governance in de gezondheidszorg

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden governance-mechanismen, intramurale sector, maatschappelijke onderneming, Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. drs. D.F.A. Mollema
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage besteedt de auteur aandacht aan governance-mechanismen binnen de gezondheidszorg en de invoering van de nieuwe Wet cliëntenrechten zorg.


Mr. drs. D.F.A. Mollema
Mr. D.F.A. Mollema is werkzaam als kandidaat-notaris bij Stibbe.
Artikel

Private normstelling: criteria voor toepassing van private regelgeving in de rechtszaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Private normstelling, private regelgeving, rechtsstaat, juridische binding, rechterlijke toetsing
Auteurs mr. A. Kristic, mr. F.A. van Tilburg en mr. P.W.J. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    Private regelgeving geeft blijk van een bepaalde maatschappelijke behoefte aan normstelling door private, niet-statelijke actoren. De regels die uit deze private normstelling voortvloeien, vallen in beginsel buiten ‘het recht’ in de zin van artikel 79 Wet RO. Als gevolg blijft ook de toepassing van private regelgeving door de rechter beperkt. In deze bijdrage wordt via een analyse van de rechtsstaat een aanzet gedaan tot het formuleren van criteria aan de hand waarvan de rechter een gemotiveerd oordeel kan vormen betreffende de juridische binding van private regelgeving in een concreet geschil.


mr. A. Kristic
Mr. A. Kristic is promovenda bij de vakgroep Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. a.kristic@uvt.nl

mr. F.A. van Tilburg
Mr. F.A. van Tilburg is promovenda bij de vakgroep Privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg. f.a.vantilburg@uvt.nl

mr. P.W.J. Verbruggen
Mr. P.W.J. Verbruggen is promovendus aan het Europees Universitair Instituut te Florence. paul.verbruggen@eui.eu
Artikel

De Maritieme Arbeidsconventie van de IAO van 2006 en de Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Internationaal arbeidsrecht, maritiem arbeidsrecht, arbeid in de visserij
Auteurs Dr. A. Charbonneau, Mr. G. Proutiere-Maulion en Prof. P. Chaumette
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de ontstaansgeschiedenis en de inhoud van de IAO Maritieme Arbeidsconventie (2006) en de IAO-Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij in kaart gebracht. Beide conventies worden geduid als de vierde pijler van het internationaal maritiem transportrecht. Historisch volgde de arbeidsrechtelijke pijler op de veiligheidspijler, de ecologische pijler en op een pijler die gericht was op de certificering van competenties en op de organisatie van de wachtdienst. De interactie tussen de Internationale Maritieme Organisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie wordt onderzocht. De bijdrage gaat in op de eigenheid van de arbeidsverhoudingen in de maritieme sector. Ze illustreert de dilemma’s waarmee de IAO worstelt in haar streven naar een zo ruim mogelijke toepassingssfeer en een zo optimaal mogelijk niveau van bescherming in een economische sector waarin diversiteit troef is.


Dr. A. Charbonneau
Dr. A. Charbonneau is Docteur en droit, Droit et Changement social, UMR CNRS nr. 3168.

Mr. G. Proutiere-Maulion
Mr. G. Proutiere-Maulion is Maître de Conférences, HDR, en Directrice du Centre de Droit Maritime et Océanique EA nr. 1165.

Prof. P. Chaumette
Prof. P. Chaumette is Professeur, CDMO, Maison des Sciences de l’Homme Ange Guépin aan de Universiteit te Nantes.

    Bepalingen uit het Bouwbesluit inzake NEN-normen zijn nog niet in werking getreden en daarom nog niet verbindend.

Artikel

Toestemming onder druk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Wet bescherming persoonsgegevens, toestemming, elektronisch patiëntendossier, passagiersgegevens
Auteurs Mr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor het schrijven van de bijdrage is de ervaring dat het begrippenapparaat van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) beperkingen heeft. Het begrippenapparaat heeft betekenis voor de WBP zelf, en voor van de WBP afwijkende en de WBP aanvullende wetgeving.De toegenomen mogelijkheden voor grootschalige gegevensverzameling en de wetgeving die nodig is om de daaruit voortvloeiende gevolgen voor het recht op bescherming van persoonsgegevens te regelen, bevestigen de hiervoor bedoelde beperkingen.Aan de hand van twee thans bij het parlement aanhangige wetsvoorstellen (elektronisch patiëntendossier en implementatie van een verdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten over de overdracht van passagiersgegevens) wordt geïllustreerd hoe de wetgever met de ondervonden beperkingen van het begrip ‘toestemming’ uit de WBP omgaat.


Mr. J.P. de Jong
Mr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid, een pot nat?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, onbehoorlijk bestuur, onbehoorlijke taakvervulling, aansprakelijkheidsmaatstaf
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste vormen van bestuurdersaansprakelijkheid in het rechtspersonen- en vennootschapsrecht zijn de interne aansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling ex artikel 2:9 BW, de faillissementsaansprakelijkheid op grond van de WBF voor het tekort van de boedel ingeval van kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:138(248) BW en de externe aansprakelijkheid tegenover crediteuren van de vennootschap op grond van onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW. Huizink gaat uitgebreid in op de invulling van de aansprakelijkheidsmaatstaf: welke verwijtbaarheid is vereist om een bestuurder tot schadevergoeding te kunnen veroordelen. Hij komt tot de conclusie dat deze vraag niet valt te beantwoorden door analyse van rechtspraak. Niettemin is duidelijk dat de lat voor bestuurdersaansprakelijkheid in alle drie besproken vorderingen hoog ligt.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Jurisprudentie

Het begrip ‘ziekte’ in het testamentaire erfrecht en wat dies meer zij

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2009
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking, verboden beschikking, ziekte, vernietiging, uitlegging
Auteurs Mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Besproken wordt de uitleg die Hof Den Haag 23 december 2008, LJN BG 8148, aan het begrip ‘ziekte’ in artikel 4:953 lid 1 (oud) BW heeft gegeven. Deze bepaling is teruggekeerd in artikel 4:59 lid 1 BW, zodat het arrest ook van betekenis is voor het huidige erfrecht. Naar aanleiding daarvan worden ook de vernietiging van een uit dien hoofde vernietigbare uiterste wilsbeschikking naar huidig erfrecht en de uitleggingsperikelen die daarmee verbonden kunnen zijn, behandeld.


Mr. W. Breemhaar
Mr. W. Breemhaar is vice-president van het Gerechtshof Leeuwarden (e-mail: w.breemhaar@rechtspraak.nl).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.