Zoekresultaat: 23 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Toezichtcontractenrecht: vooruitgang in het burgerlijk recht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden toezichtcontractenrecht, zelfstandige bestuursrechtelijke normen, financieel toezicht, kernbedingen, privaatrechtelijke overeenkomsten
Auteurs Mr. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Olha Cherednychenko voert ons naar het toezichtcontractenrecht. Zij signaleert de opmerkelijke tendens om privaatrechtelijke normen en zorgplichten mede te vertalen als zelfstandige bestuursrechtelijke normen in de regelgeving over financieel toezicht. Dit leidt dan ook tot een dubbel publiek-privaatrechtelijk normenstelsel, dat ook langs dubbele lijnen kan worden gehandhaafd. Een beetje buiten het zicht van de privatist worden daarin voorts kwesties als iustum pretium tot regeling gebracht – een terrein waarover Grosheide zich ook heeft uitgelaten. Anders dan Grosheide heeft bepleit, wordt volgens Cherednychenko aldus de inhoudscontrole van kernbedingen in privaatrechtelijke overeenkomsten buiten het burgerlijk recht om ingevoerd. Of dat vooruitgang kan worden genoemd, kan worden betwijfeld.


Mr. dr. O.O. Cherednychenko
Olha Cherednychenko is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Auteurs Mr. C.E. Drion
SamenvattingAuteursinformatie

    In een redactioneel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. C.E. Drion
Coen Drion is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Jurisprudentie

Nawerking van gunstigere cao-bepalingen

HR 8 april 2011, JAR 2011/135 (ABVAKABO/Unieke Kinderopvang BV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cao, nawerking, minimum-cao, collectieve actie
Auteurs mr. C.W.G. Rayer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest ABVAKABO/Unieke Kinderopvang geoordeeld dat een nieuwe minimum-cao geen einde maakt aan de nawerking van gunstigere arbeidsvoorwaarden uit de oude cao voor de gebonden werknemer. Het arrest past in de lijn van voorgaande arresten en literatuur waarbij de permanente doorwerking van de cao in de individuele arbeidsovereenkomst is aangenomen. De rechtsregel is ook toepasbaar op de ongebonden werknemer. Tegelijkertijd heeft het arrest een stapeleffect van de gunstigste arbeidsvoorwaarden tot gevolg. Betoogd wordt dat dit was voorkomen wanneer de Hoge Raad eerder tijdelijke nawerking als uitgangspunt had genomen. Nu echter van permanente nawerking wordt uitgegaan, wordt onderzocht welke oplossingen mogelijk zijn.


mr. C.W.G. Rayer
Mw. mr. C.W.G. Rayer is als docent verbonden aan de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Regulering in een hybride veiligheidszorg

Over de bewaking van een publiek goed in een deels geprivatiseerd bestel

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regulation, security, privatization, public good, self-regulation
Auteurs Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper deals with the question of how a partly privatized security sector could be regulated. A central aim of this regulation should be the control of security as a public good. Three models of regulation are analyzed. The current practice of this regulation in the Netherlands shows a serious lack of effectiveness. One of our main conclusions is that neither the state nor the private sector is able to enforce this regulation on their own. However, it is assumed that the state should have a central and integrated regulatory role in this field, with more attention paid to the practical implementation of it, with the power and will to sanction private agencies if necessary. In addition managers of private security companies should adopt a role as public managers with a public moral duty. Regulation of security is faced with a double problematic, not only the horizontal fragmentation of the field, but also the vertical fragmentation, often resulting in a serious gap between managers and those in the field, both in the public and the private sector. This implies that the regulation should not only rest on the state and on self-regulation by the sector at management level, but also on the promotion of a practical ethic for security workers to steer and regulate their daily work.


Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J.B. (Jan) Terpstra is werkzaam bij het Criminologisch Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit, Nijmegen. E-mail: j.terpstra@jur.ru.nl

Wouter Devroe
Wouter Devroe is gewoon hoogleraar en vice-decaan aan de rechtsfaculteit van de K.U. Leuven en tevens hoogleraar Competition Law aan de Universiteit Maastricht en advocaat, balie van Brussel. Voorheen onder meer referendaris bij het Hof van Justitie en lid van de Belgische mededingingsautoriteit (Raad voor de Mededinging). In 1999 preadviseur voor VVSRBN Sectie Publiekrecht met A. Alen (‘Verzelfstandiging van bestuurstaken in België’, Deventer: Tjeenk Willink).

Jules Stuyck
Jules Stuyck is buitengewoon hoogleraar aan de rechtsfaculteit van de K.U. Leuven en tevens buitengewoon hoogleraar aan de R.U. Nijmegen. Daarnaast is hij visiting professor European Competition Law aan de Central European University (Boedapest). Professeur invité, Université Panthéon-Assas-Paris 2. Adocaat, balie van Brussel.

Arthur Hartkamp
A.S. Hartkamp is hoogleraar Europees privaatrecht, Radboud Universiteit; voormalig procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Access_open Boek 10 BW – een grote stap in de codificatie van het internationaal privaatrecht

Achtergronden en enige kanttekeningen

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Boek 10 BW internationaal privaatrecht, codificatie, algemene bepalingen, redelijkheid en billijkheid ook voor het IPR?, tweedeling BW-RV geschikt voor IPR?, verhouding tot het buitenlandse IPR
Auteurs Prof. mr. A.V.M. Struycken
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2012 zal er een Boek 10 BW zijn dat de codificatie bevat van een groot deel van het Nederlandse IPR. Het gaat om een consolidatie van een reeks IPR-wetten die sedert 1980 tot stand zijn gekomen. Aandacht wordt besteed aan het proces van voorbereiding van Boek 10, aan de functie van de redelijkheid en billijkheid in het IPR, aan de geschiktheid van het BW als onderdak voor het IPR, aan de verhouding tot het buitenlandse IPR en aan enige algemene bepalingen.


Prof. mr. A.V.M. Struycken
Prof. mr. A.V.M. Struycken is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-voorzitter van de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht.
Artikel

Access_open Bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken naar Nederlands, Duits en Amerikaans recht

Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden pandrecht, fiduciaire eigendomsoverdracht, zekerheidsrechten, Europees vermogensrecht, goederenrecht, publiciteit
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren? Dat is de vraag die in dit artikel aan de orde komt. Zij past binnen een bestaand debat over de toekomst van het zekerhedenrecht in het Europees privaatrecht. Om tot een antwoord op deze vraag te komen worden de rechtsstelsels van drie landen op het gebied van stille zekerheidsrechten vergeleken: dat van Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Deze landen kennen momenteel onderling zeer verschillende systemen voor zekerheidsrechten op roerende zaken. Er wordt nagegaan of er in de Europese Unie behoefte bestaat aan harmonisatie van (delen van) het zekerhedenrecht en zo ja, of deze zou kunnen plaatsvinden door middel van de invoering van een openbare registratie voor zekerheidsrechten. Openbare registratie heeft publieke kenbaarmaking van zekerheidsrechten tot gevolg. Er zal worden onderzocht of het goederenrechtelijke publiciteitsbeginsel voldoende rechtvaardiging biedt voor het in het leven roepen van een openbaar register voor zekerheidsrechten.
    Naar de mening van de auteur is een openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten de meest wenselijke keuze voor het zekerhedenrecht in de EU. Dat komt met name doordat registratie bestaande bezwaren omtrent stille zekerheidsrechten weg zal nemen en een dergelijk recht overal in de EU erkend zal worden. Dat brengt naar haar mening de meeste rechtszekerheid voor het zekerhedenrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam in het privaatrecht.
Artikel

Access_open Een discipline in transitie

Rechtswetenschappelijk onderzoek na de Commissie Koers

Tijdschrift Law and Method, 2011
Trefwoorden rechtswetenschappelijk onderzoek, peer review, ranking, methodologie, grand challenges
Auteurs Carel Stolker
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 verscheen het rapport Kwaliteit & diversiteit van de Commissie Koers die het wetenschappelijk onderzoek van negen Nederlandse juridische faculteiten beoordeelde. De conclusie van het rapport is dat het ‘goed’ gaat met het rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland, maar tegelijkertijd ziet de Commissie ‘een discipline in transitie’. De Commissie dringt er bij de decanen van de faculteiten op aan om veel meer te gaan samenwerken. Als uitgesproken ‘zwak’ benoemt ze het gegeven dat er binnen de discipline geen algemeen gedeelde opvatting bestaat over de wetenschappelijke kwaliteit op grond waarvan onderzoeksresultaten beoordeeld kunnen worden. In deze bijdrage blikt de auteur aan de hand van de bevindingen van de Commissie Koers terug en trekt hij lijnen naar de toekomst. Volgens hem verdient vooral de externe oriëntatie aandacht: de wetenschappelijke verantwoording (peer review, ranking, impactmeting), de steeds belangrijker wordende maatschappelijke verantwoording, en de thematisering van het juridische onderzoek (de Europese ‘grand challenges’ en de Nederlandse topsectoren).


Carel Stolker
Prof. mr. Carel Stolker was decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was hij vice-decaan voor het onderzoek en directeur van het facultaire E.M. Meijers Instituut. In het academisch jaar 2011-2012 werkt hij aan een boek over rechtenfaculteiten.
Artikel

Scharnierpunt tussen Europees en nationaal consumentenrecht

De ‘gemiddelde consument’ als gemeenschappelijke standaard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden gemiddelde consument, Europees consumentenrecht, zorgplichten, Dexia, rechtsvorming
Auteurs Dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De ‘gemiddelde consument’ is een toetssteen voor consumentenbescherming, zowel in het EU-recht als in het nationale privaatrecht. De standaarden lopen echter uiteen: in het EU-recht wordt hij als gemiddeld omzichtig en oplettend beschouwd, terwijl het nationale privaatrecht juist uitgaat van een consument die meer bescherming nodig heeft. In deze bijdrage verken ik de achtergrond van dit onderscheid door naar de functie van het begrip te kijken op de beide niveaus van regelgeving. Voorts betoog ik dat het begrip als ‘open platform’ een centrale functie kan vervullen in een nieuw model voor rechtsvorming in het Europese consumentenrecht.


Dr. V. Mak
Dr. V. Mak is universitair docent aan Tilburg University.

    Bindende kracht NEN-normen.

Artikel

Loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen; gerechtvaardigd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden loyaliteitsdividend, Corporate Governance, loyaliteitsregeling, DSM-beschikking, loyaliteitsdividendregeling
Auteurs Mr. S.F. de Beurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Al enige tijd gaan stemmen op in het Corporate Governance-debat om aandeelhouders, met name institutionele beleggers, meer te betrekken bij het reilen en zeilen van de vennootschap. De gedachte is dat loyaliteitsregelingen zoals loyaliteitsdividend – het toekennen van extra dividend aan trouwe aandeelhouders– hieraan kunnen bijdragen. In deze bijdrage wordt aan de hand van de door DSM in 2006 bedachte loyaliteitsregeling ingegaan op de vennootschapsrechtelijke mogelijkheden voor het introduceren van loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen. Hiertoe wordt er allereerst ingegaan op de regeling die door DSM was opgesteld en de statutaire vereisten voor loyaliteitsdividend. Vervolgens bespreekt de auteur het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders en wordt het model dat het HvJ EG hanteert voor toetsing aan publiekrechtelijke varianten van het gelijkheidsbeginsel behandeld. Daarna wordt er bezien hoe loyaliteitsdividend kan worden ingevoerd binnen een bestaande vennootschap. De bijdrage wordt afgesloten met een analyse omtrent het nut van wettelijke facilitering van loyaliteitsdividend.


Mr. S.F. de Beurs
Mr. S.F. de Beurs is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Naar een Europees Burgerlijk Wetboek? Het Draft Common Frame of Reference (DCFR)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden DCFR, Europees Burgerlijk Wetboek, optional instrument, toolbox, Europees verbintenissenrecht, Europees goederenrecht
Auteurs Mr. P.C.J. De Tavernier en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Het DCFR bevat een blauwdruk voor een toekomstig Europees verbintenissen- en goederenrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond, de opzet en inhoud van het DCFR, controversiële en ongeregelde kwesties, evenals de invloed van het DCFR op de bestaande rechtspraktijk.


Mr. P.C.J. De Tavernier
Mr. P.C.J. De Tavernier is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden en lid van het bijzonder academisch personeel van de Universiteit Antwerpen.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Dwingend recht in het arbeidsovereenkomstenrecht:van confectie naar couture

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2011
Trefwoorden dwingend recht, semidwingend recht, driekwartdwingend recht, vijfachtstedwingend recht, ongelijkheidscompensatie, differentiatie, concentratie
Auteurs Mr. dr. A.R. Houweling en Mw. mr. L.J.M. Langedijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Van het arbeidsrecht wordt vaak gedacht dat het de dwangbuis van de privaatrechtelijke rechtsgebieden is. Vergaande werknemersbescherming zou ertoe hebben geleid dat bij de totstandkoming, de invulling en de beëindiging van een arbeidsovereenkomst de partijautonomie een ondergeschikte rol speelt. Dit zou worden veroorzaakt door het sterk dwingendrechtelijke karakter van het arbeidsrecht. Bijgevolg zou het arbeidsrecht als ware het een confectiepak geen ruimte bieden voor maatwerk, waardoor onvoldoende aansluiting bij de hedendaagse dynamiek op de arbeidsmarkt en economie zou bestaan. Dwingend recht lijkt al jaren uit de mode te zijn. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre dit verwijt terecht is. De auteurs analyseren (de ratio’s van) de verschillende gradaties van dwingendheid en onderzoeken in hoeverre er een systeem in de keuze (van de wetgever) voor gradaties van dwingendheid is te signaleren. Vervolgens schetsten de auteurs een aantal toekomstscenario’s van het arbeidsrecht en de gewenste positionering van het dwingend recht daarbinnen. Zij concluderen dat gedifferentieerde dwingendheid binnen concentraties van arbeidsrechtelijke themata, waarbij een uitdrukkelijke(re) rol voor vijfachtste dwingendheid, een waarschijnlijke ontwikkeling zal zijn.


Mr. dr. A.R. Houweling
Mr. dr. A.R. Houweling is als universitair hoofddocent verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mw. mr. L.J.M. Langedijk
Mw. mr. L.J.M. Langedijk is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuursrecht, kroniek, jurisprudentie, Awb
Auteurs Mr. A.C. de Die en mr. C. Velink
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek geeft een overzicht van de bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van het gezondheidsrecht in de periode oktober 2009 tot en met januari 2011. Naast gebruikelijke onderwerpen zoals de begrippen ‘besluit’ en ‘bestuursorgaan’, komen ook onderwerpen als de bestuurlijke lus en de bewijsfuik aan bod. Aandacht verdient in ieder geval de uitspraak waarin gegevens van ziekenhuizen voor het eerst worden aangemerkt als bedrijfs- en fabricagegegevens. Als deze lijn wordt gevolgd zal de werking van de Wob kunnen worden beperkt. Ook interessant zijn de door de ombudsman geformuleerde aanwijzingen voor een duidelijke en begrijpelijke beslissing.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

mr. C. Velink
Caren Velink is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Staatsrechtelijke consequenties van de toekenning van een UPG-status aan de Caribische eilandgebieden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ultraperifeer gebied (UPG), Europees recht, koninkrijksverhoudingen, toezicht, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.G. Hoogers, prof. mr. H.E. Bröring en dr. D. Kochenov
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de gevolgen van de keuze voor de status van ultraperifeer gebied (UPG) voor het constitutionele ordeningsmodel van het Statuut. Aan de orde komen de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de implementatie en toepassing van Europees recht en de gevolgen in geval van niet nakoming van dit recht. Wie is aansprakelijk? Wat betekent dat voor de Koninkrijksverhoudingen? Zijn nieuwe toezichts- en regresvoorzieningen noodzakelijk? De bijdrage maakt duidelijk dat de (sterk ontwikkelde) Europese rechtsorde en de (zwak ontwikkelde) rechtsorde van het Koninkrijk zich moeizaam tot elkaar verhouden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is universitair hoofddocent staatsrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. D. Kochenov
Dr. D. Kochenov is universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. B.J. Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en tevens redactielid van M&M.
Artikel

Goed toezicht in ziekenhuizen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, cliëntenrechten, governance, verantwoording, bestuur
Auteurs prof. mr. F.C.B. van Wijmen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat mag anno 2011 van de raad van toezicht van een ziekenhuis verwacht worden? Van allerlei affaires in de gezondheidszorg gedurende de laatste vijftien jaren hebben we veel kunnen leren. Voeg daarbij dat de overheid en adviesorganen hun opvattingen en eisen op het terrein van governance hebben aangescherpt. De Zorgbrede Governancecode en plannen voor nieuwe patiëntenwetgeving (Wet cliëntenrechten zorg) leveren een indrukwekkende agenda voor een eigentijdse raad van toezicht, die in kritische wisselwerking staat met de raad van bestuur, die een dynamische verbinding onderhoudt met opdrachtgevers en belanghebbenden en die als het moet krachtig en correctief kan ingrijpen.


prof. mr. F.C.B. van Wijmen
Prof. mr. F.C.B. van Wijmen is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Publicatie van oordelen over de kwaliteit van ziekenhuizen door een zorgverzekeraar

Vzr. Rb. Breda 23 november 2010, LJN BO4755

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden naming and shaming, publicatie van oordelen, Inspectie voor de Gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda over de publicatie door een zorgverzekeraar van een lijst met ziekenhuizen waarin oordelen over prestaties van de ziekenhuizen op het gebied van de borstkankerzorg zijn opgenomen. De voorzieningenrechter onderzoekt of de zorgverzekeraar redelijkerwijs tot publicatie mocht overgaan. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter de vraag of de zorgverzekeraar het aantal door een ziekenhuis verrichte operaties als indicator voor de kwaliteit mag hanteren. Volgens de voorzieningenrechter is dat het geval en draagt het publiceren van juiste informatie bij aan de kwaliteit van de gezondheidszorg.


Mr. dr. E.J. Daalder
Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.