Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Jaar 2012 x
Jurisprudentie

Auto 24 SARL tegen Jaguar Land Rover France SAS (Auto24/JLR)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden artikel 101 VWEU, selectieve distributie, kwantitatieve criteria, groepsvrijstelling motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Knapen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of kwantitatieve selectieve distributiecriteria enkel onder de groepsvrijstelling motorvoertuigen vallen indien zij berusten op objectief gerechtvaardigde criteria die eenvormig en zonder onderscheid worden toegepast op eenieder die om erkenning verzoekt. Het arrest behandelt een aantal fundamentele vraagstukken die relevant zijn bij het opstellen en handhaven van een selectief distributiestelsel en verduidelijkt de voorwaarden die gelden ten aanzien van het rechtvaardigen, toepassen en openbaar maken van selectiecriteria. Opvallend is daarbij dat het Hof van Justitie een minder strikte benadering lijkt te volgen ten aanzien van kwantitatieve selectieve distributiecriteria dan de Nederlandse rechter in de recente Auping- en Batavus-arresten.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is advocaat in dienstbetrekking bij Philips.
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.
Artikel

De ICC Mediation Competition

The Mediation Generation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Mediation, Competition, ICC, Paris
Auteurs Anne Willemsen, Sander Vanhoutte en Yoeri van der Kroon
Samenvatting

    In February 2013 a Dutch delegation of four students and two coaches travelled to Paris to participate in the annual International Commercial Mediation Competition.


Anne Willemsen

Sander Vanhoutte

Yoeri van der Kroon
Artikel

Mededingingsbeleid en publieke belangen: een economisch perspectief

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Mededingingsrecht, Publieke belangen, Uitzonderingsgronden, Maatschappelijk verantwoord concurreren, Marktwerking
Auteurs Dr. Paul de Bijl en dr. Theon van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Diverse commentatoren hebben recent geopperd dat de nieuwe Autoriteit Consument en Markt (ACM) meer rekening met de wisselwerking tussen mededinging en diverse publieke belangen (ook andere dan gerelateerd aan marktmacht) moet gaan houden. Publieke belangen anders dan gerelateerd aan marktmacht zijn echter al elders belegd: de mededingingsautoriteit hanteert de daaruit volgende wet- en regelgeving als randvoorwaarden. ‘Integraal’ mededingingsbeleid zou leiden tot intransparantie en reguleringsonzekerheid; het is niet verstandig die kant op te gaan. Sterker, beleidsmakers en politici kunnen bijdragen aan effectiever mededingingsbeleid door ‘overige’ publieke belangen scherp te articuleren.


Dr. Paul de Bijl
Dr. Paul de Bijl is hoofd van de sector Marktordening bij het Centraal Planbureau en extramural fellow van TILEC, Universiteit van Tilburg.

dr. Theon van Dijk
Dr. Theon van Dijk is werkzaam bij economisch adviesbureau Lexonomics.

Mr. dr. W.C.T. Weterings
Mr. dr. W.C.T. Weterings is advocaat bij Dirkzwager Advocaten & Notarissen N.V., sectie Aansprakelijkheid, Schade en Verzekering, Universitair Docent aan de Universiteit van Tilburg, vakgroep Business Law en gastprofessor aan de Universiteit Antwerpen, vakgroep Burgerlijk Recht.

    Nu appellante haar concurrentiebelang niet aannemelijk heeft gemaakt, is zij geen belanghebbende en mitsdien niet-ontvankelijk in haar beroep


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Vrijmetselarij en criminalisering tijdens het Vichy-regime

Een criminologische benadering van de ‘forces occultes’

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2012
Trefwoorden freemasonry, secrets, anti-masonry, criminalization
Auteurs Marc Cools
SamenvattingAuteursinformatie

    The political far right French Vichy-regime or French State (1940-1944) criminalized freemasonry as a dangerous secret society using several state owned measures. In the tradition of the secret Jewish-Masonic conspiracy theory a legal framework was established to criminalize and ban freemasonry, to dissolve the lodges and to remove individual freemasons from command positions. Intellectuals, former freemasons, public and private police and intelligence agencies helped the regime to establish an anti-Masonic documentation, exhibition and movie (Forces occultes) in order to show the French population the danger of freemasonry. A specialized police force (Service des sociétés secrètes) identified 60.000 freemasons, the names of 18.000 were published and 3.000 lost their jobs. 989 were brought to the extermination camps and 545 were shot immediately by private militias.


Marc Cools
Prof. dr. Marc Cools is professor in de vakgroep strafrecht en criminologie aan de Universiteit Gent en in de vakgroep criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is daar ook lid van de interdisciplinaire onderzoeksgroep Vrijmetselarij. E-mail: Marc.Cools@UGent.be
Jurisprudentie

Wat voortduurt verjaart niet

Hof Arnhem 9 augustus 2011, LJN BR5350, JA 2011, 175 (Klein Teeselink/Eternit) en Hof Arnhem 20 december 2011, LJN BV0374 (Rietman/Eternit)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden asbestcementafval, mesothelioom, waarschuwingsplicht, verjaring, voortduren
Auteurs Mr. D.-J. Sol
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof Arnhem aangenomen dat Eternit – nadat zij in de jaren zestig op de hoogte raakte van de gezondheidsrisico’s van asbestcementafval – had moeten waarschuwen voor deze risico’s. Dit heeft zij nooit gedaan. Niet het moment van uitgifte is bepalend voor aanvang van de dertigjarige verjaringstermijn, maar het (toekomstig) moment waarop Eternit waarschuwt, zo volgt uit arrest één. In arrest twee oordeelt het hof dat de waarschuwingsplicht van Eternit niet oneindig is. Er is namelijk een moment waarop men op de hoogte raakt van de gezondheidsrisico’s van asbestcementafval; op dat moment vangt de verjaringstermijn aan.


Mr. D.-J. Sol
Mr. D.-J. Sol is advocaat bij Uneken advocaten te Zwolle.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2011

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2012
Trefwoorden concentratiecontrole, kroniek, concentratie, concurrentie
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. N.C. Stive
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste besluiten en informele zienswijzen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot concentratiecontrole. Ook zal nieuw beleid op dit gebied kort aan bod komen. Waar nodig hebben schrijvers kanttekeningen geplaatst bij de besluiten.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. Fanoy is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Mr. N.C. Stive
Mr. N.C. Stive is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.
Artikel

Wie betaalt de schade van de patiënt in geval van een disfunctionerende prothese?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, arts, medisch hulpmiddel, producent, prothese, zorgverzekering
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tijd wordt in de media veel aandacht besteed aan disfunctionerende protheses. Het blijkt niet om één zaak te gaan, maar betreft verschillende soorten protheses. Veelal zijn grote aantallen patiënten de dupe van een disfunctionerende prothese en lijden zij materiële en immateriële schade. In het onderhavige artikel wordt onderzoek gedaan naar de vergoedingsmogelijkheden in geval van schade die het gevolg is van een bij de geneeskundige behandeling gebruikte disfunctionerende prothese. Daarbij wordt acht geslagen op hetgeen de zorgverzekeraar, de arts en de producent aan de patiënt zouden moeten vergoeden en van welke verweren deze partijen zich kunnen bedienen.


Mr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is lid-jurist bij de Tuchtcolleges ’s-Gravenhage en Amsterdam en docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt voorts als buitenpromovendus aan een onderzoek naar de aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis.
Jurisprudentie

Het beding van artikel 7:613 BW: toepassingsgebied, de relatieve zwaarte van de ‘613’-maatstaf en het vereiste van schriftelijkheid

HR 18 maart 2011, JAR 2011/108 m.nt. Zondag en JIN 2011/320 m.nt. Van der Voet (Monsieurs c.s./Wegener)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Wijzigingsbeding, artikel 7:613 BW, ‘613’-maatstaf en schriftelijkheid, Monsieurs/Wegener
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad markeert in het Monsieurs/Wegener-arrest het collectieve karakter van het ‘613’-beding en laat ruimte voor een (klankbord)functie van deze wetsbepaling in individuele situaties. De auteur gaat in op het doel en de strekking van artikel 7:613 BW en behandelt de relatieve zwaarte van de maatstaf van het ‘613’-beding ten opzichte van artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De auteur slaat in zijn annotatie een brug naar het leerstuk van Stoof/Mammoet. Ten aanzien van het vereiste van schriftelijkheid verdedigt de annotator dat het oordeel van de Hoge Raad in overeenstemming is met de aard van het ‘613’-beding. Gezien de ontwikkelingen in de manier van communiceren en gelet op het uitgangspunt dat aan het Burgerlijk Wetboek ten grondslag ligt dat nietigheden in beginsel niet verder reiken dan de strekking daarvan meebrengt, lijkt de tijd rijp voor vernieuwende gezichtspunten over het vereiste van schriftelijkheid.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Hoe passen overeenkomsten met het oog op duurzaamheid binnen de rechtstreeks werkende uitzondering van het karteltoezicht?

Interpretatie uitzonderingscriteria door NMa voor samenwerking in verband met duurzaamheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden kartelverbod, duurzaam, uitzonderingscriteria, samenwerken, NMa
Auteurs N. Rosenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Er heerst onzekerheid bij Nederlandse ondernemingen die willen samenwerken met het oog op duurzaamheid. Zij stuiten bij de self-assessment van het kartelverbod van het mededingingstoezicht op onvoldoende duidelijkheid over de invulling van de uitzonderingscriteria van artikel 6 lid 3 Mw. De NMa houdt mededingingstoezicht op de naleving van bedrijven van onder andere het kartelverbod op de Nederlandse markt. Dit artikel bespreekt hoe de NMa criteria voor uitzondering van het kartelverbod interpreteert en hoe ondernemingen hun bewijslast voor de self-assessment economisch kunnen onderbouwen.


N. Rosenboom
N. Rosenboom is als onderzoeker werkzaam bij SEO Economisch Onderzoek, bij het cluster Mededinging & Regulering.

    Een overeenkomst kan de rechtspositie van een derde in principe niet wijzigen. Dit wordt wel aangeduid als het beginsel van de ‘relativiteit van de overeenkomst’. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wijze waarop dit beginsel op het moment in de literatuur wordt benaderd en de praktische relevantie hiervan.


Mr. A.P. Koburg
Mr. A.P. Koburg is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. W. Dijkshoorn
Mr. W. Dijkshoorn is jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

    Electric and electronic waste (e-waste) is the fastest growing waste stream worldwide: 50 million tons of electronic waste each year. Part of it is exported, often illegally, from industrialised countries to e-waste hubs like Ghana, Nigeria, India, and China. E-waste often contains both valuable metals as well as toxic substances. The high value of metal is the main reason for imports by countries like Ghana, Nigeria, and China. However, the recycling methods in these countries are not tailored to responsible recycling of the toxic elements of e-waste, thereby causing major negative environmental and health effects. Also, the recycling methods in those countries are less efficient, which leads to the loss of valuable metals and to an increase in the mining of virgin metals. In this way the e-waste problem is directly related to the social and environmental problems at the beginning of the electronics chain. This article explores the e-waste problem from a value chain perspective and proposes policy measures that could diminish Europe's contribution to the problem.


M. van Huijstee
Dr. Mariëtte van Huijstee is onderzoeker bij SOMO - Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen.

T. Steinweg
Tim Steinweg MSc is onderzoeker bij SOMO - Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen.
Praktijk

Et Dieu crea le contrat

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2012
Trefwoorden maatschap, ontstaan overeenkomst, duurrelatie, mededinging, boete, matiging
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht wordt wel eens vergeleken met een gereedschapskist. Om te weten welk gereedschap nodig is, is doorgaans een diagnose van het probleem noodzakelijk. De auteur bespreekt drie arresten, waarin partijen de aard van hun relatie onbenoemd hadden gelaten. In het eerste arrest neemt de rechter een maatschapsverband aan, in het tweede een duurrelatie waarvan de opzegging in strijd blijkt met het mededingingsrecht, en in het derde een oneigenlijk boetebeding waarop de regels over de matiging van boetes van toepassing zijn.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

De Anti-Piraterij Verordening: grenzen aan de maatregelen bij de grens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden intellectuele Eigendom, anti-Piraterij Verordening, ontwikkelingen, recent arrest, commissievoorstel
Auteurs Mr. M.W. Wiegerinck
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het recente arrest van het Hof van Justitie1x HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>. met betrekking tot de vervaardigingsfictie in de Anti-Piraterij Verordening en het voorstel van de Commissie voor een gewijzigde Anti-Piraterij Verordening.2x Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck
    Met dit arrest komt een einde aan het gebruik van dit slagvaardige instrument in de strijd tegen namaak transitogoederen. Bezien wordt wat de laatste stand van zaken is en of het voorstel een alternatief biedt.

Noten

  • 1 HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>.

  • 2 Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck


Mr. M.W. Wiegerinck
Mr. M.W. Wiegerinck is advocaat te Amsterdam bij Arnold + Siedsma.
Artikel

Indirecte onteigeningen in het internationaal investeringsrecht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2012
Trefwoorden onteigening, indirecte onteigening, police powers, bilateraal investeringsverdrag, investeringsrecht
Auteurs Mr. S. Rezai
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele factoren die van belang zijn bij de vaststelling van een indirecte onteigening in het internationaal investeringsrecht. De auteur concludeert dat deze vaststelling een lastige – met onduidelijkheden doordrongen – exercitie is.


Mr. S. Rezai
Mr. S. Rezai is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam in de praktijkgroep ondernemingsrecht en adviseert tevens – onder leiding van mr. Gerard Kreijen – over investeringsrecht en investeringsbescherming.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.