Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Jaar 2018 x
Annotatie

Bestaat er zoiets als een onbillijke prijs? Zaak C-177/16 (AKKA/LAA)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden excessieve prijzen, benchmark, kosten, rendement, United Brands
Auteurs Eric van Damme en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak wordt de norm voor excessieve prijzen aangevuld ten opzichte van de eerdere uitspraak in United Brands (1978). Prijsvergelijkingen staan hier centraal en kosten kunnen pas in een tweede stap aan de orde komen bij wijze van verweer na een eerste vaststelling van excessiviteit. De conclusie van A-G Wahl gaat nog verder en vereist het gebruik van een benchmarkprijs. Deze aanpak komt aan de orde in Pfizer/Flynn tegen CMA, een Engelse zaak die hier eveneens kort wordt aangestipt.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.

Wolf Sauter
Prof. dr. mr. drs. W. Sauter is in dienst bij de ACM en schrijft hier op persoonlijke titel.
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Artsen en moreel ondernemerschap. De casus van de normalisering van verslavende opioïde pijnstillers in de Verenigde Staten

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Opioid crisis, Addictive painkillers, Medical doctors, Moral entrepreneurs, Big Pharma
Auteurs Dr. Thaddeus Müller
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, I am using Becker’s concept of moral entrepreneur to analyse the role of pain specialists in the labelling process, which has led to the normalisation of the use of opioid painkillers in the United States and ultimately to the death over 200.000 Americans. In general, the literature on labelling centres on crusading reformers, and the criminalisation and stigmatisation of transgressive behaviour. Here I will focus on the moral entrepreneurship of medical experts. What was their role in the normalisation process of opioid painkiller use and are there any similarities with the strategies of crusading reformers? My findings, based on qualitative analysis of documents such as newspaper articles and academic publications, show that, with two exceptions, pain specialists use the strategies of moral crusaders. First, in their narratives, pain specialists represented themselves as neutral objective experts without the emotional stance of moral crusaders. The second exception, which is related to the first, is that there was less emphasis in their narrative on creating villains, as they could not blame openly standard medical practice because they needed the support of the established medical world in order to normalise and legalise opioid painkillers.


Dr. Thaddeus Müller
Thaddeus Müller Docent criminologie, Lancaster University t.muller@lancaster.ac.uk
Artikel

Horizontale natrekking door een net en het belang van bijzondere wetten bij de beoordeling of sprake is van natrekking

Een analyse naar aanleiding van HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:1 en ECLI:NL:HR:2018:12 (Chemours/Stedin)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2018
Trefwoorden natrekking, bestanddeel, opstalrecht, net, Elektriciteitswet 1998
Auteurs Mr. M-H.S. Berghuijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:1 en ECLI:NL:HR:2018:12 (Chemours/Stedin). Een analyse over horizontale natrekking door een net (ex art. 5:20 lid 2 BW), het belang van bijzondere wetten daarbij, de verhouding tussen het goederenrecht en het verbintenissenrecht en het belang van de neteigenaar bij het vestigen van een opstalrecht.


Mr. M-H.S. Berghuijs
Mr. M-H.S. Berghuijs is advocaat bij Rutgers & Posch te Amsterdam.

Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van dit tijdschrift.

    Het recent verschenen boek Outsourcing the Law van Pauline Westerman (hierna: PW) is een kritische beschouwing van doelregelgeving. Vanuit een filosofische invalshoek analyseert zij de voordelen die de wetgever aan dit type regelgeving verbonden acht, zoals het bieden van ruimte en (democratische) invloed op de (nadere) normering aan de normadressaat. PW concludeert dat die veronderstelde ruimte en invloed in hun tegendeel verkeren, omdat doelregelgeving juist het opleggen van verplichtingen (tot implementatie en rapportage) impliceert. Doelregelgeving past, volgens PW, meer in een beheersbaarheidsmentaliteit (Foucault) dan in het concept van een liberale rechtsstaat. Als voorzet voor een tweede boek wijst Van Lochem op de praktijk van doelregelgeving in het kader van de Water Framework Directive.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Op afstand bestuurbaar eigendom

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden overdraagbaarheid, Internet of Things, eigendom, technoregulering, IoT
Auteurs Mr. A. Berlee
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van de eigenaar wanneer zijn apparaat op afstand kan worden bestuurd, onbruikbaar kan worden gemaakt, of zodanig beveiligd dat men het niet mag repareren als het stuk gaat. Wie heeft er dan eigenlijk de controle: de eigenaar of een ander?


Mr. A. Berlee
Mr. A. Berlee is universitair docent goederenrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Aansprakelijkheid voor drones

Technologische ontwikkelingen en de toepasbaarheid van het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden drones, onbemande luchtvaartuigen, privacy, productaansprakelijkheid, innovatie
Auteurs Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht is toegerust op toenemende autonomie van drones en verdergaande miniaturisering in dronetechnologie. Na korte uitleg van relevante luchtvaartwetgeving voor dronegebruik wordt ingegaan op de onrechtmatige daad en productaansprakelijkheid. Daarna wordt besproken in hoeverre het huidige stelsel van aansprakelijkheid aanpassing behoeft.


Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
Mr. dr. ir. B.H.M. Custers is associate professor en onderzoeksdirecteur bij eLaw, het centrum voor recht en digitale technologie aan de juridische faculteit van de Universiteit Leiden.
Over de grens

Het recht van verhaal van de eindverkoper: in Duitsland, in Nederland en in de toekomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden consumentenkoop, recht van verhaal, beknelde eindverkoper, regresrecht, voorschakel
Auteurs Mr. T.J.K. van Santen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van verhaal is in Nederland geregeld in artikel 7:25 BW en beoogt de beknelde eindverkoper te beschermen. Wanneer een consumentkoper zijn rechten jegens de eindverkoper heeft uitgeoefend, moet hij verhaal kunnen nemen op zijn voorschakel zodat hij niet met de aansprakelijkheid ‘blijft zitten’. De regeling beoogt dat de voor het gebrek verantwoordelijke partij uiteindelijk aansprakelijk is. Duitsland heeft op 1 januari 2018 enkele aanpassingen in het BGB doorgevoerd en ook het recht van verhaal aangepast.
    Door de aanstaande invoering van twee nieuwe richtlijnen zullen de rechten van de consumentkoper aanzienlijk worden versterkt. Ook deze richtlijnen voorzien in een recht van verhaal voor de eindverkoper. De nieuwe regeling is gelijk aan de huidige Europese regeling, die aan duidelijkheid te wensen overlaat. Hoe de regeling in de praktijk uitpakt, blijft ook in de toekomst ongewis. Het effectiviteitsbeginsel brengt mee dat bij de uitoefening van het recht van verhaal de consumentenrechten ook door de eindverkoper moeten kunnen worden ingeroepen.


Mr. T.J.K. van Santen
Mr. T.J.K. van Santen is senior jurist Contractueel bij DAS en doet een promotieonderzoek aan de Open Universiteit (promotoren T.H.M. van Wechem en J.G.J. Rinkes) naar het recht van verhaal als bedoeld in artikel 7:25 BW.
Artikel

Access_open Vernietiging van de overeenkomst bij een oneerlijke handelspraktijk; een hanteerbare sanctie?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijk, vernietiging, misleidende omissie, ambtshalve toetsing, causaal verband
Auteurs Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon en Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds juni 2014 kent de afdeling oneerlijke handelspraktijken een bijzondere vernietigingsgrond: art. 6:193j lid 3 BW. Deze bepaling is tot nu toe weinig toegepast, zo blijkt uit de gepubliceerde rechtspraak. In deze bijdrage wordt daarom onderzocht hoe hanteerbaar, in de zin van toegankelijk en gebruiksvriendelijk, de vernietigingsgrond uit art. 6:193j lid 3 BW eigenlijk is. Dit gebeurt door het analyseren van zes uitspraken. Uit het onderzoek blijkt dat de vernietigingsgrond toegankelijk en gebruiksvriendelijk is voor de consument mede dankzij de rol van de rechter. De rechter is namelijk degene die meestal het initiatief neemt tot toepassing van de sanctie.


Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder consumentenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
Mr. dr. L.B.A Tigelaar is universitair docent verbintenissenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Kroniek vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

Big data, prijsdiscriminatie en mededinging

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2018
Auteurs Eric van Damme, Inge Graef en Wolf Sauter
Auteursinformatie

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar.

Inge Graef
Dr. mr. I. Graef is verbonden aan Tilburg University en aan de onderzoeksinstituten TILEC en TILT aldaar.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar en daarnaast in dienst bij de ACM. Zijn bijdrage is op persoonlijke titel.
Peer reviewed

Access_open ‘Als je echt verkracht bent, doe je morgen aangifte’

Reacties op een non-stereotypische #MeToo–casus

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2018
Trefwoorden #MeToo, sexual violence, observer reactions, victim stereotypes
Auteurs Drs. Eva Mulder en Mr. drs. Alice Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    #MeToo has played a significant role in the struggle to confront taboos around sexual violence, including the acknowledgment of male rape victims. In this article, the authors have examined reactions at three different moments in time (T1, T2, T3) to Dutch journalist Jelle Brandt Corstius, who shared his #MeToo experience via Twitter. The article shows that the Belief in a Just World, victim stereotypes and rape myths seem particularly useful concepts to examine different positive (supporting, compensating) and negative (blaming, distancing) observer reactions. Reactions are most negative at T2, when JBC’s case least adheres to stereotypes and rape scripts.


Drs. Eva Mulder
Drs. Eva Mulder is promovendus bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT), Tilburg University.

Mr. drs. Alice Bosma
Mr. drs. Alice Bosma is promovendus bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT), Tilburg University.
Mededinging

Coty: beperking verkoop via internetplatforms mag

Het Hof van Justitie corrigeert Pierre Fabre maar had krachtiger leiding kunnen geven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Auteurs Mr. G. Oosterhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage betreft de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie in het geschil tussen Coty Germany GmbH (Coty) en Parfümerie Akzente GmbH (Akzente).1x HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91 (hierna: Coty). Het Hof van Justitie oordeelt dat een selectief distributiestelsel verenigbaar kan zijn met het Europese mededingingsrecht indien het is vormgegeven om het luxe-imago van de betreffende producten te beschermen. In dat kader kan ook een verbod aan distributeurs om luxeproducten via platforms van derden te verkopen toegestaan zijn en vormt een dergelijk platformverbod geen hardcore beperking als bedoeld in Verordening (EU) nr. 330/2010. De uitspraak corrigeert Pierre Fabre maar geeft minder krachtig leiding dan had gekund.
    HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91

Noten

  • 1 HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91 (hierna: Coty).


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. (Gerrit) Oosterhuis is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Artikel

Wat ons gezegd wordt over kernenergie

Een analyse van de ideologische strategieën in het discours van de Belgische nucleaire lobby en regering

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2018
Trefwoorden nuclear energy, ecological justice, discourse analysis, ideology, Lobbying
Auteurs Drs. Michelle Van Impe
SamenvattingAuteursinformatie

    Nuclear energy is a controversial topic in Belgium and the government strives for a nuclear exit by 2025. However, there are few notable policy efforts which prepare the country for such a future. The framing of nuclear energy is crucial in the ongoing debate about its usage. In this article, the author analyses the discourse of the nuclear lobby and government through a green criminological lens. She compares the discourse with academic literature about nuclear energy and identifies ideological strategies via the analytical framework of Larrain (1983).


Drs. Michelle Van Impe
Drs. M. Van Impe is doctoraatsstudent bij het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD), Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, van de Universiteit Gent.
Artikel

Ruimtelijk beleid voor de energietransitie: centraal wat moet?

Een studie naar het omgevingsrechtelijk overheidsinstrumentarium in de energietransitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden klimaat, energie, transitie, gas
Auteurs Mr. A.M.J.R. (Fons) van der Linden en Mr. drs. S. (Sanne) Akerboom
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken auteurs de connectie tussen energietransitie en het omgevingsrecht. Hierbij staat de vraag centraal hoe de keuze voor groot- of kleinschalige maatregelen het omgevingsrechtelijk kader en de ruimte voor een lokale ruimtelijke afweging kan beïnvloeden. Daarbij worden twee transitiepaden nader bekeken: windenergie op land (als onderdeel van het verduurzamen van de elektriciteitsproductie) en de verduurzaming van ruimteverwarming en warm tapwater in de gebouwde omgeving.


Mr. A.M.J.R. (Fons) van der Linden
Mr. A.M.J.R. van der Linden is promovendus bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam binnen het project ‘Institutionele en regulatorische innovatie ten behoeve van lokale, slimme energievoorzieningen (IRIS)’ en tevens verbonden aan het Centrum voor Energievraagstukken bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuurs- en Organisatiekunde van de Universiteit Utrecht.

Mr. drs. S. (Sanne) Akerboom
Mr. drs. S. Akerboom is postdoc bij het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law en het Centrum voor Energievraagstukken bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuurs- en Organisatiekunde van de Universiteit Utrecht, project ‘Resilient Societies’, in het bijzonder ‘Sustainable Energy’.
Artikel

Onderzoek naar de mogelijke juridische integratie van de Elektriciteits-, Gas- en Warmtewet en een uniform toezicht op de energiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Integrale energiewet, energietransitie, toezicht, ACM
Auteurs Saskia Lavrijssen, Frits van der Velde, Patrick Köpsel Sanz e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft de belangrijkste bevindingen weer van een onderzoek naar de vraag in hoeverre integratie van de Nederlandse Gas-, Elektriciteits- en Warmtewet en de stroomlijning van het toezicht hierop mogelijk is. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zijn drie belangrijke conclusies te trekken. Allereerst bestaan grote mogelijkheden tot integratie van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 en de uniformering van het toezicht hierop. Desalniettemin bestaan ook barrières tot integratie. Zo leiden de begripsomschrijvingen van de kernbegrippen tot problemen voor integratie. Dit probleem wordt verergerd door de recente inwerkingtreding van de Europese netwerkcodes door de Europese Commissie, die buiten het bestek van dit onderzoek vallen. Daarnaast bestaan grote verschillen tussen de Warmtewet enerzijds en de Gas- en Elektriciteitswet anderzijds, omdat de bepalingen uit de Warmtewet een gebrek aan vergelijkbare artikelen vertonen. Daarom kan worden geconcludeerd dat de huidige Warmtewet nog niet te integreren is met de huidige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. Ten derde komen de meeste belemmeringen voort uit Nederlands beleid. Dit betekent dat de Nederlandse wetgever de ruimte heeft om de verschillende bepalingen aan te passen en te integreren. Op basis van bovenstaande conclusies en wanneer er speciale aandacht aan het begrippenkader wordt gegeven lijkt het mogelijk om een integrale energiewet met geharmoniseerd toezicht door de Autoriteit Consument en Markt in de elektriciteits- en gasmarkt te creëren, mits de grenzen van het Europees recht en technologische kenmerken van de markten worden gerespecteerd.


Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar Economic Regulation and Market Governance aan Tilburg University.

Frits van der Velde
Drs. F. van der Velde is senior beleidsadviseur bij VEMW.

Patrick Köpsel Sanz
Patrick Köpsel Sanz is master student aan Tilburg University.

Glenn Heusschen
Glenn Heusschen is master student aan Tilburg University.

Tom Ottervanger
Prof. mr. T.R Ottervanger is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.