Zoekresultaat: 63 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Bij dreiging ingrijpen

De Wet tijdelijk huisverbod in de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs K.B.M. de Vaan en A. Schreijenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    As from January 2009, mayors in The Netherlands can impose a temporary restraining order on (potential) perpetrators of domestic violence in situations in which there is an immediate threat to victims and/or children. This restrains these (potential) perpetrators from entering their own house or contacting their partner and/or children for a period of 10 to 28 days. In this article, the law regarding these temporary restraining orders is explained and an overview of the first experiences with the actual implementation is given. The temporary restraining orders are an addition to the existing measures regarding domestic violence because they enable intervention before the violence has actually taken place or the situation escalates. In practice, however, the orders are frequently imposed after escalation of the situation, parallel to the arrest and possible persecution of the suspected perpetrator. Apparently, the orders provide a break from explosive situations, and the intensive form of professional help that those involved receive is a welcome addition, even in situations for which the order was not primarily designed. The first experiences show that aid is given quickly. They also show that more attention needs to be given to the content of this aid, to regional differences in the enforcement of the law and to the follow-up aid after the temporary restraining order has ended.


K.B.M. de Vaan
Drs. Katrien de Vaan is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.

A. Schreijenberg
Mr. drs. Ad Schreijenberg is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.
Artikel

Omstreden gelijkheid

Over de constructie van (on)gelijkheid van vrouwen en mannen in partnergeweld

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs R. Römkens
SamenvattingAuteursinformatie

    Intimate partner violence (IPV) changed from a private problem to a public concern over the last decades. It has become subject of various discourses in different domains. In the social sciences the gender-based discriminatory nature of IPV is contested by some researchers who claim a gender equality in IPV. They call for a gender-neutral approach to IPV as a family problem, de-contextualized from gender-based inequalities. In the Netherlands this degendering is reflected in current policy discourse. However, in the international legal human rights domain, IPV is unequivocally considered to be an issue that affects women disproportionately as a form of women's discrimination that is the result of unequal power relations. Both international binding human rights law and recent ruling of the ECHR impose binding duties to acknowledge this. This article addresses the paradox that is reflected in these two positions and how to get beyond it.


R. Römkens
Prof. dr. Renée Römkens is als hoogleraar Huiselijk geweld verbonden aan het International Victimology Institute (Intervict) van de Universiteit van Tilburg.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Fundamentele rechten in de personenschadepraktijk

Een verslag van het jaarcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden PEOPIL, fundamentele rechten, persoonsschadepraktijk
Auteurs Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers (PEOPIL) werd opgericht in 1997. Zij heeft zich onder andere ten doel gesteld op Europees niveau op te komen voor onder andere het recht op schadevergoeding en toegang tot het recht. PEOPIL organiseert regelmatig seminars en jaarlijks een congres. In juni van dit jaar vond het jaarcongres plaats in Genève, waar de fundamentele rechten in de personenschadepraktijk centraal stonden. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van de lezingen die tijdens het congres werden gegeven.


Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is president bij PEOPIL en advocaat bij Legaltree.
Artikel

De Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren: trial and error again?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren, onderzoek, evenredigheidsbeginsel, fishing expedition, geprivilegieerde gegevens
Auteurs Mr. M. Knapen en Mr. R. Elkerbout LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 17 augustus 2010 voert de NMa een deel van haar toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit op basis van de Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren. Deze werkwijze vervangt de NMa Digitale Werkwijze 2007 en beschrijft in hoofdlijnen de procedure die de toezichthoudende ambtenaar volgt bij het opsporen van overtredingen van de Mededingingswet en de vervoers- en energiewetten. In deze bijdrage wordt de nieuwe werkwijze kritisch tegen het licht gehouden en wordt ingegaan op de vraag of de nieuwe werkwijze het beoogde evenwicht heeft bereikt tussen effectief onderzoek en de waarborgen voor ondernemingen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de waarborgen die zogenoemde fishing expeditions moeten voorkomen en de bescherming van geprivilegieerde gegevens.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is werkzaam als advocaat in dienstbetrekking bij Philips.

Mr. R. Elkerbout LL.M.
Mr. R. Elkerbout LL.M. is advocaat bij Stek.
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Artikel

Verzorging van een functionerende lokale zorgmarkt: mogelijk tekortkomingen beleid NMa en NZa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorggroepen, ketenzorg, zorgmarkt, zorgaanbieders
Auteurs Mr. P.D. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Richtsnoeren Zorggroepen zetten de NMa en de NZa het beleid inzake (multidisciplinaire) samenwerking door zorgaanbieders op lokale zorgmarkten uiteen. Het mededingingsrecht wordt op te formele wijze toegepast. Enerzijds wordt de samenwerking tussen onafhankelijke zorgaanbieders te veel beperkt, terwijl anderzijds het ontstaan van marktmacht op lokale markten niet wordt voorkomen. De lokale aard van de markt en de aard van de zorgsector brengen enkele specifieke problemen met zich die onvoldoende lijken te zijn meegewogen. Een mogelijke oplossing is het creëren van een groepsvrijstelling voor ketenzorg onder het kartelverbod.


Mr. P.D. van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP in Amsterdam.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Zorg, privaatrecht en publiekrecht: van ondersteuning naar handhaving, en terug

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden duty of care, regulation, liability law
Auteurs Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    The relation between law and care has changed dramatically. Until recently this relation could be characterised as distant, supportive and respectful. This relation has undergone a paradigm shift. More and more and in many areas the notion of care is used by the lawmaker, to impose duties of care combined with enforcement. This implies a change from private law to administrative law. This development is undesirable, because it raises false expectations and, in the end, works counterproductive.


Eric Tjong Tjin Tai
Eric Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University. Hij is gepromoveerd op een juridisch-filosofisch onderzoek naar zorgplichten en zorgethiek. Zijn huidige onderzoek richt zich onder meer op het recht inzake dienstverlening, en de rol van het privaatrecht in de (markt)maatschappij, met bijzondere aandacht voor de betekenis van individuele verantwoordelijkheid en autonomie.
Artikel

Onderzoek naar meer levenskwaliteit tijdens scheiding

IPOS-project – eerste resultaten

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2010
Trefwoorden divorce, mediation, quality of life, research
Auteurs Lut Daniëls en Ann Buysse
SamenvattingAuteursinformatie

    The Interdisciplinary Project for the Optimization of Separation Trajectories in Flanders, IPOS, collected a unique Belgian data set of divorcing people and their children. All aspects of the innovative, process orientated and multidisciplinary model of quality of life are longitudinal examined. The methodology and first results of this IPOS-study are presented. Special attention is paid to mediation.


Lut Daniëls
Lut Daniëls is wetenschappelijk medewerkster aan de Universiteit Gent.

Ann Buysse
Prof. dr. Ann Buyse is hoogleraar aan de Universiteit Gent.

    On 21 May 2008 the European Directive on certain aspects of mediation in civil and commercial matters was adopted. The directive will have to be implemented in Dutch legislation before 21 May 2011. The objective of the Directive is to facilitate access to alternative dispute resolution and to promote the amicable settlement of disputes, by encouraging the use of mediation and by ensuring a balanced relationship between mediation and judicial proceedings (Article 1(1)). As a result of the arrival of the European Mediation Directive mediation the Netherlands will get a legal basis and thereby recognition. This article inter alia discusses the Mediation Directive from the NMI's perspective and discusses the articles from the Directive relevant to NMI step by step.


Esther Gathier
Mr. Esther Gathier is beleidsmedewerker bij het NMI.
Jurisprudentie

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2010
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks

Prof. mr. A.C. Hendriks

Prof. mr. H.D.C. Roscam Abbing
Artikel

Steunmaatregelen voor ziekenhuizen en diensten van algemeen economisch belang: doelmatigheid niet vereist?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden Diensten van algemeen economisch belang, Altmark-criteria, Altmark-pakket, (Brussels) ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. L. Hancher en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese regels over staatssteun kunnen in het geding komen bij de financiering van openbaredienstverplichtingen zoals die bijvoorbeeld bestaan in de ziekenhuiszorg. Daarbij staat de ruimte die hiertoe aan de lidstaten wordt gelaten nog volop ter discussie, bijvoorbeeld ten aanzien van Protocol 26 van het Werkingsverdrag (Wv) betreffende de diensten van algemeen (economisch) belang. Het staatssteunregime van de EU voorziet sinds 2003 in een toets voor openbaredienstverplichtingen op basis van de voorwaarden gesteld in het Altmark-arrest.1x Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
    HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.
    Indien hieraan wordt voldaan, is geen sprake van steun maar van compensatie. Wordt aan deze toets niet voldaan dan kan vervolgens eventueel op basis van artikel 106 lid 2 Wv worden bepaald of sprake is van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) die verenigbaar is met de interne markt. Het kader dat hierbij wordt gehanteerd is het zogenoemde DAEB-pakket (ook wel: ‘Monti-pakket’) uit november 2005.2x Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005). Het belangrijkste verschil tussen de twee toetsen zit in de wijze waarop wordt omgegaan met het doelmatigheidsvereiste. De hier te bespreken beschikking van de Europese Commissie illustreert bovenstaand punt.

Noten

  • 1 Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
    HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.

  • 2 Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005).


Prof. dr. L. Hancher
Prof. dr. L. Hancher is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

Access_open Materieelstrafrechtelijke elementen van mensenhandel in het Belgisch strafrecht

Analyse en evaluatie vanuit strafrechtelijk beleids- en internationaalrechtelijk perspectief

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2010
Auteurs Gert Vermeulen
Auteursinformatie

Gert Vermeulen
Gert Vermeulen is hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Gent en Directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Artikel

De voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe als bijdrage aan de discussie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Europees recht, decentrale overheden, taakverwaarlozingsregeling, eigen verantwoordelijkheid, inbreukprocedure
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe en de standpunten van ambtelijke commissies zoals de ICER, koepels van decentrale overheden en beoefenaren van het Europees recht, of de voortschrijdende Europese integratie vraagt om zwaardere toezichtinstrumenten van het rijk op de decentrale overheden. De standpunten hadden met name betrekking op de vraag of de bestaande taakverwaarlozingsregeling uit de Provinciewet en Gemeentewet moet worden uitgebreid om de minister een effectief instrument te geven in geval van een inbreukprocedure door de Commissie. Deze door beoefenaren van het Europese recht bepleite verzwaring stuitte bij koepels en ambtelijke commissies op weerstand omdat zij afbreuk doet aan: (1) de traditionele bestuurlijke verhoudingen in het Huis van Thorbecke; en (2) de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de nakoming van het Europese recht. De twijfel aan de noodzaak van zo’n taakverwaarlozingsregeling werd uiteindelijk na vier jaar weggenomen door het standpunt van het kabinet-Balkenende II. Tegen die achtergrond is de auteur van mening dat het wetsontwerp NErpe te ver doorschiet door de minister niet alleen bij een inbreukprocedure een zelfvoorzieningsrecht te geven, maar ook wanneer decentrale overheden in het algemeen hun Europese verplichtingen niet nakomen. Het Europese beginsel van gemeenschapstrouw benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het nakomen van Europees recht en hun kritische onafhankelijkheid van het rijk. Die eigen verantwoordelijkheid mag alleen opgeofferd worden in de noodsituatie en onder de tijdsdruk van een inbreukprocedure.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De evidence base van zorgprogramma’s in de tbs: een visie op therapie-effectonderzoek

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2010
Trefwoorden zorgprogramma, evidence base, evaluatie, tbs
Auteurs Edwin de Beurs en Marko Barendregt
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor zorgprogramma’s in de tbs-sector ontbreekt vooralsnog de evidence base, een empirische onderbouwing van wat werkt bij wie onder welke omstandigheden. Doel van dit artikel is te schetsen hoe zo’n evidence base tot stand kan komen.Ten eerste kunnen in een quasi-experimenteel design interventies worden geëvalueerd met behulp van Routine Outcome Monitoring (ROM). Daarnaast zijn studies met een waarlijk experimenteel design (Randomised Clinical Trials of RCT’s en single case-studies) een noodzakelijke aanvulling. Ten slotte wordt responsiviteitsonderzoek aanbevolen, dat zich richt op interne (behandelinggerelateerde) en externe (patiëntgerelateerde) factoren die samenhangen met een gunstige behandeluitkomst.


Edwin de Beurs
Edwin de Beurs is hoofd van het Bureau Onderzoek en Ontwikkeling, Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), en inhoudelijk directeur van het Kenniscentrum Zorg Nederland (KZN).

Marko Barendregt
Marko Barendregt is senior onderzoeker bij het Kenniscentrum Zorg Nederland (KZN).
Artikel

Vuurwerkramp Enschede: de Staat gaat vrijuit

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vuurwerkramp, overheidsaansprakelijkheid, Enschede, ramp
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is de uitspraak van de Hoge Raad op 9 juli 2010 over de vuurwerkramp. Waar de vordering bij de Hoge Raad strandt op cassatietechnische gronden, werpt de zaak niettemin vele interessante vragen op. Wat is de invloed van politieke keuzes op de vraag wat we van de overheid mogen verwachten in het kader van rampenbestrijding? Wat te doen met gevaar van wijsheid achteraf bij de beoordeling of een bepaalde ramp had kunnen en moeten worden voorkomen? Heeft de kennis van een enkele ambtenaar te gelden als kennis van ‘de Staat’? Mag de Staat bij zijn doen en laten zonder meer vertrouwen op de naleving van afgegeven vergunningen?


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Dr. G.S.M. Ramsaransing
Toont 1 - 20 van 63 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.