Zoekresultaat: 77 artikelen

x
Jaar 2012 x

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Fysieke belasting van brandweerwerk in relatie tot gezondheid, fitheid en inzetbaarheid van brandweermensen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden firefighting, physical demands, health and fitness, deployability, active recovery, physical safety
Auteurs Eric Mol, Ronald Heus, Ron van Raaij e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on state-of-the-art scientific knowledge, this article reviews the physical aspects of firefighting in relation to physical safety. Firefighting is known to be one of the most demanding occupations. Based on the ‘Occupational Demands Model’ the (physical) strain of firefighting is described. The physical demands of firefighting are determined by a combination of firefighting-specific efforts, the use of personal protective equipment and enviromental and climatological conditions. The effects on the firefighter depend on his/her health and fitness status as well as on his/her hydration and nutrition status and influences the repressive job performance. If the demands and the effects are not in balance, personal safety, health and effectivity of the firefighter’s deployment are in jeopardy and hence his/her physical safety. In the second part of the paper, the relationship between the physical demands of firefighting and health, fitness and deployability of firefighters are described. Finally, a method of maintaining deployability prior to, during and post firefighting activities or training through active recovery is described to improve the preparedness of the individual firefighter.


Eric Mol
Drs. Eric Mol is als docent/onderzoeker verbonden aan het Instituut Sport en Bewegingsstudies (ISBS) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). E-mail: eric.mol@han.nl

Ronald Heus
Drs. Ronald Heus is senior onderzoeker bij het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

Ron van Raaij
Drs. Ron van Raaij is als bedrijfsarts/duikerarts werkzaam bij Bedrijfsartsen5 Zuidwest.

Ricardo Weewer
Dr. ir. Ricardo Weewer is lector Brandweerkunde aan de Brandweeracademie van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

George Havenith
Prof. dr. George Havenith is hoogleraar Environmental Physiology and Ergonomics en directeur van het Environmental Ergonomics Research Centre, Loughborough University (UK)

    The SGP does not allow women to stand for election for general representative political bodies. This position is based on the biblically inspired conviction that the exercise of such elected functions is against the vocation of women, since men and women have different roles in society. The European Court of Human Rights considers this position unacceptable in the light of Article 3 of Protocol No. 1 (obligation of the states to hold free elections) taken together with Article 14 (right to equal treatment in the enjoyment of Convention rights and freedoms). In a unanimous decision the Court considered the application manifestly ill-founded and, therefore, declared it inadmissible. By doing so, the European Court fails to deal with the real issues at hand and fails to consider the specifics of the case. The mere fact that the highest civil court and the highest administrative court in the Netherlands reached contrary conclusions regarding the human rights dimension of the case already should have led the European Court to deal with case substantively.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Artikel

‘The way forward in Europe’: een verslag van het lustrumcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Grensoverschrijdende letselschadezaken, standaardisatie, Haags Verkeersongevallen Verdrag, Rome II, Brussel I
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van het jaarcongres van the Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers. Aan de orde komen de standaardisatie bij de vaststelling van schade in letselschadezaken in Noorwegen en Denemarken en recente ontwikkelingen in Spanje en Italië. Tevens wordt ingegaan op de vereisten die in Engeland worden gesteld aan expertiserapporten. Tot slot wordt verslag gedaan van de bevoegdheid van rechters in grensoverschrijdende letselschadezaken, op grond van Brussel I en het toepasselijke recht op grond van Rome II. Ook wordt ingegaan op de wisselwerking tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallen Verdrag.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is advocaat bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheids- en letselschadezaken. Zij is tevens voorzitter van PEOPIL.
Artikel

Toezichthouders op de tram

Een studie naar de handhaving van het ov-verbod in Amsterdam en Rotterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden beveiligers, handhavers, boa’s, openbaar vervoer, ov-verbod
Auteurs Dr. R. van Steden, Mr. drs. M.B. Schuilenburg, L. Leemeijer MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Zogeheten ‘nieuwe toezichthouders’ in de vorm van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en particuliere beveiligers moeten in Amsterdamse en Rotterdamse trams service verlenen en huisregels handhaven. Bij overtreding van deze huisregels kunnen zij in het uiterste geval een openbaarvervoerverbod (ov-verbod) aan reizigers opleggen. Onderhavige studie laat zien welke haken en ogen daar in de praktijk aan zitten.


Dr. R. van Steden
Dr. R. van Steden is universitair docent aan de afdeling Bestuurswetenschappen (Faculteit der Sociale Wetenschappen) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. drs. M.B. Schuilenburg
Mr. drs. M.B. Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie (Faculteit Rechten) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Leemeijer MSc
L. Leemeijer MSc heeft Criminologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Loots MSc
L. Loots MSc heeft Bestuurswetenschappen gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Marktconforme regulering binnen het nieuwe instrumentarium van de Omgevingswet?

Een rechtseconomische beschouwing van het Europese handelssysteem in broeikasgasemissierechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden rechtseconomie, broeikasemissierecht, ETS
Auteurs Dr. J. van Zeben
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt een rechtseconomische beschouwing van het Europese emissiehandelssysteem voor broeikasgassen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de bevoegdhedenverdeling tussen Europa en de lidstaten, de wijze waarop de bevoegdhedenverdeling functioneert en worden aanbevelingen gedaan voor de toekomstige verdeling van bevoegdheden.


Dr. J. van Zeben
Mevr. dr. J. (Josephine) van Zeben is onderzoeker Europees (milieu)recht en rechtseconomie bij het Amsterdam Center for Environmental Law and Sustainability van de Universiteit van Amsterdam.

    Een analyse van de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over de verplichting van staten om indirecte schade te vergoeden in situaties van onteigening en situaties zonder onteigening. De verplichting om die indirecte schade te vergoeden lijkt voor beide situaties verschillend. Die rechtspraak verdient kritiek.


Mr. D.G.J. Sanderink
Mr. D.G.J. (Dirk) Sanderink is promovendus bij de sectie bestuursrecht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Omgevingswet in Europeesrechtelijk perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, Wabo, Europees recht
Auteurs Mr. B.A. Beijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal of de nieuwe Omgevingswet gemodelleerd kan en moet worden naar het Europese milieurecht en of dit de implementatie van nieuwe Europese richtlijnen in de toekomst eenvoudiger zal maken. Problematisch daarbij is met name dat het Europese milieurecht geen compleet en samenhangend systeem vormt. Bovendien laten sectorale richtlijnen zich niet altijd makkelijk in een integrale wet omzetten en stellen verplichtingen uit Europese richtlijnen grenzen aan de mogelijkheid om een integraal toetsingskader voor vergunningen te hanteren.


Mr. B.A. Beijen
Mr. B.A. Beijen is werkzaam als docent/onderzoeker bij de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. b.a.beijen@uu.nl

    Elbers et al. studied the impact of being involved in a compensation process on the health of the claimant/plaintiff. Although there is some evidence that being involved has a negative effect on health, there is contradictory evidence concerning the explanatory factors. The authors review various empirical studies, pinpoint the contradictory conclusions and analyse their methodological strengths and weaknesses. Studies concerning the influence of claim settlement processes on the wellbeing of claimants offer insights from which suggestions can be derived for improvement of the position of claimants.


Nieke Elbers
Nieke Elbers is neuropsychologist and post-doc researcher at the Faculty of Law at the VU University Amsterdam. She wrote her PhD thesis about empowerment of injured claimants, investigating claim factors, procedural justice, and e-health.

Arno Akkermans
Arno Akkermans is professor at the Faculty of Law at the VU University Amsterdam. His research interests concern the impact of law and legal procedure on the wellbeing and health of individuals, in the context of civil procedure in general, and of the settlement of personal injury claims in particular.

Pim Cuijpers
Pim Cuijpers is professor of clinical psychology and head of the Department of Clinical Psychology at the Faculty of Psychology and Education at the VU University Amsterdam. He is specialised in conducting randomised controlled trials and meta-analyses on prevention and psychological treatments of common mental disorders, especially depression and anxiety disorders.

David Bruinvels
David Bruinvels is an epidemiologist and occupational physician working at the Netherlands Society of Occupational Medicine (NVAB), the Netherlands Cancer Institute (NKI), and the VU University Amsterdam. His research concerns developing and investigating interventions to improve return to work.
Artikel

Arrest Toshiba: toepassing ne bis in idem-beginsel in kartelzaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Toshiba, Ne bis in idem, gasgeïsoleerd schakelmateriaal, Artikel 11 Verordening 2003/1/EG
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door de regionale rechtbank te Brno, Tsjechië1x Voluit: Krajský soud v Brně. met betrekking tot het gasgeïsoleerd schakelmateriaalkartel. Aan de orde komen de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en nationale mededingingsautoriteiten op grond van Verordening 2003/1/EG en het ne bis in idem-beginsel.

Noten

  • 1 Voluit: Krajský soud v Brně.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.

mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is eveneens advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Artikel

Afbakening van bevoegdheden en de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in het mededingingsrecht na het Toshiba-arrest

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Ne bis in idem-beginsel, Verordening 2003/1/EG, competentieverdeling, handhaving, boete
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    43 jaar na het Walt Wilhelm-arrest heeft de grote kamer van het Hof van Justitie zich in het Toshiba-arrest opnieuw uitgelaten over de onderlinge afbakening van bevoegdheden tussen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten alsook over de betekenis van het ne bis in idem-beginsel bij de handhaving van het mededingingsrecht in grensoverschrijdende kartelzaken. De auteur bespreekt in deze bijdrage het arrest en de implicaties daarvan voor de afbakening van bevoegdheden binnen het Europese netwerk van mededingingsautoriteiten. Voorts wordt een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij het oordeel van het Hof van Justitie aangaande de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in de onderhavige kartelzaak.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Ruben Elkerbout is advocaat bij Stek in Amsterdam.
Artikel

Access_open Rechtswaarborgen in een herijkte welvaartsstaat

Over de cruciale rol van (sociale) grondrechten in België

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2012
Auteurs Frédéric Vanneste
Auteursinformatie

Frédéric Vanneste
Auditeur Raad van State, Vrijwillig wetenschappelijk medewerker KULeuven.

    This article deals with employee board-level representation (EBLR) in the case of a cross-border merger. Article 16 CBM Directive (Tenth Directive 2005/56/EC) contains a provision to preserve this form of employee participation on national level. One of the fundamental principles of this article is the so called 'before and after principle'. This means that a cross-border merger may not be used to escape from already existing rights on employee participation. This article discusses the role of article 16 CBM Directive in the context of Dutch company law from the point of view of this fundamental principle. I will focus on two aspects: (i) the application of the said article and (ii) the embedding thereof in Dutch company law. This will lead to the conclusion that article 16 CBM Directive does not always protect what it should protect according to its objectives.


mr. Femke Laagland
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Artikel

De gevolgen van de Europese Erfrechtverordening voor Nederbelgen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden internationaal privaatrecht, erfrecht, Nederbelgen, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland en Prof. dr. R.R.M. Barbaix
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs in op de gevolgen die het van toepassing worden van de Europese Erfrechtverordening heeft voor Nederbelgen. Zij bespreken daartoe allereerst het huidige Nederlandse en Belgische internationaal privaatrecht ten aanzien van het erfrecht. Daarna schetsen zij de hoofdlijnen van de Erfrechtverordening. Vervolgens lichten de auteurs aan de hand van een aantal voorbeeldsituaties de gevolgen van de Erfrechtverordening voor Nederbelgen toe. Zij sluiten af met een aantal conclusies en aanbevelingen.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.

Prof. dr. R.R.M. Barbaix
Prof. dr. R.R.M. Barbaix is professor aan de Universiteit Antwerpen en advocaat bij Greenille te Brussel.
Artikel

Maatregel of dubbele bestraffing?

Het misleidende instituut van de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Order for damages, Substituting detention, Convicted persons, Victim
Auteurs An Klaasse en Mr. Sjoerd van Berge Henegouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    When an order for damages – or ‘schadevergoedingsmaatregel’ – has been given in Dutch criminal proceedings, the administering judge subsequently has to order that if the convicted person fails to pay the order, so-called substituting detention will be applied (art. 36f par. 6 jo. 24c of the Dutch Criminal Code). This implies that persons who have been long-term convicted and/or have been placed at the disposal of the government (‘terbeschikkingstelling’) and who do not have the financial capacity to pay a substantial amount of the order for damages, need to undergo an inevitable substituting detention. Therefore, the term ‘substituting’ is misleading, since it does not eliminate the duty to pay the order for damages. For this reason, convicted persons with little financial capacity are de facto administered two punishments, the order for damages ánd the ‘substituting’ detention. Moreover, for both victims and society as a whole, the measure does not provide any solace. This article will discuss the legal and practical issues of the substituting detention related to the order for damages concerning convicted persons as well as the consequences for society and victims.


An Klaasse
An Klaasse is studente Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Maastricht.

Mr. Sjoerd van Berge Henegouwen
Mr. Sjoerd van Berge Henegouwen is advocaat te Maastricht.
Casus

De eerste gele kaart voor Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, gele kaart, impact assessment
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente ervaringen met de ‘gele kaart’ voor de Europese Commissie wegens vermeende subsidiariteitsbezwaren tegen het voorstel voor een Verordening over het uitoefenen van het recht op collectieve actie in het kader van de vrijheden van vestiging en dienstverlening geven aanleiding nog eens kritisch te kijken naar de afbakening van de procedure. Hoe kunnen we zorgen dat de parlementen de Commissie in deze procedure aanspreken op het enige punt dat haar dwingt tot een inhoudelijk antwoord: de analytische kwaliteit van haar subsidiariteitstoets?


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het praktische belang van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voor privaatrechtelijke rechtspersonen.


Mr. A.J. Sewnandan Mishre
Mr. A.J. Sewnandan Mishre is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 77 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.