Zoekresultaat: 72 artikelen

x
Jaar 2013 x
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Burgerparticipatie in het omgevingsrecht

Zet de regulering – nu en in de Omgevingswet – aan tot het instellen van bezwaar en beroep?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden participatie, Omgevingswet, Tracéwet, verkenning
Auteurs mr. drs. C. de Brauw, mr. dr. M. van Amstel-van Saane en Prof. dr. Tj. de Cock Buning
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken burgerparticipatie bij ruimtelijke besluitvorming. Daarbij wordt aandacht besteed aan de achtergrond van burgerparticipatie, de vorderingen die in recente wetgeving zijn gemaakt en de toekomst van burgerparticipatie in de Omgevingswet. Vanuit sociaalwetenschappelijk oogpunt wordt betoogd dat de wettelijke verankering in afdeling 3.4 Awb onvoldoende is. Burgerparticipatie is pas effectief als daadwerkelijk invloed ontstaat bij de participanten worden geactiveerd om deel te nemen en de mogelijkheid krijgen om het beslissingsproces te beïnvloeden.


mr. drs. C. de Brauw
Claar de Brauw is junior onderzoeker bij het Athena Instituut VU Amsterdam en advocaat bij Vos en Vennoten Advocaten te Haarlem.

mr. dr. M. van Amstel-van Saane
Mariette van Amstel-van Saane is assistent professor aan het Athena Instituut van de VU en tevens senior adviseur sociaal maatschappelijk ondernemen bij Schuttelaar en Partners in Den Haag.

Prof. dr. Tj. de Cock Buning
Tjard de Cock Buning is professor ethiek in de aard- en levenswetenschappen bij het Athena Instituut, VU.

    Plaatsen van stenen in zee kan niet worden gekwalificeerd als ‘plaatsen met een ander oogmerk dan het zich er enkel van ontdoen’. Er is sprake van ‘storten’

    Omkering bewijslast door verweerder nu de lastgeving een verbod inhoudt om de opslagtanks te gebruiken, tenzij door het bedrijf wordt aangetoond dat de tanks geschikt zijn voor gebruik

Artikel

Een inzicht in de praktijk van conflictbemiddeling op het werk in Vlaanderen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Flanders, Social mediation, Barometer van de bemiddeling 2012, Pasas
Auteurs Anne Van Langendonck, Saskia Szepansky en Pascal Van Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2005 the Mediation Act came into force in Belgium. This act makes it possible starting a procedural and legal mediation procedure, besides the usual legal measures. This article starts with a short introduction to the legal measures and continues with some notable results of an inquiry to the social mediation field by B-Mediation in cooperation with the Federal Mediation Commission. The results of the inquiry are collected in the report Barometer van de bemiddeling 2012. The authors end with confronting the results with their own experiences and an explanation of their own model for practice, and the description of a recent case.


Anne Van Langendonck
Anne Van Langendonck kijkt als advocaat in arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht bij HAMAIDE & Vennoten kritisch naar haar eigen vakgebied. Ze is erkend bemiddelaar in sociale zaken en in handels- en burgerlijke zaken. Zij sloot zich aan bij het collectief Pasas sinds 2011.

Saskia Szepansky
Saskia Szepansky, stichter van Pasas, kijkt vanuit ontwikkelingsgericht perspectief. Ze werkt al geruime tijd als procesfacilitator en coach en is erkend bemiddelaar. Tevens werkt ze als zelfstandig psychotherapeut.

Pascal Van Loo
Pascal Van Loo is stichter van Pasas en werkt al meer dan twintig jaar als onafhankelijk organisatiepsycholoog met een veelheid aan verschillende klanten. Als organisatiepsycholoog ligt zijn passie in het creatief designen van leren, veranderings- en transitiemanagement. De gepaste interventie op het juiste moment is zijn leuze. Hij is erkend bemiddelaar.
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Een luisterend oor

Het interne meldsysteem integriteit binnen de Nederlandse overheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowing research, internal reporting systems, public sector, public servants, confident counselors
Auteurs G. de Graaf en K. Lasthuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    Whistleblowing and whistleblowers have received a lot of attention over the last decade, not just in popular discourse, also in academic research. So by now we know a lot about ‘the’ whistleblower; internal reporting procedures received less attention. That is remarkable, because from previous research we know that by far most reports of wrongdoing are (first) reported internally. Reporting in line seems the most logical step for most observations, but how well are Dutch public managers handling these reports, and what are the experiences of and with so-called confidential integrity advisors? The authors’ main research question is: How does the internal reporting system function in the public sector, and what improvements are possible? Here the authors answer these questions based on a survey conducted among Dutch civil servants, which was filled out by 7,543 respondents and on 25 in-depth interviews with confidential integrity officers.


G. de Graaf
Dr. Gjalt de Graaf is als universitair hoofddocent verbonden aan de onderzoeksgroep Quality of Governance van de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zie www.fsw.vu.nl/nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas/bestuurskunde/quality-of-governance).

K. Lasthuizen
Dr. Karin Lasthuizen is als universitair hoofddocent verbonden aan de onderzoeksgroep Quality of Governance van de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zie www.fsw.vu.nl/nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas/bestuurskunde/quality-of-governance).
Artikel

Access_open On Presuming Innocence

Is Duff’s Civic Trust Principle in Line with Current Law, Particularly the European Convention on Human Rights?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Presumption of innocence, Art. 6(2) ECHR, Duff’s civic trust
Auteurs Geert Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    Duff sets out to present, not theoretical concepts, but ‘real’ principles that underlie positive law. This paper examines whether Duff’s analysis really reflects current law. To that end, this paper analyses the case law of the European Court on Human Rights. As far as his preposition that there are many presumptions of innocence is concerned, Duff seems to be right. In the case law of the European Court different presumptions can be discerned, with different rationales. However, these presumptions are a far cry from the trust principle Duff advocates. Indeed, a principle that prescribes trust cannot be found in the Court’s case law. There might be a unifying principle but if so this principle is about respect for human dignity rather than trust. This analysis serves as a basis for criticism. It is argued that the approach Duff proposes is in tension with the Court’s case law in several respects.


Geert Knigge
Geert Knigge is Advocate General of the Supreme Court of the Netherlands and Professor of Criminal Law at the University of Groningen.
Article

Access_open An Eclectic Approach to Loyalty-Promoting Instruments in Corporate Law: Revisiting Hirschman's Model of Exit, Voice, and Loyalty

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Eclecticism, corporate law & economics, corporate constitutionalism, loyalty-promoting instruments
Auteurs Bart Bootsma MSc LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay analyses the shareholder role in corporate governance in terms of Albert Hirschman's Exit, Voice, and Loyalty. The term 'exit' is embedded in a law & economics framework, while 'voice' relates to a corporate constitutional framework. The essay takes an eclectic approach and argues that, in order to understand the shareholder role in its full breadth and depth, the corporate law & economics framework can 'share the analytical stage' with a corporate constitutional framework. It is argued that Hirschman's concept of 'loyalty' is the connecting link between the corporate law & economics and corporate constitutional framework. Corporate law is perceived as a Janus head, as it is influenced by corporate law & economics as well as by corporate constitutional considerations. In the discussion on the shareholder role in public corporations, it is debated whether corporate law should facilitate loyalty-promoting instruments, such as loyalty dividend and loyalty warrants. In this essay, these instruments are analysed based on the eclectic approach. It is argued that loyalty dividend and warrants are law & economics instruments (i.e. financial incentives) based on corporate constitutional motives (i.e. promoting loyalty in order to change the exit/voice mix in favour of voice).


Bart Bootsma MSc LLM
PhD candidate in the corporate law department at Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam. Email: bootsma@law.eur.nl. The research for this article has been supported by a grant from the Netherlands Organisation for Scientific Research (NWO) in the Open Competition in the Social Sciences 2010. The author is grateful to Ellen Hey, Klaus Heine, Michael Faure, Matthijs de Jongh and two anonymous reviewers for their constructive comments and suggestions. The usual disclaimer applies.
Article

Access_open Human Rights Courts Interpreting Sustainable Development: Balancing Individual Rights and the Collective Interest

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Operationalizing sustainable development, human rights, individual rights/interests, collective rights/interests, human rights courts
Auteurs Emelie Folkesson MA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article uses a generally accepted conceptualisation of sustainable development that can be operationalized in a judicial context. It focuses on the individual and collective dimensions of the environmental, economic and social pillars, as well as the consideration of inter-generational and intra-generational equity. Case law from the European, African and American systems is analysed to reveal if the elements of sustainable development have been incorporated in their jurisprudence. The analysis reveals that the human rights bodies have used different interpretative methods, some more progressive than others, in order to incorporate the elements of sustainable development in the scope of their mandate, even if they do not mention the concept as such. The overall conclusion is that sustainable development has been operationalized through human rights courts to a certain extent. Sometimes, however, a purely individualised approach to human rights creates a hurdle to further advance sustainable development. The conclusion creates the impression that sustainable development is not just a concept on paper, but that it in fact can be operationalized, also in other courts and quasi-courts. Moreover, it shows that the institutional structure of human rights courts has been used in other areas than pure human rights protection, which means that other areas of law might make use of it to fill the gap of a non-existing court structure.


Emelie Folkesson MA
PhD Candidate in public international law, Erasmus University Rotterdam. The author would like to thank Prof. Ellen Hey, Prof. Klaus Heine and two anonymous reviewers for their valuable insights and constructive comments on the drafts of this article. The usual disclaimer applies.

    Psychiater; psychiatrisch onderzoek; opdracht rechtbank via de Raad voor de Kinderbescherming; geen beroep op blokkeringsrecht artikel 1:240 BW; grief slaagt; vernietiging maatregel van waarschuwing

Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    In het verslagjaar 2012/2013 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) veel voor het gezondheidsrecht interessante uitspraken gedaan. Daaronder bevinden zich onder meer zaken over het onthouden van noodzakelijke medische zorg, het recht op patiëntveiligheid, het recht op hulp bij zelfdoding en het recht kritiek te hebben op een ziekenhuisdirecteur. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2012/2013.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Ruimte voor strategie

De relatie tussen toezicht en media nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Media, Medialogica, Percepties
Auteurs Dr. Martijn van der Steen, Prof. dr. Erik-Hans Klijn, Prof. dr. Mark van Twist e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de relatie tussen toezicht en de media. De auteurs zetten in dit artikel rond dit thema twee stappen. De eerste stap is dat ze de relatie tussen media en toezicht bezien voorbij het vaak gevestigde beeld van de problematische medialogica, die het toezicht – en het beleid – vooral in de weg zit. In de tweede stap betogen ze hetzelfde, maar dan meer empirisch. Hun onderzoek geeft inzicht in de percepties van professionals uit het toezicht over media.


Dr. Martijn van der Steen
Dr. M. (Martijn) van der Steen is co-decaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

Prof. dr. Erik-Hans Klijn
Prof. dr. E.H. (Erik-Hans) Klijn is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Prof. dr. Mark van Twist
Prof. dr. M.J.W. (Mark) van Twist is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en is decaan van de NSOB.

Arno van Wijk
A. (Arno) van Wijk (MSc) is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.

Drs. Jorren Scherpenisse
Drs. J. (Jorren) Scherpenisse is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.

Leo van Garsse
Leo van Garsse is werkzaam als assistent aan de Ugent, Vakgroep Sociale Agogiek. Tevens is hij als vrijwillig wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).
Artikel

Rehabilitatie in Nederlandse gevangenissen

Wat is de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering en doelmatigheid van het programma Terugdringen Recidive?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden recidivism, detainees, evidence-based, correctional interventions, evaluation studies.
Auteurs Anouk Bosma, Maarten Kunst en Paul Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    In an attempt to reduce re-offending rates in the Netherlands, the Dutch government has developed the Prevention of Recidivism program, which started in 2002. The current study aims to describe the content of this program, and aims to give an overview of the state of the art concerning the execution and effectiveness of the program. Results show that the number of detainees taking part in the program is fairly limited. Moreover, in many cases, correctional interventions are not part of the imposed rehabilitation program. An extensive literature study shows that the execution of the Prevention of Recidivism program and various correctional intervention show a number of implementation problems, which probably hamper the program’s effectiveness. However, further research is necessary to assess if the Prevention of Recidivism program successfully lowers recidivism rates amongst program participants.


Anouk Bosma
Anouk Bosma MSc is promovenda criminologie aan de Universiteit Leiden , Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut Strafrecht & Criminologie, Postbus 9520, 2300 RA Leiden E-mail: a.q.bosma@law.leidenuniv.nl

Maarten Kunst
Dr. mr. Maarten Kunst is universitair docent Criminologie, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut Strafrecht & Criminologie.

Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut Strafrecht & Criminologie.

    Gedoogplicht van gebruik van gedeelte perceel voor verbreding watergang moet worden beschouwd als de feitelijke onteigening van dat gedeelte van het perceel hetgeen niet betekent dat altijd de Onteigeningswet moet worden toegepast

Column

EU-verordening gegevensbescherming en medisch-wetenschappelijk onderzoek: een moeizaam evenwicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden EU-verordening, LIBE, privacy, wetenschappelijk onderzoek, gegevens
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen van de toekomstige EU-verordening gegevensbescherming voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek met medische persoonsgegevens. Het huidige Commissievoorstel laat weliswaar voldoende ruimte voor dataonderzoek (en de Nederlandse regels op dit terrein), maar kan voor de wetenschapsbeoefening desastreus uitpakken indien de – door de Commissie ‘burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken’ van het Europees Parlement (LIBE-Commissie) gepubliceerde – voorstellen om de regels op dit punt aanzienlijk aan te scherpen door de Raad van Ministers worden overgenomen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Diversen 2

Europeesrechtelijke ontwikkelingen rond medische aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden VGR, voorzittersrede, medische aansprakelijkheid, Europees recht
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het medisch aansprakelijkheidsrecht is niet slechts een nationale aangelegenheid. In Nederland kunnen we lering trekken uit de ervaringen elders en wordt het vigerende recht in aanzienlijke mate bepaald door 'Europa', in het bijzonder door de EU en de Raad van Europa. In deze bijdrage gaat de auteur in op relevante Europese rechtsontwikkelingen. Gesteld wordt dat juristen er niet aan ontkomen Europa te betrekken bij het medisch aansprakelijkheidsrecht.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Toont 1 - 20 van 72 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.