Zoekresultaat: 30 artikelen

x
Jaar 2011 x
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.


Mr. E.C.M. Jurgens
Mr. E.C.M. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht en oud-lid van de Staten-Generaal. ejurgens@xs4all.nl
Artikel

Jazzy structures

Een slotbeschouwing over de toekomst van veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Auteurs Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    The author provides a discussion of the articles in this issue of the Tijdschrift voor Veiligheid (Journal on Security) on the occasion of its tenth anniversary. He notes that there is an increasing hybridising, subjectification and fragmentation in the security area. The increasing interweaving of security politics seems to apply least to a common approach in ‘social security and physical safety issues’ (crime control and disaster and crisis management), while exactly this was aimed for in so-called integral security politics. According to the author that is the case because of ‘the moral pin’, which plays a dominant role in crime, but not in safety issues. The entanglement of forms of security identified by the author has a normative basis – it comes from the social order of an increasingly complex society. For the future an ever greater responsibilisation can be expected, in which the perception of security becomes even more important than it is now already. Not a big orchestrated security policy, but jazzy structures will then determine the prospects.


Hans Boutellier
Prof. dr. J.C.J. (Hans) Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in de jurisprudentie

Programmasystematiek blijft haar waarde bewijzen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, fijn stof, stikstofdioxide, NEC-richtlijn
Auteurs Mr. dr. C.N. van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het jaar 2010 en 2011 heeft het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn waarde bewezen in de rechtszaal. Ondanks tegenvallende ontwikkelingen of maatregelen die niet of anders werden uitgevoerd, blijft het NSL, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een plan dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden. Daarmee vormt het dus een onderbouwing voor individuele projecten. Deze rapportageperiode bleek ook dat aan de grenswaarde voor PM2,5 nog geen toetsing plaatsvindt. Het toepasbaarheidsbeginsel – kort gezegd: daar waar geen mensen verblijven, wordt de luchtkwaliteit niet beoordeeld – wordt strikt toegepast en beoordeeld. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EG over de NEC-richtlijn geeft aan dat uit de(ze) Europese richtlijn geen directe koppeling voortvloeit, waaruit zou volgen dat het mogelijk niet voldoen aan een nationaal emissieplafond een rol kan spelen bij individuele besluitvorming.


Mr. dr. C.N. van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is advocaat bestuurs- en omgevingsrecht bij Ploum Lodder Princen en lid van de redactie van TO.
Artikel

Access_open Lijfstraffen, godsdienst en opvoeding

Moet de pedagogische tik ook in Suriname als mishandeling worden beschouwd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporal punishment, Suriname, parenting
Auteurs Monique Veira en Duncan Wielzen
SamenvattingAuteursinformatie

    One educational mean in parenting is corporal punishment. In Suriname it is still customary and accepted that parents use this as an educational tool. Although Surinamese society is structured differently and thinks differently about the use of corporal punishment than Dutch society does, Dutch rules in this regard have been copied into the draft Surinamese Civil Code. This article gives an overview of the sources of Surinamese law on the issue and the main arguments from the debate about whether or not corporal punishment should legally become a form of abuse. It also considers religiously and biblically inspired motives for applying corporal punishment in parenting. The authors argue that legislation on corporal punishment may not necessarily be at odds with public opinion. That may depend on the impact of religious and biblical sources on personal convictions regarding the upbringing of children. The authors also advocate in favor of a loving upbringing of children by their parents. They claim that legislation can promote such an objective, or at least serve as a deterrent to child abuse through corporal punishment on a symbolic level.


Monique Veira
Dr. M.A. Veira studeerde Rechtswetenschappen aan de Universiteit van Suriname, haalde haar onderwijsbevoegdheid aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Suriname en promoveerde aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is zij als lector verbonden aan de Universiteit van Suriname. Zij doet onder andere onderzoek naar de verschillende aspecten van de op handen zijn veranderingen in het Surinaamse familierecht.

Duncan Wielzen
Dr. D.R. Wielzen studeerde Theologie, Godsdienstwetenschappen en Onderwijskunde (Educational Studies) aan de Radboud Universiteit Nijmegen en aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is momenteel werkzaam als pastoraal werker in Den Haag en is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek op het gebied van de rituele studies en de volksreligiositeit.
Artikel

Staatssteun in de zorgsector

Een trage ontwikkeling naar een gelijk speelveld voor zorginstellingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden staatssteun, zorgsector, Wmg, marktwerking, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. P.A.M. Broers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vormt het sluitstuk van een reeks wetten die gezamenlijk het nieuwe zorgstelsel in Nederland vormgeven. Samen met het wetgevingspakket omtrent de modernisering van de AWBZ vormen zij de wettelijke basis voor de introductie van marktwerking in de zorg in Nederland. Met de introductie van marktwerking komen ook de staatssteunregels in beeld. Omdat de (meeste) activiteiten van zorginstellingen kwalificeren als economische activiteiten, zijn de staatssteunregels in beginsel van toepassing op steunverlening door de overheid aan die zorginstellingen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, de beschikkingspraktijk en de jurisprudentie op Europees en nationaal niveau wat betreft steunverlening in de zorgsector.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. P.A.M. Broers
Mr. P.A.M. Broers is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.
Praktijk

Gedifferentieerde inwerkingtreding: techniek en politiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden wetgevingstechniek, inwerkingtredingsbepaling, Eerste Kamer, novelle, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de mogelijkheid van gedifferentieerde inwerkingtreding (aanwijzing 180, model C, van de Aanwijzingen voor de regelgeving) zijn enkele wetstechnische en procedurele bijzonderheden verbonden. Als voor deze mogelijkheid wordt gekozen, moet deze volgens de Raad van State worden gemotiveerd. De variant van hoofdstuksgewijze inwerkingtreding heeft in de praktijk geen betekenis. De gedifferentieerde inwerkingtreding kan ook slaan op ‘onderdelen’ van een regeling. Onder ‘onderdelen’ kunnen ook zinnen of zinsnedes worden begrepen, maar het hangt van de bedoeling van de wetgever af in hoeverre gedifferentieerde inwerkingtreding daadwerkelijk op zo’n onderdeel betrekking kan hebben. De Eerste Kamer ziet de mogelijkheid voor gedifferentieerde inwerkingtreding in toenemende mate als volwaardig alternatief voor het afdwingen van een novelle. De staatsrechtelijke aspecten van de beslissing om vanwege politieke redenen onderdelen van een wet niet in werking laten treden, behoeven echter een meer fundamentele doordenking.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Diversen 2

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden AWBZ, care, cure, zorgstelsel, zorgverzekering
Auteurs Mr. E. Luijendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de voorjaarvergadering 2011 van de VGR stond het preadvies met de titel ‘Stelsel onder stress’ van prof. mr. J.G. Sijmons, mr. T.A.M. van den Ende en mr. G.R.J. de Groot centraal. Volgens Sijmons is het nieuwe zorgstelsel ‘stuck in the middle’. In termen van een optimale marktwerking is het systeem in onbalans. Van den Ende plaatste kritische kanttekeningen bij het huidige stelsel van de care. Zo lopen zorgkantoren geen financieel risico voor de zorg die wordt ingekocht. De Groot sprak over de vernieuwingen en beperkingen van de Zvw. Aan bod kwam onder meer de zorgplicht ex artikel 11 Zvw, die volgens De Groot kan worden geschrapt.


Mr. E. Luijendijk
Erik Luijendijk is als advocaat werkzaam bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden EHRM, EVRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het verslagjaar 2010-2011 weer meer zaken afgedaan dan in 2009-2010. Onder de uitspraken bevinden zich er vele die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn, waaronder zaken over een ‘vernederende’ behandeling van een zwangere vrouw door artsen, extra waarborgen voor minderjarigen bij een medische behandeling en de betekenis van persoonlijke autonomie bij beslissingen aan het begin en het einde van het leven. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2010-2011.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Column

Voor bewoners, door bewoners

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden neighbourhood mediation
Auteurs Helma Faber
SamenvattingAuteursinformatie


Helma Faber
Helma Faber is van 2002 tot 2011 werkzaam geweest als projectleider buurtbemiddeling in Rotterdam Prins Alexander en momenteel nog steeds betrokken als trainer en begeleider. Daarnaast runt zij FaberMediation, een bedrijf voor mediation, training, coaching en advies in conflictsituaties. prinsalexander@buurtbemiddeling.org of www.buurtbemiddelingprinsalexander.nl.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Naar een Nederlandse Omgevingsautoriteit

Een pleidooi voor onafhankelijk milieutoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, milieutoezicht, milieuhandhaving, Europees milieurecht, eerlijke concurrentieverhoudingen
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld en Mr. M.C. Stoové
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt onderzocht in hoeverre verband bestaat tussen de mate van effectiviteit van milieutoezicht en de mate van onafhankelijkheid van dit toezicht. Aanleiding zijn onder meer diverse milieu-incidenten (Thermphos, Probo Koala) en het niet op orde zijn van het milieutoezicht. Voor bestuurders is milieutoezicht een haast onmogelijke opgave. De organisatie van het milieutoezicht wordt getoetst aan de Nederlandse en Europese eisen aan toezicht. Geconcludeerd wordt dat gebrek aan onafhankelijkheid van milieutoezicht een belangrijke oorzaak van de bestaande problemen is. De auteurs doen aanbevelingen voor het oprichten van een Nederlandse Omgevingsautoriteit.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieu-officier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. Stoové is senior beleidsmedewerker bij het Functioneel Parket. Eerder heeft zij gewerkt als bestuursrechtadvocaat, met als specialisatie milieurecht en ruimtelijke-ordeningsrecht.
Artikel

Seks op afstand

Leefstijl, routine-internetactiviteiten en slachtofferschap onder meisjes van seksueel hinderlijk gedrag en seksuele dwang op internet

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden internet, girls, lifestyle theory, routine activity theory
Auteurs drs. Carolien Swier MSc en mr. Miriam Wijkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Lifestyle Theory and Routine Activity Theory are used to explain female adolescent victimization of sexual harassment on the internet. Girls completed a questionnaire on the internet about their experiences with these events. Girls’ lifestyle had a strong influence on risk of victimization of sexual harassment on the internet. A risky lifestyle outside the internet (especially having sexual intercourse with many partners) increased chances of victimization on the internet by almost 2.5 times for these girls. Routine activities on the internet did not have a significant influence.


drs. Carolien Swier MSc
Drs. C. Swier, MSc. is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), cswier@nscr.nl.

mr. Miriam Wijkman
Mr. M.D.S. Wijkman is docent-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, m.wijkman@vu.nl.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Religieuze orthodoxie als bedreiging

Verschuivingen in het publieke debat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden public debate, religious orthodoxy, religion and violence
Auteurs Sipco Vellenga
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the 1990s, in the Dutch public debate on the societal meaning of religion a discourse has emerged which does not only relate extremist forms of Islam to terrorism, but more broadly, religious orthodoxy in general to coercion and violence. In this contribution this emergency is described and analyzed. It is related – among other things – to two switches in the perception on orthodox religious groups of prominent opinion leaders, namely: firstly from groups which become less powerful towards groups which become more powerful, and secondly from groups which adapt to their secular and liberal environment towards groups which are characterized by revitalization and radicalization. The upshot of these changes is that religious orthodoxy is framed as a threat that has to be limited and sometimes fought.


Sipco Vellenga
Dr. Sipco Vellenga is als godsdienstsocioloog verbonden aan de opleiding Religiestudies van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek gelijke behandeling in het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kroniek, gelijke behandeling, unierecht
Auteurs Dr. S.D. Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt vooral aandacht besteed aan de arresten van het Hof van Justitie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en het aanbod van goederen en diensten, zwangerschap en beloning en bescherming tegen ontslag, ouderschapsverlof en leeftijdsdiscriminatie. Het Hof van Justitie heeft nationale bepalingen soms rechtstreeks getoetst aan het Handvest van de Grondrechten. Een bepaling van Richtlijn 2004/113/EG is ongeldig verklaard. De positie van zelfstandigen is enigszins versterkt met de inwerkingtreding van Richtlijn 2010/41/EU, hetzelfde geldt voor degenen die ouderschapsverlof willen opnemen (Richtlijn 2010/18/EU). Twee dossiers – wijzigingsvoorstellen voor de Kaderrichtlijn 2000/78/EG en de Zwangerschapsrichtlijn 92/85/EG zijn nog steeds aanhangig.


Dr. S.D. Burri
Dr. S.D. Burri (Susanne) is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid (Gender en recht en Europa Instituut) van de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.
Artikel

‘Lookin’ for a little green bag…’ en de werkingssfeer van het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden werkingssfeer Unierecht, Josemans, softdrugsbeleid, beginsel van non-discriminatie
Auteurs Mr. H. van Eijken en Mr. H. J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Josemans staat in de kern de beperking van de toegang tot Maastrichtse coffeeshops voor bezoekers die woonachtig zijn in andere EU-lidstaten ter discussie. Mogen met een beroep op een publiek belang Unieburgers uit andere lidstaten geweigerd worden in coffeeshops? Of forceert het vrijegoederenverkeer dan wel het vrijedienstenverkeer een recht op toegang tot coffeeshops? En is het bijzondere karakter van de verkoop van softdrugs van belang voor de toepasselijkheid van het Unierecht?


Mr. H. van Eijken
Mr. H. van Eijken is promovenda bij het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. H. J. van Harten
Mr. H. van Harten is werkzaam als universitair docent bij het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuursrecht, kroniek, jurisprudentie, Awb
Auteurs Mr. A.C. de Die en mr. C. Velink
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek geeft een overzicht van de bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van het gezondheidsrecht in de periode oktober 2009 tot en met januari 2011. Naast gebruikelijke onderwerpen zoals de begrippen ‘besluit’ en ‘bestuursorgaan’, komen ook onderwerpen als de bestuurlijke lus en de bewijsfuik aan bod. Aandacht verdient in ieder geval de uitspraak waarin gegevens van ziekenhuizen voor het eerst worden aangemerkt als bedrijfs- en fabricagegegevens. Als deze lijn wordt gevolgd zal de werking van de Wob kunnen worden beperkt. Ook interessant zijn de door de ombudsman geformuleerde aanwijzingen voor een duidelijke en begrijpelijke beslissing.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

mr. C. Velink
Caren Velink is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Veiligheidsarrangementen in IJburg

Over de praktijk van de besturing van veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden veiligheidsarrangement, actieonderzoek, geobjectiveerde probleemanalyse, appreciative inquiry
Auteurs Hans Boutellier en Erik van Marissing
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes and judges on the development of three ‘social-safety arrangements’ in a new developed neighbourhood in the city of Amsterdam, the Netherlands. Based on different research methods, three key issues are defined: youngsters hanging around on the streets annoying residents and little children, families showing anti-social behaviour, and youngsters showing signs of criminal behaviour. Together with all responsible ‘players on the pitch’ the current policies were discussed and expanded with additional strategies. The development of these arrangements consists of four stages: an objective diagnosis of the area, a more detailed analysis to determine the most urgent social safety issues, determining all actors involved and their role in the system, and, finally, a broad discussion with all actors to determine shortcomings in the current policies and interventions. Social safety arrangements can best be regarded a research-based policy instrument that provides detailed insight in the roles and positions of all actors and helps policymakers translate this knowledge into local policies.


Hans Boutellier
Prof. dr. Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl

Erik van Marissing
Dr. Erik van Marissing is als onderzoeker werkzaam op het Verwey-Jonker Instituut, Kromme Nieuwegracht 6, 3512 HG Utrecht. Tel. 030-2300799, e-mail: evanmarissing@verwey-jonker.nl
Artikel

Verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gezondheidszorg, verticale integratie, Europese schaderichtlijnen, mededingingstoezicht
Auteurs Mr. dr. E.H.M. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    Minister Schippers (VWS) is een verklaard tegenstander van fusies tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Als gevolg van de Europese schaderichtlijnen kan zorgverzekeraars echter niet worden verboden om zorgaanbieders in bezit te hebben. Om verticale integratie sterk te ontmoedigen zou de minister kunnen besluiten om artikel 11 lid 1 Zvw te clausuleren. En wel zodanig dat zorgverzekeraars alleen nog zorg mogen aanbieden of vergoeden die wordt geleverd door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar niet organisatorisch verbonden is in de zin van artikel 24b van Boek 2 BW. Een dergelijke clausulering is echter hoogst onwenselijk. Zorgverzekeraars hebben dan minder mogelijkheden om hun zorgplicht waar te maken. Ook wordt de substantiële doelmatigheidswinst die met verticale integratie kan worden bereikt dan onmogelijk gemaakt. Behalve onwenselijk is het tegengaan van verticale integratie ook onnodig. Het huidige toezichtkader is toereikend om mededingingsproblemen te voorkomen. Met het oog op een doelmatige zorgverlening zou de minister toetreding van verticaal geïntegreerde zorgorganisaties moeten vergemakkelijken in plaats van tegenwerken.


Mr. dr. E.H.M. Loozen
Mr. dr. E.H.M. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M.Varkevisser is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.