Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 626 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

De inhoud van het biedingsbericht: enkele beschouwingen naar aanleiding van CBb 12 september 2014 (Hestya Energy/H.E.S. Beheer)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden biedingsbericht, openbaar bod, goedkeuringsbesluit, H.E.S. Beheer, informatieverstrekking
Auteurs Mr. M.F. Noome
SamenvattingAuteursinformatie

    Noot bij CBb 12 september 2014 inzake het openbaar bod op H.E.S. Beheer waarin de mogelijkheid besproken wordt voor een belanghebbende om beroep in te stellen tegen het goedkeuringsbesluit van de AFM met betrekking tot het biedingsbericht en de informatie die een biedingsbericht dient te bevatten.


Mr. M.F. Noome
Mr. M.F. Noome is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders: het overgangsrecht en de relevante jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden nachgründung, financiële steunverlening, overgangsrecht, statutaire verwijzingen, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. P. Hofsteenge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het overgangsrecht met betrekking tot de Wet Flex-BV dat op grond van de wet, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie geldt ten aanzien van nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders. In de jurisprudentie is dit overgangsrecht meerdere malen aan de orde gekomen en duidelijk is gebleken dat de normen uit de ‘oude’ artikelen nog steeds van betekenis zijn.


Mr. P. Hofsteenge
Mr. P. Hofsteenge is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

Enkele opmerkingen over instemmingsrechten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Instemmingsrechten, Flex-bv, Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht, Verpanding, Aandelen
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht kennen we bij de bv zogenoemde instemmingsrechten. In deze bijdrage wordt het rechtskarakter van deze instemmingsrechten – vennootschapsrechtelijk zowel als vermogensrechtelijk – onderzocht. De conclusie is dat de aan de aandelen verbonden instemmingsrechten bij verpanding van het aandeel kunnen overgaan naar de pandhouder.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Casus

De Ontwerpregeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon nader beschouwd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Derivaten, Intermediary risk, Afgescheiden vermogen, Matched Principal, Lastgeving
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument Wijzigingswet financiële markten 2016 omvat een regeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon. Voorgesteld wordt de regeling op te nemen in de Wge. De regeling beoogt het Nederlandse recht in lijn te brengen met de regels die de MiFID en de EMIR stellen inzake de bescherming van derivatenbeleggers. De auteur beschouwt de voorgestelde regeling nader en signaleert enkele aandachtspunten. Uit de bijdrage blijkt dat het opstellen van een regeling die past binnen het vermogensrecht en aansluit bij de praktijk geen eenvoudige opgave is.


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Artikel

40 jaar JV!

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2014
Auteurs Bert Berghuis, Marit Scheepmaker, Ben Rovers e.a.

Bert Berghuis

Marit Scheepmaker

Ben Rovers

Frans Leeuw

Albert Klijn

Frits Huls

Sanne Taekema
Sanne Taekema is Professor of Jurisprudence, Erasmus School of Law, Erasmus University of Rotterdam. Her current research is oriented to the rule of law in a global context and to methodological and conceptual issues pertaining to interdisciplinary rule of law.

Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology at the VU University Amsterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Artikel

De executeur in een nalatenschap met bitcoins en andere ‘digitale bezittingen’

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden digitale nalatenschap, executeur, zorgplicht, quasiopdracht
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
Samenvatting

    In deze bijdrage gaat de auteur op zoek naar wat de verplichtingen zijn die de executeur heeft ten aanzien van de onlinenalatenschap. Moet een executeur actief op zoek naar bitcoins en andere digitale bezittingen? Hoever gaat zijn onderzoeksplicht in een onlinenalatenschap? Ook gaat de auteur kort in op de erfbelasting en digitale bezittingen: de executeur moet ook hier aangifte van doen.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Artikel

Problemen in verband met de beperkte erfrechtelijke rechtskeuzemogelijkheid in Nederlands-Duitse verhoudingen: nu en vanaf 17 augustus 2015

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden grensoverschrijdende erfopvolging, Duitsland, rechtskeuze, vererving, afwikkeling, internationaal erfrecht, Europese Erfrechtverordening
Auteurs W. Eule en Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wordt regelmatig geconfronteerd met nalatenschappen die raakvlakken hebben met zowel Duitsland als Nederland. De afwikkeling hiervan verloopt niet altijd even soepel, onder meer als gevolg van de afwijkende regels van internationaal erfrecht in Duitsland en Nederland. De rechtskeuzemogelijkheid van de erflater biedt meestal ook slechts beperkt uitkomst. In deze bijdrage worden de huidige problemen rondom toepasselijk erfrecht en rechtskeuze in Duits-Nederlandse verhoudingen in kaart gebracht en, waar mogelijk, van een (praktische) oplossing voorzien. Bovendien wordt onderzocht welke van deze problemen onder de Erfrechtverordening (vanaf 17 augustus 2015) zullen zijn opgelost en hoe met oude en nieuwe rechtskeuzes moet worden omgegaan in de Duits-Nederlandse boedelpraktijk.


W. Eule
W. Eule is advocaat en notaris in Neuenhaus, Duitsland.

Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Redactioneel

Een kleine herinnering met een groot effect

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden salience, zichtbaarheid
Auteurs Dr. Ben Vollaard
Auteursinformatie

Dr. Ben Vollaard
Dr. B.A. Vollaard is universitair docent economie aan de Tilburg Universiteit en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Column

Ook politici moeten de wet respecteren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden trias politica, NZa, scheiding der machten
Auteurs Prof. dr. Coen Teulings
Auteursinformatie

Prof. dr. Coen Teulings
Prof. dr. C.N. Teulings is Professor of Economics aan de University of Cambridge en parttime Professor of Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Toezichthouders op straat

Een internationaal vergelijkende benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden politie, boa’s, handhaving in de openbare ruimte, plural policing, fragmentatie
Auteurs Prof. dr. ir. Jan Terpstra en Dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    De zorg voor veiligheid wordt niet meer gezien als exclusieve taak van de politie. Naast de politie zijn andere, zowel publieke als private toezichthouders en handhavers werkzaam in de (semi)publieke ruimte. Dit gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook in veel andere landen, zowel binnen als buiten Europa. Vaak leidt dat tot een gefragmentariseerd stelsel van handhaving. Het internationale vergelijkende onderzoek dat in dit artikel wordt gepresenteerd, biedt aanknopingspunten om te leren van ervaringen die in andere landen zijn opgedaan. Tevens worden twee opties besproken waarin wordt aangegeven hoe de coördinatie kan worden verbeterd.


Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J.B. Terpstra is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Dr. Bas van Stokkom
Dr. B.A.M. van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Causaal verband in whiplashzaken: een beschouwing vanuit juridisch en medisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden whiplash, causaal verband, schade, letselschadeclaim, juridisch perspectief, medisch perspectief
Auteurs Mr. P. Oskam en Drs. A.M. Reitsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de recente rechtspraak in whiplashzaken besproken. De huidige lijn in de rechtspraak wordt vervolgens zowel vanuit juridisch als vanuit medisch perspectief belicht, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de richtlijnen van de NVN en de behandelbaarheid van subjectieve gezondheidsklachten. De auteurs gaan onder meer in op de vragen of de huidige lijn in de rechtspraak wel een gewenste ontwikkeling is en of de rechter niet te veel zijn eigen (niet medische onderbouwde) weg gaat in whiplashzaken. De auteurs pleiten voor het aannemen van een beperkte looptijd in whiplashzaken.


Mr. P. Oskam
Mevr. mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.

Drs. A.M. Reitsma
Mevr. drs. A.M. Reitsma MD, Master of Biomedical Ethics, is medisch adviseur van ASR Schadeverzekering N.V.
Artikel

Affectieschade en zorgschade; een (on)mogelijk duo?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. F.Th. Kremer
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage geeft de auteur een reactie op het conceptwetsvoorstel vanuit de kant van verzekeraars.


Mr. F.Th. Kremer
Mr. F.Th. Kremer is directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV).
Artikel

Het geheim van de smid

De Wbp en het recht op inzage in en afschrift van stukken tijdens het medisch beoordelingstraject bij personenschades: waar staan we inmiddels?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wbp, medisch beoordelingstraject, recht op inzage, persoonsgegevens, personenschade
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd staat binnen de letselschadebranche ter discussie in hoeverre benadeelden met een beroep op artikel 35 Wbp inzage in en afschrift van documenten kunnen krijgen van (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, wanneer daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bijzonder speelt daarbij de vraag of benadeelden tevens recht hebben op inzage in en afschrift van (1) interne notities die in het kader van de afwikkeling van personenschades door medewerkers van verzekeraars en andere aan de zijde van verzekeraars bij de afwikkeling betrokken personen zijn opgesteld en (2) adviezen van de medisch adviseur(s) van verzekeraars. Hoewel hierover inmiddels de nodige jurisprudentie is verschenen, bestaat er op dit gebied nog steeds onduidelijkheid en vormen deze vragen nog regelmatig voer voor discussie.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.

    Bij wijzigingen in een vergunningplichtige inrichting kan niet worden volstaan met een melding op grond van het Activiteitenbesluit.


Marieke Kaajan
Toont 1 - 20 van 626 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 31 32
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.