Zoekresultaat: 199 artikelen

x
Jaar 2010 x

    Many public prosecutors see a link between domestic violence and violence in the public sphere. In the beginning of this century the fight against domestic violence was integrated into the national security policy of The Netherlands. The growing attention for domestic violence combined with better registration has led to an enormous grow of criminal justice cases of domestic violence. The article analyses the public prosecution policy towards domestic violence. Nowadays even without a report suspects can be brought to trial if the charges can be proved. On the one hand the public prosecution aims to lay down a standard, on the other hand perpetrators are confronted with a set of conditions forcing them to accept professional help in order to bring about a change in their behaviour and prevent recidivism. In this way an effective use of criminal justice could contribute to a reduction of domestic violence and crime in general.


P. van der Valk
Mr. drs. Patricia van der Valk is officier van justitie bij het parket Almelo.

    Het in de door de provincie vastgestelde Categorieaanwijzing neergelegde criterium ‘duurzame locatie’, is onvoldoende duidelijk en concreet om als toetsingskader voor een bouwaanvraag te kunnen dienen.

    Procedureregels in planvoorschriften met betrekking tot besluiten tot het verlenen van vrijstelling respectievelijk wijziging van het bestemmingsplan.


Tonny Nijmeijer

    In het afgelopen decennium is in de (lagere) jurisprudentie op uiteenlopende wijze geoordeeld over de omvang van de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor uit arbeids- en andere duurovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen van haar vrijgestelde groepsmaatschappij (hierna dochtermaatschappij). De centrale vraag daarbij was telkens of deze aansprakelijkheid alleen geldt voor verplichtingen voortvloeiend uit tijdens de aansprakelijkstellingstelling aangegane arbeidsovereenkomsten of tevens voor verplichtingen voortvloeiend uit voor de aansprakelijkstelling aangegane arbeidsovereenkomsten en, indien dat laatste het geval was, of de aansprakelijkheid dan alleen voor gedurende de aansprakelijkstelling uit arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen geldt of ook voor daarvoor reeds uit arbeidsovereenkomsten ontstane verplichtingen.


J.P.H. Zwemmer
Mr. J.P.H. Zwemmer is advocaat te Amsterdam en promovendus bij het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Herstelrecht en sociaal werk

Een reactie op Maria Bouverne-De Bie & Rudi Roose

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Lode Walgrave
SamenvattingAuteursinformatie

    Responding to Bouverne-De Bie and Roose Walgrave stresses the importance of using a narrow definition of restorative justice as a way of doing justice by repairing the harm caused by crime. This narrow definition alone allows for the development of a consistent praxis and theory of restorative justice and for adequate research of its effects. Restorative Justice cannot offer the ´politically critical´ social praxis on the interface between the public and the private world that Bouverne-De Bie and Roose would like to see. But the apparent influence that basic concepts and ideas of restorative justice have on social practices outside the sphere of criminal justice imply that such social practices and restorative justice praxis can work in the same direction by avoiding stigmatization and exclusion and promoting redress and inclusion.


Lode Walgrave
Lode Walgrave is emeritus-hoogleraar jeugdcriminologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Maatschappelijke integratie: variëren op het thema

Een reactie op Maria Bouverne-De Bie & Rudi Roose en Lode Walgrave

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Jan van Lieshout
SamenvattingAuteursinformatie

    The author, reflecting upon both Bouverne-De Bie & Roose and Walgrave, deplores to some degree the fact that the Journal for Restorative Justice, from its foundation, has narrowed its focus and scope by making it a priority to attempt to influence the criminal justice system. Most of the conflicts and troubles between citizens never reach the criminal agencies and are dealt with by other methods, such as methods of social work, without approaching the police. The potential scope for influencing conflict-behavior is therefore immensely greater outside the sphere of the criminal law.


Jan van Lieshout
Jan van Lieshout is journalist en betrokken bij de Eigen Kracht Centrale te Zwolle.
Artikel

Oorzaken van het mijden van onveilige situaties bij mannen en vrouwen

Een contextuele analyse op basis van de ‘collective efficacy’-theorie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Angst voor criminaliteit, Mijdgedrag, Collective efficacy
Auteurs Dr. Wim Hardyns, Prof. dr. Stefaan Pleysier en Prof. dr. Lieven Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Two explanations can be found for the unequal geographical concentrations of avoidance behaviour: (1) the demographic composition of residential areas, and (2) the social and structural contextual effects of residential areas. Different studies all over the world have shown that women report more fear of crime than men. In this article we study contextual as well as individual determinants of avoidance behaviour for men and women separately to gain a better insight in the explanation of individual differences in avoidance behaviour. The theoretical framework of this study is derived from the collective efficacy theory. In the present study a contextual model was tested on a 2009 survey of 2,080 residents from 40 municipalities in Flanders (Belgium), by using block-wise multilevel analyses on data from the Social Cohesion Indicators in Flanders Survey (SCIF-survey), the Security Monitor and the registered crime statistics. The results indicate that economic disadvantage in the residential area increases the risk on avoidance behaviour both for men and women, because these areas often have high disorder and violent crime rates. With regard to the social ecology of crime this study shows that more research is needed on the differences in contextual effects of structural area characteristics on avoidance behaviour.


Dr. Wim Hardyns
Dr. W. Hardyns is verbonden aan de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA) en het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency (UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent. Op 1 november 2010 heeft hij zijn doctoraal proefschrift verdedigd met de titel: Social cohesion and crime. A multilevel study of collective efficacy, victimisation and fear of crime, wim.hardyns@ugent.be.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is als docent verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) van de K.U. Leuven, stefaan.pleysier@law.kuleuven.be.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L.J.R. Pauwels is codirecteur van het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, lieven.pauwels@ugent.be.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Efficiëntie in het kwadraat

Over de lotgevallen van de kleine strafzaak na invoering van de strafbeschikking en het verlofstelsel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Trefwoorden strafbeschikking, verlofstelsel, decriminalisering, efficiëntie in het strafproces
Auteurs Mr. dr. Jan Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, the punishment order by the prosecutor (article 257a Code of Criminal Procedure) and the leave to appeal system (article 410a Code of Criminal Procedure) have been adopted in Dutch criminal procedural law. Both legal measures have major consequences for the way in which minor criminal offences are dealt with. Viewing both these efficiency-promoting measures from their mutual interconnection, the question rises whether, in the settlement of these minor offences, a full process that actually does justice to all interests involved, may still be spoken of. It is suggested in this contribution that this question requires a more subtanstial revision and reassessment of the enforcement system with regards to minor offences, whereby decriminalisation may also play a pertinent role.


Mr. dr. Jan Crijns
Jan Crijns is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem.
Artikel

Burgemeesters beter voorbereid

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Informatievoorziening, Burgemeesters, Ex-gedetineerden
Auteurs Mr. drs. Ad Schreijenberg en Drs. Joost van den Tillaart
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister of Justice has promised that a city’s mayor will be informed if a former prisoner, who was sentenced for a sex offense and/or serious violent crime, returns to the municipality. Because of an improved information position, the mayor is able to take founded and timely measures in order to prevent disturbances in public safety. To determine how this information can be organised in the best way, a pilot was carried out. The evaluation of this pilot suggests that the information meets a need, but that the information processing is vulnerable in certain parts. Following the evaluation the process will be adapted and may be rolled out nationwide.


Mr. drs. Ad Schreijenberg
Ad Schreijenberg is onderzoeker bij het cluster Criminaliteit en veiligheid, Regioplan Beleidsonderzoek.

Drs. Joost van den Tillaart
Joost van den Tillaart is onderzoeker bij het cluster Criminaliteit en veiligheid, Regioplan Beleidsonderzoek.
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

De wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden staatkundige hervormingen, staatkundige vernieuwingen, Statuut voor het Koninkrijk, Antillenproject, wijziging van het Statuut
Auteurs Mr. dr. S. Hillebrink
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste wijzigingen van het Statuut betroffen de samenstelling van het Koninkrijk: Suriname werd in 1975 onafhankelijk, Aruba kreeg in 1986 een status aparte, en nu dus de in 1986 al door velen als onvermijdelijk beschouwde opheffing van de Nederlandse Antillen. Ook deze keer is ervoor gekozen om de hoofdlijnen van het Statuut intact te laten en alleen die wijzigingen door te voeren die noodzakelijk waren om de overeengekomen staatkundige veranderingen te realiseren. Over dit uitgangspunt is de nodige discussie gevoerd in de Staten-Generaal tijdens de behandeling van het wetsvoorstel, naast de vragen waarom de Grondwet niet gewijzigd werd voor de BES-eilanden, wat de betekenis is van de Statuutbepaling over de BES-eilanden (art. 1 lid 2), wat voor geschillenregeling de regering voor ogen heeft (art. 12a en 38a) en wat precies het probleem is met de implementatie van verdragen (art. 27). In deze bijdrage gaat de auteur (kort) op deze onderwerpen in en bespreekt hij twee vragen waarover in de openbare stukken vrijwel niets te vinden is, maar die in de ambtelijke voorbereiding van de Statuutwijziging een rol speelden, namelijk de vraag wie de Antillen opheft, en welke formele rol de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten konden spelen bij de totstandkoming van de rijkswetgeving die op basis van de Slotverklaring van 2006 tot stand zou komen.


Mr. dr. S. Hillebrink
Mr. dr. S. Hillebrink werkt bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en was in het kader van de staatkundige hervormingen gedetacheerd bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Jurisprudentie

Kwalitatieve aansprakelijkheid jegens medebezitter

HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, medebezit, hangmat, gebrekkige opstal
Auteurs Mevrouw mr. F. Leopold
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 oktober 2010 wees de Hoge Raad het baanbrekende Hangmat-arrest, waarin werd geoordeeld dat een vrouw die medebezitter was van een opstal haar echtgenoot die eveneens medebezitter was, kon aanspreken voor 50% van haar schade. In haar noot bij het arrest plaatst de auteur enige kanttekeningen bij het oordeel van de Hoge Raad. Zij gaat daarbij in op het relativiteitsvereiste, de aangenomen gedeeltelijke aansprakelijkheid van de medebezitter en de te verwachten impact van het arrest op ons aansprakelijkheidsrecht en de verzekeringsbranche. Het Hangmat-arrest levert vanuit dogmatisch oogpunt in elk geval het nodige voer voor discussie op.


Mevrouw mr. F. Leopold
Mevrouw mr. F. Leopold is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen herzien: een overzicht van wijzigingen en consequenties voor de personenschadepraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wijziging Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen, functionele eenheid, inzage in medische informatie, medische machtiging
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen is onlangs gewijzigd. Deze wijzigingen betreffen met name de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid en zijn derhalve bijzonder relevant in het kader van de verwerking van medische informatie in de personenschadepraktijk. De auteur gaat in deze bijdrage in op de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot de verwerking van medische informatie. Deze wijzigingen roepen een aantal fundamentele vragen en onduidelijkheden op (die deels overigens ook al onder de oude versie van de Gedragscode bestonden). Dit betreft onder andere de vraag welke personen aan verzekeraarszijde de medische informatie van het letselschadeslachtoffer mogen inzien en wat de juridische grondslag daarvoor is.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker bij de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van de VU en het VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Jurisprudentie

Medezeggenschap na overgang onderneming: behoud van eenheid is geen synoniem van identiteitsbehoud

Hof van Justitie EG 29 juli 2010, C-151/09 (UGT-FSP)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, overgang van medezeggenschap, behoud van eenheid, behoud van entiteit, ondernemingsraad
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij een overname van de activa van een onderneming gaat het personeel op grond van de Richtlijn inzake overgang van onderneming automatisch mee over op de verkrijger, met behoud van alle rechten en plichten uit de (collectieve) arbeidsovereenkomst. Wanneer bij de vervreemder een medezeggenschapsorgaan is ingesteld, rijst de vraag of deze na overgang blijft bestaan. Op grond van artikel 6 van de Richtlijn 2001/23 behoudt de werknemersvertegenwoordiging haar functie en positie wanneer de onderneming na overgang ‘als eenheid blijft bestaan’. In de uitspraak UGT-FSP geeft het Hof van Justitie nadere invulling aan dit begrip. In haar annotatie analyseert de auteur deze uitspraak en past deze – aan de hand van een aantal casusposities – toe op de Nederlandse rechtspraktijk. Haar belangrijkste conclusie is dat de Nederlandse wetgever artikel 6 van de richtlijn alsnog moet implementeren.


Mr. I. Zaal
Mw. mr. I. Zaal is werkzaam als junior docent onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een proefschrift over medezeggenschap.
Artikel

De Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren: trial and error again?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren, onderzoek, evenredigheidsbeginsel, fishing expedition, geprivilegieerde gegevens
Auteurs Mr. M. Knapen en Mr. R. Elkerbout LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 17 augustus 2010 voert de NMa een deel van haar toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit op basis van de Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren. Deze werkwijze vervangt de NMa Digitale Werkwijze 2007 en beschrijft in hoofdlijnen de procedure die de toezichthoudende ambtenaar volgt bij het opsporen van overtredingen van de Mededingingswet en de vervoers- en energiewetten. In deze bijdrage wordt de nieuwe werkwijze kritisch tegen het licht gehouden en wordt ingegaan op de vraag of de nieuwe werkwijze het beoogde evenwicht heeft bereikt tussen effectief onderzoek en de waarborgen voor ondernemingen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de waarborgen die zogenoemde fishing expeditions moeten voorkomen en de bescherming van geprivilegieerde gegevens.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is werkzaam als advocaat in dienstbetrekking bij Philips.

Mr. R. Elkerbout LL.M.
Mr. R. Elkerbout LL.M. is advocaat bij Stek.
Artikel

Het compromis van artikel 16 Tiende Richtlijn

Werknemersmedezeggenschap bij een grensoverschrijdende juridische fusie

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Tiende Richtlijn, (vennootschappelijke) medezeggenschap, grensoverschrijdend, (juridische) fusie en werknemers
Auteurs Mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na meer dan twintig jaar discussiëren is op 26 oktober 2005 de Tiende Richtlijn inzake grensoverschrijdende juridische fusies aangenomen. Belangrijkste knelpunt was de vennootschappelijke medezeggenschap. Uiteindelijk hebben de lidstaten een compromis bereikt dat is neergelegd in artikel 16 Tiende Richtlijn. Dit artikel is zeer complex en bevat veel onduidelijkheden. Bovendien blijkt dat Nederland en Duitsland bepaalde aspecten op eigen wijze in het nationale recht hebben geïmplementeerd en vanuit hun nationale medezeggenschapsperspectief benaderen. Dit vergroot de populariteit van een grensoverschrijdende juridische fusie niet. Deze bijdrage tracht de ingewikkelde materie van artikel 16 Tiende Richtlijn wat inzichtelijker te maken en de toepasbaarheid te bevorderen.


Mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de vaksectie Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en doet onderzoek naar de rechtspositie van de Nederlandse werknemer bij een grensoverschrijdende juridische fusie.
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Naschrift: De Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren: einde van een zoektocht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren, onderzoek, evenredigheidsbeginsel, fishing expedition, geprivilegieerde gegevens
Auteurs Mr. E.J. van Dijk AA en Mr. M.J. van Heyningen M.Jur (Oxford)
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 augustus 2010 heeft de NMa haar nieuwe Werkwijze analoog en digitaal rechercheren (hierna ‘Werkwijze’ ) gepubliceerd. Na publicatie van de Werkwijze is een tweetal artikelen verschenen waarin mededingingsadvocaten hun visie geven op de Werkwijze. In een eerder naschrift hebben medewerkers van de NMa een nadere toelichting gegeven op de toepassing van de Werkwijze in de praktijk. In reactie op het hieraan voorafgaande artikel van Knapen en Elkerbout willen wij ingaan op enkele door Knapen en Elkerbout bij de Werkwijze geplaatste kanttekeningen. Knapen en Elkerbout gaan, nadat zij een beschrijving hebben gegeven van de Werkwijze, vooral in op de verenigbaarheid van het digitale onderzoek met artikel 5:13 Awb, alsmede op de in de Werkwijze opgenomen bescherming van ‘legal professional privilege’. In dit naschrift willen wij dan ook ingaan op deze twee onderwerpen, waarbij wij de achtergronden nader willen toelichten van enkele keuzes die bij de totstandkoming van de Werkwijze zijn gemaakt.


Mr. E.J. van Dijk AA
Mr. E.J. van Dijk AA is werkzaam bij de Directie Mededinging van de NMa.

Mr. M.J. van Heyningen M.Jur (Oxford)
Mr. M.J. van Heyningen M.Jur (Oxford) is werkzaam bij de Directie Mededinging van de NMa.
Toont 1 - 20 van 199 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.