Zoekresultaat: 160 artikelen

x
Jaar 2013 x

    In 1998 a chapter on administrative enforcement was added to the GALA (in the so-called third Tranche). This contribution reflects on the legislative aims of this Tranche; to what extent these aims have been attained and what important developments have occurred since. As the third Tranche has led to little reform, a brief review will suffice. The developments after the third Tranche are discussed extensively, concerning both the third Tranche - amongst others the obligation in principle to enforce ('beginselplicht tot handhaving') - and reparatory sanctions since the fourth Tranche (2009), which amongst others regulated the execution of administrative reparatory sanctions and added regulation on administrative fines (a punitive sanction). Additionally, more general provisions of administrative law enforcement are discussed. The development of administrative enforcement are reflected against general developments in administrative law, such as harmonization and the increase of litigation. Lastly some bottlenecks will be noticed and solutions proposed.


Prof.mr.drs. Lex Michiels

    This contribution scrutinizes the effect of the General Administrative Act (Algemene wet bestuursrecht) on the doctrine of administrative supervision (bestuurlijk toezicht), especially on the (governmental) power of spontaneous annulment (spontane vernietigingsrecht) towards local authorities. In 1998 the legal provisions concerning administrative supervision have been transferred from the Local Government Act (Gemeentewet) to the General Administrative Act. Since then the doctrine was subject to several major changes, from which the 2006 Policy document on spontaneous annulment (Beleidskader spontane vernietiging) and the 2012 Act on re-vitalizing general supervision (Wet revitalisering generiek toezicht) are the most important. The provisions from the General Administrative Act concerning administrative supervision have hardly been changed; case law concerning spontaneous annulment mainly concerned the interpretation of the Policy documents. The provisions regarding administrative supervision and laid down in the General Administrative Act, can therefore be seen as of constant value of administrative supervision.


Mr. Hansko Broeksteeg
Mr. Broeksteeg is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De rechtsmacht van de rechter en het toepasselijke recht op de EU-behandelingsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden behandelingsovereenkomst, aansprakelijkheid, toepasselijk recht, rechtsmacht rechter
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten die in een Belgische kliniek een (cosmetische) geneeskundige behandeling ondergaan, zijn niet langer een uitzondering. Net als in Nederland kunnen in België fouten worden gemaakt, kan de patiënt schade lijden en kunnen zich geschillen voordoen. Gewoontegetrouw zal de Nederlandse patiënt zich in zo’n geval tot de Nederlandse rechter wenden. Maar is dit wel de juiste weg en is het Nederlandse recht eigenlijk wel van toepassing? In de onderhavige bijdrage wordt op deze vragen antwoord gegeven aan de hand van een analyse van de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening. Na een tussenconclusie wordt voorts bezien of de typering van de behandelingsovereenkomst als een consumentenovereenkomst of afspraken tussen arts en patiënt kunnen leiden tot de toepassing van ander recht.


Mr. R.P. Wijne
Mr. R.P. Wijne is auteur van het proefschrift Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade, dat zij op 12 september 2013 heeft verdedigd. Wijne is voorts docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij de medische tuchtcolleges en medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten te Eindhoven.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Promoveren in het arbeidsrecht – een overzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dissertaties, proefschriften, promotor, sociaal recht, proefschriftthema’s
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie wil weten welke dissertaties in Nederland op het terrein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht zijn verschenen, wacht een lange zoektocht. De verscheidene digitale bibliotheken bieden (nog) geen makkelijk doorzoekbaar, relevant overzicht. In deze bijdrage is gepoogd een dergelijk overzicht te geven. De bijdrage bevat niet alleen een lijst van de door de auteur gevonden dissertaties, maar ook informatie omtrent, onder andere, (trends in) gekozen proefschriftthema’s, aantallen dissertaties per faculteit en per decennium.


R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Kunnen godsdienstige organisaties belastbare winst maken?

De behandeling van religie in de wetgeving rond de vennootschapsbelasting

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden belasting, winst, religie, organisatiestructuur, wetgeving
Auteurs Mario Wolff
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch profit tax does not formally exclude religious organisations. Therefore, these organisations may have to pay tax over their income. The way this tax is determined is dictated by the law on corporate taxation: Wet op de vennootschapsbelasting 1969. In practice however, religious organisations are seldom taxed. In this article I investigate whether there is a formal reason to exclude this type of organisations from taxation, leading to the conclusion that there is no such reason.


Mario Wolff
Mr. M. Wolff studeerde wereldgodsdiensten aan de Universiteit Leiden en fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is werkzaam als fiscalist. info@mariowolff.nl.
Artikel

De nieuwe Europese privacywetgeving: stand van zaken bijna twee jaar na Commissievoorstel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden gewone wetgevingsprocedure, artikel 7 en 8 Handvest, gegevensbescherming, verhouding EU-VS, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar van 2012 heb ik in NTEReen bijdrage geschreven over de Commissievoorstellen van 25 januari 2012 voor nieuwe Europese wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming. De behandeling van deze voorstellen – en dan vooral de voorgestelde verordening – bij de Raad en het Parlement heeft de gemoederen in Brussel en ook in Nederland sterk beziggehouden vanwege de grote belangen die ermee gemoeid zijn en de vaak uiteenlopende meningen over de verordening an sich en veel van de specifieke bepalingen die deze bevat. Het meest aansprekende bewijs daarvan zijn de bijna vierduizend amendementen die binnen het EP zijn ingediend in relatie tot de voorgestelde verordening. Bij het beëindigen van deze bijdrage is nog veel onduidelijk over het vervolg van het dossier. Ik wil deze bijdrage dan ook vooral benutten om de voor de lezers van NTER meest relevante elementen van het debat in kaart te brengen, in vervolg op mijn bijdrage uit 2012.Voorstel voor een verordening betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) ( COM/2012/011 def.).Voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( COM/2012/010 def.).


Mr. H. Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS). De auteur schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Praktijk

Nieuwe pandbeleningswet: ‘Pawn Star straalt nog niet’

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2013
Trefwoorden pandhuizen, pandbelening, consumentenbescherming, informatieverplichting
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2013 is de pandbeleningswet aangenomen. Deze pandbeleningswet regelt de verhouding tussen de pandhuizen en de pandbeleners. De nieuwe wet vervangt de uit 1910 stammende Pandhuiswet. De regelgeving wordt opgenomen in boek 7 BW en is uitsluitend van toepassing op B2C-verhoudingen. In deze bijdrage wordt de pandbeleningswet vanuit contractenrechtelijk perspectief besproken. Overigens is nog niet duidelijk wanneer de wet van kracht wordt. Het Koninklijk Besluit tot invoering is nog niet gepubliceerd.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Wat schuilt daar in het Riet? Bestuurders-aansprakelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden (externe) bestuurdersaansprakelijkheid, secundaire aansprakelijkheid, rechtstreekse aansprakelijkheid, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid, Van de Riet/Hoffman, Ponteecen/Stratex, Robu, zorgvuldigheidsnorm, ernstig verwijt
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en Mr. D. Engelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun bijdrage bespreken de auteurs externe, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (Van de Riet/Hoffmann). Volgens de auteurs is er een zeker patroon waarneembaar tussen dit arrest en de arresten van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (NJ 2000, 440, Robu) en 23 januari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AL7051, Ponteecen/Stratex). Uit die arresten kan volgens hen worden geconcludeerd dat dga’s en bestuurders van de ‘kleine(re) bv’s’ effectief gezien een verhoogde kans lopen een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting op zich te laden jegens derden met wie hun vennootschap zakendoet. Die bestuurders zijn immers juist degenen die de dagelijkse werkzaamheden (moeten) verrichten, zitten over het algemeen ‘dichter op het vuur’, en lopen daarmee een groter risico om hun ‘vingers te branden’. In dit artikel wordt deze visie nader uitgewerkt en toegelicht.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.

Mr. D. Engelen
Mr. D. Engelen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.
Artikel

De bescherming voor grensoverschrijdende investeerders op grond van bilaterale investeringsverdragen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden BIT, investeringsbescherming, arbitrage, investeringsarbitrage
Auteurs Mr. M. van de Hel-Koedoot en Mr. B.R.D. Hoebeke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wereldwijde netwerk van Nederlandse bilaterale investeringsverdragen (bilateral investment treaties, ofwel ‘BITs’) biedt bescherming aan (Nederlandse) investeerders die investeren in landen waarmee Nederland een BIT heeft gesloten. Een BIT houdt beschermingsnormen in die een toetsingskader vormen voor het gedrag van een investeringontvangende staat (de gaststaat) ten opzichte van deze buitenlandse investering. Indien een gaststaat één of meer van deze normen schendt, kan een door een BIT beschermde buitenlandse investeerder zelf – op grond van de desbetreffende BIT – de gaststaat aansprakelijk stellen voor de door hem geleden schade. De in BITs opgenomen arbitrageovereenkomst biedt de buitenlandse investeerder hiervoor een neutraal forum. Als gevolg van het Verdrag van Lissabon en de standpunten van de Europese Commissie ten aanzien van BITs tussen lidstaten zijn veranderingen op komst voor de door Nederland gesloten BITs. Dit artikel houdt een algemene introductie in van de in BITs opgenomen bescherming van investeerders door middel van internationale arbitrage, waarbij tevens zal worden stilgestaan bij de recente ontwikkelingen in Europees verband.


Mr. M. van de Hel-Koedoot
Mr. M. van de Hel-Koedoot is advocaat te Rotterdam.

Mr. B.R.D. Hoebeke
Mr. B.R.D. Hoebeke is advocaat te Rotterdam.
Artikel

Van 403-verklaringen, achterstelling en afhankelijkheid

403-perikelen rondom de onteigening van SNS

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden 403-verklaring, achterstelling, afhankelijkheid, SNS REAAL, rangorde
Auteurs Mr. S. Timmerman en Mr. R.M. de Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aspecten van de 403-verklaring behandeld, die ook aan de orde zijn gekomen in de schadeloosstellingsprocedure bij de Ondernemingskamer naar aanleiding van de onteigening van SNS. Het betreft de vraag of een vordering uit hoofde van een 403-verklaring als een zelfstandig recht moet worden beschouwd en de vraag welke rang een vordering uit hoofde van een 403-verklaring inneemt.


Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is werkzaam bij de Nederlandsche Bank.

Mr. R.M. de Winter
Mr. R.M. de Winter is werkzaam bij de Nederlandsche Bank.
Artikel

Bank, zorgplicht en derden: enkele lessen voor de bancaire praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden bank, zorgplicht, derden, beleggersbescherming, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. A.J.C.M. Meijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bank heeft een zorgplicht jegens derden wanneer zij zich realiseert dat mogelijk door een cliënt zonder een vereiste Wft-vergunning wordt gehandeld, waardoor derden schade kunnen ondervinden. De bank moet dan onderzoek doen naar de cliënt. Nadat de bank onderzoek heeft gedaan en ervan overtuigd is dat er niet overeenkomstig de vergunningsplicht wordt gehandeld, moet de bank aan dat gevaar voor beleggers adequaat een einde maken. In de jurisprudentie zijn verschillende mogelijkheden aan de orde geweest, maar zij zijn niet allemaal even adequaat.


Mr. A.J.C.M. Meijs
Mr. A.J.C.M. Meijs is in april 2013 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen op de bancaire zorgplicht jegens derden.
Artikel

Directe horizontale werking van primair Unierecht in de praktijk

Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden directe horizontale werking, Unierecht, nietigheid, recht op schadevergoeding, ambtshalve toepassing
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage maakt inzichtelijk welke mogelijkheden het Unierecht de praktijk biedt. Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen laat zien hoe het Unierecht kan leiden tot de nietigheid van een rechtshandeling, een recht op schadevergoeding of een plicht tot ambtshalve toepassing.


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. Hoyer studeerde Onderneming & Recht en Biomedische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Ambtshalve toepassing van consumentenbeschermend EU-recht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden ambtshalve, rechtsstrijd, matiging, onderzoeksplicht, consumenten
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe ver reikt de plicht tot ambtshalve toepassing van consumentenrecht? Uit recente jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad volgt dat deze ook rust op de appèlrechter. In deze bijdrage wordt besproken welke gevolgen deze jurisprudentie heeft voor de feitenrechters en hoe zij daar invulling aan kunnen geven.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. dr. A.G.F. Ancery is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en uitleg van uiterste wilsbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden testeren, uitlegging, uiterste wilsbeschikking, gewijzigde omstandigheden, dwaling in het objectieve recht, rechtsgevolgen testament
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt een aantal thema’s uit ’10 jaar uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen’. Vooral de na het testeren gewijzigde omstandigheden springen in de jurisprudentie en de literatuur in het oog; de auteur stelt de vraag of het instrument uitleg wel het juiste instrumentarium is om rechtsgevolgen te verbinden aan die gewijzigde omstandigheden. Het recentste arrest van de Hoge Raad over uitleg (11 oktober 2013) wordt ook kort besproken.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en de wettelijke vereffening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden wettelijke vereffening, beneficiaire aanvaarding, benoeming vereffenaar, partiële vereffening
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tien jaren hebben zich talrijke ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van de wettelijke vereffeningsprocedure. Deze bijdrage geeft een kort overzicht.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Diversen

Repliek vanuit de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, WRR, repliek, reactie
Auteurs André Knottnerus, Meike Bokhorst, Peter de Goede e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Het feit dat een groot aantal experts de tijd en moeite heeft genomen om te reflecteren op het advies past goed bij wat de WRR beoogt: het entameren van een brede discussie over de toekomst van het overheidstoezicht. In hun reactie op de bijdragen in dit nummer gaan de medewerkers van de WRR kort in op de relevante observaties, opmerkingen en ideeën die naar voren zijn gebracht.


André Knottnerus
Prof. dr. J.A. Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Meike Bokhorst
Drs. A.M. Bokhorst maakte als stafmedewerker deel uit van de projectgroep die het rapport Toezien op publieke belangen heeft voorbereid.

Peter de Goede
Dr. P.J.M. de Goede maakte als stafmedewerker deel uit van de projectgroep die het rapport Toezien op publieke belangen heeft voorbereid.

Pieter Welp
Drs. P. Welp maakte als stafmedewerker deel uit van de projectgroep die het rapport Toezien op publieke belangen heeft voorbereid.
Artikel

Conferencing internationaal: vaker toegepast dan gedacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Conferencing, Internationale toepassing
Auteurs Estelle Zinsstag en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    Conferencing is a restorative justice practice which has started developing quite consistently since the 1990s, in majority in Anglophone countries such as New Zealand, Australia, the USA, Canada or the UK and in particular with consistently promising results for juvenile justice in Northern Ireland. Some continental European, Latin American and African countries are also starting to introduce this alternative to traditional criminal justice, especially in the case of juvenile justice, with some equally promising results. This article presents up-to-date information about the state of conferencing in the world and discusses some of the major conclusions that have come out of a European research project and book.


Estelle Zinsstag
Estelle Zinsstag is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en coördineert een EC Daphne project rond seksueel geweld en herstelrecht. Ze is managing editor van Restorative Justice: An International Journal.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en manager van een Europees FP7 project rond herstelrecht en interculturele conflicten.
Artikel

Behandelingsbereidheid onder gedetineerden in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Behandelingsbereidheid, Deelname, Rehabilitatie, Gevangenis
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Anja Dirkzwager, Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A survey of the literature suggested that low participation rates in prison-based rehabilitation programs in The Netherlands can be explained by a lack of treatment readiness amongst rehabilitation candidates and participants. The current contribution aims to examine treatment readiness amongst detainees that have been assigned a candidate for a prison-based rehabilitation program in the Netherlands. To address these aims, data were used from the fourth wave of a research project studying the effects of imprisonment on the life of detainees in the Netherlands. Results showed that about eighty percent of treatment candidates were not treatment ready. This lack of treatment readiness amongst potential participants will no doubt influence both treatment engagement numbers, which studies have shown to be low, and quite possible treatment effectiveness. Results imply that practitioners should be aware of the absence of treatment readiness amongst a large part of their clients. Assessment and (if necessary) interventions to increase treatment readiness amongst candidates and participants seems of the utmost importance.


Anouk Bosma MSc
Anouk Bosma MSc is promovenda Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. Anja Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 160 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.