Zoekresultaat: 174 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

De provinciale ladders voor duurzame verstedelijking

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden ladder voor duurzame verstedelijking, gebiedsontwikkeling
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de aanvullende eisen die in provinciale verordeningen worden gesteld aan stedelijke ontwikkeling besproken. Vervolgens worden de verschillen tussen de provinciale verordeningen geanalyseerd en getoetst aan de provinciale bevoegdheid om nadere regels te stellen.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, geassocieerd medewerker van de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Ruimtelijk plannen met buisleidingen: verleden, heden en toekomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden buisleidingen, ondergrond, kabels, leidingen, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. I.J. (Ingeborg) Wind-Middel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op buisleidingen in het omgevingsrecht met een focus op ruimtelijke planning. Het betreft een overzichtsartikel en daarmee een handreiking voor degenen die zich willen oriënteren op de toepasselijke ruimtelijke kaders. Om het huidige beleid in perspectief te plaatsen, zal allereerst het belangrijkste ‘oude’ beleid voor buisleidingen in relatie tot ruimtelijke ordening worden besproken (‘verleden’). Vervolgens zal worden ingegaan op de thans geldende belangrijkste ruimtelijke wet- en regelgeving (‘heden’). Tot slot wordt het wetsvoorstel Omgevingswet kort besproken (‘toekomst’). Andere interessante aanpalende onderwerpen zoals gedogen (Belemmeringenwet Privaatrecht, BP), nadeelcompensatie, eigendom of de Telecommunicatiewet Publiekrecht komen in deze bijdrage niet of slechts zijdelings aan bod.


Mr. I.J. (Ingeborg) Wind-Middel
Mr. I.J. (Ingeborg) Wind-Middel is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en maakt daar onderdeel uit van het Public Law team. Zij is gespecialiseerd in het omgevingsrecht.

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Redactioneel

Historische criminologie: een vakgebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden History, social change, comparative analysis, crime trends, crime patterns
Auteurs Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Margo De Koster en Prof. dr. Manon van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Throughout history people have committed theft, fraud and murder. However, the frequency and severity of crimes are not static, but varies across time and space. The ways in which people respond to crime also change over time: penalties such as banishment, corporal punishment and capital punishment were frequently imposed in early modern Europe, but do not exist here anymore. Our thinking about crime and crime control changed over time as well. In addition to so-called hard crimes such as theft and homicide, various kinds of conduct were – in some times and periods – labeled as criminal (adultery, fornication and blasphemy). In crime control, state formation resulted in the emergence and expansion and professionalization of police forces and judicial systems, which development was accompanied by increasing interactions and interplays between supranational governments, private crime fighters, and informal forms of social control. Criminologists study fluid phenomena which vary across time and space. This makes exchange of knowledge and research cooperation between historians and criminologists particularly fruitful, or as Paul Knepper put it: ‘From what has been done so far, one thing is clear enough: the most interesting criminology arises at the point that history and criminology meet’ (Knepper, 2013, 2081).


Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek en directeur van het NSCR.

Prof. dr. Margo De Koster
Prof. dr. M. De Koster is universitair docent historische criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel.

Prof. dr. Manon van der Heijden
Prof. dr. M.P.C. van der Heijden is hoogleraar Comparative Urban History aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De shockschadevordering in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden shockschade, strafproces, voeging benadeelde partij
Auteurs Mr. E.S. Engelhard, Mr. M.R. Hebly en Mr. drs. I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naasten en nabestaanden van slachtoffers van ernstige misdrijven kunnen, indien zij door de confrontatie met de schokkende gebeurtenis psychische schade lijden, zich met hun vordering tot vergoeding van shockschade voegen in het strafproces. Hoe en in welke mate worden shockschadevorderingen in het strafproces inhoudelijk behandeld, gegeven het feit dat deze vorderingen snel een onevenredige belasting van het strafproces kunnen opleveren? Welke invloed en betekenis heeft de verruiming van het voegingscriterium per 1 januari 2011 hierin? Ter beantwoording van deze vragen hebben de auteurs uitvoerig jurisprudentieonderzoek uitgevoerd naar het ‘lot’ van shockschadevorderingen in het strafproces.


Mr. E.S. Engelhard
Mr. E.S. Engelhard is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. drs. I. van der Zalm
Mr. drs. I. van der Zalm is wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Jurisprudentie

Verwerping beroep omkeringsregel

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2353

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zorgplicht, risicoaansprakelijkheid, causaal verband, omkeringsregel
Auteurs Mr. M. Jongkind
SamenvattingAuteursinformatie

    Ouders stellen de camping aansprakelijk voor gehoorschade van hun zoon. Op 12 juni 2003 zou de zoon in het zwembad van de camping besmet zijn geraakt met de PA-bacterie. Daarna is geconstateerd dat een filter van het zwembad defect was. De ouders stellen dat de camping haar zorgplicht heeft geschonden, alsmede dat de camping risicoaansprakelijk is op grond van artikel 6:175, 6:174 of 6:173 BW. Met betrekking tot het causaal verband wordt een beroep gedaan op de omkeringsregel. Het gerechtshof oordeelt dat geen sprake is van risicoaansprakelijkheid ex artikel 6:175 BW. Het beroep op de omkeringsregel wordt verworpen.


Mr. M. Jongkind
Mr. M. Jongkind is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

De opzetclausule in de AVP-polis

Rb. Oost-Brabant 13 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4480

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden opzetclausule, AVP-polis, voorwaardelijk opzet, buitenproportionele schadelijke gevolgen, artikel 6:248 lid 2 BW
Auteurs Prof. Mr. J.H. Wansink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in deze uitspraak staat de uitleg van de opzetclausule zoals deze naar aanleiding van het Aegon/Van der Linden-arrest van de Hoge Raad van 6 november 1998 in 2000 in de AVP-polis is gereviseerd. Een revisie waartoe verzekeraars besloten omdat de door de Hoge Raad voorgestane uitleg in hun visie de reikwijdte van de uitsluiting te vergaand beperkte en daardoor te veel ruimte liet voor dekking van crimineel gedrag. Een steeds weer terugkerend geschilpunt tussen partijen ziet op de vraag of de clausule dekking biedt voor met uitsluitend voorwaardelijk opzet veroorzaakte schade; dit veelal in het licht van het gegeven dat opzettelijke gedragingen kunnen leiden tot qua ernst en omvang in relatie tot de schadeveroorzakende gedraging buitenproportionele schadelijke gevolgen. Het door verzekeraars beoogde correctief daarvoor biedt de redelijkheid en billijkheid overeenkomstig artikel 6:248 lid 2 BW.


Prof. Mr. J.H. Wansink
Prof.mr. J.H. Wansink is emeritus hoogleraar verzekeringsrecht aan het Verzekeringsinstituut bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Opvolgend werkgeverschap en anciënniteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Opvolgend werkgeverschap, Anciënniteit, Ratio, Draaideurconstructie
Auteurs Mr. S. Palm
Auteursinformatie

Mr. S. Palm
Mr. S. Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen.
Artikel

De transactiebeslissing van het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit in het supermarktendossier: een ‘hub & spoke’ compromis à la belge?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2015
Trefwoorden prijsafspraken, onrechtstreekse informatie-uitwisseling, retailsector, schikkingsprocedure, Belgisch recht
Auteurs Pieter Van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van zijn eerste transactiebeslissing ooit beëindigde het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit op 22 juni 2015 een langlopend onderzoek naar retailprijsafspraken tussen supermarkten en hun leveranciers. Ondanks de eerste succesvolle toepassing van deze nieuwe schikkingsprocedure bevestigt de Belgische beslissing bovenal de onzekerheden omtrent de mededingingsrechtelijke beoordeling van ‘hub & spoke’ afspraken alsmede de beperkte reikwijdte van schikkingen als alternatieve instrumenten van mededingingshandhaving.


Pieter Van Cleynenbreugel
Dr. P.J.M.M. Van Cleynenbreugel LL.M is universitair docent Europees en mededingingsrecht, Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Doctor in de Rechten, KU Leuven, LL.M. (Harvard).
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Praktijk

PARP voor schadeverzekeraars

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden schadeverzekeraars, productontwikkeling
Auteurs Mr. F.M.A. ’t Hart
SamenvattingAuteursinformatie

    De toenemende maatschappelijke druk op banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners om zo veel mogelijk zorg te dragen dat consumenten de juiste financiële beslissingen nemen, heeft tot nieuwe regelgeving geleid. Regelgeving die aanbieders van financiële producten verplicht om bij de ontwikkeling van hun producten – kort gezegd – rekening te houden met het klantbelang en om te bezien op welke wijze het ontwikkelde financiële product terechtkomt bij de doelgroep waarvoor het financiële product ook daadwerkelijk bedoeld is. De regels over productontwikkeling worden door de wetgever beschouwd als een nadere uitwerking van het algemene vereiste dat een financiële onderneming zorg dient te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. De in 2013 ingevoerde regels behelzen meer dan een juridisch-technische toetsing van een voorgenomen financieel product. Ook zal rekening moeten worden gehouden met maatschappelijke inzichten en aspecten van reputationele aard. De commotie rondom het aanbod van een grote verzekeraar om klanten korting te geven op schadeverzekeringen indien klanten bereid zijn om bepaalde persoonsgegevens met de verzekeraar te delen, is daarvan een goed voorbeeld.


Mr. F.M.A. ’t Hart
Mr. F.M.A. ’t Hart is advocaat bij Hart Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Perikelen rondom artikel 4:25 lid 4 BW

Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:5502 en Hof ’s-Hertogenbosch 4 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5130

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden wettelijke verdeling, wilsrecht, stiefkind, uitlegging, vruchtgebruik
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de complicaties besproken waartoe een beschikking van de kantonrechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant omtrent de toepassing van artikel 4:25 lid 4 BW aanleiding geeft.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

De objectivering van de bevoordelingsbedoeling in het erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden schenking/gift, bevoordelingsbedoeling, legitimaire massa, lijfrente, waardering
Auteurs Mr. F.W. Brans en Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee uitspraken uit eigen praktijk wordt onderzocht welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij de beoordeling of sprake is van een gift, hoe en waarop deze wordt gewaardeerd, of de legitimaire massa daarmee wordt vermeerderd en op welk wettelijk breukdeel daarvan de legitimaris aanspraak kan maken. Conclusie is dat wordt gekeken naar omstandigheden van vóór of tijdens het moment van de gestelde gift (‘objectief’). Omstandigheden van latere datum blijven in beginsel buiten beschouwing, ook als achteraf daaruit een wil of intentie tot bevoordelen kan worden herleid (‘subjectief’).


Mr. F.W. Brans
Mr. F.W. Brans is senior jurist bij AD Advocaten te Amsterdam.

Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers is advocaat bij AD Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De ministerieplicht van de notaris wordt door de Hoge Raad gefundeerd op de civielrechtelijke positie van zijn cliënt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden ministerieplicht notaris, rechtmatig belang koper bij levering, botsende rechten op levering, vestiging tweede hypotheekrecht zonder vereiste toestemming eerste hypotheekhouder, verhouding civielrechtelijke en tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van notaris
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
SamenvattingAuteursinformatie

    In het belangrijke arrest HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:831 grondt de Hoge Raad de ministerieplicht van de notaris op de civielrechtelijke positie van zijn cliënt. Daaruit valt de zorgplicht jegens derden af te leiden. De auteur verheldert de betekenis van het arrest, behandelt het verband met het tuchtrecht en ziet onder ogen wat de betekenis van het arrest is voor andere casusposities.


Prof. dr. S. Perrick
Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

    De Hoge Raad heeft nader invulling gegeven aan publiekrechtelijke ‘bijzondere lasten en beperkingen’ in art. 7:15 lid 1 BW. De Hoge Raad beperkt terecht de reikwijdte tot gevallen waarin deze hun grondslag vinden in specifiek tot de rechthebbende gerichte besluiten.


Mr. J.J. Smeenge
Mr. J.J. Smeenge is senior juridisch medewerker bij de Rechtbank Noord-Nederland.

    Vuurwerkbesluit te beperkt uitgelegd. Gevolgen strekken zich uit tot buiten de veiligheidszone; ook dieren worden beschermd.

    Reguliere of uitgebreide procedure. Wijziging aanvraag. Vergunning van rechtswege.

    Beleidsregels. Hardheidsclausule.

Artikel

Invordering dwangsommen

Tijdschrift StAB, Aflevering 4 2015
Auteurs Peter Cup

Peter Cup
Artikel

Het levenstestament

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2015
Trefwoorden life will, power of attorney, protection of vulnerable adults, mental (in)capacity, ageing
Auteurs Mr. C.G.C. Engelbertink
SamenvattingAuteursinformatie

    A legal document appointing one or more people to help a person make decisions or to make decisions on the person’s behalf is a power of attorney (levenstestament). It is meant to be used in situations when illness prevents a person to make decisions that need to be made. In the levenstestament certain trusted people have been given the authority to manage money affairs, property and medical decisions on behalf of the ill person. The document is registered. The author argues that mental incapacity can also be temporarily or partially.


Mr. C.G.C. Engelbertink
Mr. Chanien Engelbertink is estate planner en (levens)executeur te Bussum.
Toont 1 - 20 van 174 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.