Zoekresultaat: 42 artikelen

x
Jaar 2012 x
Diversen

Compliance in de gezondheidszorg

Het ontbreken van afstemming tussen extern en intern toezicht, een eenvoudig te genezen kinderziekte

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden transparantie toezicht gezondheidszorg, compliance gezondheidszorg, compliance toezicht ontbreekt, compliance ActiZ, compliance NVZ]
Auteurs Drs. J.H. Colijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Door externe druk is er in toenemende mate een roep om transparantie in bestuur en toezicht in de gezondheidszorg. Dit leidt tot aandacht voor en aanscherping van de governance. Zowel interne als de externe toezichthouders IGZ, NZa en NMA streven naar verbetering van de interne controle, twee brancheverenigingen in de zorg – ActiZ en NVZ – hebben het begrip compliance in de gezondheidszorg geïntroduceerd. Echter, de invoering van compliance voor de zorg lijkt door toezichthouders en brancheverenigingen niet te zijn afgestemd. Hierdoor is er een risico dat zowel interne als externe toezichthouders niet exact weten waar de zorginstelling nu eindelijk aan moet voldoen. Bovengeschetst probleem dient zo spoedig mogelijk opgelost te worden.


Drs. J.H. Colijn
Drs. J.H. Colijn is toezichthouder van een zorginstelling en doet onderzoek naar compliance in de gezondheidszorg.

Mr. A.J.J.P.B.M. Kersten
Mr. A.J.J.P.B.M. Kersten is (parttime) senior manager bij Ernst & Young en promovendus aan de Erasmus School of Law.

Dr. T.E. Lambooy
Dr. T.E. Lambooy is universitair docent aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit Utrecht en Associate Professor Center for Sustainability aan de Nyenrode Business Universiteit.
Jurisprudentie

De geheimhoudingsplicht op scherp?

Rb. Amsterdam 11 juli 2012, LJN BX1528 Rb. Amsterdam 11 juli 2012, LJN BX1531 Rb. Amsterdam 11 juli 2012, LJN BX1537

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Auteurs M. Aelen LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze notenkraker worden drie uitspraken van de Rechtbank Amsterdam over drie vorderingen jegens DSB Bank besproken. De uitspraken zetten het dilemma tussen geheimhouding van toezichtsinformatie en transparantie van het toezicht op scherp. Twee elementen vallen hierbij in het bijzonder op. Ten eerste wordt duidelijk dat openbaarheid van toezichtsinformatie op de financiële markt gevoeliger ligt dan bij de andere economische toezichthouders en bij niet-economische toezichthouders. Ten tweede is er een spanningsveld tussen het civiele recht en het publieke recht. Het dilemma tussen geheimhouding en transparantie en deze beide elementen zullen in deze notenkraker worden besproken.


M. Aelen LL.M.
M. Aelen LL.M is promovenda bij het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en schrijft daar een proefschrift over beginselen van goed toezicht. Zij is tevens lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

De Omgevingswet in Europeesrechtelijk perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, Wabo, Europees recht
Auteurs Mr. B.A. Beijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal of de nieuwe Omgevingswet gemodelleerd kan en moet worden naar het Europese milieurecht en of dit de implementatie van nieuwe Europese richtlijnen in de toekomst eenvoudiger zal maken. Problematisch daarbij is met name dat het Europese milieurecht geen compleet en samenhangend systeem vormt. Bovendien laten sectorale richtlijnen zich niet altijd makkelijk in een integrale wet omzetten en stellen verplichtingen uit Europese richtlijnen grenzen aan de mogelijkheid om een integraal toetsingskader voor vergunningen te hanteren.


Mr. B.A. Beijen
Mr. B.A. Beijen is werkzaam als docent/onderzoeker bij de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. b.a.beijen@uu.nl

    In its Betfair judgment, the Court of Justice ruled that the exclusive license system with respect to games of chance under Dutch law breaches Article 49 of the EC, now: Article 56 of the TFEU, concerning the free movement of services, and in particular the principle of equal treatment and the obligation of transparency. This article addresses the lessons which can be drawn from this judgement and which Dutch legal concepts could be applied to this 'European' obligation of transparency. According to the judgement, this is not only the case for 'public contracts'and 'concessions', but also to licenses under public law. This article addresses the meaning of these legal concepts and discusses to what extent this 'European' obligation of transparency applies to the relevant Dutch legal concepts.


Annemarie Drahmann
Annemarie Drahmann is promovenda aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden en senior Professional Support Lawyer bij Stibbe.
Artikel

Een Europees buitenlands aanbestedingsbeleid?

Het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de toegang van derde landen tot de Europese aanbestedingsmarkt.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden overheidsopdrachten, gemeenschappelijke handelspolitiek, interne markt
Auteurs Mr. W.R. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2012 heeft de Europese Commissie de Europese wetgever voorgesteld een buitenlands beleid vast te stellen op het gebied van Europese aanbestedingen. De voorgestelde verordening voorziet in een drietal instrumenten die moeten leiden tot een betere toegang van Europese goederen, diensten en bedrijven tot aanbestedingen in derde landen, tot eerlijker concurrentie op de Europese interne markt en tot meer rechtszekerheid. De instrumenten machtigen enerzijds individuele aanbestedende diensten en anderzijds de Commissie om onder specifieke voorwaarden restrictieve maatregelen te treffen als er sprake is van protectionistische maatregelen in derde landen.


Mr. W.R. Möhlmann
Mr. W.R. Möhlmann is werkzaam bij de Europese Commissie, DG Interne markt en diensten, afdeling Internationale dimensie van overheidsopdrachten.
Artikel

Wettelijke vormgeving van de regiefunctie betreffende kwaliteit van zorg; zijn we op de goede weg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2012
Trefwoorden Kwaliteitsinstituut, Kwaliteitswet zorginstellingen, professionele standaard, richtlijnen, Zorginstituut Nederland
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het wetsvoorstel besproken dat strekt tot wettelijke vormgeving van de regiefunctie betreffende de kwaliteit van zorg (Kamerstukken II 33 243). Het voorstel om die rol neer te leggen bij een centraal orgaan – het Kwaliteitsinstituut (onderdeel van het Zorginstituut Nederland) – verdient ondersteuning, maar bij de wijze waarop aan de regiefunctie wordt vormgegeven, zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen. Die betreffen naast uitvoeringsaspecten onder meer het opgerekte begrip professionele standaard en de te grote rol van anderen dan professionals bij de totstandkoming en erkenning daarvan.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/UvA.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC.

    Eind november 2011 presenteerde de Europese Commissie twee voorstellen op het gebied van alternatieve geschillenbeslechting voor consumentengeschillen. In deze bijdrage worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de voorstellen en bij de wenselijkheid van een nationale wettelijke regeling op dit terrein. De voorstellen bieden tamelijk gedetailleerde regelingen die, mochten zij in deze vorm blijven bestaan, ongewenste consequenties kunnen hebben voor de in ons land thans goedlopende vormen van geschillenbeslechting voor consumenten.


Mr. A.H. Santing-Wubs
Mr. A.H. Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    In deze bijdrage wordt het onlangs verschenen proefschrift van Erna Scholtes besproken. In zeven vertellingen duidt zij het concept transparantie en toont zij aan dat transparantie haast ondefinieerbaar is. Transparantie heeft vele gezichten en wordt door bestuurders op basis van verschillende motieven en doelstellingen gebruikt. Naast een democratische invulling van het begrip, wordt transparantie ook op veel instrumentele manieren ingezet en toegepast. Transparantie heeft hierbij betrekking op iedereen: het bestuur, de politiek, de maatschappij, de consument en de markt. Transparantie is populair en zal populair blijven en is met dit proefschrift een stuk minder ontransparant geworden.


M. Aelen LL.M.
M. Aelen LL.M is promovenda bij het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en schrijft daar een proefschrift over beginselen van goed toezicht.
Artikel

Cultuur van organisaties als aangrijpingspunt voor toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden toezicht, handhaving, regulering, organisatiecultuur, inspecteren
Auteurs Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het toezicht wordt getracht organisaties in hun feitelijk functioneren te beïnvloeden en te beheersen. Een van de aspecten van organisaties waar de belangstelling van de toezichthouders steeds meer naar uit gaat, is cultuur. Cultuur wordt dan gezien als de ‘driver’ achter het handelen van organisaties en in de wens om gevaren te voorkomen zoekt de toezichthouder naar aangrijpingspunten die tijdig zicht geven op waarschijnlijk gedrag en vooral ongewenst gedrag. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele problemen die aan de cultuurnotie als aangrijpingspunt van wettelijk toezicht verbonden zijn. Concluderend leidt het artikel tot het inzicht dat aan de cultuurnotie nog veel onduidelijk is en dat de hantering ervan in het toezicht dan ook meer vragen oproept dan dat er mee beantwoord kunnen worden.


Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens
Prof. dr. ing. F.J.H. Mertens is lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en was tot 1 september 2011 hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Het concessiebegrip in het Commissievoorstel betreffende de gunning van concessieopdrachten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden concessies, aanbestedingen, wezenlijk operationeel risico, uitvoering van werken
Auteurs Mr. K. Roffel en Dr. mr. G.J.J. van den van den Hof
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 december 2011 heeft de Europese Commissie een nieuwe richtlijn over de gunning van concessieopdrachten voorgesteld. In deze bijdrage wordt ingegaan op het huidige Europeesrechtelijke regime voor concessies, in het bijzonder de invulling van het transparantiebeginsel. Daarna worden twee nieuwe elementen in het voorstel geanalyseerd, het ‘wezenlijk operationeel risico’ en de nieuwe definitie voor het begrip ‘uitvoeren van werken’. Geconcludeerd wordt dat de Commissie met deze richtlijn meer helderheid brengt in het op concessies toepasselijke rechtskader, maar dat het Hof van Justitie nog nadere invulling zal moeten geven aan de centrale begrippen.


Mr. K. Roffel
Mr. K. Roffel is aanbestedingsjurist bij Royal HaskoningDHV.

Dr. mr. G.J.J. van den van den Hof
Dr. mr. G.J.J. van den Hof is senior jurist bij Royal HaskoningDHV en lector Gebiedsontwikkeling en Recht bij Saxion Hogescholen.
Artikel

ACM: evolutie uit zuinigheid?

Enige beschouwingen bij de totstandkoming van de Autoriteit Consument en Markt

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden ACM, Materiële wet, Instellingswet, Bevoegdheden, Informatie-uitwisseling, Rechtsbescherming
Auteurs Mr. R. de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2013 verdwijnt de NMa en komt de ACM. Een nieuwe autoriteit waarin ook de OPTA en Consumentenautoriteit opgaan. Het gaat om een bezuinigingsoperatie, maar de ACM brengt meer dan dat. Er komen nieuwe bevoegdheden, er wordt gesleuteld aan zaken als de rechtsbescherming, rechtsmiddelen, de visie op handhaving. Hoe dat kan worden gewaardeerd wordt in dit artikel kritisch en met de blik vanuit het mededingingsrecht beschouwd. Daaraan voorafgaand wordt beschreven waar de wijzigingen in grote lijnen op neerkomen.


Mr. R. de Bree
Mr. R. de Bree is advocaat bij Wladimiroff Advocaten in Den Haag.
Artikel

Het managen van mediation en rechtspraak

Een Europees-Chinese gedachtewisseling

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2012
Trefwoorden court management, cultural differences, pressure to settle
Auteurs Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Following an overview of the historical place of mediation in China, this contribution summarizes the outcomes of a Euro-Chinese symposium held in Beijing on 1 and 2 September 2012, focused on mediation as a case management tool for the courts. In China, mediation appears to be on the rise again since a few years, reconquering its traditional predominant place in China, after a decade of increased litigation during the period of rapid economic growth. The pressure on Chinese courts to make the parties settle raises some questions however about how to assess whether private mediation or public litigation is indicated, and by which evidence-based standards.


Rob Jagtenberg
Dr. Rob Jagtenberg is onder meer verbonden aan de Erasmus Universiteit en publiceerde veelvuldig over zowel mediation als over de rechtsontwikkeling in China, onder meer in opdracht van de Europese Commissie en de Wereldbank.
Artikel

De constitutionele toetsing door de Raad van State

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden advisering, constitutionele toetsing, interpretatiemethoden, Raad van State, rechtsvergelijking, verdragsconforme grondwetsuitleg
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad van State heeft de achterliggende jaren stappen gezet om de toetsing aan constitutionele normen te versterken. In deze bijdrage komt het begrip constitutionele toetsing aan de orde zoals dat door de Afdeling wordt gehanteerd. Vervolgens worden de redenen aangestipt voor de inzet om de constitutionele toetsing binnen de Raad en met name de Afdeling te versterken. Ook wordt geschetst waartoe dit streven de afgelopen jaren heeft geleid. De bijdrage sluit af met een verwachting ten aanzien van de constitutionele vragen die de komende tijd op het bord van – onder meer – de Afdeling zullen komen te liggen.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen is lid van de Raad van State. b.vermeulen@raadvanstate.nl

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is jurist bij de Raad van State. h.vanroosmalen@raadvanstate.nl
Artikel

Access_open Religie en maatschappelijk verantwoord ondernemen: een (deels) gemiste kans

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden CSR, empirical research, religiosity, values
Auteurs Corrie Mazereeuw-van der Duijn Schouten
SamenvattingAuteursinformatie

    Nowadays the interest in and valuation of Corporate Social Responsibility (CSR) is impressive, but when it comes to the effective implementation of CSR in business practices there seems to be a large gap. In order to advance CSR, it is important to know what motivates executives to contribute to CSR. Religiosity may be a motivational driver of CSR. I investigated whether religiosity influences executives’ view of and contribution to CSR. Based on empirical research conducted among 473 executives, I find that traditional religiosity leads to a philanthropic orientation towards CSR and a significant higher contribution to CSR in terms of charity. Otherwise, I find that non-traditional religiosity leads to a financial orientation towards CSR and a significant higher contribution to CSR in terms of diversity.


Corrie Mazereeuw-van der Duijn Schouten
Dr. C. Mazereeuw-van der Duijn Schouten is bedrijfskundige (management van verandering) en algemeen directeur van een metaalverwerkingsbedrijf. Zij promoveerde in 2010 op een onderzoek naar de relatie tussen religie en maatschappelijk verantwoord ondernemen. cmvdds@gmail.com

Prof. mr. C.E.C. Jansen
Prof. mr. C.E.C. Jansen is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hoogleraar privaatrechtelijk bouwrecht aan de Universiteit van Tilburg en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof ’s-Hertogenbosch. De auteur dankt mw. mr. A.T.M. van den Borne voor haar opmerkingen bij een conceptversie van dit artikel. Het artikel is afgesloten op 11 april 2012.
Artikel

Nationale koppen op EU-regelgeving; een relevante discussie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden nationale koppen, implementatie, harmonisatie, regeldruk
Auteurs Mr. dr. J. Stoop
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de vraag of het relevant is nationale koppen (op EU-regelgeving) te onderscheiden van ‘gewoon’ nationaal beleid. De conclusie luidt dat dit niet het geval is.


Mr. dr. J. Stoop
Mr. dr. J. Stoop is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Afdeling Risico en Milieukwaliteit, unit EU-milieurecht.

Mr. B.J. Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en tevens redactielid van M&M.

    The central issue of this article is which European requirements apply when European and national authorities divide European grants among the applicants. Mostly, the European money which is available for awarding European grants is scarce. In this article, two questions come up for discussion. First: which distribution system has to be chosen? Second: to what extent the principles of equal treatment and transparancy – derived from the European procurement rules – are applicable to the distribution of European grants? This article will conclude that there is a difference between European grants awarded by the European Commission, European agencies and the so-called national agencies on the one hand, and European grants awarded by national authorities on the other.


Jacobine van den Brink
Jacobine van den Brink promoveert later dit jaar met het proefschrift ‘De uitvoering van Europese subsidieregelingen Nederland’ en is werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit Leiden.
Casus

Enkele AFM-boetebesluiten ter zake van overkreditering langs de lat van het bepaalbaarheidsgebod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden AFM, bepaalbaarheidsgebod, bestuurlijke boete, boetebesluit, overkreditering
Auteurs Mr. C.F.J. van Tuyll
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of de AFM, als deze tot beboeting overgaat, de door haar voorgestane invulling van het financiële voorschrift vooraf voldoende kenbaar maakt aan de markt. Deze verplichting vloeit voort uit het bepaalbaarheidsgebod dat via de band van art. 7 EVRM van toepassing is op bestuurlijke boetes. De auteur onderzoekt aan de hand van diverse boetebesluiten die de AFM in 2010-2011 wegens overkreditering aan kredietverstrekkers als Rabobank, ING, DSB en ELQ Hypotheken N.V. heeft opgelegd of de AFM de door haar voorgestane invulling van bepaling ter zake van overkreditering vooraf voldoende helder kenbaar heeft gemaakt aan de markt. Na het wettelijk kader van het overkrediteringsvoorschrift te hebben geschetst, gaat de auteur in op de algemene gedachte achter de open norm. Voorts worden de diverse boetebesluiten van de AFM die aan de geselecteerde kredietverstrekkers zijn opgelegd, besproken en beoordeeld. Bij de beoordeling of de AFM zich wel voldoende rekenschap heeft gegeven van het bepaalbaarheidsgebod staat centraal of de boeteoplegging voor ondertoezichtstaanden in voldoende mate te voorzien was, in het licht van eerder door de AFM gegeven interpretaties ten aanzien van het voorschrift.


Mr. C.F.J. van Tuyll
Mr. C.F.J. van Tuyll is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 42 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.