Zoekresultaat: 35 artikelen

x
Jaar 2013 x
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Nieuwe Europese regelgeving voor ratingbureaus inzake het beoordelen van uitgevende instellingen en securitisatietransacties

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden ratingbureaus, Verordening 462/2013, securitisatie, hersecuritisatie, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 mei 2013 is Verordening (EU) nr. 462/2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus vastgesteld. In deze bijdrage worden de, voor de securitisatiepraktijk, relevante wijzigingen besproken die voornoemde nieuwe regelgeving met zich brengt.


Mr. M. van der Weide
Mr. M. van der Weide is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Woonplaatsvereisten en export van studiefinanciering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vrij verkeer unieburgers, Europees Burgerschap, Studiefinanciering (export van), Woonplaatsvereisten, 3-uit-6-eis
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Prinz en Seeberger spreekt het Hof van Justitie zich (opnieuw) uit over de vraag of een woonplaatseis als voorwaarde voor een recht op export van studiefinanciering, verenigbaar is met de verdragsbepalingen over het vrij verkeer van EU-burgers (art. 20 en 21 VWEU). De twee betrokkenen, Duitse onderdanen, wilden in Nederland respectievelijk Spanje gaan studeren met Duitse studiefinanciering. Zij voldeden echter niet aan de in het Duitse recht vastgelegde zogenoemde driejaarregel: recht op Duitse studiefinanciering voor een volledige hogeronderwijsstudie in een andere EU-lidstaat bestaat alleen indien betrokkene direct voorafgaand aan die buitenlandse studie minstens drie jaar in Duitsland heeft gewoond. Volgens Prinz en Seeberger vormt deze driejaarregel een niet te rechtvaardigen beperking van het recht van Unieburgers op vrij verkeer en verblijf. Na een korte schets van de feitelijke en juridische achtergronden van de zaak wordt het arrest van het Hof van Justitie thematisch besproken, in welke thema’s het commentaar van de auteur is verwerkt, en vervolgens wordt afgesloten met de gevolgen van het arrest voor Nederland.
    HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-523/11 en C-585/11, Laurence Prinz/Land Hannover respectievelijk Philipp Seeberger/Studentenwerk Heidelberg, n.n.g.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als universitair hoofddocent verbonden aan de UvA, Leerstoelgroep Europees recht en Amsterdam Centre for European Law and Governance.

    Zorgaanbieders werken vaak samen in maatschapsverband. Dit artikel positioneert de maatschap binnen het Nederlandse algemene en zorgspecifieke mededingingsrecht. Eerst wordt onderzocht of fusies tussen maatschappen van vrijgevestigde medisch specialisten van verschillende ziekenhuizen onder het concentratietoezicht dan wel het kartelverbod uit de Mededingingswet moeten worden beoordeeld. Daarna wordt onderzocht wat en wanneer op grond van artikel 48 en 45 Wet marktordening gezondheidszorg tegen maatschappen kan worden ondernomen. Hierbij wordt tevens ingegaan op de ACM-lijn maatschappen en ziekenhuizen alsmede het NZa-besluit in Thuisapotheek – Huisartsenpraktijk Prinsenbeek.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Edith Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).
Artikel

Bail-in: over de (wettelijke) beperking van rechten van crediteuren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden crediteuren, bail-in, kredietinstelling, afwikkeling, onteigening
Auteurs Mr. drs. A.D.S. Hoeblal en Mr. J.J.A. Wiercx
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ingrijpen in de positie van crediteuren door het bail-in-instrument vormt aanleiding voor onze bijdrage. Deze bijdrage schetst een beeld van het bail-in-instrument en de gevolgen voor crediteuren van kredietinstellingen. Bail-in vormt – ondanks de genoemde nadelen – een meer dan welkome aanvulling op het bestaande instrumentarium.


Mr. drs. A.D.S. Hoeblal
Mr. drs. A.D.S. Hoeblal is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. J.J.A. Wiercx
Mr. J.J.A. Wiercx is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.
Casus

Elektronische interactie tussen overheid en burger: voorbeelden uit de Verenigde Staten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Verenigde Staten, informatietechnologie, petitierecht, burgerparticipatie
Auteurs Prof. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Op veel verschillende plekken wordt nagedacht over manieren om wetgevingsprocessen open te breken. In deze bijdrage worden een paar initiatieven op dat vlak uit de Verenigde Staten besproken. De ‘Open Data Policy’ zou overheidsinstellingen ertoe moeten bewegen grote hoeveelheden data op een gestructureerde en gebruiksvriendelijke manier beschikbaar te stellen aan burgers om zo innovatieve ontwikkelingen in het aanwenden van deze data te stimuleren. De website ‘We the People’ vraagt, in een hedendaagse operationalisering van het petitierecht, juist burgers om input in beleids- en wetgevingsprocessen. Beide voorbeelden laten zien dat ook als een informatiekanaal primair voor één bepaald doeleinde is opgericht, bredere interactie al snel het gevolg is.


Prof. dr. A.C.M. Meuwese
Prof. dr. A.C.M. Meuwese is hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School.
Artikel

Bindingseisen passé?

Over een vereiste van ‘voldoende band’ met een gemeente om er te mogen wonen, een ‘sociale last’ voor een sociaal woonbeleid en compensatie voor openbare dienstverplichtingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden vrij verkeer, bindingseisen, staatssteun, Altmark, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. R.A. Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Libert maakt het Hof van Justitie zeer korte metten met een Vlaamse regionale regeling die voor de overdracht van onroerend goed vereist dat een kandidaat-koper of kandidaat-huurder beschikt over ‘voldoende band’ met de betrokken gemeente: het Europees burgerschap, de vestigingsvrijheid en het vrij verkeer van werknemers, diensten en kapitaal staan daaraan in de weg. Wel mag een regionale overheid, onder voorwaarden, een ‘sociale last’ opleggen die verbonden is aan de verlening van een bouw- of verkavelingsvergunning. Verder biedt het arrest Libert een zeldzaam voorbeeld van toetsing aan de Altmark-uitzondering in het staatssteunrecht: onder welke voorwaarden kunnen fiscale stimuli en subsidiemechanismen voor projectontwikkelaars als compensatie voor een dienst van algemeen economisch belang worden beschouwd?
    HvJ EU 8 mei 2013, gevoegde zaken C-197/11 en C-203/11, Libert, n.n.g., zie <www.curia.eu>


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo)

Beschouwingen vanuit de inspectiepraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Brzo, toezicht en handhaving, VTH-stelsel, Brzo-RUD’s
Auteurs Ing. P.H. van Lieshout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het risico van een zwaar ongeval door de ongewilde ontsnapping van gevaarlijke stof moet door bedrijven adequaat worden beheerst. Dit is sinds 2000 in het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) geregeld. Aan de bedrijven worden vergaande eisen opgelegd en van de overheid wordt een gezamenlijke en gestructureerde aanpak verlangd. Deze bijdrage beschrijft de ontwikkelingen die zich onder invloed van deze regelgeving in Nederland in de afgelopen tien tot dertien jaar hebben voorgedaan. In het bijzonder wordt de rol van het toezicht beschreven en de eisen die op grond van praktijkervaringen aan goed toezicht gesteld dienen te worden. De recente aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) en de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) worden vanuit deze praktijkvisie besproken.


Ing. P.H. van Lieshout
Ing.P.H. van Lieshout is hoofd inspectie van de directie Major Hazard Control van de Inspectie SZW.
Artikel

Geslachtsnaamswijziging

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden naamrecht, geslachtsnaam, naamskeuze, geslachtsnaamwijziging
Auteurs Mr. Miranda Gielen en Prof. dr. Gerard-René de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Koninkrijk der Nederlanden bestaan een aantal verschillende naamrechtssystemen. In dit artikel worden de verschillende rechtssystemen op kritische wijze vergeleken in het bijzonder daar waar het gaat om het verwerven en wijzigen van de geslachtsnaam.


Mr. Miranda Gielen
Miranda Gielen is docente privaatrecht en personen- en familierecht bij de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. Gerard-René de Groot
Gerard-René de Groot is hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht in Maastricht, Aruba en Hasselt.

    Alternative Dispute Resolution (ADR) and Online Dispute Resolution (ODR) are on the rise in Europe and different Member States. In May 2013, the European Parliament and Council adopted an ADR Directive (n 2013/11) and ODR Regulation (n 524/2013) that will bring major changes in the European and national ADR landscapes. Both instruments are analyzed in this article. On the other hand, attention is also paid to the Belgian ODR-platform Belmed, that was created in 2011 and facilitates Belgian consumers to make an online ADR application. Finally, a plea is made for the exchange of data between ODR-platforms and national regulators, as a means to detect mass cases.


Stefaan Voet
Stefaan Voet is doctor-assistent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Gent en advocaat bij de balie Brugge.
Artikel

Het voorgestelde verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verticale integratie, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, Wet marktordening gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsvoorstel 33 362 introduceert in de Wet marktordening gezondheidszorg een verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Het verbiedt zorgverzekeraars, AWBZ-verzekeraars en zorgkantoren om (a) zelf zorg te verlenen en (b) direct of indirect zeggenschap te hebben over een zorgaanbieder. In dit artikel wordt betoogd dat dit verbod niet noodzakelijk en niet proportioneel is om het daarmee beoogde doel te bereiken. Gewezen wordt op het belang om (alternatieve) maatregelen te nemen om het vertrouwen in zorgverzekeraars en de transparantie met betrekking tot de kwaliteit van zorg te verbeteren.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts in opleiding tot specialist, farmaceut en gezondheidsjurist.

    KNO-arts, C.-chirurgie; werkzaam in ziekenhuis en C.-kliniek; impliciet noch expliciet toestemming voor extramurale werkzaamheden in C.-kliniek; onwenselijke concurrentie; nevenwerkzaamheden verwerven met werkzaamheden ziekenhuis; voorwaarden ziekenhuis niet onredelijk

Artikel

De Aanbestedingswet 2012, een terechte verdere begrenzing van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Aanbestedingswet 2012, proportionaliteit, MKB, contractsvrijheid, beperking
Auteurs Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Aanbestedingswet 2012 bevat bepalingen die leiden tot een verdergaande beperking van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten dan voorheen het geval was onder het Bao en Bass. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de vraag in hoeverre deze verdergaande beperking van de contractvrijheid gerechtvaardigd is in het licht van het uitgangspunt van contractsvrijheid tussen partijen.


Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer is werkzaam bij De Nederlandsche Bank
Artikel

Private aanbestedingen: (weer) vrijheid blijheid?

Een pleidooi voor meer redelijkheid en billijkheid naar aanleiding van het arrest KLM/Schoonmaakdiensten, HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2900

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden private aanbesteding, contractsvrijheid, precontractuele redelijkheid en billijkheid, aanbestedingsrechtelijke beginselen, leuren
Auteurs Prof. mr. J.M. Hebly en Mr. J.W.A. Meesters
SamenvattingAuteursinformatie

    Private opdrachtgevers die aanbesteden, worden steeds meer gebonden geacht aan Europese aanbestedingsrechtelijke beginselen. Met een arrest van de Hoge Raad over een private aanbesteding door KLM lijkt het tij gekeerd. De vraag is echter of de vrijheden die KLM zich voorbehield, te verenigen zijn met de precontractuele redelijkheid en billijkheid.


Prof. mr. J.M. Hebly
Prof. mr. J.M. Hebly is advocaat bij Houthoff Buruma en tevens hoogleraar bouw- en aanbestedingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J.W.A. Meesters
Mr. J.W.A. Meesters is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

De openbaarheid van de civiele procedure

Mag het een onsje meer zijn?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Openbaarheid, Achter gesloten deuren, inzage in vonnissen, inzage in processtukken, recht op privéleven
Auteurs Mr. R.R. Verkerk en Mr. R.A. Woutering
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de grondslagen van het beginsel van openbaarheid en de beperkingen die daaraan kunnen en mogen worden gesteld. Hoewel openbaarheid van de procedure in de Grondwet en artikel 6 EVRM is voorgeschreven, is zij immers niet absoluut. Indien sprake is van een botsing met andere fundamentele rechten, zoals het recht op een privéleven, is maatwerk geboden. De auteurs bepleiten dat op enkele punten meer openheid van zaken gewenst is.


Mr. R.R. Verkerk
Mr. R.R. Verkerk is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. R.A. Woutering
Mr. R.A. Woutering is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Ultima ratio legis: het Hof of de nationale wetgever?

Over de constitutionele balans tussen wetgever en rechter bij het verwerkelijken van Europese mensenrechten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden toetsing aan EVRM door wetgever en rechter, Brighton Declaration, directe werking verdragsrecht, artikel 93 Grondwet, artikel 94 Grondwet, wetsvoorstel-Taverne
Auteurs Prof. mr. E.C.M. Jurgens
SamenvattingAuteursinformatie

    De spanning tussen de rol van de wetgever en die van de rechter bij het implementeren van mensenrechten kan niet worden opgelost door het geven van het laatste woord aan een van hen. Het Hof in Straatsburg heeft zo’n laatste woord, omdat wijziging van het EVRM zeer moeilijk is. De Raad van Europa heeft in de Brighton Verklaring van 2012 voorstellen gedaan om de interpretatieruimte van het Hof enigszins in te tomen. In Nederland wil het initiatiefvoorstel Taverne de bevoegdheid van de nationale rechter afschaffen om direct te toetsen aan het EVRM, dit door wijziging van artikel 93 en 94 Grondwet. De beide voorstellen worden in deze bijdrage besproken.


Prof. mr. E.C.M. Jurgens
Prof. mr. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht (Universiteit Maastricht en Vrije Universiteit Amsterdam), oud-lid van de Eerste en van de Tweede Kamer en oud-lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, alsmede oud-redacteur van RegelMaat. ejurgens@xs4all.nl
Artikel

Onbekend maakt onbemind

Naar betere communicatie tussen wetgever en rechter

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden toelichting wetsvoorstel, taken en bevoegdheden van de rechter, rechtsvorming, wetsvoorstel-Taverne, toetsingsverbod, artikel 93 Grondwet, artikel 94 Grondwet, wetgevingsadvisering, wetgevingsbevel
Auteurs Prof. dr. mr. E. Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Terwijl de samenleving sterk is veranderd en – onder invloed daarvan – ook de politieke en staatkundige verhoudingen in beweging zijn, is de manier waarop wetgever en rechter met elkaar communiceren nauwelijks gewijzigd. Dat lijkt steeds vaker tot een verkeerd begrip van elkaars rol en positie te leiden. Het wetsvoorstel Taverne is daar een goed voorbeeld van. In deze bijdrage wordt eerst ingegaan op die rol en positie en vervolgens op de vraag hoe de communicatie tussen wetgever en rechter kan worden verbeterd. Ideeën en voorstellen zijn er genoeg, maar de uitvoering is problematisch.


Prof. dr. mr. E. Bauw
Prof. dr. mr. E. Bauw is hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam, tevens hoofd juridische kwaliteit, wetgevingsadvisering en internationale samenwerking bij de Raad voor de rechtspraak en raadsheer-plaatsvervanger in de gerechtshoven Arnhem-Leeuwarden en Den Haag. e.bauw@rechtspraak.nl

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.