Zoekresultaat: 7 artikelen

x
Jaar 2012 x
Casus

De eerste gele kaart voor Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, gele kaart, impact assessment
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente ervaringen met de ‘gele kaart’ voor de Europese Commissie wegens vermeende subsidiariteitsbezwaren tegen het voorstel voor een Verordening over het uitoefenen van het recht op collectieve actie in het kader van de vrijheden van vestiging en dienstverlening geven aanleiding nog eens kritisch te kijken naar de afbakening van de procedure. Hoe kunnen we zorgen dat de parlementen de Commissie in deze procedure aanspreken op het enige punt dat haar dwingt tot een inhoudelijk antwoord: de analytische kwaliteit van haar subsidiariteitstoets?


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School.
Hoofdartikel

De ontwerp-Verordening Monti II, oude wijn (azijn) in nieuwe zakken?

De uitoefening van het recht op collectieve actie in tijden van vrijheid van vestiging en van dienstverrichting

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden recht op collectieve actie, vrijheid van vestiging, vrijheid van dienstverrichting, detachering, alternatieve en niet-jurisdictionele geschillenregeling
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2012 diende de Europese Commissie een voorstel van verordening in dat de uitoefening van het recht op collectieve actie reguleert binnen de context van de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting.Bij de analyse wordt een intertekstuele benadering gevolgd. De tekst wordt vergeleken met Verordening (EG) nr. 2679/98 en met het voorontwerp van de verordening. Het voorstel wordt geëvalueerd door het te toetsen aan de formele doelstellingen van dit instrument en door een onderzoek naar de interne contradicties die de tekst kenmerken. De conformiteit van het voorstel met internationale mensenrechteninstrumenten staat eveneens centraal. Voorafgaand wordt de juridische grondslag van het voorstel bestudeerd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Crides Jean Renauld aan de Université de Louvain.
Artikel

Pionieren en formaliseren

De internationale vervlechting van het politiewerk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden European police cooperation, formalisation, institutionalisation, security entrepeneurs, international policework
Auteurs J. van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    International police cooperation is characterised by sometimes conflicting dynamics between informal security entrepreneurship and formal institutionalisation and centralisation. In spite of claims in governance literature that states are losing their commanding heights due to internationalisation, experience shows that states are in fact able and willing to control and steer international police networks. Whether matching processes of politicisation and bureaucratisation conflict with operational effectiveness remains to be seen. Both in politics and science the institutional approach is dominant in describing, explaining and evaluating international police cooperation. This runs the risk of losing sight of the ‘logic of practicality’ that in reality is very important for innovations and developments regarding cross-border cooperation. In the logical of practicality, dimensions like intuition, creativity, trust and perseverance are more important than rules, policy preferences or organisational charts.


J. van Buuren
Drs. Jelle van Buuren is als promovendus en universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Faculteit Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

dr. T. Heremans
Dr. T. Heremans is Parlementair Assistente bij het Europees Parlement. De visie weergegeven in deze bijdrage is die van de auteur en weerspiegelt niet noodzakelijk de opinie van het Europees Parlement.
Artikel

Access_open De levensbeschouwelijke wortels van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Dutch Industrial Organisation, religious and philosophical roots
Auteurs René Guldenmund
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Industrial Organisation is a public-law system of product boards and industrial boards, which are authorized to lay down general rules and impose levies on the companies under their jurisdiction. It was established in 1950 on a firm theoretical ground, where three principles coincide: the socialist principle of ‘functional decentralisation’, the protestant concept of ‘sovereignty within the communal spheres’ and the Roman Catholic concept of ‘subsidiarity’. The papal encyclical Quadragesimo Anno (1931) added greatly to the philosophical basis of this system and to the ‘collective bargaining economy’, which is so characteristic for the political culture of the Netherlands.


René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund studeerde burgerlijk recht en internationaal recht, en was van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien werkte hij als jurist aan verschillende ministeries. Hij publiceerde o.a. over de strafrechtelijke handhaving van het EU gemeenschapsrecht. Thans werkt hij aan een proefschrift God in de publieke ruimte. rene@guldenmund.eu
Artikel

Kaderwetgeving en de verstrooiing van de wetgevende macht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden kaderwetgeving, delegatie, snelheid en slagvaardigheid, primaat van de wetgever
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren heeft zowel de Raad van State als de Eerste Kamer zich herhaaldelijk met klem verzet tegen het vermeendelijk toegenomen gebruik van kaderwetgeving vanwege de inbreuk die kaderwetten al snel zouden maken op het primaat van de wetgever. Het belangrijkste bezwaar tegen kaderwetten lijkt het gevaar dat het parlement als medewetgever buiten spel wordt gezet door te kiezen voor open normen in wetgeving en veelvuldige delegatie van regelgevende bevoegdheid naar het bestuur of het overlaten van nadere normstelling aan private regelgevers. Een vaak genoemd motief voor het gebruik van kaderwetten is het streven naar meer snelheid en slagvaardigheid in het wetgevingsproces. De vraag is echter of snelheid wel het daadwerkelijke motief is achter de inzet van kaderwetgeving, aangezien de tijdwinst die ermee wordt geboekt, vaak twijfelachtig lijkt. Denkbaar is ook dat veeleer sprake is van een verstrooiing van de wetgevende macht mede als gevolg van het tanende gezag van het parlement als medewetgever. Daarnaast lijkt de invloed van Europa belangrijke gevolgen te hebben voor het gebruik van kaderwetgeving en valt op dat het fenomeen kaderwet zeker geen nieuw of louter nationaal verschijnsel is. Het gebruik van kaderwetgeving lijkt populair in tijden van crisis en komt zowel op Europees niveau (kaderrichtlijnen) als in de ons omringende landen (lois-cadres, Rahmengesetze, skeleton bills, enzovoort) regelmatig voor.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Burgerschap en verschil

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden parliamentary discourse, citizenship, Habermas, Foucault
Auteurs Bertjan Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    The citizen, understood in the classical republican sense as the political actor, is on occasion confronted with issues that concern the room for difference in politics. In the Netherlands, for example, the recent entrance of populist citizens in parliament is regarded as a problem by more deliberative citizens. Do populist citizens threaten ordinary politics or do ordinary citizens, on the contrary, restrict the space of politics too much? To prepare future research on this point, in this article three similar historical controversies in Dutch parliament are examined. In these cases citizens struggle with the problem how much room parliament ought to provide for the differences between them. In these cases citizens eventually grant each other the freedom to engage in politics in their own way, unless that way threatens the freedom of parliamentary politics itself. They defend the right to debate the widest range of issues in the sharpest way, for example, but prohibit making insults and endorsing illegal activities. Further research is needed to confirm and specify these still tentative conclusions.


Bertjan Wolthuis
Bertjan Wolthuis is universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn onderzoeksinteresses zijn onder meer: de kwaliteit van het politieke debat, Jürgen Habermas, Michel Foucault, parlementaire geschiedenis, retorica en argumentatieleer.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.