Zoekresultaat: 257 artikelen

x
Jaar 2010 x
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs M.P.C. Scheepmaker

M.P.C. Scheepmaker

    Anders dan bij indirecte schade speelt bij directe schade een rol in hoeverre de maximale mogelijkheden van het oude planologische regime rendabel zijn.

    De uitgevoerde planologische vergelijking bevat geen geheel geobjectiveerde waardevergelijking, doordat slechts is uitgegaan van het bouwplan van appellant voor een bepaald appartementencomplex. Daarmee staat niet vast dat de waarde van het perceel en het daarop gevestigde woonhuis niet is verminderd ten gevolge van andere in het bestemmingsplan vervallen bouwmogelijkheden.

    De partiële herziening is een schadebeperkende omstandigheid waarmee bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding rekening dient te worden gehouden omdat appellant anders een vergoeding zou ontvangen voor schade welke hij niet lijdt.

    Voor zover het college ter zake een stringent beleid voert, laat dat onverlet dat er geen wettelijke voorschriften zijn die aan gebruikmaking van de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling in de weg staan en niet aannemelijk is dat uitgesloten moet worden geacht dat een belangenafweging tot gevolg heeft dat het college daartoe overgaat. Dat onder het oude bestemmingsplan nieuwbouw met meer bouwlagen en een groter verhuurbaar vloeroppervlak kon worden gerealiseerd, zoals gesteld, betekent niet dat appellant door de mindere bebouwingsmogelijkheden van het nieuwe bestemmingsplan schade lijdt omdat de percelen op de peildatum in bebouwde toestand een hogere waarde vertegenwoordigen dan de grondwaarde voor de meest optimale bebouwing.

    De vergunningen zijn verleend om het gebruik als attractiepark feitelijk te kunnen realiseren. Niet aannemelijk is geworden dat de gestelde schade niet als een direct gevolg van de planologische wijzigingen behoort te worden aangemerkt.

    Voor de waardering van de panden is ten onrechte uitgegaan van de huuropbrengst, omdat de panden niet-bedrijfsmatig worden verhuurd tegen niet-marktconforme prijzen.

    Het betoog dat de parterre op de peildatum niet voor bewoning geschikt was en dat daarom voor de bepaling van de hoogste waarde niet van de waarde als woonruimte maar als bedrijfsruimte moet worden uitgegaan, faalt, omdat ook voor de vaststelling van eventuele waardevermindering moet worden uitgegaan van hetgeen op grond van het oude planologische regime maximaal kon worden gerealiseerd en niet van de feitelijke situatie. De gestelde schade wegens leegstand van de parterre en verbouwing tot woonruimte is niet het gevolg van de planologische wijziging maar van de beëindiging van de huurovereenkomst.

    In het afgelopen decennium is in de (lagere) jurisprudentie op uiteenlopende wijze geoordeeld over de omvang van de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor uit arbeids- en andere duurovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen van haar vrijgestelde groepsmaatschappij (hierna dochtermaatschappij). De centrale vraag daarbij was telkens of deze aansprakelijkheid alleen geldt voor verplichtingen voortvloeiend uit tijdens de aansprakelijkstellingstelling aangegane arbeidsovereenkomsten of tevens voor verplichtingen voortvloeiend uit voor de aansprakelijkstelling aangegane arbeidsovereenkomsten en, indien dat laatste het geval was, of de aansprakelijkheid dan alleen voor gedurende de aansprakelijkstelling uit arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen geldt of ook voor daarvoor reeds uit arbeidsovereenkomsten ontstane verplichtingen.


J.P.H. Zwemmer
Mr. J.P.H. Zwemmer is advocaat te Amsterdam en promovendus bij het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Welk spoor volgt Nederland?

Een reactie op Hans Dominicus

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Annemieke Wolthuis en Eric Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Comparing the developments in the Netherlands with those in Belgium the authors find important differences relating to the questions pertinent to implementation. Experiments have also been done in the Netherlands and their evaluations showed positive results, but there were different models which were not clearly – or not at all – related to the traditional criminal justice process. They all were lacking the formal collaboration with the courts, that was seen in Belgium. There has been no form of central direction and no important influence from the academic world and the various projects have officially been replaced in 2006 by a national policy of implementing ‘victim-offendertalks’. These talks have their merits and are appreciated by victims and offenders, but they do not amount to mediation in a restorative style, since restorative agreements are not allowed to result. Nevertheless, there are a number of indications that restorative justice practices could still become recognized and accepted. Staff of the police, the public prosecutors office and judges are interested and new experiments are beginning. The new development of local ‘veiligheidshuizen’ (‘front offices for safety’) offers a promising setting for interagency co-operation and conferencing with citizens in trouble and conflict. The conferencing-model has gained broad acceptance in the context of juvenile care and may continue to inspire justice personnel. In process now is the foundation of a new restorative justice network, called ‘Restorative Justice Netherlands’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is als onderzoekster verbonden aan het Hilde Verweij –Jonker Instituut te Utrecht.

Eric Wiersma
Eric Wiersma is werkzaam als beleidsconsulent bij Halt Nederland.

John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen, verbonden aan de Erasmus Law School van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Herstelrecht en sociaal werk

Een reactie op Maria Bouverne-De Bie & Rudi Roose

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Lode Walgrave
SamenvattingAuteursinformatie

    Responding to Bouverne-De Bie and Roose Walgrave stresses the importance of using a narrow definition of restorative justice as a way of doing justice by repairing the harm caused by crime. This narrow definition alone allows for the development of a consistent praxis and theory of restorative justice and for adequate research of its effects. Restorative Justice cannot offer the ´politically critical´ social praxis on the interface between the public and the private world that Bouverne-De Bie and Roose would like to see. But the apparent influence that basic concepts and ideas of restorative justice have on social practices outside the sphere of criminal justice imply that such social practices and restorative justice praxis can work in the same direction by avoiding stigmatization and exclusion and promoting redress and inclusion.


Lode Walgrave
Lode Walgrave is emeritus-hoogleraar jeugdcriminologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Ethiek en herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, ethics, moral praxis
Auteurs Bart Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Conceptions of what ethics are about inform the expectations one has when consulting ethicians. To illustrate this Pattyn shows how two different conceptions of ethics generate two opposite expectations. One could either consider ethics as a specific disciplinary domain that can evaluate and judge decisively about a certain phenomenon on the basis of fundamental criteria, or see ethics as the study of the ways in which a phenomenon – such as restorative justice – can appear as a morally accountable praxis in a specific cultural setting or ‘situated understanding’. Pattyn argues that only the second view makes sense and discusses several types of settings and understandings in relation to various types of judicial settlement. The conclusion following from the analysis is that the ambitions of restorative justice amount to an everyday moral strategy to heal the damaged cohesion of social groups after a transgression and to offer offender and victim alike the opportunity to rehabilitate.


Bart Pattyn
Bart Pattyn is als hoofddocent verbonden aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie (Overlegcentrum voor Ethiek) te Leuven.
Artikel

Herstelrecht en de maatschappelijke (re)integratie van de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Maria Bouverne-De Bie en Rudi Roose
SamenvattingAuteursinformatie

    Social (re-)integration is such a complex phenomenon that it is not possible to make a direct link between restorative justice and social reintegration of offenders. If one considers restorative justice, not in its utility for maintaining the law but as a praxis of social work, one could get the impression that restorative justice runs the risk of individualizing the social problem of crime by making offenders responsible and of losing sight of the structural dimensions causing or contributing to criminality. The same structural dimensions may appear to be a blockade for effective emancipation of offenders from their often marginal and powerless positions. Considered as a praxis of social work, restorative justice should be able to promote (the awareness of) accountability and the mutual exploration of the many roads that can lead to effective emancipation and reintegration.


Maria Bouverne-De Bie
Maria Bouverne-De Bie is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.

Rudi Roose
Rudi Roose is als wetenschappelijk assistent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.
Artikel

Nut en onnut van morele beginselen en ‘hoge principes’

Een reactie op Bart Pattyn

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, ethics, moral praxis
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Van Stokkom endorses Pattyn’s criticism of principled ethics. It is more convincing to view ethics as a way to understand moral practices and moral experiences. For example, the ethical value of restorative justice practices resides in moral communication in which the participants strive for recognition. Nevertheless, Pattyn does not notice that moral justifications often rely on ethical principles. When we must make choices or introduce new policies, we often cannot escape justifications that fit in with ethical principles. Nevertheless, these principles may also paralyze or polarize discussions. In populist times – with its punitive rhetoric – it seems wise to keep public discussion at bay from ‘high restorative principles’ such as the ‘superfluity of punishment’ and concentrate on the narrative power of restorative justice practices.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is als ethicus, socioloog en criminoloog verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit.
Artikel

Herstelrecht in Nederland: een slachtofferperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, paradigma, tailoring, victims
Auteurs Marc Groenhuijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    The author advises the protagonists of restorative justice to become less paradigmatic and more pragmatic in their approach of criminal justice and victims needs and interests. The offer of a restorative procedure is not suitable for all victims, nor for all thinkable moments after the event of a crime. Tailoring is needed to make each victim the best offer, and the utility of restorative justice is important, but limited. The author believes that much of the restorative justice literature is aiming at proving the superiority of restorative justice practices above any other type of intervention or service, and he feels that this is partly why restorative justice has not been well received in the Netherlands. A piecemeal implementation of mediation and conferencing in the sphere of criminal justice might be served by being less paradigmatic.


Marc Groenhuijsen
Marc Groenhuijsen is hoogleraar straf(proces)recht, verbonden aan de Universiteit Tilburg en Intervict.
Artikel

De implementatie van dader-slachtofferbemiddeling in België

Zoektocht naar functionele en structurele randvoorwaarden

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Hans Dominicus
SamenvattingAuteursinformatie

    Victim-offender-mediation started in Belgium as early as 1993 and nowadays the Belgium landscape shows a variety of restorative practices, including conferencing with juveniles and mediation with adult offenders, on the basis of a number of legal arrangements. Progress can still be made in quantitative terms and qualitatively by harmonizing the various legal instruments that are available. The diversionary mediation that is possible at the level of the public prosecutor differs in a number of ways from the mediation that can be offered in subsequent stages of the criminal procedure. A variety of motives and reasons explain the reception and growth of restorative practices, such as the desire to offer victims a better service and to improve the delivery of justice. The willingness to experiment and to collaborate between protagonists of restorative justice and the agencies of criminal justice, and the strong scientific support from the Catholic University of Leuven, are amongst the key factors that promoted the integration and consolidation of restorative practices in the legal system.


Hans Dominicus
Hans Dominicus is attaché bij het Directoraat-generaal Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie in België. Hij is adviseur van minister van justitie Stefaan de Clerck.
Artikel

Het belang van ideologie

Een reactie op Marc Groenhuijsen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, Paradigma, Tailoring, victims
Auteurs John Blad
SamenvattingAuteursinformatie

    Blad responds to Groenhuijsen by showing how political decisions in the Netherlands, after successful experiments with restorative justice for juveniles and adults, were based on the belief that criminal justice would lose its punitive foundation and tenor when restorative justice practices would become integrated in the justice system. Criminal justice should not be about resolving conflicts between victims and offenders and the type of mediation, that could lead to an agreement as an important element to be considered in sentencing, was therefore rejected. In so far as restorative justice ideology took influence, it seems to have been a misconception of restorative justice as merely a new form of penal abolitionism. The fact that restorative justice does not deny the legitimacy of the provisions in the substantive criminal law and that all important restorative projects co-operate with criminal justice agencies was apparently ignored. Against the background of the dominant political culture of ‘punitive populism’ and intensified use of severe punishments it seems highly unlikely that abandoning the ambition to develop a restorative justice paradigm would further the implementation of restorative justice.


John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen, verbonden aan de Erasmus Law School van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    In this article the significance and impact on Europe and The Netherlands of the European Probation Rules are discussed. As opposed to Gerard de Jonge the author contends that the Rules are also important to and have impact on the Dutch situation. The CEP, The European Organisation for Probation will undertake several activities to assist the member states in implementing the Rules and will contribute to a future revision of the present Rules.


Leo Tigges
Leo Tigges is secretaris-generaal van de CEP, de Europese Reclasseringsvereniging.
Artikel

Openbaar brandmeldsysteem: historie, kosten en opbrengst

Onderzoek naar historie, kosten en opbrengst van het openbaar brandmeldsysteem in de veiligheidsregio Twente

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Brandmelding, Kosten-baten analyse, Veiligheidsopbrengst, Openbaar meldsysteem, Incidentrapporten
Auteurs Ron de Wit en Ira Helsloot
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands fire safety regulations require certain types of buildings to have a direct connection between the building fire alarm system and the dispatch centre of the fire brigade. These automatic fire alarm systems are mandatory for example in premises where inhabitants such as small children or elderly people have limited self-evacuation capabilites in case of fire. These automatic fire alarms aim at saving lives by a faster response of the fire brigade. However, the fast majority of these automatic alarms are false. As a result these calls constitute a considerable and undesirable drain on the fire brigade resources. These calls cause unwanted direct costs (salaries) and indirect costs (road accidents due to fire brigade mobilisation) apart from the regular maintenance costs. Up to now no data is available for the costs and benefits of the system of automatic fire alarms. This article describes the results of a study of the automatic fire alarm system in the region Twente. The yearly social costs are calculated at about € 3 million. In order to calculate the benefits all incident reports from automatic fire alarms during a period of 29 months have been investigated. In this period no call form an automatic fire alarm system has occured in which the fire brigade had to deploy its resources for a live saving or evacuation action.


Ron de Wit
Ir. Ron de Wit is brandweerofficier en plaatsvervangend regionaal commandant brandweer in de veiligheidsregio Twente. Daarnaast is hij onderzoeker bij crisislab aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Contactadres: R.A.C. de Wit, Lansinkweg 33, 7553 AG Hengelo. E-mail: rac.dewit@kpnmail.nl.

Ira Helsloot
Prof. dr. Ira Helsloot is hoogleraar crisisbeheersing en fysieke veiligheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 257 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.