Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 267 artikelen

x
Jaar 2012 x

    This article examines the impact of the introduction of the Schutznorm-principle (relativiteitsvereiste) in the Dutch General Administrative Law Act on the private enforcement of state aid law. This principle prohibits the administrative courts to annul a decision if the ground manifestly does not protect the complainants interests. Court decisions are examined to research the role of individuals in the private enforcement of state aid law. These individuals often have no competitive relation with the (alleged) beneficiary of the aid. However, presumably the Schutznorm-principle will not hinder them from annulling the decision because the Schutznorm-principle requires clarity regarding the scope of the provision invoked. Article 108 TFEU lacks this clarity. Based on possibilities of appeal against Commissions decisions and case law of the EU CoJ on this matter, the author argues that not every individual needs to be able to invoke state aid provisions.


Matthijs Baart
Matthijs Baart LLM is onderzoek- en onderwijsmedewerker aan de Universiteit Leiden

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Bewijs leveren van discriminatie is geen gemakkelijke opgave. Dat geldt zeker bij sollicitatie, waarbij het niet altijd duidelijk zal zijn wat de precieze redenen voor afwijzing waren. Het is daarom de vraag of de werkgever verplicht is informatie te verschaffen over de procedure en de kandidaten. De EU non-discriminatierichtlijnen schrijven een verlicht bewijslastregime voor. Of dit regime een informatierecht met zich meebrengt, kwam aan de orde in de Galina Meister-zaak. Het antwoord is ontkennend, maar de weigering van de werkgever om informatie te geven kan wel een rol spelen bij het vaststellen van een vermoeden van discriminatie.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De rol van Falck in de Deense brandbestrijding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden firefighting Denmark, history of Falck, private fire brigade, public private partnership, regional crisis management
Auteurs P. Kruize
SamenvattingAuteursinformatie

    In Denmark fire fighting is a responsibility of the local authorities, but since nearly a century communities have the possibility to outsource these duties to private companies. Falck is the dominant player on this private market. The same goes for other emergency services. The author describes the story of its founder Sophus Falck, the historical roots of Falck and how the company achieved the status of a reliable partner for the authorities. The legal basis for private firms in fire fighting is discussed as well as costs and quality of the services in an international perspective. The author concludes that Falck is a typical Danish phenomenon and the Danish model cannot be copied by other countries without restriction. At the same time the Danish experience learns that market competition may have a positive effect on the cost efficiency of fire fighting.


P. Kruize
Dr. Peter Kruize is lector bij de juridische faculteit van de Universiteit van Kopenhagen. Daarnaast is hij partner bij Ateno – bureau voor criminaliteitsanalyse in Amsterdam.
Boekbespreking

Een pleidooi voor kleine verhalen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden book review, public private partnerships, security governance
Auteurs A.B. Hoogenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    This is a review of the book (dissertation) Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (Order in security; a dynamic perspective) from the Dutch criminologist and philosopher Marc Schuilenburg. The reviewer characterises the book as ‘courageous’ because of its multidisciplinary approach of the phenomenon ‘public private partnerships’ (ppp’s) in security, its rupture with solidified thinking and its use of empirical studies to show what really happens in the workplace of ppp’s. The reviewer welcomes the application of concepts of the French philosophers Foucault, Deleuze and Tarde, but feels at the same time that the author could have done more to explain their thinking. Also he disagrees with the author about the role of the state in security governance, which is according to the reviewer much more dominant than suggested in this book.


A.B. Hoogenboom
Prof. dr. Bob Hoogenboom is hoogleraar Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Politie en Veiligheidstudies aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

    As a result of reported cases of child abuse by Roman Catholic priests and brothers in The Netherlands, a Dutch solicitor has formally accused the archdiocese of Utrecht and the diocese of Rotterdam of conspiracy. The charges being ill-founded were rejected by the public prosecutor. The present article points out that the charge of conspiracy was ill-considered and legally untenable under Dutch criminal law, because it could not be maintained that the archdiocese of Utrecht or the diocese of Rotterdam were parties to an agreement to commit the offences in question. Unfortunately child abuse and the tendency to keep it silent are a common problem in Dutch society, not only within the Roman Catholic Church, so it should be addressed accordingly. The Dutch Bishops’ Conference and representatives of congregations established in The Netherlands have set up a fact-finding committee under the expert guidance of the elder states-man Mr. Deetman to make an independent investigation into the facts and circumstances of sexual abuse of children within the ecclesiastical province of The Netherlands and to make recommendations for redress and compensation. The committee has submitted its report in December 2011. Like this the Dutch bishops and congregations have set an example how the problem of prescribed cases of child abuse within a complex social organization can be revealed and dealt with. For that purpose criminal law is a less appropriate instrument. It is satisfying to see that other organizations, religious and secular, have taken similar initiatives.


René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund studeerde burgerlijk recht en internationaal recht, en was van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien werkte hij als jurist aan verschillende ministeries. Hij publiceerde o.a. over de strafrechtelijke handhaving van het EU-gemeenschapsrecht. Thans werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte. rene@guldenmund.eu.

Prof. mr. C.J. Loonstra
Jurisprudentie

Auto 24 SARL tegen Jaguar Land Rover France SAS (Auto24/JLR)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden artikel 101 VWEU, selectieve distributie, kwantitatieve criteria, groepsvrijstelling motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Knapen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of kwantitatieve selectieve distributiecriteria enkel onder de groepsvrijstelling motorvoertuigen vallen indien zij berusten op objectief gerechtvaardigde criteria die eenvormig en zonder onderscheid worden toegepast op eenieder die om erkenning verzoekt. Het arrest behandelt een aantal fundamentele vraagstukken die relevant zijn bij het opstellen en handhaven van een selectief distributiestelsel en verduidelijkt de voorwaarden die gelden ten aanzien van het rechtvaardigen, toepassen en openbaar maken van selectiecriteria. Opvallend is daarbij dat het Hof van Justitie een minder strikte benadering lijkt te volgen ten aanzien van kwantitatieve selectieve distributiecriteria dan de Nederlandse rechter in de recente Auping- en Batavus-arresten.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is advocaat in dienstbetrekking bij Philips.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

Rechtbank Zutphen 6 juli 2011, LJN BR0785

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Informatieverstrekking, toestemmingsvereiste, informed consent, bewijslastverdeling, medische aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.S.E. van Beurden
Samenvatting

    Bij een patiënt die in het ziekenhuis wordt behandeld voor longklachten wordt een verdenking op een kwaadaardige tumor geconstateerd. Tijdens de operatie die daarop volgt wordt de gehele long verwijderd. Achteraf blijkt het niet om een tumor, maar een tbc-besmetting te zijn gegaan. Patiënt stelt dat zij niet voldoende is geïnformeerd en geen toestemming heeft gegeven voor verwijdering van haar long. In afwijking van de geldende rechtspraak belast de rechtbank niet de patiënt maar het ziekenhuis met het bewijs van het informed consent. Eveneens opmerkelijk is dat de rechtbank deze bewijslastverdeling baseert op artikel 7:450 BW, omdat – volgens de rechtbank – uit dit artikel een andere verdeling van de bewijslast volgt.


Mr. M.S.E. van Beurden
Artikel

‘The way forward in Europe’: een verslag van het lustrumcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Grensoverschrijdende letselschadezaken, standaardisatie, Haags Verkeersongevallen Verdrag, Rome II, Brussel I
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van het jaarcongres van the Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers. Aan de orde komen de standaardisatie bij de vaststelling van schade in letselschadezaken in Noorwegen en Denemarken en recente ontwikkelingen in Spanje en Italië. Tevens wordt ingegaan op de vereisten die in Engeland worden gesteld aan expertiserapporten. Tot slot wordt verslag gedaan van de bevoegdheid van rechters in grensoverschrijdende letselschadezaken, op grond van Brussel I en het toepasselijke recht op grond van Rome II. Ook wordt ingegaan op de wisselwerking tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallen Verdrag.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is advocaat bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheids- en letselschadezaken. Zij is tevens voorzitter van PEOPIL.
Artikel

Schending van een verkeers- of veiligheidsnorm; wel of niet een vereiste voor toekenning van shockschade?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden shockschade, medische aansprakelijkheid, verkeers- of veiligheidsnorm, gewone zorgvuldigheidsnorm en art. 6:98 BW
Auteurs Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerechtshof Arnhem wijst in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP8479, een vordering van shockschade af omdat geen sprake was van schending van een verkeers- of veiligheidsnorm. Naar aanleiding hiervan wordt in dit artikel ingegaan op de vraag of het in het Taxibus-arrest gegeven gezichtspunt dat voor vergoeding van shockschade sprake dient te zijn van een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm wel een (hard) vereiste betreft. Hiervoor wordt onder andere het belang van verkeers- en veiligheidsnormen in het aansprakelijkheidsrecht besproken. Kan shockschade wellicht ook aan de laedens worden toegerekend indien sprake is van een schending van een ‘gewone’ zorgvuldigheidsnorm?


Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
Mr. W.E. Noordhoorn Boelen is onlangs afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Diversen

Een kwestie van willen of kunnen?

Oorzaken en achtergronden van milieuovertredingen door overheidsorganisaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden milieuovertredingen, overheidsorganisaties, strafvervolging, vervolgingsbeleid, oorzaken
Auteurs Mr. A.G. Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek in opdracht van het Functioneel Parket naar de achtergronden en oorzaken van milieuovertredingen begaan door overheidsorganisaties. Uit het dossieronderzoek (twaalf strafzaken) en de vraaggesprekken met de zaaksofficieren komt naar voren dat de oorzaken kunnen worden geduid als een kwestie van ‘wel willen, maar niet kunnen’ en ‘wel kunnen, maar niet willen’ naleven van de milieuvoorschriften. Dat is niet nieuw, maar maakt wel duidelijk hoe hardnekkig deze problematiek is. Het Openbaar Ministerie zou zijn afdoening dan ook zo kunnen inrichten dat wordt bevorderd dat het bestuur preventieve maatregelen treft.


Mr. A.G. Mein
Mr. A.G. Mein is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut en de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Column

Moed, lef en durf

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Auteurs Prof. dr. mr. M. Pheijffer
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. M. Pheijffer
Prof. dr. mr. M. Pheijffer is hoogleraar Accountancy aan de Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Forensische Accountancy aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.

    Against the background of a discussion of classical and modern concepts of punishment, the first implying the imposition of suffering as essence and the second encompassing all varieties of sanctions implying restrictions but not necessarily some form of suffering the author rejects the suggestion of the second concept, that punishment should be defined without any reference to imposing suffering. There are conceptual advantages to sticking to the classical definition of punishment, such as the fact that it is clearly differentiated from the concept of measurements, which are sanctions imposed without any demand of ‘guilt’ on the side of a perpetrator. Also there are good reasons to maintain the element of (imposition of ) ‘intended pain’ in the concept of punishment, but it is this element – the intentional imposition of pain and suffering – that makes the author reject the activity of punishing as unethical. Non-violent sanctions are conceivable and feasible and should on ethical grounds be preferred. This is explored with reference to the work of Tähtinen. In close connection with this idea the author argues that we should redefine criminal justice (in the Dutch language: ‘strafrecht’ meaning the right to punish and laws regarding punishment) to mean that it is the discipline that responds to crimes and offences, without any defining reference to punishment (‘misdaadrecht’, meaning the laws regarding ((responding to)) crime).


Jacques Claessen
Jacques Claessen is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Maastricht en redacteur van dit tijdschrift. Hij is tevens medeoprichter van de stichting Mens en Strafrecht (www.mens.nl).
Artikel

Duurzame rechtspleging

Doorlichten van conflictoplossingssystemen op duurzaamheid, en: hoe komt herstelrecht uit de bus?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden sustainable justice, conflict resolutions, conflict managment styles
Auteurs Alexander F. de Savornin Lohman
SamenvattingAuteursinformatie

    The author analyses and compares several distinct models of doing justice to find out which is serving ‘sustainable justice’ the best. Sustainable justice could be defined as justice that produces conflict resolutions that last for a long time and in this way contribute to a more sustainable society. Modern developmental methods for organisations make use of assessments to measure, compare and improve the effectiveness of organizational cultures. These methods are used in this contribution to analyse the organizational cultures of mediation, the traditional accusatorial (penal) procedure, problem-solving courts (with a focus on drug courts) and restorative justice conferencing. The comparison results in conclusions indicating that mediation and problem solving courts have a sound and effective organizational culture, due to healthy conflict management styles, characterized by managing both opposition and competition constructively and by a stimulating person-oriented focus. Restorative justice conferences bring together many stakeholders in a conflict and its resolution and facilitates in this way the awareness of the connections between many problems behind the actual conflict at hand: for this reason the resolutions may have a deeper societal impact and a greater sustainability.


Alexander F. de Savornin Lohman
Alexander F. de Savornin Lohman was veertig jaar advocaat. Hij ontwikkelde het concept duurzame rechtspleging en is als juridisch adviseur en inspirator werkzaam in het door hem opgerichte Center for Sustainable Justice te Utrecht (www.dynalaw.nl).
Artikel

Privacywetgeving en het kopietje paspoort

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden privacy, paspoort, BSN
Auteurs Mr. P.E. Lucassen en Mr. drs. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage zullen wij toelichten waarom bij het maken en opslaan van een kopietje paspoort een paar alarmbellen moeten gaan rinkelen. Daarbij zal met name aandacht worden besteed aan de pasfoto en het BSN.


Mr. P.E. Lucassen
Mr. P.E. Lucassen is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. drs. J.W.A. Dousi
Mr. drs. J.W.A. Dousi is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

De aansprakelijkheid van bindend adviseurs langs de weg van artikel 7:904 lid 1 BW

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden bindend advies, vaststellingsovereenkomst, overeenkomst van opdracht, maatstaf, aansprakelijkheid bindend adviseur
Auteurs Mr. R.J. Dekkers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad waarin de vraag wordt beantwoord ‘onder welke omstandigheden gebreken in de inhoud of wijze van totstandkoming van een bindend advies voldoende reden vormen voor de opdrachtgever om het met de bindend adviseur overeengekomen honorarium niet te vergoeden’, en wordt een maatstaf gegeven om te beoordelen of de bindend adviseur tekort is geschoten in de uitvoering van zijn opdracht.


Mr. R.J. Dekkers
Mr. R.J. Dekkers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 267 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.