Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Jaar 2012 x

Mr. A.J.J.P.B.M. Kersten
Mr. A.J.J.P.B.M. Kersten is (parttime) senior manager bij Ernst & Young en promovendus aan de Erasmus School of Law.

Dr. T.E. Lambooy
Dr. T.E. Lambooy is universitair docent aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit Utrecht en Associate Professor Center for Sustainability aan de Nyenrode Business Universiteit.

John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen aan de Erasmus Law School te Rotterdam en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Duurzame rechtspleging

Doorlichten van conflictoplossingssystemen op duurzaamheid, en: hoe komt herstelrecht uit de bus?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden sustainable justice, conflict resolutions, conflict managment styles
Auteurs Alexander F. de Savornin Lohman
SamenvattingAuteursinformatie

    The author analyses and compares several distinct models of doing justice to find out which is serving ‘sustainable justice’ the best. Sustainable justice could be defined as justice that produces conflict resolutions that last for a long time and in this way contribute to a more sustainable society. Modern developmental methods for organisations make use of assessments to measure, compare and improve the effectiveness of organizational cultures. These methods are used in this contribution to analyse the organizational cultures of mediation, the traditional accusatorial (penal) procedure, problem-solving courts (with a focus on drug courts) and restorative justice conferencing. The comparison results in conclusions indicating that mediation and problem solving courts have a sound and effective organizational culture, due to healthy conflict management styles, characterized by managing both opposition and competition constructively and by a stimulating person-oriented focus. Restorative justice conferences bring together many stakeholders in a conflict and its resolution and facilitates in this way the awareness of the connections between many problems behind the actual conflict at hand: for this reason the resolutions may have a deeper societal impact and a greater sustainability.


Alexander F. de Savornin Lohman
Alexander F. de Savornin Lohman was veertig jaar advocaat. Hij ontwikkelde het concept duurzame rechtspleging en is als juridisch adviseur en inspirator werkzaam in het door hem opgerichte Center for Sustainable Justice te Utrecht (www.dynalaw.nl).
Artikel

Non-pecuniary damages: financial incentive or symbol?

Comparing an economic and a sociological account of tort law

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2012
Auteurs Rob Schwitters
SamenvattingAuteursinformatie

    Schwitters focuses on the differences between economic and a sociological perspectives on non-pecuniary damages. By exposing the alternative perspectives on this issue, he illuminates some methodological differences between both disciplines. Although law and economics has had a positive influence on empirical research, he questions the merits of this perspective when analysing non-pecuniary damages. Law and economics regards non-pecuniary damages exclusively as a financial incentive to realise optimal deterrence and maximisation of welfare. Alternatively, in sociology of law there is also attention for the symbolic dimension of law in which rules are seen as normative standards of behaviour. Compensation is a way to bring the wrongdoer to recognise that he has done wrong and has to compensate the victim, and to show the victim that his rights are taken seriously. Through a sociological lens, the adoption of an exclusively economic model of human behaviour has to be questioned. To what extent human behaviour is really influenced by either financial incentives or by normative standards of behaviour is an open empirical question. Finally, he argues that the decision to base our institutions (such as law) on economic underpinnings is a decision which itself cannot be based on an economic procedure of aggregating individual preferences and maximising welfare.


Rob Schwitters
Rob Schwitters is associate professor (sociology of law) and member of the Paul Scholten Centre (University of Amsterdam). He publishes on tort law, responsibility and liability, the welfare state, compliance and methodological issues.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Roel Pieterman
Roel Pieterman is als rechtssocioloog verbonden aan de Erasmus Law School. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar de maatschappelijke omgang met risico’s en potentiële dreigingen. Daarover publiceerde hij recent samen met Ira Helsloot en Jaap Hanekamp Risico’s en redelijkheid (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010).

Prof. mr. T.R. Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat bij Allen & Overy en hoogleraar Europees recht, in het bijzonder mededingingsrecht, aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Uitkeren aan aandeelhouders, (hoe) kunnen we dat doen?

Een overzicht na afsluiting van een rumoerig wetgevingsproces

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden FlexBV, artikel 2:216 BW, uitkeren aan aandeelhouders, crediteurenbescherming
Auteurs Mr. I.C.P. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de onderwerpen uit de FlexBV wetgeving die op 1 oktober 2012 van kracht is geworden en waar sinds de aanvang van het wetgevingsproces het meest over is geschreven, zijn de uitkeringen aan aandeelhouders. De aanpassing van artikel 216 wordt door de regering beschouwd als basis voor een evenwichtig systeem van crediteurenbescherming. Toch bleek het vinden van draagvlak voor de regeling omtrent uitkeringen een hele dobber. Sinds 1 oktober 2012 hebben we te maken met het nieuwe artikel 2:216 BW bij uitkeringen aan aandeelhouders. De regels veranderen, maar naar inschatting van de auteur verandert voor de meeste vennootschappen het speelveld niet ingrijpend. Een kritiekpunt van de auteur is dat hoewel de striktere formulering van de verhouding tussen aandeelhoudersvergadering en bestuur aansluit bij de gangbare opvattingen over corporate governance, de vastlegging in een dwingendrechtelijke regeling niet zo wenselijk is. Een ruimer kader voor afwijking van de gekozen wettelijke systematiek was wenselijk geweest voor de praktijk.


Mr. I.C.P. Groenland
Mr I.C.P. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff N.V. te Rotterdam.

    This article deals with employee board-level representation (EBLR) in the case of a cross-border merger. Article 16 CBM Directive (Tenth Directive 2005/56/EC) contains a provision to preserve this form of employee participation on national level. One of the fundamental principles of this article is the so called 'before and after principle'. This means that a cross-border merger may not be used to escape from already existing rights on employee participation. This article discusses the role of article 16 CBM Directive in the context of Dutch company law from the point of view of this fundamental principle. I will focus on two aspects: (i) the application of the said article and (ii) the embedding thereof in Dutch company law. This will lead to the conclusion that article 16 CBM Directive does not always protect what it should protect according to its objectives.


mr. Femke Laagland
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Artikel

De evaluatie van Nederland in het kader van de Universal Periodic Review

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Human Rights Council, Universal Periodic Review, human rights in the Netherlands, human rights policy, international human rights treaties
Auteurs P.A.M. Verrest en T. Dopheide
SamenvattingAuteursinformatie

    The Universal Periodic Review (UPR) was created by the Human Rights Council in 2006 as a tool to evaluate human rights standards in all 192 countries of the United Nations. It should be distinguished from the reviews by treaty-based bodies. These bodies are composed of independent experts and monitor the implementation of the human rights treaties. The UPR, on the other hand, is a peer review among countries on the whole spectrum of human rights. The Netherlands was evaluated for the second time in 2012. This article describes the background and procedure of the UPR. It then focuses more specific on the session of the Netherlands, by giving an impression of topics that were raised, as well as some reflections on both the session and the UPR itself.


P.A.M. Verrest

T. Dopheide
Mr. dr. Pieter Verrest en mw. mr. Tessa Dopheide waren namens het ministerie van Veiligheid en Justitie betrokken bij respectievelijk het tweede en eerste landenexamen van Nederland in het kader van de UPR. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De inbreng van ngo’s bij het Nederlandse mensenrechtenexamen

Een terug- en vooruitblik door Amnesty International

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Human Rights Council, Universal Periodic Review, human rights in the Netherlands, Amnesty International, non-governmental organizations
Auteurs C. Mommers
SamenvattingAuteursinformatie

    The UPR is an increasingly important instrument for non-governmental organizations (NGOs) to advocate for the protection and promotion of human rights in the Netherlands. In this article, the way that NGOs have used the UPR in relation to the Netherlands will be discussed. This will be done primarily from the perspective of Amnesty International. The article first outlines how NGOs can contribute to the UPR process. Subsequently, it discusses the substantive input provided by Amnesty International for the review of the Netherlands. Finally, the potential impact of this intervention on the promotion and protection of human rights on the ground in the Netherlands will be considered. This impact will depend, inter alia, on the de-politicization of the UPR, the credibility of the process, the follow-up of recommendations made during the review and, prominently, the political will of the incoming government.


C. Mommers
Drs. Christian Mommers is als senior medewerker Politieke Zaken verbonden aan Amnesty International, afdeling Nederland.

Sabien Hespel
Sabien Hespel is assistent-onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven en verbonden aan het Instituut voor Sociaal Recht en het Leuvens Instituut voor Criminologie.
Artikel

De publieke emoties na een misdrijf en het beschavingsproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden public emotions, civilisation process, punishment, inclusion, exclusion
Auteurs Lode Walgrave
SamenvattingAuteursinformatie

    The tendency to revalorise emotions in the response to offending, seems to face a dilemma. On the one hand, experiencing crime and reacting to it inevitably are imbued by emotion. On the other hand, giving way to emotions in responding to crime entails the risks of disproportionate and unequal justice. This article argues that there is a fundamental difference between the emotions promoted to be included in the response to crime and the emotions feared as a risk to overwhelm good and proportionate jurisprudence. The first ones focus on the needs of the immediate stakeholders of the offence and seek their (re-)inclusion. The second type of emotions focuses on the criminal act and seeks to keep the threat it represents under control through punishment and incapacitation. It is a socio-ethical choice to promote the inclusionary approach. Whereas the rehabilitative approach has addressed the needs of the offenders only, the restorative tendency addresses the needs of both the victim and the offenders in a more balanced way. This balance also helps to avoid that respectful responses to crime degrade into norm erosion. The option for revalorising inclusionary emotions in the response to crime through restorative justice is located as a next phase in the civilisation process, described originally by Elias.


Lode Walgrave
Lode Walgrave is emeritus hoogleraar jeugdcriminologie aan de Katholieke Universiteit Leuven.

    This article examines the practice of foreclosure mediation in the American mortgage market after the financial crisis of 2008. Many states have implemented foreclosure mediation programs to handle the deluge of foreclosure proceedings in the aftermath of the financial crisis. The role of the mortgage servicing industry in the success or failure of this type of mediation is discussed, as well as the possible outcomes of a foreclosure mediation.


Ken Andries
Ken Andries is docent aan de Universiteit Hasselt en advocaat aan de balie van Brussel.
Discussie

Rawls en de toetsende rechter

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, proportionaliteit, sociaal contract, constitutionele dialoog
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het debat over de invoering van constitutionele toetsing door de rechter in Nederland wordt onvoldoende aandacht besteed aan de toetsbaarheid van de grondwettelijke teksten, iets wat ook de veronderstelde constitutionele toetsing door de wetgevende organen parten speelt. Een geschiktere tekst zal gebruik moeten maken van open normen en rechters daarbij interpretatievrijheid bieden. De vrees voor deze politieke macht voor rechters verlamt het debat. Dat zou anders kunnen als we de redenering van Rawls volgen, die laat zien hoe een constitutionele dialoog mogelijk is die tot een overlappende consensus leidt tussen verschillende posities in het publieke debat.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Casus

Hoge Raad is duur

Over het verwijzen naar normalisatienormen in wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden normalisatie, openbaarheid, auteursrecht, handelsbelemmeringen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft een knoop doorgehakt in de lang slepende kwestie m.b.t. het verwijzen in wetgeving naar normalisatienormen. Door verwijzing worden die normen zelf geen algemeen verbindende voorschriften en vervalt ook niet het auteursrecht. De vraag is echter of daarmee het probleem van de gebrekkige toegankelijkheid van NEN-normen waarnaar in wetgeving wordt verwezen is opgelost. Heeft de Hoge Raad bovendien wel voldoende aandacht geschonken aan de Europese dimensie van deze problematiek?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

De valkuilen van de probleemgerichte politiezorg

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden policing, police strategies, problem-oriented policing, intelligence-led policing, reactive policing
Auteurs A.C. Berghuis en J. de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch police has embraced the concept of problem-oriented policing as an effective strategy to combat crime. This police strategy is based on information, analyses and cooperation with relevant stakeholders outside the police. The authors argue that the implementation of the concept of problem-oriented policing is essentially still in an infant stage due to tenacious internal en inter-organizational difficulties. More fundamental, the concept of problem-oriented policing is used in an intuitive and superficial manner, instead of introducing a more rigorous analytical one. Suggested is a more modest and disciplined approach, which functions not as an alternative for, but as a supplement to classical reactive policing.


A.C. Berghuis
Drs. Bert Berghuis en drs. Jaap de Waard zijn werkzaam op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij schrijven deze bijdrage op persoonlijke titel.

J. de Waard

Irina Baraliuc
Irina Baraliuc is a PhD researcher at the Research Group Law, Science, Technology & Society (LSTS) at the Vrije Universiteit Brussel.

Sari Depreeuw
Sari Depreeuw is a postdoctoral researcher at the Research Group Law, Science, Technology & Society (LSTS) at the Vrije Universiteit Brussel and an attorney-at-law at the Brussels bar.

Serge Gutwirth
Serge Gutwirth is Professor at the Faculty of Law and Criminology of the Vrije Universiteit Brussel and director of the Research Group Law, Science, Technology & Society (LSTS).
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.