Zoekresultaat: 10 artikelen

x
Jaar 2017 x
Praktijk

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden jurisprudentie, strafrecht, strafbare feiten, calamiteit
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis en mr. drs. L. Postma
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechtspraak strafrecht staan de belangrijkste ontwikkelingen, in het bijzonder de relevante rechtspraak, vanaf 1 december 2015 tot en met 31 augustus 2017 centraal. Ten eerste wordt ingegaan op strafbare feiten in (en door) het ziekenhuis. Vervolgens komt het medisch beroepsgeheim en vorderen van gegevens aan bod. Voorts wordt ingegaan op fraude in de zorg, artikel 96 Wet BIG en euthanasie en hulp bij zelfdoding, levensbeëindiging van ernstig gehandicapte pasgeborenen en late zwangerschapsonderbreking. Ten slotte worden onder meer zaken besproken die betrekking hebben op een verdachte die als ‘niet-BIG-geregistreerde’ handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg heeft verricht, een therapeut die tijdens de uitoefening van zijn beroep ontucht heeft gepleegd met een van zijn patiënten en een forensisch arts die schuldig is bevonden aan het plegen van meineed.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. drs. L. Postma
Liselotte Postma is wetenschappelijk docent strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Ben Polman, Max den Blanken, Frezia Aarts e.a.

Ben Polman

Max den Blanken

Frezia Aarts

Paul Verweijen

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Patrick van der Meij

Desiree de Jonge

Paul van Putten

Sabine Pijl

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Michiel Olthof

Maike Bouwman

Robert Malewicz
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.

Mr. A.P. Verhaeg
Mr. A.P. Verhaegh is stafjurist bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, thans gedetacheerd bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Artikel

De nieuwe rol van de curator in de fraudebestrijding: knelpunt in de aanloop naar een eventueel strafproces?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden faillissementsfraude, fraudebestrijding, opsporing, nemo-teneturbeginsel, curator
Auteurs Mr. dr. E.M. Moerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht welke consequenties de nieuwe rol van de curator bij de aanpak van de fraudebestrijding heeft voor een eventueel strafproces. Daarbij wordt in het bijzonder stilgestaan bij de verhouding tussen de door de wetgever beoogde rol van de curator en de invulling die traditioneel wordt gegeven aan de taak van de curator. Ook wordt aandacht besteed aan de bruikbaarheid van het door de curator vergaarde materiaal in een strafprocedure. Betoogd wordt dat de fraudesignalerende rol van de curator past in de ontwikkeling waarin steeds vaker een bijdrage van private actoren wordt gevraagd, maar dat het nemo-teneturbeginsel onder druk komt te staan door de nieuwe wetgeving.


Mr. dr. E.M. Moerman
Mr. dr. E.M. Moerman is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Conceptwetsvoorstel ‘zeggenschap lichaamsmateriaal’: nog niet goed doordacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4-5 2017
Trefwoorden Wet zeggenschap lichaamsmateriaal, wetenschappelijk onderzoek, toetsing
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de inhoud van het – via een internetconsultatie uitgezette – conceptwetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal besproken en van commentaar voorzien. Geconcludeerd wordt dat de regering verschillende onderdelen van het wetsvoorstel, waaronder in het bijzonder de ruime werkingssfeer, nog eens goed tegen het licht zou moeten houden.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is UD gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Strafvorderlijke bepalingen Wetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4-5 2017
Trefwoorden Wet zeggenschap lichaamsmateriaal, Verschoningsrecht bij opsporing, DNA, Strafvordering
Auteurs Mr. D.J.P. van Barneveld en mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het voorstel van de minister van VWS besproken om in het kader van de opsporing van ernstige strafbare feiten zonder toestemming lichaamsmateriaal te gebruiken dat bij een geneeskundige behandeling is verkregen. Hiermede wordt het verschoningsrecht buiten toepassing verklaard. Daartegen bestaan ernstige bezwaren, onder andere omdat de vrije toegang tot de zorg daarmede in het geding komt.


Mr. D.J.P. van Barneveld
Jan-Paul van Barneveld is strafrechtadvocaat bij Van Barneveld advocaten te Oosterbeek.

mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle/Utrecht, en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Wederzijdse rechtshulp in strafzaken 2.0: implementatie van de Richtlijn Europees onderzoeksbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden strafrecht, wederzijdse rechtshulp, Europees onderzoeksbevel, wederzijds vertrouwen, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed en prof. dr. J.W. Ouwerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel, aangenomen in 2014, vernieuwt en vereenvoudigt de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie. Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn sluit daar nauw bij aan. Omdat het grootste deel van de rechtshulp plaatsvindt met de landen om ons heen, zal het Europees onderzoeksbevel de klassieke vorm van wederzijdse rechtshulp in de praktijk overschaduwen. Het is daarom belangrijk om kennis te nemen van het nieuwe model, dat echter niet zo revolutionair is als op het eerste gezicht lijkt.
    Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, PbEU 2014, L 130/1


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. dr. J.W. Ouwerkerk
Prof. dr. J.W. (Jannemieke) Ouwerkerk is hoogleraar Europees strafrecht aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.