Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. de Haseth is werkzaam bij de Raad van State en sinds 1 februari 2015 gedetacheerd bij het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

Privacyperikelen rond de Jeugdwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Jeugdwet, gegevensuitwisseling, privacy, medisch beroepsgeheim
Auteurs mr. dr. V.E.T. Dörenberg en prof. mr. drs. M.R. Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getreden. Al voor de inwerkingtreding van deze wet was er discussie over de gegevensverwerkingen die met de wet gepaard gingen en de gevolgen daarvan voor de privacy van jeugdigen en ouders. In deze bijdrage worden deze eerste signalen van privacyknelpunten kort besproken en wordt een nadere typering gegeven van de naar onze mening grootste knelpunten op dit moment, die enerzijds samenhangen met de inhoud van de Jeugdwet en anderzijds te maken hebben met de uitvoering. De verschillende visies over hoe met deze knelpunten om te gaan, worden behandeld evenals een mogelijke oplossing om uit de bestaande impasse te komen.


mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is wetenschappelijk docent gezondheidsrecht bij het VU medisch centrum Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het EMGO instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg. Zij is redacteur van dit tijdschrift.

prof. mr. drs. M.R. Bruning
Mariëlle Bruning is hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Het Staatsblad

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de pensionering van Sandra Slingerland, die bij het ministerie van Justitie 37 jaar lang verantwoordelijk was voor de uitgifte van het Staatsblad, worden in deze bijdrage enkele faits divers en petites histoires rond het Staatsblad behandeld. Ingegaan wordt op de historie van het uit 1813 daterende Staatsblad, inclusief de toepasselijke wetgeving. Verder wordt aandacht besteed aan voorvallen waarbij in het parlement het Staatsblad ter sprake kwam. Daarbij ging het onder meer over de toegankelijkheid, het formaat en de tijdige uitgifte van het Staatsblad.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Jurisprudentie

Bestuursrechtelijke jurisprudentie van het GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. L.J.J. Rogier

Prof. dr. L.J.J. Rogier
Artikel

Eventech: Hoe busbanen leiden tot een leerstuk van ‘inherent voordeel’ in het staatssteunrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden steunmaatregel, inherent voordeel, selectiviteit, Altmark, effects based doctrine
Auteurs Mr. C.T. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak staat centraal de vraag of het feit dat de klassieke zwarte taxi’s in Londen niet behoeven te betalen voor het gebruik van busbanen in Londen terwijl vooraf geboekte zogenoemde HMC’s beboet worden als zij van die banen gebruikmaken, een steunmaatregel vormt. Het Hof van Justitie gaat bij de beantwoording van de hierover gestelde prejudiciële vragen in op de criteria ‘bekostiging met staatsmiddelen’, ‘voordeel’ en ‘beïnvloeding van de tussenstaatse handel’ uit het begrip ‘steunmaatregel’ van artikel 107 lid 1 VWEU. In dat kader introduceert het Hof van Justitie een ‘inherent voordeel’ doctrine die de effects based doctrine doorkruist of in elk geval nuanceert.
    HvJ 14 januari 2015, zaak C-518/13, Eventech Ltd/Parking Adjudicator, ECLI:EU:C:2015:9


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. (Cees) Dekker is advocaat/partner bij Nysingh advocaten notarissen N.V.
Praktijk

De begrotingswet: een wet als iedere andere?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Comptabiliteitswet 2001, begrotingswet, rijksbegroting, wetgeving, Grondwet
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks worden er in Nederland circa tachtig begrotingswetten vastgesteld. Dat is een derde van het totale aantal wetten. Begrotingswetten volgen in beginsel dezelfde wetsprocedure als andere wetten, maar er zijn diverse wetstechnische en wetsprocedurele bijzonderheden. Een interessante vraag is of in begrotingswetten ook ‘gewone’ bepalingen kunnen worden opgenomen. Strikt formeel gesproken is dat mogelijk. Casuïstiek uit de afgelopen decennia laat zien dat dit af en toe gebeurt. Soms gaat het om nauw met de begroting samenhangende bepalingen, bijvoorbeeld tijdelijke afwijkingen van de comptabiliteitswetgeving (‘begrotingsruiters’). Een enkele keer gaat het echter een stap verder en worden in een begrotingswet bepalingen opgenomen die geen verband houden met de begroting (‘begrotingsparasieten’). Met name die laatste categorie is onwenselijk. Bovendien kan het na de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum de vraag oproepen of dan nog sprake is van een wet inzake de begroting, bedoeld in artikel 105 lid 1 van de Grondwet, waarvoor de mogelijkheid van een referendum is uitgesloten. Gevaar voor oneigenlijk gebruik ligt dan op de loer.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Artikel

Gelijke behandeling en derdelanders: realiteit of toekomstmuziek?

De Langdurig-ingezetenerichtlijn in zes arresten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gelijke behandeling, derdelanders, langdurig ingezetene
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 juli 2014 deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak Tahir. Dit is het zesde arrest van het Hof van Justitie over de in 2003 door de Raad vastgestelde Langdurig-ingezetenerichtlijn die begin 2006 door de lidstaten geïmplementeerd moest zijn. Het arrest Tahir is de aanleiding voor een bijdrage over deze richtlijn die de verblijfspositie en rechten van langdurig ingezeten derdelanders regelt en hen definieert. Naast het arrest Tahir zal in deze bijdrage ook aandacht zijn voor de andere arresten van het Hof van Justitie over de positie van langdurig ingezeten derdelanders. De vraag die centraal staat, is afgeleid van een van de doelstellingen van de Langdurig-ingezetenerichtlijn: draagt deze bij aan de gelijke behandeling van derdelanders?
    HvJ 17 juli 2014, zaak C-469/13, Shamim Tahir/Ministero dellÍnterno, Questura di Verona, ECLI:EU:C:2014:2094, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.