Zoekresultaat: 24 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Drugs in je drankje

Schuldattributie en genderstereotypen in nieuwsberichtgeving en onlinediscussies

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Verkrachtigsdrugs, Slachtoffers, Online fora
Auteurs Peter Burger en Gabry Vanderveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Rape drugs (or drink spiking) discourse reflects gender stereotypes in a much more differentiated way than previous studies suppose. Quantitative and qualitative analysis of news items and online discussions proved stereotypes of ideal female victims and male perpetrators to be most prominent in news media. Postings to online bulletin boards were more skeptical about the alleged victims’ innocence and truthfulness. Studies in this area that focus on news media and institutional discourse overestimate the predominance of the ideal victim stereotype. In order to correct this bias, the authors urge criminologists to be more attentive to the relevance and power of informal crime stories and discussions, particularly those appearing in social media.


Peter Burger
Drs. J.P. Burger is docent journalistiek en nieuwe media, faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden, p.burger@hum.leidenuniv.nl.

Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden, g.n.g.vanderveen@law.leidenuniv.nl.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Toepassing van artikel 6:80 lid 1 aanhef en onder b BW bij verplichtingen uit duurovereenkomsten

Een bespreking van HR 9 juli 2010, NJ 2010, 417 (Nissan/Nieuwkoop)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden niet-nakoming, verzuim, tekortkoming, opeisbaarheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. V.C. van Ginkel-Claessens en Mr. A. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het op 9 juli 2010 gewezen Nissan/Nieuwkoop-arrest (NJ 2010, 417) heeft de Hoge Raad zijn eerdere oordelen over de toepassing van het verzuimvereiste bij duurovereenkomsten bevestigd. In dit arrest heeft de Hoge Raad daaraan toegevoegd dat de gevolgen van niet-nakoming dus ook intreden indien de prestatie van de schuldenaar op dat moment nog niet opeisbaar was en om die reden nog niet is uitgebleven. De auteurs gaan in deze bijdrage in op dit arrest en staan stil bij de vraag wat de consequenties van deze toevoeging zijn.


Mr. V.C. van Ginkel-Claessens
Mr. V.C. (Vivian) van Ginkel-Claessens is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.

Mr. A. Mulder
Mr. A. (Anika) Mulder is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.
Artikel

Opstalaansprakelijkheid tegenover de medebezitter: een nieuwe loot aan de stam van het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, gebrekkige opstal, medebezit, verzekering, verzekerbaarheid
Auteurs Mr. dr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan de medebezitter ook profiteren van de opstalaansprakelijkheid en daarmee van verhaal op een aansprakelijkheidsverzekeraar? Deze vraag werd nog niet eerder door de Hoge Raad beantwoord. Het arrest van 8 oktober 2010 werd dan ook met spanning tegemoet gezien door de rechts- en verzekeringspraktijk. De argumentatie in het arrest en mogelijke gevolgen worden in deze bijdrage onder de loep genomen.


Mr. dr. R.D. Lubach
Mr. dr. R.D. Lubach is werkzaam als advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

    France has recently introduced legislation prohibiting wearing the face-covering veil in public places. Similar legislative initiatives have been undertaken in Belgium, Netherlands and Spain, but have not resulted in law. This article presents an overview of the variety of arguments that are being used in the legislative proposals and bills why the face-covering veil ought to be prohibited in the public domain. It shows that the arguments are quite diverse, and not always consistent. In addition, an overview will be presented of the arguments made by the French and Dutch State Councils in their advise against such legislation.


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Verdeling met toedeling van vruchtgebruik

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden verdeling, gemeenschap, vruchtgebruik, nalatenschap, overdrachtsbelasting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de vraag of het civielrechtelijk mogelijk is bij de verdeling van een gemeenschap aan een van de deelgenoten het vruchtgebruik van een tot de gemeenschap behorende onroerende zaak toe te delen, waarbij aan de overige deelgenoten de hoofdgerechtigdheid tot deze zaak wordt toegedeeld. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is de verkrijging van het vruchtgebruik bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap op grond van artikel 3 lid 1 onderdeel b Wbr (‘verkrijging krachtens verdeling’) een van heffing van overdrachtsbelasting uitgezonderde verkrijging.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is werkzaam als kandidaat-notaris bij Greenille in Rotterdam (djmaasland@greenille.nl).
Artikel

Access_open Ondernemingen en algemene voorwaarden

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden algemene voorwaarden, onderneming, zwarte lijst, grijze lijst, reflexwerking
Auteurs Mr. R.H.C. Jongeneel en Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Afdeling 6.5.3 BW (Algemene voorwaarden) heeft in beginsel betrekking op ieder gebruik van algemene voorwaarden. Een belangrijke uitzondering is artikel 6:235 lid 1 BW, waarin aan bedrijven van een bepaalde omvang een beroep op de specifieke vernietigingsgronden bedoeld in de artikelen 6:233 en 234 BW (open norm en informatie- of kennisgevingsplicht) wordt onthouden. Afdeling 6.5.3 BW, in het bijzonder artikel 6:236 BW (zwarte lijst) en artikel 6:237 BW (grijze lijst), is daarnaast letterlijk beperkt tot overeenkomsten met consumenten, maar de betekenis van deze lijsten werkt door in overeenkomsten tussen ondernemers onderling. Beide thema’s worden mede aan de hand van een analyse van rechtspraak behandeld, waarbij de auteurs aanbevelingen voor verdere uitleg formuleren.


Mr. R.H.C. Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam.

Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.

    This article analyzes how football game situations, especially those where players get injured, are posted within the law. In the Netherlands sport rules are not regulated in specific laws. An incident in the soccer pitch should be approached by the ordinary law: criminal law as well as liability. An important standard laid down in jurisdiction is that sport participants accept a certain risk to get hurt.
    A conviction on the basis of criminal law occurs not very often, because it is hard to prove that the accused in a game situation had the intention to cause injury. The author gives an outline of the disciplinary rule structure of Dutch football. The Dutch football association KNVB has an important role in this structure. Every football player is a member of his own club as well as a member of the KNVB. As a consequence the club as well as the KNVB has the authority to take disciplinary action against football players breaking the rules. The disciplinary system and rules are different for professional and amateur football.


S.F.H. Jellinghaus
Dr. mr. Steven Jellinghaus is als universitair docent sportrecht verbonden aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg en als advocaat aan De Voort Hermes de Bont te Tilburg.

    F.R. Vermeer, Gedogen door bestuursorganen, Kluwer 2010


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Artikel

Access_open Wie niet waagt, die niet wint

De spanning tussen autonomie en bescherming van de sporter in het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden aansprakelijkheid, sport, zorgplicht, onrechtmatige daad, exoneratie
Auteurs Mr. R.H.C. van Kleef
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de spanning tussen de eigen verantwoordelijkheid van de sporter en de omvang van de zorgplicht van organisaties in het aansprakelijkheidsrecht behandeld. Hierbij zal de stelling worden ingenomen dat schade opgelopen in zogenaamde niet-contactsportsituaties niet enkel aan de algemene gevaarzettingscriteria moet worden getoetst, maar dat hierbij aan de ‘sportomstandigheid’ speciale waarde moet worden toegekend.


Mr. R.H.C. van Kleef
Mw. mr. R.H.C. van Kleef studeert sportrecht (LLM, droit du sport) aan de Universiteit van Neuchâtel (Zwitserland).
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

De onrechtmatige daad in Boek 10 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden onrechtmatige daad, conflictenrecht, internationaal privaatrecht, buitencontractuele verbintenissen
Auteurs Prof. mr. A.A.H. van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt Titel 14 van Boek 10 BW waarin het conflictenrecht inzake buitencontractuele verbintenissen is geregeld. De enige inhoudelijke bepaling van Titel 14 is te vinden in art. 10:159. Daarin wordt de verordening Rome II van overeenkomstige toepassing verklaard op verbintenissen uit onrechtmatige daad die buiten de werkingssfeer van de verordening en de relevante verdragen vallen. Naar aanleiding van deze bepaling gaat de onderhavige bijdrage in op de vraag: 1. om welke verbintenissen het daarbij gaat; 2. waarom deze buiten de werkingssfeer van de verordening zijn gelaten; en 3. hoe de analoge toepassing van Rome II moet worden gewaardeerd.


Prof. mr. A.A.H. van Hoek
Prof. mr A.A.H. van Hoek is hoogleraar IPR en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit van Amsterdam, tevens raadsheer plaatsvervanger Hof Den Bosch.
Artikel

Het Spector-arrest: het weerlegbare vermoeden in een strafrechtelijke en mensenrechtelijke context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees strafrecht, EVRM, harmonisatie, richtlijnconforme interpretatie, marktmisbruik
Auteurs Mr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Spector-arrest, waarin prejudiciële vragen van de Belgische rechter worden beantwoord, heeft al heel wat Nederlandse pennen in beweging gebracht. Daar is alle reden toe, want de uitspraak bevat op meerdere fronten interessante materie. Centraal in de uitspraak staat de duiding van het in de richtlijn marktmisbruik opgenomen verbod op handel met voorwetenschap, dat in Nederland is geïmplementeerd in artikel 5:56 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De door het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) gekozen invulling van deze verbodsbepaling roept enkele vragen op over de inpassing in het Nederlandse (bestuurs)strafrecht. Daarnaast spelen vraagstukken over al dan niet beoogde volledige harmonisatie van de richtlijn, de doorwerking van het EVRM en richtlijnconforme interpretatie.


Mr. J.M.W. Lindeman
Mr. J.M.W. Lindeman is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: nieuwe verantwoordelijkheden voor de rechter én voor partijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, deelgeschil, proportionaliteitstoets, forumshopping
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en Mevrouw mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een feit. De deelgeschilregeling wordt ingevoegd in het Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als een nieuwe titel 17, die de artikelen 1019w-1019cc Rv bevat. De inwerkingtreding ervan is voorzien voor 1 juli 2010. Zoals de lezers van TVP bekend zal zijn, beoogt de Wet deelgeschilprocedure het buitengerechtelijke traject bij de afhandeling van letsel- en overlijdensschade te verbeteren. De kerngedachte achter de regeling is dat partijen beter in staat zullen zijn om de buitengerechtelijke afwikkeling van de zaak tot een goed einde te brengen, wanneer zij op eenvoudige en snelle wijze de rechter kunnen vragen de knoop door te hakken over een vraag waar zij zelf maar niet uit kunnen komen. ‘From here to there and back again’ is dus het motto: van de onderhandelingstafel naar de rechter en dan weer terug, en dan hopelijk met een vlot bereikte vaststellingsovereenkomst als eindresultaat.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

Mevrouw mr. drs. G. de Groot
Mevrouw mr. drs. G. de Groot is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam en senioronderzoeker aan de VU en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Redactioneel

Herstelrecht en mensenrechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Auteurs Annemieke Wolthuis en Renée Kool
Auteursinformatie

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is onderzoeker aan de Open Universiteit en schrijft een proefschrift over jeugdherstelrecht en kinderrechten. Zij is tevens verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut, waar zij bijdraagt aan maatschappelijk onderzoek, en redacteur van dit tijdschrift.

Renée Kool
Renée Kool is als hoofddocent verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. Zij is tevens rechter-plaatsvervanger en redacteur van dit tijdschrift.

    This article presents a short historical introduction of the Dutch radical movement in the 1840s. What kind of people were these radical-democrats? Where did they come from? And what did they want? Moreover, this case study shows how government framed these radicals, and what actions were taken against them. It becomes clear, that from a historical perspective the continuity and similarities between the 1840s and the present are at least as remarkable as the differences.


J.A. Moors
Drs. Hans Moors is hoofd van de afdeling veiligheid & criminaliteit, welzijn & zorg van IVA Beleidsonderzoek en Advies, een sociaalwetenschappelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De verhouding tussen hoofdprocedure en schadestaatprocedure

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden schadestaatprocedure, procesrecht, exoneratiebeding, exoneratieclausule, aansprakelijkheid(srecht)
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan vijf recente arresten van de Hoge Raad centraal, waarin verschillende aspecten van de verhouding tussen de hoofdprocedure en de schadestaatprocedure aan de orde komen. Vier van deze vijf uitspraken laten zien dat de rechter een relatief grote vrijheid heeft in de keuze welke geschilpunten in welke fase van het geding worden beslist. De wens om partijen hun materiële rechten zo veel mogelijk te laten verwezenlijken zonder hen door extra procesrechtelijke hoepels te laten springen, voert in deze uitspraken duidelijk de boventoon. Een procespartij die stelt dat een bepaald geschilpunt in de hoofdprocedure beslist had moeten worden, of juist in de schadestaatprocedure, vindt over het algemeen weinig gehoor bij de Hoge Raad.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.

Friso Kulk
Friso Kulk studeerde in 2003 cum laude af in Arabische Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna studeerde hij de tweejarige master Staats- en Bestuursrecht, eveneens aan de UvA. Hij werkte onder meer als juridisch adviseur bij Vluchtelingenwerk, als vertaler en als docent Arabisch. Zijn promotieonderzoek gaat over de familierechtelijke relatie tussen ouders en kinderen in Egyptisch-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen.
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2009

Regelgeving, mededingingsafspraken, machtsposities en procedurele aangelegenheden

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kroniek mededingingsrecht, mededingingsrechtelijke beroepprocedures, concentratietoezicht
Auteurs Mr. C.T. Dekker en Mr. A.B.B. Gelderman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het jaar 2009 kan de mededingingsrechtelijke boeken in als een jaar waarin de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) op vele fronten actief was.1x Gemakshalve worden de Raad van Bestuur van de NMa en de NMa als organisatie in deze kroniek vereenzelvigd. Zo werden boetes opgelegd in de schildersbranche en aan distributeurs van zwembadchloor en deed de NMa onder meer onderzoeken in de bouw-, meel- en groente- en fruitsector. Ten opzichte van 2008 verdubbelde het aantal zaken waarin een boete werd opgelegd van zes naar twaalf. Vier van deze zaken hadden betrekking op procedurele boetes (niet meewerken, onjuiste gegevens verstrekken in het kader van een concentratiemelding). Boetes voor overtredingen van de materiële voorschriften hadden alleen betrekking op bid-rigging in de schildersbranche en het zwembadchloorkartel. Het totale bedrag aan boetes halveerde van 9 tot 4,5 miljoen. Dat totaal wordt dan vooral bepaald door de 3,1 miljoen euro voor het zwembadchloorkartel.

Noten

  • 1 Gemakshalve worden de Raad van Bestuur van de NMa en de NMa als organisatie in deze kroniek vereenzelvigd.


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten en notarissen N.V. te Zwolle en is daarnaast hoofddocent aan de postdoctorale specialisatieopleiding Europees en Nederlands Mededingingsrecht van de Grotius Academie.

Mr. A.B.B. Gelderman
Mr. A.B.B. Gelderman is advocaat bij Nysingh advocaten en notarissen N.V. te Zwolle.
Discussie

Contracteren met Russische partijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Rusland, Russisch overeenkomstenrecht, Russisch BW
Auteurs Dr. W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de groei in de handelsbetrekkingen met Rusland en de daaruit voortvloeiende toename van het aantal koop- en investeringscontracten is het voor juridische dienstverleners ongetwijfeld nuttig enige kennis te hebben van het Russische overeenkomstenrecht. In deze bijdrage wordt men geïnformeerd over de basisbeginselen daarvan. Deze wijken evenwel niet fundamenteel af van wat algemeen gebruikelijk is.


Dr. W.A. Timmermans
Dr. W.A. Timmermans is advocaat te Leiden en gespecialiseerd in internationaal ondernemingsrecht; bovendien is hij universitair docent Russisch recht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.