Zoekresultaat: 27 artikelen

x
Jaar 2013 x
Jurisprudentie

IPR-problemen in de WOR en het enquêterecht

Ondernemingskamer 21 december 2012, JAR 2013/67 (VLM II) en HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 (Chinese Workers)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden WOR, enquêterecht, IPR, toepasselijk recht, bevoegde rechter, VLM, Chinese Workers
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer is de enige bevoegde rechter in feitelijke instantie in WOR- en enquêtezaken. In korte tijd moest de Ondernemingskamer in beide rechtsgebieden oordelen over twee zaken die zich afspeelden binnen internationaal concernverband. Bij internationale kwesties komt het internationaal privaatrecht (IPR) om de hoek kijken. Het gaat bij het IPR om twee te onderscheiden aspecten: (1) de internationale bevoegdheid van de rechter (rechtsmacht) en (2) zijn oordeel over het op het internationale rechtsgeschil toepasselijke recht. In deze bijdrage gaat de auteur aan de hand van de VLM II-beschikking en de Chinese Workers-beschikking na hoe de Ondernemingskamer in WOR- en enquêtezaken omgaat met vragen van internationaal-privaatrechtelijke aard.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactiesecretaris van ArA.
Artikel

Wat schuilt daar in het Riet? Bestuurders-aansprakelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden (externe) bestuurdersaansprakelijkheid, secundaire aansprakelijkheid, rechtstreekse aansprakelijkheid, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid, Van de Riet/Hoffman, Ponteecen/Stratex, Robu, zorgvuldigheidsnorm, ernstig verwijt
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en Mr. D. Engelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun bijdrage bespreken de auteurs externe, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (Van de Riet/Hoffmann). Volgens de auteurs is er een zeker patroon waarneembaar tussen dit arrest en de arresten van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (NJ 2000, 440, Robu) en 23 januari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AL7051, Ponteecen/Stratex). Uit die arresten kan volgens hen worden geconcludeerd dat dga’s en bestuurders van de ‘kleine(re) bv’s’ effectief gezien een verhoogde kans lopen een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting op zich te laden jegens derden met wie hun vennootschap zakendoet. Die bestuurders zijn immers juist degenen die de dagelijkse werkzaamheden (moeten) verrichten, zitten over het algemeen ‘dichter op het vuur’, en lopen daarmee een groter risico om hun ‘vingers te branden’. In dit artikel wordt deze visie nader uitgewerkt en toegelicht.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.

Mr. D. Engelen
Mr. D. Engelen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.
Artikel

Cryo-Save – de responstijd in de praktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden responstijd, agenderingsrecht, Cryo-Save, strategiewijziging, (B)AvA
Auteurs Mr. H.A. van Hulst en Mr. M.R.W. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de uitspraak van het Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 6 september 2013, nr. 200.131.526/01 OK (Cryo-Save Group/Salveo Holding) betreffende de responstijd.


Mr. H.A. van Hulst
Mr. H.A. van Hulst is advocaat bij Clifford Chance.

Mr. M.R.W. Boer
Mr. M.R.W. Boer is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Grensoverschrijdende fusie en omzetting sinds 10-10-’10

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Fusie, omzetting, grensoverschrijdend, Koninkrijk
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatkundige herziening binnen het Koninkrijk der Nederlanden die op 10 oktober 2010 zijn beslag heeft gekregen, is ook van belang voor de grensoverschrijdende fusie en de grensoverschrijdende omzetting. De bestaande regelgeving maakt fusie en omzetting binnen het Koninkrijk nodeloos ingewikkeld. Daarom wordt voor harmonisatie gepleit.


Mr. K. Frielink
Mr. Karel Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.
Artikel

Uitgestelde storting op BV-aandelen: fiscale voordelen?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2013
Trefwoorden flex-BV, deelnemingsvrijstelling, nominaal gestort kapitaal, BNB 1998/265, meetrekregeling
Auteurs Mr. A. Bouhbouh
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de middelen van de fiscus om de in de literatuur gesignaleerde taxplanningsconstructies door storting van het nominale bedrag van flex-BV-aandelen uit te stellen, te bestrijden. De auteur bespreekt in dit verband doel en strekking van de deelnemingsvrijstelling, BNB 1998/265 en de meetrekregeling in artikel 13 lid 5 Wet Vpb.


Mr. A. Bouhbouh
Mr. A. Bouhbouh is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Article

Access_open An Eclectic Approach to Loyalty-Promoting Instruments in Corporate Law: Revisiting Hirschman's Model of Exit, Voice, and Loyalty

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Eclecticism, corporate law & economics, corporate constitutionalism, loyalty-promoting instruments
Auteurs Bart Bootsma MSc LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay analyses the shareholder role in corporate governance in terms of Albert Hirschman's Exit, Voice, and Loyalty. The term 'exit' is embedded in a law & economics framework, while 'voice' relates to a corporate constitutional framework. The essay takes an eclectic approach and argues that, in order to understand the shareholder role in its full breadth and depth, the corporate law & economics framework can 'share the analytical stage' with a corporate constitutional framework. It is argued that Hirschman's concept of 'loyalty' is the connecting link between the corporate law & economics and corporate constitutional framework. Corporate law is perceived as a Janus head, as it is influenced by corporate law & economics as well as by corporate constitutional considerations. In the discussion on the shareholder role in public corporations, it is debated whether corporate law should facilitate loyalty-promoting instruments, such as loyalty dividend and loyalty warrants. In this essay, these instruments are analysed based on the eclectic approach. It is argued that loyalty dividend and warrants are law & economics instruments (i.e. financial incentives) based on corporate constitutional motives (i.e. promoting loyalty in order to change the exit/voice mix in favour of voice).


Bart Bootsma MSc LLM
PhD candidate in the corporate law department at Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam. Email: bootsma@law.eur.nl. The research for this article has been supported by a grant from the Netherlands Organisation for Scientific Research (NWO) in the Open Competition in the Social Sciences 2010. The author is grateful to Ellen Hey, Klaus Heine, Michael Faure, Matthijs de Jongh and two anonymous reviewers for their constructive comments and suggestions. The usual disclaimer applies.
Artikel

Access_open Doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten in het vennootschapsrecht

Een analyse in de context van de persoonsgebonden vennootschap

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2013
Auteurs Richard Nowak en Tom van Duuren
Auteursinformatie

Richard Nowak
Mr. R.G.J. Nowak is advocaat te Amsterdam en onderzoeker aan de Radboud Universiteit.

Tom van Duuren
Mr. T.P. van Duuren is notaris te Amsterdam.

Koen Geens
Koen Geens is verbonden aan het Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel recht, KU Leuven.

Marieke Wyckaert
Marieke Wyckaert is verbonden aan het Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel recht, KU Leuven.
Artikel

Naar een betere waarborging van de onafhankelijkheid van de faillissementscurator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden positie faillissementscurator, rechtsvergelijking, Europese Insolventieverordening, benoeming en ontslag curator, juridische beroepen
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het thema ‘onafhankelijkheid van de faillissementscurator’ wordt onderzocht, mede vanuit rechtsvergelijkend en internationaal perspectief. Dit leidt tot een beschouwing van de onafhankelijkheid van een curator ten opzichte van de schuldenaar, van de schuldeisers en ten opzichte van de rechter-commissaris. Europese ontwikkelingen nopen er mede toe vaart te maken met het in de wet vastleggen van regels die de onafhankelijkheid van een faillissementscurator waarborgen.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is juridisch adviseur te Dordrecht en hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Niet-prospectusplichtige allocaties

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2013
Trefwoorden prospectusplicht, uitzondering, herstructurering, debt-for-equity swap, stockdividend
Auteurs Mr. A. van der Pols
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur gevallen waarbij beleggers effecten toebedeeld krijgen zonder dat in dat kader op grond van de Wet op het financieel toezicht een goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar behoeft te worden gesteld.


Mr. A. van der Pols
Mr. A. van der Pols is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

De bestuurder in jointventureverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden partijgebonden benoeming en ontslag van de JV-bestuurder, instructiebevoegdheid van JV-partijen, dienstverband met de JV-bv of met een JV-partij, terugkeergaranties
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft als thema de bestuurder in joint venture verhoudingen (de JV-bestuurder). Het vizier is gericht op een joint venture (JV) waarbij twee of meer partijen ten aanzien van de juridische structuur van hun samenwerkingsverband voor de bv kozen. De bijdrage benadert het thema vanuit twee invalshoeken. De eerste invalshoek onderzoekt enige specifieke aan het karakter van een JV gerelateerde aspecten van de functionele band van de bestuurder met de bv. Dit eerste deel van de bijdrage gaat vooral in op de per 1 oktober 2012 op grond van de totstandkoming van de Flex-wet ingevoerde wijzigingen in Boek 2 BW. De tweede invalshoek bekijkt het thema vanuit arbeidsrechtelijk perspectief.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De commanditaire vennootschap als jointventurevehikel: perikelen met het beheersverbod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, commanditaire vennootschap, beheersverbod, bv/cv-structuur
Auteurs Mr. A.J.S.M. Tervoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt in hoeverre de cv een passende rechtsvorm is voor een joint venture (JV). Daartoe wordt het verbod voor een commanditaire vennoot om daden van beheer te verrichten geanalyseerd. De conclusie is dat de reikwijdte van dit verbod zo onduidelijk is, dat een cv een minder geschikte rechtsvorm is voor een JV wanneer de partners joint control over hun samenwerkingsvehikel willen hebben zonder het risico te lopen op hoofdelijke verbondenheid voor diens schulden. Afgesloten wordt met een overzicht van enige structuurvarianten die beter bruikbaar lijken.


Mr. A.J.S.M. Tervoort
Mr. A.J.S.M. Tervoort is bedrijfsjurist en advocaat te Amsterdam en is als fellow verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel Recht en Ondernemingsrecht te Amsterdam.
Artikel

De ‘put-up or shut-up’-regeling in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7 2013
Trefwoorden openbare biedingen, biedingsregels, bescherming doelvennootschap, Verenigd Koninkrijk
Auteurs Mr. R.W.H. Stevens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur een overzicht van de ‘put-up or shut-up’-regeling uit het Besluit openbare biedingen, en staat de auteur kort stil bij vergelijkbare regelingen uit de Engelse en Franse biedingsregels.


Mr. R.W.H. Stevens
Mr. R.W.H. Stevens is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

Gender diversity: van zelfregulering naar regulering; was dit nou echt nodig?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2013
Trefwoorden vrouwenquotum, mannenquotum, gender diversity, diversiteit
Auteurs Mr. K.I.A. Middelkoop en Mr. drs. M. van der Holst
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2013 maakt het vrouwen- en mannenquotum deel uit van ons vennootschapsrecht. De regeling schrijft een percentage van 30% vrouwen en 30% mannen in de RvB en de RvC van ‘grote’ NV’s en BV’s voor. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het juridisch kader, de praktische haalbaarheid en de wenselijkheid van de nieuwe regeling.


Mr. K.I.A. Middelkoop
Mr. K.I.A. Middelkoop is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. drs. M. van der Holst
Mr. drs. M. van der Holst is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

Aandeelhouders: van ‘flitskapitaal’ naar ‘geduldig kapitaal’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden aandeelhouders, typologie, stewardship, dialoog, betrokken aandeelhouderschap
Auteurs drs. J. van der Ende en mr.dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Aandeelhouders worden vaak over één kam geschoren als het gaat om de verantwoordelijkheid voor inzicht en toezicht bij (beursgenoteerde) ondernemingen. In dit artikel wordt een eenvoudige typologie van aandeelhouders ontwikkeld aan de hand van twee criteria. Uitgangspunt is verder dat een gezonde balans nodig is tussen de verschillende typen aandeelhouders. Een onderneming zal vooral behoefte hebben aan langetermijnaandeelhouders die betrokken zijn, de onderneming en haar management kennen en daardoor de monitoringrol adequaat kunnen invullen. Ook vanuit maatschappelijk oogpunt is een aanzienlijk percentage ‘loyaal-kritische aandeelhouders’ gewenst. Het gaat dan om aandeelhouders met geconcentreerde portefeuilles, een langetermijnhorizon en grote betrokkenheid bij de onderneming. Stimulering van deze vorm van aandeelhouderschap kan door financiële stimulering, regelgeving en samenwerking. De ‘Best practices voor betrokken aandeelhouderschap’ van Eumedion zijn een stap in de goede richting tot betere samenwerking tussen institutionele beleggers. Een aanzienlijk deel van de aandeelhouders van beursvennootschappen zal zich als loyale aandeelhouders moeten gedragen om het alternatief, inperking van aandeelhoudersrechten, te voorkomen. Dit zal inspanning vragen, maar dergelijk gedrag is essentieel voor een goede corporate democracy.


drs. J. van der Ende
Johan van der Ende is Senior Advisor bij KBR Finance.

mr.dr. A. van der Krans
Anatoli van der Krans is Senior Advisor Responsible Investment & Governance bij MN (voorheen bekend als Mn Services) te Den Haag.
Artikel

Uitoefening instemmingsrechten bij verpanding

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden instemmingsrechten, pandrecht, onherroepelijke volmacht, privatieve last
Auteurs Mr. G.M. Portier en Mr. M.E.A. van Loenhoud
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel behandelen de auteurs de vraag of de wettelijke instemmingsrechten in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen toekomen aan een pandhouder van aandelen in een bv. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen instemmingsrechten die toekomen aan vergadergerechtigden en instemmingsrechten die toekomen aan aandeelhouders. Tevens wordt besproken of er nog andere mogelijkheden zijn om de pandhouder in staat te stellen om te bepalen op welke wijze instemmingsrechten worden uitgeoefend.


Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is werkzaam als notaris bij Loyens & Loeff.

Mr. M.E.A. van Loenhoud
Mr. M.E.A. van Loenhoud is werkzaam als kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff.
Artikel

De wenselijkheid van een algemene zorgplicht in de Wft

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Wijzigingswet financiële markten 2014, Wet op het financieel toezicht, Autoriteit Financiële Markten, zorgplicht, financiëledienstverleners
Auteurs mr. N.A. van Opbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt voorgesteld een algemene zorgplicht voor financiëledienstverleners vast te leggen in de Wet op het financieel toezicht (art. 4:24a nieuw). Belangrijkste argument daarvoor is informatiescheefheid tussen financiëledienstverleners en klanten. Belangrijkste argument daartegen is rechtsonzekerheid voor financiëledienstverleners, omdat onduidelijk zou zijn wanneer de zorgplicht wordt overtreden. Voor een succesvolle handhaving van de algemene zorgplicht is vereist dat de AFM dit alleen doet in evidente gevallen. Het voorgestelde artikel moet deels worden gewijzigd.


mr. N.A. van Opbergen
Mevrouw Van Opbergen heeft dit artikel geschreven naar aanleiding van haar afstudeerscriptie.
Jurisprudentie

Derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid in het arbeidsrecht

HR 22 juni 2012, JAR 2012/189, NJ 2012, 396 (ABN AMRO/werknemer)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden beperkende werking, redelijkheid en billijkheid, vervaltermijn, BBA
Auteurs Prof. mr. C.J.H. Jansen en Mr. J.E. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs gaan in op de betekenis van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid voor het arbeidsrecht. Zij doen dit aan de hand van de uitspraak van de Hoge Raad in ABN AMRO/werknemer, waarin het college voor het eerst overweegt dat een beroep van de werkgever op de vervaltermijn van zes maanden in artikel 9 lid 3 BBA op grond van de specifieke omstandigheden van het geval naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Tevens besteden zij aandacht aan het oordeel van de Hoge Raad dat de gezichtspunten uit de rechtspraak over verjaringstermijnen ex artikel 3:310 lid 1 en 2 BW niet van overeenkomstige toepassing zijn op een geval als het onderhavige. In navolging van de A-G zijn de auteurs kritisch ten aanzien van de afwegingen die de Hoge Raad hierover maakt. Ook anderszins hebben zij moeite met de onderbouwing van de uitspraak door de Hoge Raad.


Prof. mr. C.J.H. Jansen
Prof. mr. C.J.H. Jansen is hoogleraar rechtsgeschiedenis en burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.

Mr. J.E. Jansen
Mr. J.E. Jansen is hoofddocent romeins recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Artikel

De fiscale eenheid en de verpanding van aandelen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2013
Trefwoorden fiscale eenheid, pandrecht, bezitseis, juridische eigendom, stemrechtovergang
Auteurs Mr. drs. A.J. Secker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur situaties waarin verpanding van aandelen kan leiden tot het verbreken van een fiscale eenheid.


Mr. drs. A.J. Secker
Mr. drs. A.J. Secker is werkzaam als belastingadviseur bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 27 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.