Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, bestuurdersaansprakelijkheid stichting, decharge-problematiek, one-tier board, raad van commissarissen
Auteurs Prof. mr. S.M. Bartman, Mr. C. de Groot, Mr. J. Nijland e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het wetsvoorstel voor de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen wordt beoogd de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen te verbeteren. In dit artikel bespreken de auteurs kort enkele aspecten van het wetsvoorstel in het licht van de doelstelling en de bruikbaarheid in de praktijk.


Prof. mr. S.M. Bartman
Prof. mr. S.M. Bartman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. drs. I.S. Wuisman
Prof. mr. drs. I.S. Wuisman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Rechtsgeldigheid en doorwerking van een aandeelhoudersovereenkomst in de persoonsgebonden BV: een stappenplan voor de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomst, rechtsgeldigheid, doorwerking, vennootschapsrechtelijke werking, persoonsgebonden
Auteurs Mr. R. de Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel de literatuur als de rechtspraak geeft geen blijk van een helder toetsingskader voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid en doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten. Dit artikel beschrijft een eenduidig toetsingskader (inclusief schematisch stappenplan) waarmee een rechter, notaris of advocaat kan beoordelen of een aandeelhoudersovereenkomst geldig is, en zo ja, of deze in het concrete geval doorwerkt in de vennootschap.


Mr. R. de Leeuw
Mr. R. de Leeuw is juridisch medewerker bij Schaap Advocaten Notarissen te Rotterdam.
Boekbespreking

Bespreking van de oratie Verantwoord financieel strafrecht van Matthijs Nelemans, Tilburg University, 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Beginselen en omvang financieel strafrecht, Zorgvuldigheid, Motiveringsplicht, Buitengerechtelijke afdoening, Financiële toezichthouders
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De orator bespreekt het uitdijend rechtsgebied, met als kern de Wft, de evolutie van het handhavingsmodel met zijn open normen en buitengerechtelijke afdoening en ten slotte de legaliteit en legitimiteit van het financieel strafrecht. De recensent vraagt zich af, of de door de orator genoemde rechtsbeginselen wel de rechtsbeginselen (kunnen) zijn die het financieel strafrecht kunnen normeren, nu het rechtsgebied ‘in het gareel’ wordt gehouden door beginselen van commuun strafrecht, bestuursrecht en Europees recht. Hoe moet het met de begrippen als daderschap en samenloop in de straftoemeting? Het is een weerbarstige materie.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjes is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Amsterdam.
Casus

Vennootschappelijke medezeggenschapsrechten in een grensoverschrijdende inbound fusie

Het toepassingsbereik van art. 2:333k lid 3 onder c BW

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden art. 2:333k BW, art. 16 Tiende Richtlijn, grensoverschrijdende fusie, inbound, medezeggenschapsregime
Auteurs R.L. Pouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2015 is art. 2:333k BW gewijzigd. Sinds deze wijziging lijkt krachtens de letterlijke bewoording van art. 2:333k lid 3 onder c BW bij elke grensoverschrijdende inbound fusie het regime van dit artikel te moeten worden toegepast. Ook wanneer bij geen van de fuserende vennootschappen voorafgaand aan de fusie vennootschappelijke medezeggenschap bestaat. In dit artikel zet de auteur op basis van bronnenonderzoek uiteen waarom zij het regime in de hiervoor beschreven situatie niet toepasselijk acht.


R.L. Pouwer
Mw. R.L. Pouwer heeft dit artikel geschreven naar aanleiding van haar bachelorscriptie.
Artikel

Uitgebalanceerd compromis voor personenvennootschappen: drie maal is scheepsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden personenvennootschap, VOF, CV, maatschap, wetsvoorstel
Auteurs Mr. M. Alzafari en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2016 is het rapport Modernisering personenvennootschappen van de Werkgroep Personenvennootschappen aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie. Hierin is een nieuwe wettelijke regeling voor personenvennootschappen opgenomen. In dit artikel bespreken de auteurs de belangrijkste thema’s van het wetsvoorstel en geven zij een reactie op opvallende wijzigingen. De minister heeft aangegeven dat hij het rapport zal meenemen in zijn plannen tot vernieuwing van het ondernemingsrecht. Het zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid leiden tot indiening van een wetsvoorstel.


Mr. M. Alzafari
Mr. M. Alzafari is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Storm op komst voor bestuurders en commissarissen in de semipublieke sector

De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen komt eraan!

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2016
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, bestuurdersaansprakelijkheid, stichting, bestuur en toezicht
Auteurs Mr. B.A. de Ruijter
SamenvattingAuteursinformatie

    Begin juni is het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel beoogt de regeling voor bestuur en toezicht bij de verschillende soorten rechtspersonen aan te vullen en te verduidelijken. Dit zorgt vooral voor een aanscherping van het wettelijk kader bij de niet-commerciële vereniging en de stichting. Dus semipublieke sector: opgelet!


Mr. B.A. de Ruijter
Mr. B.A. de Ruijter is advocaat Litigation bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

De mogelijkheden voor vergoeding van afgeleide schade verruimd

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden afgeleide schade, herziene geschillenregeling, art. 2:343 lid 4 BW, billijke verhoging
Auteurs Mr. A.E. Goossens
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgeleide schade komt in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking. De herziene geschillenregeling (art. 2:343 lid 4 BW) biedt de aandeelhouder de mogelijkheid compensatie te krijgen voor afgeleide schade. Dit artikel bespreekt hoe art. 2:343 lid 4 BW uitpakt in de praktijk. Daarbij komt ook de wenselijkheid van het verruimen van de mogelijkheden tot het vergoeden van afgeleide schade aan de orde.


Mr. A.E. Goossens
Mr. A.E. Goossens is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Artikel

Modernisering van de personenvennootschappen

Column

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2016
Trefwoorden Werkgroep personenvennootschappen
Auteurs Mr. E.A. van Dooren
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs heeft de minister van Veiligheid en Justitie een rapport over de modernisering van de personenvennootschappen in ontvangst genomen. Het rapport is opgesteld door de Werkgroep Personenvennootschap en bevat een voorgestelde regeling met aanbevelingen voor het oplossen van bekende knelpunten en de opvulling van lacunes onder het huidige recht.


Mr. E.A. van Dooren
Mr. E.A. van Dooren is promovendus bij het Van der Heijden Instituut (OO&R, Radboud Universiteit). Hij is als secretaris verbonden aan de Werkgroep Personenvennootschap.
Artikel

Loyaliteitsdividend, bijzondere stemrechtaandelen en de positie van minderheidsaandeelhouders

Midstream or IPO introduction, that’s the question

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden bijzondere stemrechtaandelen, loyaliteitsaandelen, corporate governance, enquêterecht, minderheidsaandeelhouders
Auteurs Mr. drs. A.A. Bootsma
SamenvattingAuteursinformatie

    De recentelijke invoering van bijzondere stemrechtaandelen wordt vergeleken met het bij DSM voorgestelde loyaliteitsdividend. Het loyaliteitsdividend werd midstream – door statutenwijziging bij een bestaande beurs-NV met zittende publieke aandeelhouders – voorgesteld. De bijzondere stemrechtaandelen zijn voorafgaand aan een beursgang (IPO) van een nieuwe (holding)vennootschap ingevoerd. Dit verschil werkt door in de positie van minderheidsaandeelhouders. Tegen deze achtergrond wordt ingegaan op de Eumedion-voorstellen voor regulering van bijzondere stemrechtaandelen.


Mr. drs. A.A. Bootsma
Mr. drs. A.A. Bootsma is werkzaam als promovendus bij Erasmus School of Law en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

Overnamegevechten, ongewenste investeerders en vitale vennootschappen

Is een investeringstoets ter waarborging van ‘het algemeen belang’ wenselijk?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden overname, algemeen belang, ongewenste investeerder, investeringstoets, KPN
Auteurs Mr. P.W.M. van Slobbe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de waarborging van het algemeen belang binnen overnames centraal. Besproken wordt of het wenselijk is dat (in het licht van een mogelijk wetsvoorstel) het verkrijgen van zeggenschap in bepaalde voor Nederland vitale vennootschappen, zoals KPN, wordt getoetst op mogelijke bedreigingen voor het algemeen belang.


Mr. P.W.M. van Slobbe
Mr. P.W.M. van Slobbe is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Duale Master Onderneming en Recht.
Praktijk

Corporate Governance in Nederland: lange termijn waardecreatie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, cultuur, Lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof.mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Voorstel voor herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code d.d. 11 februari 2016 wordt de nadruk gelegd op de focus op lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming. Het huidige richtsnoer: “het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn” zou dan uit de Code verdwijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat de lange termijn waardecreatie ten bate van alle stakeholders geschiedt. Onder het door de Commissie gehanteerde begrip “stakeholders” vallen ook maatschappelijke groeperingen. De auteur beantwoordt de vraag wat het richtsnoer en de reikwijdte van het begrip stakeholders in de nieuwe Code zouden moeten zijn.


Prof.mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen (www.meerkennis.nl) te Hoofddorp.
Praktijk

Herziening van de Corporate Governance Code

Wat heeft de consultatieronde opgeleverd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, consultatie, herziening
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    Meer dan 100 reacties heeft de Monitoring Commissie Governance Code ontvangen naar aanleiding van haar consultatiedocument voor een herziene Code. Uit negen reacties valt op te maken dat de grondhouding van de respondenten positief is, maar dat het voorstel voor de herziening van de Code nog wel verbeteringen behoeft. Belangrijke punten van kritiek betreffen onder meer de lange termijn waardecreatie “voor alle stakeholders”, de maximale zittingstermijn voor commissarissen, de beloning van bestuurders en van leden van de executive-committee, de responstijd, de in control verklaring en de regeling over de certificering. Een verkenning van de belangrijkste punten van kritiek


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. Vetter is raadsheer in het gerechtshof Den Haag, tevens docent ondernemingsrecht aan de UvA.
Artikel

Doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten na invoering van de flex-BV: wat is het alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomsten, vennootschapsrechtelijke doorwerking, flex-BV
Auteurs Mr. T.L.M. van der Weijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit recente jurisprudentie blijkt dat de praktijk nog steeds worstelt met de vraag in hoeverre contractuele verplichtingen uit hoofde van een aandeelhoudersovereenkomst doorwerken binnen de vennootschapsrechtelijke verhoudingen. De invoering van de flex-BV heeft hier kennelijk onvoldoende verduidelijking gebracht. Aan de hand van enkele alternatieven voor aandeelhoudersovereenkomsten worden aanbevelingen gedaan voor de wetgever.


Mr. T.L.M. van der Weijden
Mr. T.L.M. van der Weijden is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen in de masters Ondernemingsrecht en Burgerlijk recht.
Artikel

Een reactie op een reactie: artikel 2:210 lid 5 BW

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden vennootschapsrecht, faillissementsrecht, aansprakelijkheid te late deponering, artikel 2:210 lid 5 BW
Auteurs Mr. M.W. Josephus Jitta
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze reactie wordt ingegaan op de reactie van Schwarz en Wolf op de bijdrage van Van Hooff, waar het gaat om de gevolgen van artikel 2:210 lid 5 jo. artikel 2:248 lid 2 BW. Op grond van de rechtspraak van de Hoge Raad komt de auteur tot de conclusie dat de zorg van Schwarz en Wolf dat bij toepassing van artikel 2:210 lid 5 BW de sanctie van artikel 2:248 lid 2 BW eerder zou intreden dan zonder toepassing van artikel 2:210 lid 5 BW, ongegrond is.


Mr. M.W. Josephus Jitta
Mr. M.W. Josephus Jitta is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Het rechtspersoonlijk belang van het voorontwerp Wet bestuur en toezicht rechtspersonen: schijnuniformering of ware eendracht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden uniformering, vennootschapsbelang, rechtspersoonlijk belang, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, vennootschappelijk belang
Auteurs R.H.H. Vastmans LL.B (Hons.)
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorontwerp Wet bestuur en toezicht rechtspersonen introduceert het geüniformeerde begrip rechtspersoonlijk belang als gedragsnorm voor bestuurders en toezichthouders. Door duiding van en vergelijking met het huidige vennootschapsbelang komt de auteur tot de conclusie dat de in de consultatieronde geuite kritiek grotendeels onjuist c.q. onterecht is.


R.H.H. Vastmans LL.B (Hons.)
R.H.H. Vastmans is masterstudent Nederlands recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Balanceren tussen een taakverdeling en collegialiteit binnen de raad

De verhouding tussen auditcommissieleden en overige commissarissen bezien in het licht van geagendeerde wet- en regelgeving

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden vennootschapsrecht, auditcommissie, raad van commissarissen, bestuurdersaansprakelijkheid, collegiaal bestuur
Auteurs Mr. drs. L. in ’t Veld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auditcommissie heeft een vaste positie verworven binnen het Nederlandse vennootschapsrecht. Recente ontwikkelingen accentueren de onduidelijkheid die bestaat over de verhouding tussen auditcommissieleden en overige leden van de raad. De auteur meent dat het evenwicht dient te worden bewaakt tussen een ver(der)gaande taakverdeling en het beginsel van collegialiteit binnen de raad.


Mr. drs. L. in ’t Veld
Mr. drs. L. in ’t Veld is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan Erasmus School of Law en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

Value8: over publieke figuren en principiële vragen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden recht op alle verlangde inlichtingen, grootaandeelhouder
Auteurs Mr. A.P. Koburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 juni 2016 vond de jaarvergadering van Value8 N.V. plaats. Ruim een maand voorafgaande aan deze vergadering publiceerde Roel Gooskens een artikel op de website Follow The Money waarin hij zich kritisch uitlaat over de waardering van nog niet gerealiseerde waardestijgingen. Dat leidde tot veel reacties, die zijn in te delen in grofweg twee categorieën: (1) wat is de omvang van het recht op informatie van de algemene vergadering? (2) wat mag verwacht worden van grootaandeelhouder en bestuurder Peter Paul de Vries? De column besteedt kort aandacht aan beide aspecten.


Mr. A.P. Koburg
Mr. A.P. Koburg is junior docent-onderzoeker bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Vennootschappelijk belang en doeloverschrijding

Art. 2:7 BW richtlijnconform uitgelegd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden vennootschappelijk belang, doelomschrijving, art. 2:7 BW, Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 2:7 BW heeft een Unierechtelijke achtergrond. Het is gebaseerd op de Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht. Een richtlijnconforme uitleg van art. 2:7 BW brengt mee dat bij rechtshandelingen van een rechtspersoon art. 2:7 BW geen ruimte biedt voor enige derogerende werking van het vennootschappelijk belang en er onder normale omstandigheden evenmin sprake is van een onderzoeksplicht voor de wederpartij van de rechtspersoon naar het doel van die rechtspersoon.


Mr. D.A. Viëtor
Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De ‘nieuwe generatie’ Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en zijn constitutionele context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden associatieovereenkomst, nabuurschapbeleid, bevoegdheidsverdeling, gemengd verdrag, referendum
Auteurs Dr. N.F. Idriz en Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bredere context, doelstelling en inhoud van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne (hierna: AO) geschetst, en wat deze bijzonder maakt ten opzichte van andere associatieovereenkomsten. In het bijzonder gaan we ook in op die juridische aspecten die democratische controle via een referendum bemoeilijken. Daarbij besteden we specifiek aandacht aan de constitutionele perikelen die ontstaan voor de Nederlandse regering alsook voor de EU, ingeval een meerderheid zich tegen de goedkeuringswet uitspreekt en het Nederlandse parlement vervolgens zou besluiten de goedkeuringswet in te trekken.
    PbEU 2014, L 161/3


Dr. N.F. Idriz
Dr. N.F. (Narin) Idriz is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NTER.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.