Zoekresultaat: 179 artikelen

x
Jaar 2012 x

    This article examines the impact of the introduction of the Schutznorm-principle (relativiteitsvereiste) in the Dutch General Administrative Law Act on the private enforcement of state aid law. This principle prohibits the administrative courts to annul a decision if the ground manifestly does not protect the complainants interests. Court decisions are examined to research the role of individuals in the private enforcement of state aid law. These individuals often have no competitive relation with the (alleged) beneficiary of the aid. However, presumably the Schutznorm-principle will not hinder them from annulling the decision because the Schutznorm-principle requires clarity regarding the scope of the provision invoked. Article 108 TFEU lacks this clarity. Based on possibilities of appeal against Commissions decisions and case law of the EU CoJ on this matter, the author argues that not every individual needs to be able to invoke state aid provisions.


Matthijs Baart
Matthijs Baart LLM is onderzoek- en onderwijsmedewerker aan de Universiteit Leiden

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Nog geen horizontale rechtstreekse werking van het vrije verkeer van goederen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden artikel 34 VWEU, vrij verkeer van goederen, horizontale werking, normerings- en certificeringsactiviteiten, bijzondere redenen van particulier belang
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en mr. T. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    In brede kring wordt aangenomen dat het vrij verkeer van diensten, werknemers en vestiging onder omstandigheden rechtstreeks doorwerken in horizontale relaties. In de zaak Fra.bo past het Hof van Justitie het leerstuk van de horizontale rechtstreekse werking niet expliciet toe op het vrije goederenverkeer. Zaakspecifiek maakt het Hof van Justitie echter duidelijk dat onder omstandigheden ook een particuliere organisatie als gedaante van ‘publieke macht’ kan worden aangemerkt waarmee haar activiteiten en voorschriften binnen de reikwijdte van het recht betreffende het vrije goederenverkeer vallen. Het Hof van Justitie lijkt hiermee impliciet aan te sluiten bij zijn collectiviteitsredenering inzake het vrij verkeer van diensten, werknemers en de vestigingsvrijheid.


Mr. dr. H.J. van Harten
Herman van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

mr. T. Nauta
Thomas Nauta is werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse zaken en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Artikel

De kosten van studentenmobiliteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden studiefinanciering, meeneembaarheid, vrij verkeer van werknemers, woonplaatsvereiste
Auteurs Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Hof van Justitie van Justitie inzake de Nederlandse verblijfsvoorwaarde in de regeling voor meeneembare studiefinanciering heeft tot teleurstelling bij het kabinet geleid. Hoewel het Hof van Justitie erkent dat bevordering van de mobiliteit van studenten die een band met Nederland hebben een legitiem doel is dat een beperking op het recht van vrij verkeer van werknemers zou kunnen rechtvaardigen is het vooral de exclusiviteit van de verblijfsvoorwaarde, en de geringe motivering van de noodzaak hiervan, waar het Hof van Justitie over valt. De uitspraak laat de mogelijkheid alternatieve voorwaarden aan meeneembare studiefinanciering te koppelen.


Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
Prof. dr. Annette Schrauwen is als hoogleraar Europese integratie, in het bijzonder recht en geschiedenis van het burgerschap, verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De titanenstrijd tussen Apple en Samsung

Uitleg van de FRAND-verplichtingen bij de rechter en in het onderzoek van de Europese Commissie naar Samsung

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden Apple, Samsung, FRAND, licenties, octrooi en standaardisering
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gemoederen in de elektronicasector worden de laatste tijd aardig bezig gehouden door het juridische gevecht tussen Samsung en Apple in een flink aantal landen. In dit artikel geven wij vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een beschouwing van de procedures die Apple en Samsung in Nederland voeren. Daarbij zoomen wij in op de FRAND1x De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd. - aspecten van die zaak waarbij met name interessant is te constateren dat deze zowel in civielrechtelijke octrooiprocedures aan de orde komen als in het onderzoek dat de Europese Commissie is gestart. Wij concluderen dat het voor de eenduidigheid van de rechtspraak goed zou zijn als de Europese Commissie snel duidelijkheid schept in de FRAND-discussie en aangeeft op welke wijze deze ingrijpt op het mededingingsrecht, in het bijzonder artikel 102 VWEU.

Noten

  • 1 De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Uitsluiting voor insluiting: selectie aan de poort?

Een bijdrage over crimmigratie in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden crimmigration, citizenship, article 1F Refugee Convention, pre-sentencing
Auteurs Gera de Grauw MSc., Marit Janssen MSc. en Avalon Leupen MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past few years attention is placed on the influence of immigrants and asylum seekers on the security of the state. Due to this development the Dutch Criminal Law and Immigration Law are ‘merging’. Immigration and safety policies are applied to exclude certain groups of people from society, generally immigrants and (ex)offenders. This article will reflect upon this process by showing the exclusion of people from Dutch society on the basis of article 1F of the Refugee Convention. This legal ground is used as a condition for exclusion and therefore it can be considered as pre-sentencing.


Gera de Grauw MSc.
Gera de Grauw MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.

Marit Janssen MSc.
Marit Janssen MSc. studeerde Forensische criminologie aan de Universiteit Leiden en werkt nu als projectsecretaris op het Ministerie van Veiligheid & Justitie.

Avalon Leupen MSc.
Avalon Leupen MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt zij als docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Immigratie, (des)integratie?

Over het immigratiedebat in Nederland en de Verenigde Staten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Crimmigration, immigration debate, election debate, Arizona
Auteurs LLM. Michiel Glas, Rolf van Wegberg MSc. en BSc. Marten Zoetbrood
SamenvattingAuteursinformatie

    The attitude towards ‘the immigrant’ is changing. Where they used to be seen as a necessity, they are now looked upon with distrust. A consequence of this new attitude is the ‘merging’ of immigration law policy and criminal law. Examples of this in the Netherlands are a law proposal to criminalize illegal stay and a mandatory quorum of illegals that have to be deported each year. In our research we have compared the ‘crimmigration’ discourse in both Arizona and the Netherlands.
    Arizona’s law SB1070 has been the main legal focus in the research. The enactment of the law has been cause of many protests. The public’s fear was focused mainly on civil rights violations; the legal discussion was focused on the federalism issue, brought to Courts by the Obama administration. However, with the Supreme Court handing down its landmark decision in Arizona vs. United States, the legal focus will shift towards the civil rights spectrum.
    In the most recent elections in the Netherlands, the immigration question seems to have been pushed to the background. However, it remains a vital issue when placed in the context of ‘Euro-skepticism’, which has played a major role , as much of the immigration policy making is done by the supra national European legislator.
    We have seen that in the American context the federal government has been a ‘mitigating factor’ in the crimmigration debate to counterbalance draconian immigration policy. We hope that despite recent Euro-skepticism the EU will have a similar mitigating effect.


LLM. Michiel Glas
Michiel Glas LLM. studeerde Rechtsgeleerdheid, specialisatie Straf- en Strafprocesrecht, aan de Universiteit Leiden en is thans advocaat te Gouda.

Rolf van Wegberg MSc.
Rolf van Wegberg MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt hij als onderzoeker/docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en is tevens redactiesecretaris van PROCES.

BSc. Marten Zoetbrood
Marten Zoetbrood BSc. studeert Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Wel de lasten, niet de lusten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden migration law, detention law, human rights, crimmigration
Auteurs LLB. Anne Beckers, Lonneke Bontje MSc., LLB. Silvia Gardini e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper reviews the status quo of immigration law in the Netherlands in regard to the human rights of the European Court of Human Rights (ECHR). Based on a thorough reading of the literature, Dutch detention law and policies aimed at immigrants are reviewed in relation to articles 3, 5 and 6 ECHR and 9 ICCPR to see whether they are compatible and whether a breach of human rights takes place in Dutch detention centres. Even though the ECHR has not yet ruled that Dutch immigration detention breaches drawn conclusions as to a potential breach of human rights, the writers of this paper argue that Dutch policy does potentially violate some of them.


LLB. Anne Beckers
Anne Beckers LLB. is student straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.

Lonneke Bontje MSc.
Lonneke Bontje MSc. studeerde forensische criminologie aan de Universiteit Leiden.

LLB. Silvia Gardini
Silvia Gardini LLB. is student straf- en strafprocesrecht en civiel recht aan de Universiteit Leiden.

David Pinchasik
David Pinchasik is student rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De interactie tussen migratiebeleid en penaal beleid ten aanzien van gedetineerden zonder recht op verblijf in België

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden migration policy, penal policy, illegal migrants, detention
Auteurs Steven De Ridder MSc. en Clara Vanquekelberghe MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since prison overcrowding in Belgium emerged in the late 1980s, irregular migrants in prison were subjected to penal and migration policy initiatives. In this article, particularly (1) the opening of closed administrative detention facilities, (2) the periods of administrative detention in prison and (3) the installation of migration officers who identify irregular migrants in prison will be scrutinized. We will argue that besides a legal approach of the concept Crimmigration − as the convergence of Criminal and Migration Law and procedures − the evolution of the presented migration and penal policy in Belgium is a crucial aspect of the process of Crimmigration.


Steven De Ridder MSc.
Steven De Ridder MSc. is assistent van de vakgroep Criminologie aan de faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de onderzoeksgroep Crime & Society (CriS).

Clara Vanquekelberghe MSc.
Clara Vanquekelberghe MSc. is master in de Criminologische Wetenschappen, behaald mede op basis van de masterproef getiteld De identificatie van irreguliere migratie? De rol van migratieambtenaren in een penale context (begeleider: prof. dr. K. Beyens).

    In this paper I test the thesis that the different fortunes of the secular state in the predominantly Jewish, Christian and Muslim countries depend significantly, although not exclusively, on their different religious background and, in particular, on the conception of God’s law that developed in the theological and legal traditions of these three religions. My analysis will focus primarily on Sunni Islam, Orthodox Judaism and Roman Catholic Christianity. The model of the secular state appears to be connected to the Christian theological concept. It is not neutral and thus, it is futile to attempt to export this model to religious and legal traditions that do not meet the conditions for accepting it.


Silvio Ferrari
Prof. dr. Silvio Ferrari is hoogleraar Canoniek recht aan de Universiteit van Milaan en hoogleraar Verhouding tussen kerk en staat aan de faculteit Kerkelijk Recht van de Katholieke Universiteit Leuven. silvio.ferrari@unimi.it.

    A historical analysis demonstrates that religious minorities and their protection needs played an important role in the emergence and the first developments of fundamental rights. It is indeed possible to denote a close correlation between the protection needs of religious minorities on the one hand and the fundamental rights enshrined in declarations and treaties on the other. Closer scrutiny reveals that this correlation can actually be explained by evolving views about the special vulnerability of religious minorities in the periods concerned. More recent developments of the human rights paradigm reveal that in the meantime other groups in particular are considered vulnerable and thus in need of special protection.


Kristin Henrard
Prof. dr. K. Henrard is hoogleraar Minderhedenbescherming aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). khenrard@yahoo.com.
Jurisprudentie

Wegener herzien

Rb. Rotterdam 27 september 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden voorschrift artikel 41 Mw, Boetebeleidsregels 2009, feitelijk leidinggever, verjaring
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Rotterdam heeft het besluit op bezwaar van de NMa vernietigd. De door de NMa aan Wegener en (ex-)bestuurders opgelegde boetes zijn door de rechtbank fors verlaagd. Volgens de rechtbank had de NMa ten onrechte rechttoe rechtaan de Boetebeleidsregels toegepast wat leidde tot veel te hoge boetes. Daarnaast was de scope van de overtreding volgens de rechtbank beperkter dan de NMa had aangenomen. Omdat sprake was van voortdurende overtredingen faalt het beroep op verjaring. De door de NMa aan twee commissarissen opgelegde boetes zijn door de rechtbank geschrapt. Volgens de rechtbank vervulden de commissarissen een toezichthoudende rol. Aansprakelijkheid voor boetes past daar volgens de rechtbank niet bij.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Jurisprudentie

Auto 24 SARL tegen Jaguar Land Rover France SAS (Auto24/JLR)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden artikel 101 VWEU, selectieve distributie, kwantitatieve criteria, groepsvrijstelling motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Knapen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of kwantitatieve selectieve distributiecriteria enkel onder de groepsvrijstelling motorvoertuigen vallen indien zij berusten op objectief gerechtvaardigde criteria die eenvormig en zonder onderscheid worden toegepast op eenieder die om erkenning verzoekt. Het arrest behandelt een aantal fundamentele vraagstukken die relevant zijn bij het opstellen en handhaven van een selectief distributiestelsel en verduidelijkt de voorwaarden die gelden ten aanzien van het rechtvaardigen, toepassen en openbaar maken van selectiecriteria. Opvallend is daarbij dat het Hof van Justitie een minder strikte benadering lijkt te volgen ten aanzien van kwantitatieve selectieve distributiecriteria dan de Nederlandse rechter in de recente Auping- en Batavus-arresten.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is advocaat in dienstbetrekking bij Philips.

Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Toezichthouders op de tram

Een studie naar de handhaving van het ov-verbod in Amsterdam en Rotterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden beveiligers, handhavers, boa’s, openbaar vervoer, ov-verbod
Auteurs Dr. R. van Steden, Mr. drs. M.B. Schuilenburg, L. Leemeijer MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Zogeheten ‘nieuwe toezichthouders’ in de vorm van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en particuliere beveiligers moeten in Amsterdamse en Rotterdamse trams service verlenen en huisregels handhaven. Bij overtreding van deze huisregels kunnen zij in het uiterste geval een openbaarvervoerverbod (ov-verbod) aan reizigers opleggen. Onderhavige studie laat zien welke haken en ogen daar in de praktijk aan zitten.


Dr. R. van Steden
Dr. R. van Steden is universitair docent aan de afdeling Bestuurswetenschappen (Faculteit der Sociale Wetenschappen) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. drs. M.B. Schuilenburg
Mr. drs. M.B. Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie (Faculteit Rechten) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Leemeijer MSc
L. Leemeijer MSc heeft Criminologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Loots MSc
L. Loots MSc heeft Bestuurswetenschappen gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Privacywetgeving en het kopietje paspoort

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden privacy, paspoort, BSN
Auteurs Mr. P.E. Lucassen en Mr. drs. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage zullen wij toelichten waarom bij het maken en opslaan van een kopietje paspoort een paar alarmbellen moeten gaan rinkelen. Daarbij zal met name aandacht worden besteed aan de pasfoto en het BSN.


Mr. P.E. Lucassen
Mr. P.E. Lucassen is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. drs. J.W.A. Dousi
Mr. drs. J.W.A. Dousi is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Draagplicht in concernverhoudingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden hoofdelijkheid, draagplicht, concernfinanciering, regres, omslag
Auteurs Mr. R.M. de Winter en Mr. S. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het 13 juli 2012 gewezen arrest Janssen q.q./JVS Beheer besproken, waarin de Hoge Raad antwoord geeft op de vraag hoe de onderlinge draagplicht tussen hoofdelijk aansprakelijke concernvennootschappen moet worden vastgesteld indien daarover geen afspraken zijn gemaakt tussen partijen. Verder wordt stilgestaan bij enkele gevolgen van dit arrest voor de praktijk.


Mr. R.M. de Winter
Mr. R.M. de Winter is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.

Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.
Praktijk

Arbitrage en ambtshalve toetsing: mag de arbitrageclausule wel of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Algemene voorwaarden, ambtshalve toetsing, Richtlijn oneerlijke bedingen, arbitragebeding, onredelijk bezwarend beding
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 april 2012 overwoog het HvJ EU in het Invitel-arrest dat bij de beoordeling van algemene voorwaarden in een algemeen-belangprocedure in het kader van de Richtlijn oneerlijke bedingen de voorwaarden getoetst moeten worden in het licht van de nationaalrechtelijke regeling, de gehele overeenkomst en de door de gebruiker aangevoerde rechtvaardigingsgronden voor het betreffende beding. Op 21 september 2012 oordeelde de Hoge Raad in een procedure over een arbitraal beding dat de arbitrageclausule niet per definitie onredelijk bezwarend is op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen. Beide arresten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Toont 1 - 20 van 179 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.