Zoekresultaat: 169 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders: het overgangsrecht en de relevante jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden nachgründung, financiële steunverlening, overgangsrecht, statutaire verwijzingen, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. P. Hofsteenge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het overgangsrecht met betrekking tot de Wet Flex-BV dat op grond van de wet, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie geldt ten aanzien van nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders. In de jurisprudentie is dit overgangsrecht meerdere malen aan de orde gekomen en duidelijk is gebleken dat de normen uit de ‘oude’ artikelen nog steeds van betekenis zijn.


Mr. P. Hofsteenge
Mr. P. Hofsteenge is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Artikel

Toezichthouders op straat

Een internationaal vergelijkende benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden politie, boa’s, handhaving in de openbare ruimte, plural policing, fragmentatie
Auteurs Prof. dr. ir. Jan Terpstra en Dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    De zorg voor veiligheid wordt niet meer gezien als exclusieve taak van de politie. Naast de politie zijn andere, zowel publieke als private toezichthouders en handhavers werkzaam in de (semi)publieke ruimte. Dit gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook in veel andere landen, zowel binnen als buiten Europa. Vaak leidt dat tot een gefragmentariseerd stelsel van handhaving. Het internationale vergelijkende onderzoek dat in dit artikel wordt gepresenteerd, biedt aanknopingspunten om te leren van ervaringen die in andere landen zijn opgedaan. Tevens worden twee opties besproken waarin wordt aangegeven hoe de coördinatie kan worden verbeterd.


Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J.B. Terpstra is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Dr. Bas van Stokkom
Dr. B.A.M. van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

    Overtreding kan aan curator worden toegerekend. Kosten bestuursdwang komen ten laste van faillissementsboedel.


Valérie van ’t Lam

    Treinverkeer is gemotoriseerd verkeer; grondwaterbeschermingsvoorschrift is van toepassing.

Jurisprudentie

Eenzijdige wijzigingsmogelijkheden jegens gepensioneerden onder de PSW en de PW: van onbeschermd naar beschermd?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Onvoorwaardelijke indexatie, Pensioenaanspraken, eenzijdige wijziging, Gepensioneerden, Pensioen
Auteurs Anton Van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vanaf 1 januari 2007 geldende Pensioenwet (PW) is bepaald dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie deel uitmaakt van een pensioenaanspraak. Een pensioenaanspraak is volgens de PW in beginsel niet voor wijziging vatbaar. De Hoge Raad besliste in een tweetal arresten uit 2013 impliciet dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie onder de tot 1 januari 2007 geldende Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) wel gewijzigd kon worden. Verder oordeelde de Hoge Raad dat onder de PSW een eenzijdige wijzigingsmogelijkheid jegens gepensioneerden slechts beperkt wordt door het algemeen verbintenissenrecht. Er geldt dus geen beperking, zoals bepaald in artikel 7:613 BW en artikel 19 PW. De praktijk wijst uit dat dit tot onverwachte resultaten kan leiden (zie Hof Amsterdam 23 september 2014, (ECLI:NL:GHAMS:2014:4007)). De arresten van de Hoge Raad worden in deze bijdrage kritisch besproken.


Anton Van Leeuwen
Anton van Leeuwen is advocaat bij SteensmaEven.
Artikel

Beursnoteringen van (biotech- en andere) NV’s op NASDAQ; enkele aandachtspunten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden biotech, governance, NASDAQ, notering, prospectus
Auteurs Mr. A.C. (Anne) Noordzij
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal keuzes en (aanvullende) verplichtingen van de Nederlandse biotech- en andere vennootschappen die een beursnotering in de Verenigde Staten beogen.


Mr. A.C. (Anne) Noordzij
Mr. A.C. Noordzij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Collectief schadeverhaal in Nederland: we zijn er bijna, maar nog niet helemaal

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden voorontwerp wetsvoorstel, massaschade, collectieve schadevergoedingsactie
Auteurs Mr. M.A.C. Stapel en Mr. T. Thuijs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs het voorontwerp wetsvoorstel afwikkeling massaschade in een collectieve actie en gaan zij – vanuit het perspectief van de schadeveroorzakende partij – kritisch in op enkele elementen van dit voorontwerp.


Mr. M.A.C. Stapel
Mr. M.A.C. Stapel is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. T. Thuijs
Mr. T. Thuijs is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Na tien jaar EAB onderzoekt deze bijdrage of de vereenvoudiging en versnelling van de justitiële samenwerking in strafzaken in evenwicht zijn met de rechtsbescherming van de opgeëiste persoon. Waar het Hof van Justitie vooral uitgaat van het vertrouwen in de nationale rechtsorde van de uitvaardigende lidstaat, volgt uit recente Uniewetgeving dat dit vertrouwen soms onvoldoende is. Ook de oplossingen van de Uniewetgever richten zich hoofdzakelijk op rechtsbescherming in de uitvaardigende lidstaat. Voor het evenwicht tussen efficiency en rechtsbescherming is vooral een in de uitvoerende lidstaat toe te passen weigeringsgrond inzake grondrechtenschendingen van groot belang.
    Pb. EG 2002, L 190/1


Mr. dr. Vincent Glerum
Mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum is werkzaam als stafjurist van de Europese Kamer Strafrecht en Mensenrechten van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

De no-cure-no-payovereenkomst in verhouding tot de redelijkheidstoets bij de begroting van buitengerechtelijke kosten

Een analyse van HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797 (De Jonge/Scheper Ziekenhuis)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden no cure, no pay, contingency fee, dubbele redelijkheidstoets, buitengerechtelijke kosten, maatstaf art. 6:96 lid 2 BW
Auteurs Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Een benadeelde sluit met zijn belangenbehartiger een no-cure-no-payovereenkomst. Moet bij de begroting van de buitengerechtelijke kosten op grond van art. 6:96 lid 2 sub b en c BW rekening worden gehouden met die overeenkomst? De omstandigheden van het geval legitimeren dat het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt.


Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent bij de afdeling Privaatrecht van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het fenomeen aanwijzing in de zin van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden aanwijzing, financieel, Cft, toezicht, Rijkswet
Auteurs Mr. Marloes H. Kempes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 oktober 2010 is het land Nederlandse Antillen ontmanteld en zijn de nieuwe staatkundige verhoudingen in werking getreden. In het kader van deze staatkundige wijzigingen heeft Nederland zich bereid verklaard schulden van de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden te saneren, om op die wijze de nieuwe entiteiten bij te staan bij het creëren van een financieel gezonde uitgangspositie. Ter voorkoming van financiële problemen is overeengekomen dat er toezicht zal worden uitgeoefend door een onafhankelijk orgaan, het College financieel toezicht. Sinds 10 oktober 2010 zijn er twee colleges van kracht. Het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten op grond van de (consensus-)Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. De beide colleges worden ondersteund door een gemeenschappelijk secretariaat, kantoorhoudende op Curaçao en op Sint Maarten.


Mr. Marloes H. Kempes
Mw. mr. M.H. Kempes is jurist en senior beleidsmedewerker bij het secretariaat van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten en het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Jurisprudentie

De Hoge Raad in civiele zaken uit het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Auteurs Dr. H.J. van Kooten en Dr. G.C.C. Lewin

Dr. H.J. van Kooten

Dr. G.C.C. Lewin
Artikel

Gaan veiligheidsmaatregelen ten koste van de servicebeleving?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden customer experience, service perception, surveillance measures, legitimateness
Auteurs Rick van der Kleij, Maaike Roelofs en Dianne A. van Hemert
SamenvattingAuteursinformatie

    Surveillance measures in public places such as train stations, large events or business premises are aimed at increasing security at those specific locations. They enable people to move around securely at public (high) risk locations. However, people often experience these measures as an obstacle. Too much security often results in limitations of freedom of movement and violations of privacy. Could surveillance measures be designed in such a way that they are perceived more as a ‘service’? The authors studied the variables that influence whether people experience surveillance as a service or as a hindrance. At three surveillance locations (Schiphol Airport, Hoog Catharijne shopping area and Amersfoort railway station) more than thousand visitors were surveyed. They were asked how they experienced service and security on the site. The results show that there are differences in service perception in relation to security measures at the three locations studied. They show how the tension between service and safety can be reduced and provide clues for improving security measures. The results can be used by owners of public locations, surveillance stakeholders or private companies for the optimalisation and re-design of a location, as their goal is to attract loyal visitors, who are not frustrated and are willing to use the location frequently, and who preferably speak positively about the location to others. Also the security measures themselves can be improved, both technical security measures as well as human security measures.


Rick van der Kleij
Rick van der Kleij is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences.

Maaike Roelofs
Maaike Roelofs is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences.

Dianne A. van Hemert
Dianne A. van Hemert is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences en redacteur van dit tijdschrift.
Casus

Nakoming van een vrijwaring in een overnameovereenkomst – show me the money?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden vrijwaring, overnameovereenkomst, uitleg, garantie, nakoming
Auteurs J. Leedekerken
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over vrijwaringen in een overnameovereenkomst. Stil wordt gestaan bij een aantal elementen van een vrijwaring. Wat houdt vrijwaren in? Wie kan de vrijwaring inroepen? Wanneer is een vrijwaringsvordering opeisbaar? Hoe verhoudt de vrijwaring zich tot andere contractsbepalingen? Door beter rekening te houden met dit soort elementen kunnen uitlegdiscussies voorkomen worden.


J. Leedekerken
J. Leedekerken is advocaat te Amsterdam en verbonden aan Van Doorne N.V.
Artikel

Eenzijdige openbaarmaking van informatie: waar ligt de grens?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Eenzijdige openbaarmaking marktgedrag, Doelbeperking, Besloten marktgedrag/niet besloten marktgedrag, Cheap talk, o.a.f.g./onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Onno Brouwer en Lorenzo Coppi
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt aan de hand van een aantal recente zaken, waaronder begrepen het toezeggingsbesluit van ACM inzake mobiele netwerkoperatoren, de vraag op basis van welke criteria een eenzijdige openbaarmaking van informatie op mededingingsbezwaren kan stuiten in een context waarin geen sprake is van ‘uitwisseling’ van informatie of een hardcore kartel. Autoriteiten lijken soms snel eenzijdige openbaarmakingen aan te merken als een doelbeperking. De auteurs pleiten zowel op basis van economische als juridische gronden voor een meer gebalanceerd analysekader: alleen gedrag dat op basis van voldoende algemeen erkende ervaring kan worden verondersteld de concurrentie te schaden, kan worden aangemerkt als een doelinbreuk. In veel gevallen zijn eenzijdige mededelingen omtrent marktgedrag concurrentiebevorderend of niet dusdanig concurrentiebeperkend dat zij zouden moeten worden gekwalificeerd als een doelinbreuk.


Onno Brouwer
Onno W. Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP Brussel/Amsterdam.

Lorenzo Coppi
Lorenzo Coppi is Executive Vice President bij CompassLexecon.
Artikel

Meer ruimte voor producentenorganisaties door hervorming Europees landbouwbeleid

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Landbouwbeleid, producentenorganisaties, hervorming, Gemeenschappelijke Marktverordening, GMO, EU
Auteurs Mr. ir. Maria E.G. Litjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nieuwe GMO-verordening prevaleren de producentenorganisatieregels binnen bepaalde grenzen boven de mededingingsregels. Evenals vroeger zijn de grenzen van de vrije ruimte in de verordening in algemene bewoordingen geformuleerd. Dit leidt tot een groot grijs gebied en daarmee tot grote onzekerheid over toelaatbaarheid van handelen. De ruimte voor meer samenwerking geldt niet alleen voor producentenorganisaties, maar voor elke andere vorm van samenwerking in de land- en tuinbouw.


Mr. ir. Maria E.G. Litjens
Maria Litjens is werkzaam bij de leerstoelgroep Recht en Bestuur aan Wageningen Universiteit. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Het nieuwe regime voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht

Een bespreking van de belangrijkste wijzigingen en enkele kanttekeningen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden GVTO, TTBER, Technologieoverdracht, Niet-aanvechtingsclausule, Grant-back
Auteurs Mr. Bart de Rijke en Mr. Roos van der Poel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het van kracht worden van de nieuwe groepsvrijstellingsverordening voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht (GVTO) en de bijbehorende Richtsnoeren heeft praktische implicaties voor gebruikelijke licentievoorwaarden. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het oude regime zien op het toepassingsbereik van de GVTO, de (on)mogelijkheid passieve verkopen te beperken ter bescherming van startende licentienemers, grant-back verplichtingen en niet-aanvechtings- en beëindigingsbedingen. De Richtsnoeren bevatten voorts uitgebreide vingerwijzingen over technologiepools en schikkingsovereenkomsten. Op papier gaat de licentienemer erop vooruit, maar in hoeverre de doorgevoerde wijzigingen in de praktijk zijn te handhaven valt nog te bezien.


Mr. Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Mr. Roos van der Poel
Mr. R.M.A. van der Poel is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

De verdwenen rechtspersoon als procespartij

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2014
Trefwoorden procespartij, deformaliseringstendens, kenbaarheid
Auteurs Mr. F.W.B. Bulten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de (mogelijke) consequenties met de betrekking tot de ontvankelijkheid in een juridische procedure in het geval een formele procespartij ophoudt te bestaan.


Mr. F.W.B. Bulten
Mr. F.W.B. Bulten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

MiFID II, een complex product

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden MiFID II, MiFIR, beleggingsondernemingen, handelsplatformen
Auteurs Mr. drs. Erwin Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juni 2014 zijn de herziene Richtlijn voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFID II) en de Verordening voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFIR) gepubliceerd. MiFID II en MiFIR zijn de gezamenlijke opvolger van MiFID I. De regelgeving is relevant voor beleggingsondernemingen (zoals effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders) en exploitanten van handelsplatformen voor financiële instrumenten. Vergeleken met MiFID I gelden er veel nieuwe regels, waaronder transparantievereisten bij beurshandel en nieuwe gedragsregels voor beleggingsondernemingen. Tevens worden voorheen ongereguleerde activiteiten onder toezicht geplaatst. De uitdaging voor marktpartijen om per uiterlijk januari 2017 te voldoen aan de nieuwe regels is groot, mede vanwege vele rule-based normen.
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, Pb. EU 2014, L 173/34.


Mr. drs. Erwin Schreuder
Mr. drs. E.R. (Erwin) Schreuder is advocaat bij de Financial Markets and Services Group van Clifford Chance LLP (Amsterdam)
Toont 1 - 20 van 169 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.