Zoekresultaat: 49 artikelen

x
Jaar 2012 x
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Artikel

Privacywetgeving en het kopietje paspoort

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden privacy, paspoort, BSN
Auteurs Mr. P.E. Lucassen en Mr. drs. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage zullen wij toelichten waarom bij het maken en opslaan van een kopietje paspoort een paar alarmbellen moeten gaan rinkelen. Daarbij zal met name aandacht worden besteed aan de pasfoto en het BSN.


Mr. P.E. Lucassen
Mr. P.E. Lucassen is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. drs. J.W.A. Dousi
Mr. drs. J.W.A. Dousi is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Draagplicht in concernverhoudingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden hoofdelijkheid, draagplicht, concernfinanciering, regres, omslag
Auteurs Mr. R.M. de Winter en Mr. S. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het 13 juli 2012 gewezen arrest Janssen q.q./JVS Beheer besproken, waarin de Hoge Raad antwoord geeft op de vraag hoe de onderlinge draagplicht tussen hoofdelijk aansprakelijke concernvennootschappen moet worden vastgesteld indien daarover geen afspraken zijn gemaakt tussen partijen. Verder wordt stilgestaan bij enkele gevolgen van dit arrest voor de praktijk.


Mr. R.M. de Winter
Mr. R.M. de Winter is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.

Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

De Awb en de omgevingsvergunning van rechtswege

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Wabo, omgevingsvergunning, positieve beschikking, van rechtswege
Auteurs Mr. dr. J. Robbe
SamenvattingAuteursinformatie

    Zoals zoveel relaties is ook die tussen de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en bijzondere bestuurswetten niet altijd zonder problemen. De bijzondere en de algemene regeling verhouden zich niet altijd even goed tot elkaar. Dat is ook het geval bij de relatie tussen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Awb, die in deze bijdrage centraal staat. Het onderwerp is de door de Wabo geïntroduceerde omgevingsvergunning van rechtswege. In hoeverre sluit de regeling die de Wabo op dit punt bevat aan op de algemene regeling van de positieve beschikking van rechtswege in de Awb? Welke overeenkomsten, maar vooral welke verschillen zijn er? En wat zou dit moeten betekenen voor de toekomst van de omgevingsvergunning van rechtswege?


Mr. dr. J. Robbe
Mr. dr. J. (Jan) Robbe is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht en in het bijzonder het omgevingsrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Centrum voor Omgevingsrecht en Beleid (<www.centrumvooromgevingsrecht.nl>).

    Eind november 2011 presenteerde de Europese Commissie twee voorstellen op het gebied van alternatieve geschillenbeslechting voor consumentengeschillen. In deze bijdrage worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de voorstellen en bij de wenselijkheid van een nationale wettelijke regeling op dit terrein. De voorstellen bieden tamelijk gedetailleerde regelingen die, mochten zij in deze vorm blijven bestaan, ongewenste consequenties kunnen hebben voor de in ons land thans goedlopende vormen van geschillenbeslechting voor consumenten.


Mr. A.H. Santing-Wubs
Mr. A.H. Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

Uitkeren aan aandeelhouders, (hoe) kunnen we dat doen?

Een overzicht na afsluiting van een rumoerig wetgevingsproces

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden FlexBV, artikel 2:216 BW, uitkeren aan aandeelhouders, crediteurenbescherming
Auteurs Mr. I.C.P. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de onderwerpen uit de FlexBV wetgeving die op 1 oktober 2012 van kracht is geworden en waar sinds de aanvang van het wetgevingsproces het meest over is geschreven, zijn de uitkeringen aan aandeelhouders. De aanpassing van artikel 216 wordt door de regering beschouwd als basis voor een evenwichtig systeem van crediteurenbescherming. Toch bleek het vinden van draagvlak voor de regeling omtrent uitkeringen een hele dobber. Sinds 1 oktober 2012 hebben we te maken met het nieuwe artikel 2:216 BW bij uitkeringen aan aandeelhouders. De regels veranderen, maar naar inschatting van de auteur verandert voor de meeste vennootschappen het speelveld niet ingrijpend. Een kritiekpunt van de auteur is dat hoewel de striktere formulering van de verhouding tussen aandeelhoudersvergadering en bestuur aansluit bij de gangbare opvattingen over corporate governance, de vastlegging in een dwingendrechtelijke regeling niet zo wenselijk is. Een ruimer kader voor afwijking van de gekozen wettelijke systematiek was wenselijk geweest voor de praktijk.


Mr. I.C.P. Groenland
Mr I.C.P. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff N.V. te Rotterdam.
Jurisprudentie

2012/38 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 19 juni 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Artikel 13 Zvw, de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag niet strijdig zijn met het recht op vrije artsenkeuze
Samenvatting

    Artikel 13 Zvw; de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag niet strijdig zijn met het recht op vrije artsenkeuze

Jurisprudentie

2012/37 Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 18 juni 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Pericontractuele redelijkheid en billijkheid bij het contracteren voor 2012, het voor het eerst willen opnemen van een zorgkostenplafond in het contract is naar maatstaven van de pericontractuele redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar, wel dooronderhandelen over de hoogte van dat plafond
Samenvatting

    Pericontractuele redelijkheid en billijkheid bij het contracteren voor 2012; het voor het eerst willen opnemen van een zorgkostenplafond in het contract is naar maatstaven van de pericontractuele redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar; wel dooronderhandelen over de hoogte van dat plafond

Jurisprudentie

2012/36 Rechtbank Zwolle-Lelystad 2 mei 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Vordering tot vernietiging bindend advies, bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar, wel vergoeding van gestelde schade
Samenvatting

    Vordering tot vernietiging bindend advies; bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar; wel vergoeding van gestelde schade

Artikel

Schending van verzekeringsplicht werkgever gedekt onder AVB-polis?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden uitleg polisvoorwaarden, dekkingsomvang AVB-polis, primaire dekkingsomschrijving, werkgeversaansprakelijkheid, schending verzekeringsplicht
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mr. N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken in deze bijdrage het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2012, waarin de Hoge Raad oordeelde – kort gezegd – dat schending door de werkgever van zijn verzekeringsplicht onder dekking van een AVB-polis kan vallen. De auteurs schetsen eerst de casus en het procesverloop. Vervolgens bespreken zij de opvattingen in rechtspraak, literatuur en politiek ten aanzien van de vraag of een AVB-polis dekking biedt voor schending van de verzekeringsplicht voor werkgevers. De auteurs stellen zich op het standpunt dat het oordeel van de Hoge Raad is bedoeld voor de specifieke casus en is ingegeven door rechtspolitieke overwegingen. Zij menen dat er geen sprake is van een breuk met de Valschermzweeftoestel-jurisprudentie.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is advocaat-partner bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. N. de Boer
Mevrouw mr. N. de Boer is professional support lawyer bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

De zzp’er: een (arbeidson)geval apart

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden regres, verkeersongeval, voetganger, toerekening, schade, inkomensschade, bewijs, bewijslast, overlijdensschade
Auteurs Mr. C. Blanken en Mr. A.H.M. van Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 23 maart 2012: de zzp’er en artikel 7:658 lid 4 BW. In deze bijdrage bespreken de auteurs welke criteria de Hoge Raad hanteert voor de toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW op de zzp’er. Ook gaan zij in op de gevolgen van het arrest voor de schadelast van de AVB-verzekeraar en voor de regresrechten van zorg- en andere schadeverzekeraars. Tot slot wordt aandacht besteed aan artikel 7:611 BW in relatie tot de zzp’er.


Mr. C. Blanken
Mr. C. Blanken is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.

Mr. A.H.M. van Noort
Mr. A.H.M. van Noort is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.
Praktijk

De contractuele gevolgen van een eurodesintegratie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2012
Trefwoorden eurodesintegratie, uittreding, redenominatie, ISDA, LMA
Auteurs Mr. C.P. Hooft
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is niet te voorspellen of en hoe een eurodesintegratie zal plaatsvinden. Ook het precieze juridische kader van een desintegratie valt lastig te voorzien. Uit juridische analyse van redenominatie van eurobetalingsverplichtingen bij een eurodesintegratie volgt dat er aanzienlijke juridische onduidelijkheden daarover bestaan. Terwijl de commerciële gevolgen voor contractspartijen belangrijk kunnen zijn. Het is contractueel verre van eenvoudig om de risico’s te adresseren. Met name indien contracten worden afgesloten waarbij langeduurbetalingsverplichtingen kunnen ontstaan en contractspartijen in verschillende landen zetelen, waarbij aanzienlijke koerswijzigingen tussen die landen kunnen ontstaan bij uittreding, zouden contractspartijen de risico’s in overweging dienen te nemen.


Mr. C.P. Hooft
Mr. C.P. Hooft is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Dossier Arbeid & Recht september 2012

Tijdschrift Dossier Arbeid & Recht, Aflevering 09 2012
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra en Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra

Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra
Artikel

De rol van goodwill bij de verdeling na echtscheiding van aandelen in praktijkvennootschappen van zelfstandige beroepsbeoefenaren

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden goodwill, zelfstandige beroepsbeoefenaar, verdeling, huwelijksgoederengemeenschap, echtscheiding
Auteurs Mr. M.F. Murray
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van zelfstandige beroepsbeoefenaren die aan het rechtsverkeer deelnemen middels een vennootschap speelt een eventueel opgebouwde goodwill vaak een rol. Dit artikel geeft inzicht in de mate waarin goodwill als zodanig aangemerkt kan worden als ‘goed’ in de zin van het Burgerlijk Wetboek en in welke gevallen deze meegenomen moet worden in de verdeling van die gemeenschap na beëindiging van het huwelijk. Ook de in maatschapverband opgebouwde goodwill komt daarbij aan de orde. Persoonlijke onbelichaamde goodwill komt in beginsel niet in aanmerking voor verdeling.


Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat/vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en redactielid van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. W.C.T. Weterings
Mr. dr. W.C.T. Weterings is advocaat bij Dirkzwager Advocaten & Notarissen N.V., sectie Aansprakelijkheid, Schade en Verzekering, Universitair Docent aan de Universiteit van Tilburg, vakgroep Business Law en gastprofessor aan de Universiteit Antwerpen, vakgroep Burgerlijk Recht.

    Het NILG heeft in opdracht van het WODC onderzocht of het wenselijk is om een aanvullende wettelijke regeling te treffen voor het stelsel ‘koude uitsluiting’. In deze literatuurbespreking vindt u een bespreking van dit rapport, evenals de reactie (dd. 26 september 2011) van de staatssecretaris op dit rapport.
    ---
    The NILG (Netherlands Institute for Law and Governance) was commissioned by the WODC (the Dutch abbreviation for Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, in English: Research and Documentation Centre) to investigate the necessity to provide an additional legal regulation of the total separation of property (contractual regime allowing spouses or registered partners to exclude any community of assets). In this review the author discusses the above-mentioned report and the response of the State Secretary (dated September 26th, 2011).


Mr. Evelien Verhagen
Evelien Verhagen studied Dutch law and notarial law at the Radboud University Nijmegen. In 2008, she graduated in Dutch law with cum laude with the thesis topic 'Current developments in the conception of the cooling off period and the requirement that an agreement must be in writing according to article 7:2 of the Dutch Civil Code'. She is now a PhD student at the Molengraaff Institute for Private Law, where she is writing her dissertation on the topic: 'Reasonableness and fairness in the law of persons and Family Law; magic potion of flexibility or poisonous uncertainty?' .

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Charlotte Pavillon is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Groningen Centre for Law and Governance (RUG). Mijn dank gaat uit naar Jesse Meindertsma voor zijn waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit artikel.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Prof. mr. C.E.C. Jansen
Prof. mr. C.E.C. Jansen is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hoogleraar privaatrechtelijk bouwrecht aan de Universiteit van Tilburg en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof ’s-Hertogenbosch. De auteur dankt mw. mr. A.T.M. van den Borne voor haar opmerkingen bij een conceptversie van dit artikel. Het artikel is afgesloten op 11 april 2012.
Toont 1 - 20 van 49 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.