Zoekresultaat: 69 artikelen

x
Jaar 2017 x

    Bij de uitleg van cao-bepalingen leek de Hoge Raad in 1993, met de introductie van de cao-norm, afstand te hebben genomen van de Haviltex-norm. De ‘grammaticale uitleg’ van cao-bepalingen raakte in zwang. Dit was niet de bedoeling. De Hoge Raad greep diverse keren in om de cao-norm te verduidelijken. In 2002, met het DSM/Fox-arrest, leek de cao-norm uitgekristalliseerd. Met het Condor-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de uitleg van een cao-bepaling de toepassing van de cao-norm niet in alle gevallen gerechtvaardigd is. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van de cao-norm toegelicht. De nieuwe grenzen zullen nog vastgesteld moeten worden. Mijn verwachting is dat het Condor-arrest als basis zal dienen voor een ontwikkeling waarbij cao-bepalingen uit bedrijfstak-cao’s en ondernemings-cao’s niet altijd volgens dezelfde methode zullen worden uitgelegd.


mr. dr. A. Stege
Mr. dr. A. Stege is advocaat bij Zilver Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2017
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Casus

Contractonderhandelingen met een letter of intent: het opstellen van bedingen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Afgebroken onderhandelingen, culpa in contrahendo, Aansprakelijkheid, Voorovereenkomst, Intentieverklaring
Auteurs Dr. E. Pannebakker LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens contractonderhandelingen stellen partijen geregeld een ‘letter of intent’ op. De vraag in hoeverre de partijen aan dergelijke documenten zijn gebonden, staat zowel bij het opstellen van een letter of intent als bij de eventuele geschillen centraal. In deze bijdrage worden de meest voorkomende bedingen van een letter of intent onder de loep genomen en wordt een aantal aanbevelingen over het opstellen van de letter of intent geformuleerd.


Dr. E. Pannebakker LLM
Dr. E. Pannebakker LLM is universitair docent aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Privaatrecht.
Diversen

Representations en warranties

Naar Nederlands en Anglo-Amerikaans recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Anglo-Amerikaans recht, Representations en warranties, Boilerplate-beding, Garanties, Uitleg
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
Auteursinformatie

Mr. J.W.A. Dousi
Promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. P. Huisman
Mr. P. Huisman is advocaat bij Borg advocaten en is werkzaam op het gebied van bestuurs-, straf- en civiel recht.

    In deze bijdrage staat het arrest HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285, NJ 2017/124 (Resort of the World/Maple Leaf) centraal. Alvorens het arrest te bespreken, zal worden ingegaan op het leerstuk van de vereenzelviging in algemene zin, waarbij de in dat kader belangrijke arresten HR 9 juni 1995, NJ 1996/213 (Krijger/Citco) en HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480, NJ 2000/698, m.nt. J.M.M. Maeijer (Rainbow) aan bod zullen komen. Geconcludeerd kan worden dat er klemmende redenen moeten zijn om aan de afzonderlijke identiteit van een rechtspersoon voorbij te gaan. Tevens wordt in het arrest bevestigd dat de formele hoedanigheid van de handelende persoon niet beslissend is voor de vraag van toerekening van kennis en dat voor terughoudendheid bij de toerekening van zogeheten interne kennis aan een rechtspersoon geen plaats is.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Jurisprudentie

Is beleidskeuze in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten een objectieve rechtvaardiging voor ongelijke behandeling?

Rechtbank Noord-Holland 14 maart 2017 (ECLI:NL:RBNHO:2017:4976)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, Artikel 14 EVRM, redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond, beleidsvrijheid wetgever, Artikel 94 Grondwet
Auteurs Mr. M. Chébti
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het UWV geen verboden onderscheid heeft gemaakt door een werkzoekende met een auditieve beperking een indicatie banenafspraak te weigeren. De rechtbank stelt dat er een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat voor dit gemaakte onderscheid. Hij motiveert dit oordeel slechts met een verwijzing naar de door de wetgever gemaakte afweging om alleen de meest kwetsbare groep mensen met een beperking aan te merken als doelgroep van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M. Chébti
Mr. M. (Mariam) Chébti is lid van het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Enkele fiscale aspecten van de vierde tranche

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden omvang wettelijke huwelijksgemeenschap, eigen vermogen of huwelijksgemeenschap, positie schuldeisers, fiscaal neutraal
Auteurs Prof. mr. dr. W. Burgerhart
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de fiscale effecten van de veranderingen in het huwelijksvermogensrecht per 1 januari 2018. De relatie tussen het huwelijksvermogensrecht en de verschillende heffingswetten is gecompliceerd. Hoewel fiscale aanpassingswetgeving achterwege is gebleven, dient men bedacht te zijn op fiscale neveneffecten van de bedoelde veranderingen.


Prof. mr. dr. W. Burgerhart
Prof. mr. dr. W. Burgerhart is als hoogleraar met de leeropdracht Fiscale aspecten van de notariële rechtspraktijk verbonden aan het Notarieel Instituut Groningen (NIG) van de Rijksuniversiteit Groningen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag en estate planner/notarieel juridisch adviseur.
Artikel

De aanzegplicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Aanzeggen, Aanzegplicht, Arbeidsovereenkomst, Bepaalde tijd, 7:668 BW
Auteurs mr. Dick van Deventer
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de aanzegplicht is niet altijd duidelijk welke sanctie heeft te gelden, of deze altijd schriftelijk moet plaatsvinden en of sancties kunnen cumuleren. Mede gelet op de korte vervaltermijnen onder de Wwz is eveneens van belang de vraag of een mededeling van de werkgever door de werknemer moet worden opgevat als opzegging of aanzegging. Op basis van de rechtspraak concludeert de auteur dat rechters mondeling aanzeggen mondjesmaat toestaan en dat over de cumulatie van sancties weinig wordt geprocedeerd. De verhouding tussen opzeggen en aanzeggen is volop in ontwikkeling en de lijn lijkt te zijn dat een aanzegging niet een opzegging kan zijn.


mr. Dick van Deventer
Advocaat-medewerker bij Valegis Advocaten
Artikel

De begroting van de billijke vergoeding in het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Billijke vergoeding, 681, Schadebegroting, New haistyle, Ernstig verwijtbaar handelen
Auteurs mr. Niels Jansen en mr. Rachel Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Al sinds de inwerkingtreding van de Wwz bestaat de vraag hoe de hoogte van de billijke vergoeding moet worden bepaald. In het New Hairstyle-arrest beantwoordde de Hoge Raad onder andere de vraag of de gevolgen van het ontslag als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever mogen worden meegenomen bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding bevestigend. De auteurs bezien hoe het arrest van invloed is op de verschillende billijke vergoedingen en maken daartoe een vergelijking met de oude 681-schadevergoeding. Uiteindelijk worden handvatten gegeven tot een juiste onderbouwing van de hoogte van de billijke vergoeding te komen.


mr. Niels Jansen
docent/onderzoeker arbeidsrecht

mr. Rachel Rietveld
Onderzoeker en ontwikkelaar
Artikel

Europerikelen: consequenties van uittreding uit de euro voor in euro’s luidende verbintenissen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2017
Trefwoorden euro, redenominatie, valutarisico, conversie, rekeneenheid
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt of een Nederlandse leninggever een valutarisico loopt als hij uitzettingen heeft in euro’s in een ander Euroland en dat Euroland op enig moment de Eurozone verlaat en een nieuwe valuta invoert ter vervanging van de euro. Bepalend is daarbij welke valuta uiteindelijk als de contractvaluta moet worden aangemerkt.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Het hinderpaalcriterium drie jaar na CZ/Momentum

De stand van zaken van het kat-en-muisspel tussen zorgverzekeraars en niet-gecontracteerde zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden hinderpaalcriterium, niet-gecontracteerde zorg, toestemmingsvereiste, cessieverbod, regisseursrol
Auteurs Mr. B.A. van Schelven en mr. M.M. Janssen
Samenvatting

    In juli 2014 oordeelde de Hoge Raad in CZ/Momentum dat het zogeheten hinderpaalcriterium onderdeel uitmaakt van artikel 13 lid 1 Zvw. De vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag zodoende niet zo laag zijn dat daarmee een feitelijke hinderpaal wordt opgeworpen om zorg te betrekken van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder naar keuze. In dit artikel wordt onderzocht hoe artikel 13 lid 1 Zvw zich sindsdien heeft ontwikkeld. Ook worden twee ontwikkelingen onderzocht die in het veld als nieuwe feitelijke hinderpalen worden beschouwd: door zorgverzekeraars gehanteerde cessieverboden en toestemmingsvereisten. Het onderzoek vindt plaats tegen de achtergrond van de regisseursrol die zorgverzekeraars binnen het zorgstelsel is toebedacht.


Mr. B.A. van Schelven

mr. M.M. Janssen
Artikel

Artikel 1:100 lid 2 BW

De nieuwe huwelijksvermogensrechtelijke draagplichtregel

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 27 2017
Trefwoorden Huwelijkse voorwaarden
Artikel

Het agrarisch bedrijf op waarde geschat

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 14 2017
Auteurs Mr. dr. J.W.A. Rheinfeld

Mr. dr. J.W.A. Rheinfeld
Praktijk

Het wetsvoorstel franchise: better think twice!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Franchise, Uitleg, Dwaling, NFC
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 april 2017 heeft minister Kamp een wetsvoorstel voor de wettelijke verankering van de franchisecode in internetconsultatie gebracht. De schrijvers bespreken dit wetsvoorstel kritisch en menen dat het wetsvoorstel inhoudelijk de toets der kritiek niet kan doorstaan. De wetgever wordt opgeroepen een meer doordacht wetsvoorstel te concipiëren.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Dwalen over franchise

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Franchise, Dwaling, Omzetprognose, Onderzoeksplicht, Mededelingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoekt de auteur hoe de omzetprognoses naar huidig recht worden getoetst en welke rol het dwalingleerstuk speelt. Daarbij wordt gekeken of de regeling over onderzoek en mededeling in de NFC van invloed is op de wijze waarop omzetprognoses worden getoetst.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn. De auteur dankt zijn kantoorgenoot mr. P.B.J. van den Oord voor zijn suggesties en commentaar bij een eerdere versie van dit artikel en mr. D. Diris (advocaat bij Kock & Partners in Brussel) voor het delen van de artikelen met betrekking tot het Belgische recht.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.
Artikel

Wanneer start de korte verjaringstermijn?

De Hoge Raad houdt koers. HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552 (De Mispelhoef)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2017
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. J.M. Fluitsma en Mr. dr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Niettegenstaande een andere conclusie van de A-G houdt de Hoge Raad vast aan zijn eigen rechtspraak inzake de start van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Daarmee is een juiste balans gevonden tussen de beide rationes van de verjaringsregeling, de rechtszekerheid en de billijkheid.


Mr. J.M. Fluitsma
Mr. J.M. Fluitsma is als advocaat verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen in Arnhem.

Mr. dr. R.D. Lubach
Mr. dr. R.D. Lubach is als advocaat verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen in Arnhem.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Jurisprudentie, Civiel recht, Causaal verband, kansschade, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2015 tot en met 15 juni 2017. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en komen de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade en proportionele aansprakelijkheid aan bod. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: verjaring, bewijslastverdeling, (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in stukken en afgifte van materialen en schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.