Zoekresultaat: 41 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

De aansprakelijkheid van de moderne commanditaire vennoot

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden Werkgroep Personenvennootschappen, commanditaire vennootschap, artikel 21 WvK, aansprakelijkheid, bestuursverbod
Auteurs Mr. J.E. van Nuland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Werkgroep Personenvennootschappen presenteerde onlangs haar rapport betreffende een nieuwe wettelijke regeling voor de personenvennootschappen. Dit artikel bespreekt de aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot in de voorgestelde regeling. Na een korte weergave van de huidige regeling wordt de voorgestelde regeling ontleed en van enkele kanttekeningen voorzien.


Mr. J.E. van Nuland
Mr. J.E. van Nuland is werkzaam als juridisch medewerker bij Vlaminckx Advocaten te Venlo en als PhD-fellow van het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Paulianeus handelen door de langstlevende?

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 4 2016
Auteurs Edith Schnackers

Edith Schnackers
Jurisprudentie

Tegen de wet

HvJ EU 19 april 2016, C-441/14, ECLI:EU:C:2016:278, JAR 2016/132 (Ajos/Rasmussen)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Contra legem, Algemene beginselen
Auteurs Mr. Peter Vas Nunes
SamenvattingAuteursinformatie

    In april van dit jaar wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in de zaak Rasmussen. Hoewel het arrest is gewezen door de Grote Kamer, brengt het weinig dat echt nieuw is. Het arrest biedt wel een goede gelegenheid om in te gaan op een aantal leerstukken die van belang zijn voor beoefenaars van het arbeidsrecht, zoals die met betrekking tot de richtlijnconforme uitleg van nationaal recht en het buiten toepassing laten van dat recht op grond van algemene beginselen van Unierecht.


Mr. Peter Vas Nunes
Mr. P. Vas Nunes is als advocaat en partner verbonden aan BarentsKrans.
Casus

Partij-invloed op het intreden of vervallen van voorwaarden

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Ontbindende voorwaarde, Opschortende voorwaarde, Potestatieve voorwaarde, Artikel 6:23 BW
Auteurs Mr. dr. H. Stolz
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk vormen ontbindende en opschortende voorwaarden een vaak gebruikte rechtsfiguur bij overeenkomsten. Veelal hebben partijen bij een overeenkomst een vorm van invloed op het toekomstige intreden of vervallen van een dergelijke voorwaarde. Deze partij-invloed wordt door het recht in beginsel aanvaard en is derhalve als breed uitgangspunt ook mogelijk. Op dit uitgangspunt bestaan echter twee beperkingen: de vaak veronderstelde onmogelijkheid van (vormen van) potestatieve voorwaarden en de redelijkheid en billijkheid die leiden tot toepassing van artikel 6:23 BW. Onderzocht wordt in welke gevallen deze beperkingen van de partij-invloed toepassing vinden en welke mogelijkheden bestaan om met deze beperkingen contractueel om te gaan.


Mr. dr. H. Stolz
Mr. dr. H. Stolz is docent Onroerendgoedrecht aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur bij Houthoff Buruma.
Artikel

Schadebegroting bij een doorberekeningsverweer en een bijgestelde maatstaf voor voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kartelschade, Passing-on verweer, Schadebegroting, Voordeelstoerekening
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In lijn met Europees schadevergoedingsrecht wendt de Hoge Raad overcompensatie af. In de recente follow-on kartelschadeprocedure TenneT c.s/ABB c.s. maakt de Hoge Raad namelijk de weg vrij voor een consistente toekenning van het zogenoemde passing-on verweer. Daarbij geeft hij te kennen ruimer te zijn gaan denken over het leerstuk van voordeelstoerekening. In deze bijdrage wordt het belang van deze ontwikkelingen voor zowel het mededingingsrecht als het algemene schadevergoedingsrecht geduid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. Anne Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Van ‘levensexecuteur’ tot executeur, waar ligt de grens?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden levenstestament, gevolmachtigde, executele, subrogatie
Auteurs Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
SamenvattingAuteursinformatie

    Bevoegdheden in levenstestamenten zijn vaak ruim verwoord en omvatten vaak ook allerlei erfrechtelijke bevoegdheden. In deze bijdrage staat de vraag centraal of de gevolmachtigde namens de volmachtgever een executeursbenoeming al dan niet mag aanvaarden én namens de volmachtgever de bevoegdheden van de executeur mag uitoefenen.


Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin is als kandidaat-notaris verbonden aan Vrijthofnotarissen te Maastricht en Fellow aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Nieuwe Europese IPR-verordeningen inzake huwelijksvermogensrecht en vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

Belangrijkste wijzigingen voor de notariële praktijk

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Huwelijksvermogensrechtverordening, geregistreerd partnerschap, toepasselijk recht, IPR, notariële praktijk
Auteurs Mr. J.G. Knot en Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    IPR-vragen omtrent huwelijksvermogens- en partnerschapsvermogensrecht worden vanaf 29 januari 2019 beantwoord aan de hand van de regels uit twee nieuwe Europese verordeningen. Dit artikel beoogt een overzicht te geven van de hoofdlijnen van deze verordeningen. De nadruk ligt daarbij op het toepassingsgebied van beide verordeningen (welke onderwerpen regelen de verordeningen zoal?) en met name de regels van toepasselijk recht. Welke mogelijkheden zijn er tot het uitbrengen van een rechtskeuze en welk recht beheerst het huwelijksvermogens- of partnerschapsvermogensregime als partijen geen rechtskeuze hebben uitgebracht? Beide verordeningen worden besproken vanuit hun belang voor de notariële praktijk. In dat kader komen ook het overgangsrecht en het geldingsbereik van artikel 1:88 BW in grensoverschrijdende gevallen uitdrukkelijk aan de orde.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en IPR-adviseur bij PlasBossinade Notarissen te Groningen.

Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris/partner bij Bluelyn te Rotterdam en universitair gastdocent bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Uitgebalanceerd compromis voor personenvennootschappen: drie maal is scheepsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden personenvennootschap, VOF, CV, maatschap, wetsvoorstel
Auteurs Mr. M. Alzafari en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2016 is het rapport Modernisering personenvennootschappen van de Werkgroep Personenvennootschappen aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie. Hierin is een nieuwe wettelijke regeling voor personenvennootschappen opgenomen. In dit artikel bespreken de auteurs de belangrijkste thema’s van het wetsvoorstel en geven zij een reactie op opvallende wijzigingen. De minister heeft aangegeven dat hij het rapport zal meenemen in zijn plannen tot vernieuwing van het ondernemingsrecht. Het zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid leiden tot indiening van een wetsvoorstel.


Mr. M. Alzafari
Mr. M. Alzafari is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Verwerking van het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden rechtsverwerking, enquêterecht, Cordial, artikel 2:350 BW, artikel 2:349 BW
Auteurs Mr. D.L. Barbiers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de Cordial-beschikking waarin de Hoge Raad voor de eerste keer besliste dat rechtsverwerking in het enquêterecht toepassing vindt. Verder wordt ingegaan op hoe rechtsverwerking zich verhoudt tot de ontvankelijkheidstermijn van artikel 2:349 lid 1 BW en de belangenafweging van artikel 2:350 BW.


Mr. D.L. Barbiers
Mr. D.L. Barbiers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De berekening van interne loonkosten: hoe concreet is concreet?

Annotatie bij HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1278 (deel II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden doorkruisingsleer, onrechtmatige daad, kostenverhaal, abstracte of concrete schadeberekening, loonkosten
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. M.F.J. Hiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen gemeenten de kosten van rampbestrijding verhalen op de overheid via de privaatrechtelijke weg? Of levert dat een onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling op? En als een gemeente loonkosten wil verhalen, moeten deze dan abstract of concreet worden berekend? Die vragen staan centraal in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 en in twee opeenvolgende bijdragen in het Maandblad voor Vermogensrecht. Dit is het tweede deel, over het verhaal van de loonkosten.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. M.F.J. Hiel
Mr. M.F.J. Hiel is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

‘Elk nadeel heb z’n voordeel’: (bewijslast)problematiek rondom het passing-on verweer in kartelschadezaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden bewijslast, passing-on verweer, kartelschadezaken, schadeverweer, voordeelstoerekening
Auteurs Rogier Meijer en Erik-Jan Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest TenneT/ABB, de Richtlijn en de Implementatiewet ingegaan op de manier waarop wordt omgegaan met het bewijs in kartelschadezaken, in het bijzonder bij het passing-on verweer.


Rogier Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

Erik-Jan Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.
Artikel

Een helikopterongeval in de Bommelerwaard

Annotatie bij HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1278 (deel I)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2016
Trefwoorden doorkruisingsleer, onrechtmatige daad, kostenverhaal, abstracte schadeberekening, loonkosten
Auteurs Mr. dr. J.E. van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen gemeenten de kosten van rampbestrijding, waaronder brandweerkosten, als gevolg van een helikopterongeval in de Bommelerwaard verhalen op de overheid via de privaatrechtelijke weg? Of levert dat een onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling op? En als een gemeente loonkosten wil verhalen, moeten deze dan abstract of concreet worden berekend? Die vragen staan centraal in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 en in twee opeenvolgende bijdragen in het Maandblad voor Vermogensrecht. Dit is deel I over het aspect van de doorkruisingsleer.


Mr. dr. J.E. van de Bunt
Mr. dr. J.E. van de Bunt is gastonderzoeker bij de afdeling burgerlijk recht van de Universiteit Leiden. Zij promoveerde daar in juni op het proefschrift Het rampenfonds.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2016
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Artikel

De juridische houdbaarheid van de doorleverplicht – een eerste verkenning

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden doorleverplicht, zorginkoop, precontractuele fase, artikel 3:40 B beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. B.A. van Schelven
SamenvattingAuteursinformatie

    De juridische houdbaarheid van de doorleverplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Een rechtsgrond die zich in absolute zin tegen de doorleverplicht verzet, dient zich niet direct aan. In de precontractuele fase zal een doorleverplicht vermoedelijk het snelst ontoelaatbaar worden geoordeeld indien de doorleverplicht in combinatie met een omzetplafond wordt opgelegd door een dominante zorgverzekeraar. In de nakomingsfase zal de doorleverplicht waarschijnlijk het snelst ontoelaatbaar worden geoordeeld indien de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder in gevaar komt, de reden voor effectuering niet bij de zorgaanbieder ligt, de verzekerden voor dezelfde zorg terecht kunnen bij een andere zorgaanbieder en de prijs-kwaliteitverhouding te veel doorslaat naar prijs.


Mr. B.A. van Schelven
Bas van Schelven (30 jaar) is advocaat bij Van Doorne. De auteur dankt Willemien Bischot en Cees Jan de Boer voor hun commentaar op eerdere versies van dit artikel.
Artikel

Het beroep op verzwijging ex art. 3:194 lid 2 BW bij de verdeling van bijzondere gemeenschappen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden verzwijging, bijzondere gemeenschap, verdeling, boedelbeschrijving, aandeel
Auteurs Prof. mr. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    In procedure wordt steeds vaker een beroep gedaan op verzwijging ex art. 3:194 lid 2 BW (bijzondere gemeenschap), terwijl de literatuur over het onderwerp schaars is. In deze bijdrage wordt aan de hand van de parlementaire geschiedenis, de bedoelde rechtspraak en de literatuur nader ingegaan op dit leerstuk en stelling genomen.


Prof. mr. J.W.A. Biemans
Prof. mr. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht en raadsheer-plaatsvervanger aan het Hof Amsterdam.
Artikel

Turboliquidatie: wat is een bate van de rechtspersoon in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden turboliquidatie, artikel 2:19 lid 4 BW, turbogeliquideerde rechtspersoon
Auteurs Mr. H.J. de Kloe
SamenvattingAuteursinformatie

    Als het faillissement van een turbogeliquideerde rechtspersoon wordt aangevraagd, is het regelmatig van belang of de artikel 2:248 BW-vordering, de paulianavordering en de Peeters/Gatzen-vordering baten zijn van de rechtspersoon in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW. Deze vraag wordt behandeld en er worden alternatieven aangereikt voor schuldeisers van een turbogeliquideerde rechtspersoon.


Mr. H.J. de Kloe
Mr. H.J. de Kloe is wetenschappelijk docent ondernemingsrecht en faillissementsrecht bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht & Financieel Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Enige beschouwingen over trustakten naar Curaçaos recht en de uitleg daarvan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2016
Trefwoorden trusts, objectieve uitleg, derden, goederenrecht, verbintenissenrecht, Haviltex
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het fenomeen van de Curaçaose trust en bij de uitleg van akten, waarmee dergelijke trusts in het leven plegen te worden geroepen. De auteur betoogt dat in de regel een gedifferentieerde uitlegmethode voor dit soort akten aangewezen is, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bedingen in de trustakte met goederenrechtelijke implicaties jegens derden en bedingen van zuiver verbintenisrechtelijke aard.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam aan de rechtenfaculteit van de University of Curaçao (s.bakker@uoc.cw) en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastdocent en gastonderzoeker enige tijd gewerkt aan de University of Curaçao, toen nog Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Artikel

De uitleg van onoverdraagbaarheidsbedingen aan de hand van het arrest Coface/Intergamma: (wet)systematisch of niet?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden onoverdraagbaarheidsbeding, overdracht, vorderingsrecht, erfpachtrecht, opstalrecht
Auteurs Mr. dr. R. Mellenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in zijn arrest Coface/Intergamma een uitgangspunt bij de uitleg van contractueel overeengekomen overdraagbaarheidsbedingen (art. 3:83 lid 2 BW) geformuleerd. In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond van art. 3:83 lid 2 BW, alsmede op de mogelijkheid om de overdracht van een erfpachtrecht of opstalrecht contractueel te beperken. Komt de uitspraak van de Hoge Raad overeen met de bedoeling van de wetgever?


Mr. dr. R. Mellenbergh
Mr. dr. R. Mellenbergh is universitair hoofddocent/associate professor bij de afdeling Privaatrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en directeur van het International Business Law-programma van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 41 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.