Zoekresultaat: 115 artikelen

x
Jaar 2012 x

    This article examines the impact of the introduction of the Schutznorm-principle (relativiteitsvereiste) in the Dutch General Administrative Law Act on the private enforcement of state aid law. This principle prohibits the administrative courts to annul a decision if the ground manifestly does not protect the complainants interests. Court decisions are examined to research the role of individuals in the private enforcement of state aid law. These individuals often have no competitive relation with the (alleged) beneficiary of the aid. However, presumably the Schutznorm-principle will not hinder them from annulling the decision because the Schutznorm-principle requires clarity regarding the scope of the provision invoked. Article 108 TFEU lacks this clarity. Based on possibilities of appeal against Commissions decisions and case law of the EU CoJ on this matter, the author argues that not every individual needs to be able to invoke state aid provisions.


Matthijs Baart
Matthijs Baart LLM is onderzoek- en onderwijsmedewerker aan de Universiteit Leiden
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De titanenstrijd tussen Apple en Samsung

Uitleg van de FRAND-verplichtingen bij de rechter en in het onderzoek van de Europese Commissie naar Samsung

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden Apple, Samsung, FRAND, licenties, octrooi en standaardisering
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gemoederen in de elektronicasector worden de laatste tijd aardig bezig gehouden door het juridische gevecht tussen Samsung en Apple in een flink aantal landen. In dit artikel geven wij vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een beschouwing van de procedures die Apple en Samsung in Nederland voeren. Daarbij zoomen wij in op de FRAND1x De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd. - aspecten van die zaak waarbij met name interessant is te constateren dat deze zowel in civielrechtelijke octrooiprocedures aan de orde komen als in het onderzoek dat de Europese Commissie is gestart. Wij concluderen dat het voor de eenduidigheid van de rechtspraak goed zou zijn als de Europese Commissie snel duidelijkheid schept in de FRAND-discussie en aangeeft op welke wijze deze ingrijpt op het mededingingsrecht, in het bijzonder artikel 102 VWEU.

Noten

  • 1 De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Jurisprudentie

CBb-trilogie: Apotheek Van Dalen - NZa (en Menzis)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden NZa, aanmerkelijke marktmacht, artikel 48 Wet marktordening gezondheidszorg (WMG), toetsing AMM-bevoegdheden, apotheek
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het CBb van 7 juni 2012 markeert het einde van de eerste AMM-zaak van de NZa. De zaak-Van Dalen heeft aangetoond dat de inzet van de AMM-bevoegdheden door de NZa kwetsbaar is. In de voorlopige voorzieningen heeft Van Dalen grosso modo de procedures gewonnen en de NZa verloren, maar in beroep bij het CBb heeft de NZa haar AMM-besluit overeind weten te houden.


Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als buitenpromovendus.

mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij Legaltree te Den Haag.

Mr. P.V.F. Bos
Mr. P.V.F. Bos is advocaat bij BarentsKrans.
Artikel

De aansprakelijkheid van bindend adviseurs langs de weg van artikel 7:904 lid 1 BW

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden bindend advies, vaststellingsovereenkomst, overeenkomst van opdracht, maatstaf, aansprakelijkheid bindend adviseur
Auteurs Mr. R.J. Dekkers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad waarin de vraag wordt beantwoord ‘onder welke omstandigheden gebreken in de inhoud of wijze van totstandkoming van een bindend advies voldoende reden vormen voor de opdrachtgever om het met de bindend adviseur overeengekomen honorarium niet te vergoeden’, en wordt een maatstaf gegeven om te beoordelen of de bindend adviseur tekort is geschoten in de uitvoering van zijn opdracht.


Mr. R.J. Dekkers
Mr. R.J. Dekkers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Contractsvrijheid in noodgevallen

HR 12 oktober 2012, LJN BW7505 (Gemeente Moerdijk/Wilchem B.V.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden overheid, onrechtmatige daad, contractsvrijheid, bestuursdwang, kostenverhaal
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest, naar aanleiding van de opruimingswerkzaamheden als gevolg van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk, geeft aanleiding tot enkele opmerkingen over de betekenis van contractsvrijheid in noodgevallen en de vraag of de overheid zou moeten opkomen voor daarbij genomen risico’s.


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Praktijk

Arbitrage en ambtshalve toetsing: mag de arbitrageclausule wel of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Algemene voorwaarden, ambtshalve toetsing, Richtlijn oneerlijke bedingen, arbitragebeding, onredelijk bezwarend beding
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 april 2012 overwoog het HvJ EU in het Invitel-arrest dat bij de beoordeling van algemene voorwaarden in een algemeen-belangprocedure in het kader van de Richtlijn oneerlijke bedingen de voorwaarden getoetst moeten worden in het licht van de nationaalrechtelijke regeling, de gehele overeenkomst en de door de gebruiker aangevoerde rechtvaardigingsgronden voor het betreffende beding. Op 21 september 2012 oordeelde de Hoge Raad in een procedure over een arbitraal beding dat de arbitrageclausule niet per definitie onredelijk bezwarend is op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen. Beide arresten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Vogelvrij

Een beschouwing over vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Flora- en faunawet, ontheffing, jaarrond, positieve afwijzing, mitigerende maatregelen
Auteurs Mr. J. Gundelach
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een reeks recente jurisprudentie een eind gemaakt aan de praktijk van EL&I, die draaide om de zogenoemde positieve afwijzing, zoals deze praktijk tot nu toe door EL&I werd toegepast De minister en de staatssecretaris worden nu weer gedwongen om voor ruimtelijke projecten die tot een overtreding van de verboden uit de Flora- en faunawet leiden, een ontheffing te verlenen. Dit is in het bijzonder problematisch indien het vogels met jaarrond beschermde nesten betreft, omdat slechts ten behoeve van een aantal doelen ontheffing verleend kan worden en deze doelen zelden bij (kleinschalige) ruimtelijke projecten aan de orde zijn. De auteur bespreekt de mogelijkheden die de wet en jurisprudentie van de Afdeling laten voor het voorkomen van een overtreding van de verboden uit de Flora- en faunawet en het verlenen van ontheffing bij ruimtelijke ontwikkelingen.


Mr. J. Gundelach
Mr. J. (Jade) Gundelach is advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo.
Artikel

Een dilemma uit de bankpraktijk: verrekenen of uitwinnen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden verrekening, openbaar pandrecht, actio Pauliana, faillissement
Auteurs Mr. A.C.L. Zwalve
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bank een ruime verrekeningsbevoegdheid heeft en een pandrecht op de vorderingen van de rekeninghouder op haarzelf heeft zij een keuze. Buiten en ten tijde van faillissement heeft een beroep op verrekening praktische voordelen, maar in het zicht van faillissement biedt de uitwinning van het pandrecht meer verhaal.


Mr. A.C.L. Zwalve
Mr. A.C.L. Zwalve is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Belastingplan 2013: de beoogde versterking van het bodemvoorrecht van de fiscus

Juridische en economische implicaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden bodemvoorrecht fiscus, stil pandrecht, eigendomsvoorbehoud, bodemverhuur, Pauliana, Invorderingswet 1990
Auteurs Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van een voorgenomen aanpassing van de Invorderingswet 1990 in het kader van het Belastingplan 2013 worden de rechten van financiers met een stil pandrecht en eigendomsvoorbehoud ondergeschikt gemaakt aan het bodemvoorrecht van de fiscus. Met het oog op de te verwachten juridische en economische implicaties pleit de auteur voor opschorting en heroverweging van de voorgestelde aanpassing.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is als bedrijfsjurist werkzaam voor ING Bank.
Jurisprudentie

2012/40 Hoge Raad 25 mei 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2012
Trefwoorden Samenwerkingsovereenkomst tussen arts en kliniek, vordering afgifte dossiers vertrekkend art, dossierplicht hulpverlener, recht op kopie van dossiers
Samenvatting

    Samenwerkingsovereenkomst tussen arts en kliniek; vordering afgifte dossiers vertrekkend arts; dossierplicht hulpverlener; recht op kopie van dossiers

Column

Privacy van patiënten is onvoldoende gewaarborgd bij de doorstart van het EPD

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2012
Trefwoorden beroepsgeheim, doorstartmodel, elektronisch patiëntendossier, patiëntenrechten, privacy
Auteurs Mr. dr. W.I. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat de verwerping van het wetsvoorstel ‘Kaderwet EPD’ en de privaatrechtelijke doorstart van het elektronisch patiëntendossier betekent voor de rechtspositie van patiënten. Bij de doorstart worden op grote schaal privacygevoelige patiëntengegevens verwerkt zonder formeel-wettelijke grondslag en zonder dat is voorzien in aanvullende patiëntenrechten. De doorbreking van het medisch beroepsgeheim en de verwerkingsgrondslag van patiëntgegevens worden daarmee volledig gebaseerd op de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken patiënten. De auteur plaatst diverse kritische kanttekeningen bij deze juridische constructie en komt tot de conclusie dat de rechtspositie van patiënten bij de doorstart van het EPD onvoldoende is gewaarborgd.


Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is universitair docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat bij Van der Feltz advocaten in Den Haag.

    Eind november 2011 presenteerde de Europese Commissie twee voorstellen op het gebied van alternatieve geschillenbeslechting voor consumentengeschillen. In deze bijdrage worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de voorstellen en bij de wenselijkheid van een nationale wettelijke regeling op dit terrein. De voorstellen bieden tamelijk gedetailleerde regelingen die, mochten zij in deze vorm blijven bestaan, ongewenste consequenties kunnen hebben voor de in ons land thans goedlopende vormen van geschillenbeslechting voor consumenten.


Mr. A.H. Santing-Wubs
Mr. A.H. Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Mr. M.H. de Boer
Mr. M.H. de Boer is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Praktijk

Uitkeren aan aandeelhouders, (hoe) kunnen we dat doen?

Een overzicht na afsluiting van een rumoerig wetgevingsproces

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden FlexBV, artikel 2:216 BW, uitkeren aan aandeelhouders, crediteurenbescherming
Auteurs Mr. I.C.P. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de onderwerpen uit de FlexBV wetgeving die op 1 oktober 2012 van kracht is geworden en waar sinds de aanvang van het wetgevingsproces het meest over is geschreven, zijn de uitkeringen aan aandeelhouders. De aanpassing van artikel 216 wordt door de regering beschouwd als basis voor een evenwichtig systeem van crediteurenbescherming. Toch bleek het vinden van draagvlak voor de regeling omtrent uitkeringen een hele dobber. Sinds 1 oktober 2012 hebben we te maken met het nieuwe artikel 2:216 BW bij uitkeringen aan aandeelhouders. De regels veranderen, maar naar inschatting van de auteur verandert voor de meeste vennootschappen het speelveld niet ingrijpend. Een kritiekpunt van de auteur is dat hoewel de striktere formulering van de verhouding tussen aandeelhoudersvergadering en bestuur aansluit bij de gangbare opvattingen over corporate governance, de vastlegging in een dwingendrechtelijke regeling niet zo wenselijk is. Een ruimer kader voor afwijking van de gekozen wettelijke systematiek was wenselijk geweest voor de praktijk.


Mr. I.C.P. Groenland
Mr I.C.P. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff N.V. te Rotterdam.
Casus

Ongewenste paulianadreiging voor redders in nood

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden pauliana, faillissementspauliana, wetenschap, benadeling, herfinanciering
Auteurs Mr. T. Hekman en mr. J. de Koning Gans
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de herfinanciering van een noodlijdende onderneming zal een bank (aanvullende) zekerheden verlangen. Komt de onderneming ondanks het nieuw verkregen krediet alsnog te failleren, dan kan een curator de verstrekte zekerheden trachten te vernietigen met een beroep op de faillissementspauliana. De Hoge Raad heeft zich laatstelijk over deze problematiek uitgesproken in ABN AMRO/Van Dooren q.q. III. In deze bijdrage komen de auteurs tot de conclusie dat de door de Hoge Raad ingeslagen weg onwenselijk is. Ook wordt door hen betoogd dat de in ABN AMRO/Van Dooren q.q. III geformuleerde maatstaf geen toepassing zou moeten vinden bij bonafide reddingsoperaties door de bank.


Mr. T. Hekman
Mr. T. Hekman is advocaat bij AKD te Amsterdam.

mr. J. de Koning Gans
Mr. J. de Koning Gans is advocaat bij Post Advocaten te Barneveld.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Jurisprudentie

2012/36 Rechtbank Zwolle-Lelystad 2 mei 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Vordering tot vernietiging bindend advies, bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar, wel vergoeding van gestelde schade
Samenvatting

    Vordering tot vernietiging bindend advies; bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar; wel vergoeding van gestelde schade

Toont 1 - 20 van 115 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.