Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Jaar 2012 x
Artikel

Access_open Hoe moet recht worden onderwezen?

Tijdschrift Law and Method, 2012
Trefwoorden curriculum rechtenstudie, aard van het recht, positief recht, (hulp)wetenschappen
Auteurs Jaap Hage
SamenvattingAuteursinformatie

    The central issue of this paper is to outline a scientifically oriented course in law. Most actual courses focus on positive law, and the main conclusion of this paper is that this is wrong. This conclusion is based on the premise that law is not by definition positive law, but the answer to the question which rules should be enforced by collective means. This premise is argued in the full paper.Positive law is law to the extent that it should be enforced by collective means, and not by definition. Therefore a scientific course in law should pay some attention to positive law, but should not assign it the dominant place in the curriculum which it presently tends to have.To make this abstract idea more concrete, some proposals are made for a law curriculum. The starting point is that the law bachelor should only address positive law where this is necessary for exercises in legal reasoning. Moreover it should address the viable fundamental visions on the nature of law, the main theories about normative reasoning (main currents in ethics), and the facts which are relevant in the light of these normative theories for the question which norms should be enforced by collective means. These facts include both positive law and the results of the different sciences (e.g. psychology, sociology, economy, and biology) which are relevant to answer the normative question. Because there are too many scientific results to take in during a bachelor course, the study of the sciences should be replaced by an introduction to scientific method, which allows lawyers to evaluate the outcomes of scientific research. Finally, the bachelor course should also address ‘generic positive law’, the main questions which must be answered by legal systems and the most viable answers to these questions.The master phase of the curriculum should, for those lawyers who want to practice the positive law of a particular jurisdiction, be filled with the detailed study of the relevant positive law.


Jaap Hage
Jaap Hage is hoogleraar Algemene rechtsleer aan Maastricht University.
Column

De toezichthouder als koorddanser

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2012
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow en Prof. dr. P.B.M. Robben
SamenvattingAuteursinformatie

    Frans Leeuw schrijft in de eerste aflevering van dit tijdschrift in 2010 in zijn column over ‘Crises en toezicht’: ‘Gebrekkig toezicht wordt gezien als medeveroorzaker van de (financiële) crises en is daardoor zelf ook in crisis geraakt’. Annetje Ottow en Paul Robben stellen daar tegenover dat het heftige politieke, publieke en wetenschappelijke debat over toezicht geen uiting is van crises in het toezicht maar eerder wijst op het grote maatschappelijke belang van toezicht. En daar hoort een scherp debat bij. Tijdens het afscheidssymposium van Gerrit van der Wal, inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg 2006-2012, met als titel ‘Uitdagingen voor het toezicht’, heeft dit debat plaatsgevonden en zijn diverse spanningsvelden waarmee een toezichthouder te maken heeft aan de orde gekomen. Dit symposium heeft auteurs tot het schrijven van deze column geïnspireerd.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van OPTA. Tevens is zij hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en bijzonder hoogleraar toezicht bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Uitbuiting uit zicht?

Getuigenverklaringen van gesmokkelde migranten nader bekeken aan de hand van indicatoren voor mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden human trafficking, migrant smuggling, irregular migration, exploitation, illegal employment
Auteurs Joanne van der van der Leun en Anet van van Schijndel
SamenvattingAuteursinformatie

    Human trafficking means exploitation; human smuggling is associated with illegal labour and a connection with exploitation is absent. Where a victim of human trafficking can appeal for legal protection, a smuggled migrant (illegally residing or with vulnerable legal status) overall has little rights because of the formal absence of the aspects of exploitation and coercion in human smuggling. In this article, the empirical analysis based on file analysis demonstrates that in several files of cases framed as human smuggling indications are found for exploitation of migrants, although this has not been recognised as such. Theoretically the authors tie this to the trend of crimmigration. Measures designed to combat human trafficking and smuggling are often concentrated on (criminal) law enforcement and criminal punishment, to the detriment of a human rights-based approach. The tension between immigration policy and the combat against human trafficking deserves more attention.


Joanne van der van der Leun
Prof. dr. J.P. (Joanne) van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Postbus 9520, 2300 RA Leiden. E-mail: j.p.vanderleun@law.leidenuniv.nl

Anet van van Schijndel
A.A.A. (Anet) van Schijndel MSc is onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. E-mail: a.vanschijndel@rekenkamer.nl
Artikel

Het effect van werk op de criminele carrière van jeugdige zedendelinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile sex offender, life-course criminology, employment, fixed and random effects model, typologies
Auteurs MSc Chantal van den Berg, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Jan Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 29 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Fixed and random effects models are used to determine the effect of employment and of the stability of employment on the criminal career. We first show that juvenile sex offenders have limited access to the labor market, with stagnating participation rates from age 25 on, many different and short contracts. In spite of this, employment reduces offending, and having stable employment has an additional reducing effect on crime. We also looked at three types of sex offenders (child abusers, peer abusers and group offenders), who have a different background and for whom therefore effects could differ. We found no difference for offender types in the effect of employment on offending. The effects of employment stability, however, were due to only child abusers experiencing significant effects of continuity. We conclude that for juvenile sex offenders employment impacts similarly on offending as was found in previous studies among high-risk groups.


MSc Chantal van den Berg
C.J.W. van den Berg, MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogische diagnostiek en behandeling aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Irma Mooi-Reçi
Dr. I. Mooi-Reçi universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Werk, werkkenmerken en delinquentie

Een longitudinaal onderzoek naar de invloed van het hebben van een baan op delinquent gedrag onder jongvolwassenen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden delinquency, work, emerging adulthood, work commitment, future possibilities
Auteurs MSc. Maaike Wensveen, Dr. Hanneke Palmen, Prof. dr. mr. Arjan Blokland e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The link between being employed and delinquent behaviour is complex. This article examines to what extent having a job, the commitment to that job and the future prospects of that job are related to delinquency. We use data from the Utrecht Study of Adolescent Development (USAD), a six-year, three-wave longitudinal study, pertaining to a general population sample of 669 young adults between the ages of 18 and 28. Having a job is associated with an increase in delinquency for 18 and 19 year old males. The results for subsequent ages show a trend towards a delinquency decreasing effect at subsequent ages. The effect of work characteristics – commitment, future prospects – is less clear.


MSc. Maaike Wensveen
M. Wensveen, MSc. was ten tijde van het schrijven van dit artikel masterstudent bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Hanneke Palmen
Dr. H. Palmen is postdoc bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Wim Meeus
Prof. dr. W.H.J. Meeus is hoogleraar Ontwikkeling in de Adolescentie, departement Pedagogische en Onderwijskundige Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De daling van moord en doodslag in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2012
Trefwoorden homicide, trend, the Netherlands, murder, decline
Auteurs Dr. Marieke Liem, Dr. Johan van Wilsem, Drs. Paul Smit e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The number of homicides in the Netherlands has been stable for some time but decreased over the last few years. The aim of this study is first, to describe the recent trends in homicide in the Netherlands. Second, we aim to explain the reasons for this recent drop in homicide by using data from the Dutch Homicide Monitor that includes all homicides in the period 1992-2009. Findings suggest that the drop in homicide could be explained by a combination of factors, including change in situational characteristics, change in social cohesion and change in the degree of economic deprivation.


Dr. Marieke Liem
Dr. M.C.A. Liem is universitair docent criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden, m.c.a.liem@law.leidenuniv.nl.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J.A. van Wilsem is universitair hoofddocent criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden, j.a.van.wilsem@law.leidenuniv.nl.

Drs. Paul Smit
Drs. P.R. Smit is onderzoeker bij het WODC, Ministerie van Justitie, p.r.smit@minjus.nl.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden, p.nieuwbeerta@law.leidenuniv.nl.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.