Zoekresultaat: 237 artikelen

x
Jaar 2011 x
Jurisprudentie

De Hoge Raad en het wijzigingsontslag

HR 24 december 2010, JAR 2011/20 (Woonzorg) en HR 24 december 2010, LJN BO2420

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden ontslagrecht, gesloten stelsel, sociaal rechtvaardig ontslag, wijzigingsontslag, Änderungskündigung
Auteurs mr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van twee uitspraken van de Hoge Raad van 24 december 2010 wordt in deze bijdrage het wijzigingsontslag nader onderzocht. In de eerste plaats wordt geconstateerd dat het wijzigingsontslag in Nederland op basis van de huidige regelgeving slechts in de vorm van het deeltijdontslag mogelijk is. Nu de Hoge Raad desondanks het wijzigingsontslag lijkt te hebben aanvaard, is de voornaamste vraag hoe deze ontslagvorm in goede banen kan worden geleid. Onderzocht wordt in hoeverre het Duitse recht hierbij van nut kan zijn, aangezien daar het wijzigingsontslag niet alleen gecodificeerd is, maar ook in rechtspraak en literatuur veelvuldig wordt verfijnd. Ten slotte worden eisen en voorwaarden geïdentificeerd die in de toekomst aan een wijzigingsontslag zouden moeten worden gesteld.


mr. N. Gundt
Mw. mr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Hoofdartikel

Grensoverschrijdende overgang van onderneming

Een analyse van de bevoegde rechter en het toepasselijke recht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden grensoverschrijdend, overgang, onderneming, IPR, werknemersbescherming, rechtsmacht, toepasselijk recht
Auteurs mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederlandse ondernemers besteden steeds vaker de ondernemingsactiviteiten uit aan ondernemers in het buitenland. Dergelijke grensoverschrijdende transacties kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de werknemers. Zij krijgen niet alleen te maken met een buitenlandse werkgever, maar eventueel ook met een verplaatsing van de ondernemingsactiviteit naar het buitenland. In deze bijdrage wordt nagegaan of Richtlijn 2001/23 EG inzake overgang van onderneming eveneens de rechten van deze werknemers beschermt. Aandacht komt toe aan de vraag welke nationale rechter rechtsmacht heeft en aan de hand van welk (implementatie)recht de claims inzake de toepassing van de Richtlijn worden beoordeeld. De auteur komt tot de conclusie dat de Richtlijn op het punt van het toepasselijke recht aanpassing behoeft.


mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Arrest Bablok: Naar een sterkere consumentenbescherming op het vlak van genetisch gewijzigde producten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden GGO’s, consumentenbescherming, contaminatie, co-existentie, aansprakelijkheid
Auteurs Prof. dr. P. Nihoul en Dra. E. van Nieuwenhuyze
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag van het arrest Bablok is of er voorafgaande toelating is vereist om een levensmiddel op de markt te brengen dat op een indirecte wijze is besmet met een toegestaan genetisch gemodificeerd organisme (GGO). Door te oordelen dat een vergunning ook noodzakelijk is in geval van een accidentele en minimale besmetting, onderstreept het Hof van Justitie de impact van het voorzorgsbeginsel in het Europees recht en bevestigt bovendien het streven naar een hoog niveau van consumenten- en gezondheidsbescherming in de EU.


Prof. dr. P. Nihoul
Prof. dr. P. Nihoul is verbonden aan het Fonds National de la Recherche Scientifique, Centre de droit de la consommation, Université catholique de Louvain.

Dra. E. van Nieuwenhuyze
Dra. E. Van Nieuwenhuyze is verbonden aan het Fonds National de la Recherche Scientifique, Centre de droit de la consommation, Université catholique de Louvain.
Artikel

Grenzen aan het beperken van toegang tot de rechter in milieuzaken volgens het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden toegang rechter, relativiteitsvereiste, milieuverenigingen, gemengde verdragen, rechtsbasis
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof van Justitie legt in twee rechtszaken uit hoe ver EU-lidstaten kunnen gaan in het beperken van de toegang tot de rechter en bestuurlijke procedures in milieuzaken. Duitsland ging te ver door het voor milieubeschermingsorganisaties onmogelijk te maken bezwaar te maken tegen beslissingen onder wetten die algemene belangen (zoals natuurbehoud) aangaan, en niet hun subjectieve rechten. In de Slovaakse zaak werd duidelijk dat nationale rechters nationale procesrechtelijke bezwaar- of beroepsvoorwaarden moeten uitleggen in overeenstemming met artikel 9 lid 3 Verdrag van Aarhus en de EU-verplichting om effectieve rechterlijke bescherming van door het EU-recht verleende rechten te verzekeren.


Dr. W.Th. Douma
Dr. Wybe Th. Douma is senior onderzoeker Europees Recht en Internationaal Handelsrecht, T.M.C. Asser Instituut, Den Haag.
Artikel

Nee tegen nationaliteitseisen notarissen

De werkingssfeer van de uitzonderingen van openbaar gezag en overheidsdienst op het vrij verkeer van personen en diensten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden niet-nakoming, vestiging, notarissen, nationaliteitsvereiste, uitoefening van openbaar gezag
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink en Mr. drs. H.M.M. Zelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot aantal lidstaten hield tot voor kort nog vast aan nationaliteitseisen voor notarissen op grond van de verdragsuitzondering van de uitoefening van openbaar gezag. Het Hof van Justitie heeft echter in het voorjaar van 2011 een streep door deze eisen gehaald. Tegen Nederland loopt de procedure nog. In deze bijdrage worden aan de hand van deze recente jurisprudentie de inhoud en de grenzen van de openbaargezagexceptie verkend.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. van den Brink is hoofddocent Europees Recht en directeur Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

Mr. drs. H.M.M. Zelen
Mr. drs. H.M.M. Zelen is junior onderzoeker, Europa Instituut Universiteit Utrecht.
Artikel

Samenwoners en erfrecht

Een civiele en fiscale beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden samenwoners en erfrecht, defiscalisering, verblijvingsbeding, pseudo-o.b.v.
Auteurs Mr. P Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beschouwing over de fiscale positie van samenwoners in de Successiewet wordt aandacht besteed aan de situatie van samenwoners zonder kinderen (verblijvingsbeding en/of testament?). Vervolgens worden diverse mogelijkheden bezien die samenwoners met kinderen hebben om de erfrechtelijke verhoudingen tussen langstlevende en kinderen te regelen, met name tegen de achtergrond van de uitbreiding van de defiscalisering in de Wet IB 2001 per 1 januari 2012. Conclusie is dat een testament waarbij de langstlevende samenwoner tot enig erfgenaam wordt benoemd terwijl de kinderen hun ‘erfdeel’ in de vorm van een niet-opeisbaar legaat krijgen toegekend (pseudo-o.b.v.), te prefereren valt boven een tweetrapstestament, dat leidt tot een complexe boedelafwikkeling.Nog mooier zou het zijn als de wetgever de wettelijke verdeling ook als keuze voor samenwoners met kinderen zou openstellen.


Mr. P Blokland
Mr. P. Blokland is notaris en estate planner bij De Kort van der Kolk van Tuijl Notarissen te Tilburg.
Jurisprudentie

Van Drie/Alpuro

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden inkoopmacht, geografische marktafbakening, concentratiecontrole, doorgifte inkoopvoordelen, kalfsvlees
Auteurs Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 mei 2010 heeft de NMa besloten dat voor de voorgenomen overname van Alpuro Holding B.V. (Alpuro) door Van Drie Holding B.V. (Van Drie) geen vergunning is vereist.1x Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro. Van Drie en Alpuro zijn actief op het gebied van de verkoop van kalfsvlees en in verschillende lagen in de bedrijfskolom die hieraan voorafgaan: in de mesterij, waarin nuchtere kalveren door kalvermesters worden gemest tot vette kalveren; en in de slachterij, waarin vette kalveren worden geslacht en verwerkt.Er is overlap tussen Van Drie en Alpuro in de mesterijfase. Beide partijen kopen nuchtere kalveren in op verzamelplaatsen en Van Drie ook nog op veemarkten. Beide sluiten contracten af met kalvermesters die de nuchtere kalveren vetmesten, en produceren kalvermelk voor de mesterij, waarbij Van Drie ook nog grondstoffen voor kalvermelk produceert. Verder is er ook overlap in de slachterijfase. Partijen beschikken allebei over slachtcapaciteit waar de vette kalveren van hun contractmesters worden geslacht, en met name Van Drie koopt daarnaast ook vette kalveren in bij derden. Ten slotte is zowel Van Drie als Alpuro actief in de verkoop van kalfsvlees.

Noten

  • * De auteur bedankt drs. J. Rosenstok voor commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
  • 1 Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro.


Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is econoom bij Lexonomics.
Artikel

De herziening van het Altmark-pakket

Nieuwe regels voor staatssteun en diensten van algemeen economisch belang

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang (DAEB), Altmark, compensatiebeginsel, artikel 106 lid 2 VWEU
Auteurs Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Altmark uit 2003 betekende een doorbraak ten aanzien van de behandeling van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) onder de staatssteunregels.1x HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253. De Commissie bouwde in 2005 voort op dit arrest met een aantal samenhangende maatregelen op grond van artikel 106 lid 3 TFEU die erop gericht waren een kader te stellen voor DAEB die niet aan alle Altmark-voorwaarden voldeden maar de minimis waren of om andere redenen in aanmerking kwamen voor een vrijstelling op basis van artikel 106 lid 2 VwEU.2x Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153. Dit kader wordt hier het Altmark-pakket genoemd.3x Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’. Op grond van de tussentijds opgedane ervaring en een uitgebreide consultatie heeft de Commissie in september 2011 voorstellen gedaan voor de herziening van het Altmark-pakket met de bedoeling de nieuwe maatregelen nog in 2011 of januari 2012 vast te stellen. In deze bijdrage worden eerst kort het Altmark-arrest en het huidige Altmark-pakket besproken om vervolgens uitgebreider in te gaan op de nieuwe voorstellen. De nadruk ligt daarbij op de verschillen met de huidige situatie.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, met dank aan Hans Vedder, Rein Halbersma en Michiel Veersma voor hun commentaar.
  • 1 HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253.

  • 2 Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153.

  • 3 Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’.


Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij Tilburg University (TILEC) en bij de Nederlandse Zorgautoriteit.

Artikel

De nieuwe Europese financiële toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichtautoriteiten, macroprudentieel toezicht, financiële stabiliteit
Auteurs Prof. dr. J.A. Bikker, Drs. J. Brinkhoff en Drs. A.A.T. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de kredietcrisis kwam duidelijk aan het licht dat het bestaande systeem van financieel toezicht in Europa verbetering behoefde. Het Europees stelsel van financieel toezicht dat in 2011 in werking is getreden, betekent meer samenwerking tussen nationale toezichthouders, onder meer door de oprichting van colleges of supervisors, een gedeeltelijke overheveling van toezichtbevoegdheden naar de nieuw opgerichte Europese toezichtautoriteiten en meer aandacht voor instellingsoverschrijdende ontwikkelingen die implicaties kunnen hebben voor de gehele sector, waarbij de nieuwe Europese risk board waarschuwingen kan afgeven aan competente autoriteiten. Deze bijdrage bespreekt de achtergronden van de vormgeving van de nieuwe Europese toezichtstructuur, gaat nader in op de taken en bevoegdheden van de nieuwe Europese toezichtorganisaties en bespreekt wat de uitdagingen voor en de kanttekeningen bij dit nieuwe model zijn. De bijdrage sluit af met een beschouwing van enkele andere beleidsinitiatieven in reactie op de crisis.


Prof. dr. J.A. Bikker
Prof. dr. J.A. Bikker is senior onderzoeker bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht.

Drs. J. Brinkhoff
Drs. J. Brinkhoff is beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.

Drs. A.A.T. Wesseling
Drs. A.A.T. Wesseling is senior beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

Het gewijzigde depositogarantiestelsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden depositogarantiestelsel, depositohouders, Europese Commissie, fondsenstelsel, richtlijn depositogarantiestelsel, stichting depositogarantiefonds
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het depositogarantiestelsel zal aanzienlijk worden gewijzigd. Als er onder het huidige depositogarantiestelsel een beroep wordt gedaan op het depositogarantiestelsel, moeten de banken een bijdrage doen, waarmee de depositohouders van de in financiële problemen verkerende bank kunnen worden voldaan. Op basis van de beoogde wijzigingen zullen de banken die onder het depositogarantiestelsel vallen, vanaf juli 2012 vooraf periodieke bijdragen moeten doen voor het depositogarantiestelsel. Ook op Europees niveau zijn er wijzigingen voorgesteld. De Europese Commissie heeft voorgesteld dat alle depositogarantiestelsels vooraf moeten worden gefinancierd. Een andere voorgestelde wijziging is dat de deposito’s die onder de verschillende depositogarantiestelsels vallen, worden geharmoniseerd. Tevens is beoogd dat de uitbetalingstermijn aan de depositohouders verder wordt verkort. In deze bijdrage worden zowel de voorgestelde wijzigingen op nationaal niveau als op Europees niveau besproken.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Financiële dienstverlening binnen groepsverband bezien vanuit fiscaal perspectief

Met de nadruk op de onzakelijke lening

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onzakelijke lening, afwaarderingsverlies, groepsgarantie
Auteurs Drs. S. den Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het certificaathouders-uitkoop-arrest van 9 mei 2008 heeft de Hoge Raad een nieuw begrip in het fiscaal recht geïntroduceerd: de onzakelijke lening. Onder de onzakelijke lening wordt in dit verband verstaan een geldverstrekking aan een gelieerde partij die onder zodanige voorwaarden en omstandigheden heeft plaatsgevonden dat daarbij door die geldverstrekking een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Daar een dergelijke lening niet geacht wordt te zijn verstrekt uit zakelijke motieven, maar uit aandeelhoudersmotieven is een afwaarderingsverlies – als liggende in de aandeelhouderssfeer – fiscaal niet aftrekbaar. In deze bijdrage wordt allereerst aangegeven welke plaats de onzakelijke lening in het fiscaal recht inneemt te midden van de zakelijke lening en de lening die fiscaal volledig wordt geherkwalificeerd in eigen vermogen. Vervolgens wordt ingegaan op een viertal vragen die het certificaathouders-uitkoop-arrest heeft opgeroepen en de gevolgen van het arrest voor andere vormen van financiële dienstverlening binnen groepsverband. Afgesloten wordt met een aantal aandachtspunten voor de praktijk.


Drs. S. den Boer
Drs. S. den Boer is werkzaam als fiscalist bij Simmons & Simmons te Amsterdam.
Artikel

De automatisch vervallende 403-verklaring

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden art. 2:403 BW, 403-verklaring, concernvrijstelling, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt wel gepleit voor het opnemen van een groepsband als voorwaarde in een 403-verklaring. Ook in de praktijk blijkt dit te worden toegepast met het oog op een automatisch eindigende aansprakelijkheid bij het verbreken van de groepsband, meestal in het kader van een verkoop van de desbetreffende dochtervennootschap. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze voorwaarde, waarbij de volgende twee vragen centraal staan: (1) komt de aansprakelijkheid van de moeder automatisch te vervallen na verbreking van de groepsband, en (2) kan de dochter gebruik maken van de concernvrijstelling als ten behoeve van haar een 403-verklaring is gedeponeerd die afhankelijk is gesteld van de groepsband tussen de moeder en de dochter? Na beantwoording van deze vragen wordt een alternatief voor het groepsbegrip als voorwaarde voor aansprakelijkheid besproken. De bijdrage wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Als vluchtelingen (mogelijk) daders zijn

1F-uitsluiting van de asielprocedure en vervolging van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, asylum, exclusion, 1F, formal residence ban
Auteurs Dr. mr. Joris van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands pursues an active policy of excluding and prosecuting potential perpetrators of international crimes. In recent years hundreds of people have been excluded from taking part in the asylum procedure. Bringing cases to court, however, has proven to be very difficult in practice. Most excluded persons reside illegally in the Netherlands or elsewhere in Europe. A good overview of the grounds upon which persons have been excluded and with what types of crimes they are associated is currently lacking. The Netherlands – actually the international community as a whole – still struggles with a number of legal and ethical issues. International law, for example, does not provide an adequate solution for some convicted excluded asylum seekers after their release.


Dr. mr. Joris van Wijk
Dr. J. van Wijk is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, j.van.wijk@vu.nl.
Artikel

De staat van de criminologie van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden criminology of international crimes, genocide, war crimes, crimes against humanity
Auteurs Mr. dr. Roelof Haveman, Prof. dr. Alette Smeulers, Prof. dr. Stephan Parmentier e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    What do we know about the criminological aspects of international crimes? What do they entail and what are facilitating factors which can help us understand their causes and how should we respond to these crimes? Are international crimes merely a more extreme form of ordinary crimes or are they a different kind of criminality? In the past few years a growing number of scholars both at a national and at an international level have devoted their scholarly attention to this important and urgent research theme. In this special issue we aim to present a number of articles in which different perspectives on this topic are presented. By doing so we hope to enhance our knowledge of this phenomenon and to provide an impulse to further criminological research within this area in both the Netherlands and Belgium. This introductory article gives an overview of the state of the art of international crime criminology in the Netherlands and Belgium, and the rest of the world.


Mr. dr. Roelof Haveman
Mr. dr. R.H. Haveman is freelance Rule of Law-consultant en momenteel gestationeerd in Côte d’Ivoire, roelof.haveman@gmail.com.

Prof. dr. Alette Smeulers
Prof. dr. A.L. Smeulers heeft de onderzoekslijn criminologie van de internationale misdrijven aan de Vrije Universiteit Amsterdam opgezet en is sinds 1 september 2011 tevens hoogleraar internationale criminologie aan de Universiteit van Tilburg, a.l.smeulers@tilburguniversity.edu.

Prof. dr. Stephan Parmentier
Prof. dr. S. Parmentier is hoogleraar Sociologie van de criminaliteit, het recht en de mensenrechten aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), Rechtsfaculteit, Katholieke Universiteit Leuven, stephan.parmentier@law.kuleuven.be.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Den Haag, en Lector Forensisch Onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie, c.j.de.poot@minvenj.nl.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Slachtoffers van loverboys als daders bij de reclassering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2011
Trefwoorden loverboys, probation service, human trafficking
Auteurs Damiaan van den Eijnden
SamenvattingAuteursinformatie

    One of the defining characteristics of so-called ‘loverboys’ is their exploitation of victims in any possible way, including forcing these exploited women to commit crimes. In this way, victims become criminal offenders. After a critical review of the use of the term ‘loverboy’, the first part of this article discusses the responsibility of the Dutch probation service in addressing the problem. The second part describes various ways in which probation officers come into contact with this particular group of offenders and how this contact could then be maintained.


Damiaan van den Eijnden
Damiaan van den Eijnden is beleidsmedewerker bij Reclassering Nederland, regio Limburg.
Artikel

De rechtsgeldigheid van een prijsbepalingsregeling bij een aanbiedingsplicht in statuten of aandeelhoudersovereenkomst, naar huidig en komend recht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2011
Trefwoorden prijsbepalingsregeling, aanbiedingsplicht, aandeelhoudersovereenkomst, statuten
Auteurs Mr. A.F.J. van Hövell tot Westervlier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de vraag of de statuten of een aandeelhoudersovereenkomst bij een aanbiedingsplicht een prijsbepalingsregeling kunnen bevatten die bepaalt dat een aandeelhouder een prijs ontvangt voor zijn aandelen die afwijkt van de waarde in het economische verkeer, naar huidig en komend recht.


Mr. A.F.J. van Hövell tot Westervlier
Mr. A.F.J. van Hövell tot Westervlier is werkzaam als kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2011
Trefwoorden precontractuele informatie, reclame, waarschuwing, informatieverplichting, financiële dienstverlener
Auteurs Mr. K.L. Tienstra en Mr. A.F.N. van de Laar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de verplichte en onverplichte precontractuele informatieverplichtingen die op basis van de Wet op het financieel toezicht op financiële dienstverleners rusten. Hierbij komen verschillende standaardwaarschuwingen aan bod en wordt een aantal kanttekeningen bij de effectiviteit van de besproken informatieverplichtingen geplaatst.


Mr. K.L. Tienstra
Mr. K.L. Tienstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. A.F.N. van de Laar
Mr. A.F.N. van de Laar is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.
Toont 1 - 20 van 237 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.