Zoekresultaat: 66 artikelen

x
Jaar 2010 x

    In het afgelopen decennium is in de (lagere) jurisprudentie op uiteenlopende wijze geoordeeld over de omvang van de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor uit arbeids- en andere duurovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen van haar vrijgestelde groepsmaatschappij (hierna dochtermaatschappij). De centrale vraag daarbij was telkens of deze aansprakelijkheid alleen geldt voor verplichtingen voortvloeiend uit tijdens de aansprakelijkstellingstelling aangegane arbeidsovereenkomsten of tevens voor verplichtingen voortvloeiend uit voor de aansprakelijkstelling aangegane arbeidsovereenkomsten en, indien dat laatste het geval was, of de aansprakelijkheid dan alleen voor gedurende de aansprakelijkstelling uit arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen geldt of ook voor daarvoor reeds uit arbeidsovereenkomsten ontstane verplichtingen.


J.P.H. Zwemmer
Mr. J.P.H. Zwemmer is advocaat te Amsterdam en promovendus bij het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Artikel

Verzorging van een functionerende lokale zorgmarkt: mogelijk tekortkomingen beleid NMa en NZa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorggroepen, ketenzorg, zorgmarkt, zorgaanbieders
Auteurs Mr. P.D. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Richtsnoeren Zorggroepen zetten de NMa en de NZa het beleid inzake (multidisciplinaire) samenwerking door zorgaanbieders op lokale zorgmarkten uiteen. Het mededingingsrecht wordt op te formele wijze toegepast. Enerzijds wordt de samenwerking tussen onafhankelijke zorgaanbieders te veel beperkt, terwijl anderzijds het ontstaan van marktmacht op lokale markten niet wordt voorkomen. De lokale aard van de markt en de aard van de zorgsector brengen enkele specifieke problemen met zich die onvoldoende lijken te zijn meegewogen. Een mogelijke oplossing is het creëren van een groepsvrijstelling voor ketenzorg onder het kartelverbod.


Mr. P.D. van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP in Amsterdam.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Jurisprudentie

Het recht op informatie van toezichthouders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inzagerecht NZa, medisch beroepsgeheim, artikel 8 EVRM
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde is het inzagerecht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op grond van artikel 66 Wet marktordening gezondheidszorg. De NZa stelde een controleonderzoek in bij een ziekenhuis en verlangde daartoe inzage in medische persoonsgegevens. Het ziekenhuis weigerde deze patiëntgegevens te verstrekken met een beroep op het medisch beroepsgeheim. Het CBb oordeelt dat het verschoningsrecht van de medische beroepsgroep niet zonder meer van toepassing is. Een wettelijke grondslag is aanwezig voor een beperking van het recht van patiënten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ingevolge artikel 8, lid 2 EVRM en daarmee eveneens voor een inbreuk op het daarmee samenhangende medische beroepsgeheim.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). Tevens is zij redactielid van M&M.
Artikel

Van maatstaf naar maatwerk

Een korte geschiedenis van economische regulering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden rendementsregulering, prijsregulering, maatstafconcurrentie, kwaliteitsregulering
Auteurs Drs. J.P. Poort en Dr. L.A.W. Tieben
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een gestileerd overzicht van verschillende methoden voor economische regulering en bespreekt per methode de sterke en zwakke kanten. Het accent ligt daarbij op de energienetten. Het beoogt op toegankelijke wijze de algemene trends en de lessen uit de reguleringsgeschiedenis van de afgelopen decennia weer te geven en snijdt een aantal thema’s aan die momenteel spelen in de reguleringspraktijk. De auteurs betogen dat de regulering periodieke aanpassing behoeft in het licht van nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en de marktontwikkelingen in de gereguleerde sector. Vaak is hierbij de uitdaging meer ruimte te bieden aan maatwerk zonder de voordelen van moderne reguleringsvormen zoals maatstafconcurrentie prijs te geven.


Drs. J.P. Poort
Drs. J.P. Poort is Hoofd Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.

Dr. L.A.W. Tieben
Dr. L.A.W. Tieben is Senior Onderzoeker Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.
Diversen

Boilerplate-clausules: Ketelbinkie in Contractenland?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden boilerplate, standaard, bepaling, clausule, entire agreement
Auteurs Mr. M. Uijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage legt Martijn Uijen uit wat boilerplate-clausules zijn, waar ze vandaan komen en hoe ze in de Nederlandse contractspraktijk kunnen worden gebruikt. Van twaalf veel voorkomende boilerplate-clausules wordt een voorbeeldtekst gegeven; de voorbeelden worden vervolgens stuk voor stuk geanalyseerd en afgezet tegen de bepalingen van het BW. Bij een contract naar Nederlands recht blijken boilerplate-clausules soms overbodig te zijn en soms onverwachte effecten te hebben. In heel wat gevallen moeten ze bovendien nog gericht worden toegesneden op de Nederlandse verbintenisrechtelijke context. Uijen schetst op welke manier dat het beste kan worden gedaan.


Mr. M. Uijen
Mr. M. Uijen is advocaat bij Höcker.

    ‘Informal economy’ is a controversial concept defined in many different ways. This is reflected in the amount of synonyms, such as shadow economy, parallel economy, hidden economy, black economy etcetera. On the international level the concept of the informal sector was first used in 1972 by the International Labour Organization (ILO) in its report on a mission to Kenya. The popular view of informal sector activities was that they are primarily those of petty traders, street hawkers, shoeshine boys and other groups ‘underemployed’ on the streets of the big towns. The evidence presented in the report suggested that the bulk of employment in the informal sector, far from being only marginally productive, is economically efficient and profit-making, though small in scale. The informal sector is formed by the coping behaviour of individuals and families in economic environment where earning opportunities are scarce, or where regulation is too complex. The informal sector can also be a product of rational behaviour of entrepreneurs wishing to escape state regulations. There is a relation between welfare (GDP per capita) and relative size of the informal sector. Richer countries have relatively a smaller informal sector. However, government policies and attitudes are important as well. The relative size of the informal sector depends, among other factors, on the ‘regulatory capacity’ and ‘regulatory intent’ of governments. There is little known about the relation between informal and criminal activities. The informal economy seems to be a permanent feature of both high, middle and low income countries. Due to the actual economic crisis, people are pushed from the formal to informal economy. Rapid urbanisation is a factor as well. While the problem of size measuring is not insignificant, most observers agree that the informal economy is large and growing and will be an enduring feature of the economy of mega-cities.


B.M.J. Slot
Dr. Brigitte Slot is als beleidsmedewerker verbonden aan de directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Zij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Mr. E.R. Helder
Jurisprudentie

Het Nederlandse hoofdstuk in de Europese goksaga

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden kansspelen, gokken op internet, Wet op de kansspelen, Ladbrokes, Betfair.
Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie vragen beantwoord die betrekking hebben op het Nederlandse éénvergunningenstelsel voor kansspelen en op de wijze waarop de vergunningen worden gegeven en verlengd in overeenstemming is met het Europese recht, met name het vrij verrichten van diensten. Het Hof van Justitie meent dat de Nederlandse regelgeving die zowel tot doel heeft om gokverslaving te beteugelen als om fraude tegen te gaan consistent kan zijn, ook al heeft de vergunninghouder het recht om reclame te maken en de activiteiten uit te breiden. Het Hof van Justitie bevestigt dat het beginsel van wederzijdse erkenning van vergunningen binnen de EU niet geldt voor kansspelen.


Mr. J.C.M. van der Beek
Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Access_open Over het verbod op het dragen van een gezichtssluier en van andere gelaatsbedekkende kleding

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden gelaatsbedekkende kleding, boerka, godsdienstvrijheid, wetgeving
Auteurs Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    The last decade the wearing of face hiding clothes has come up as a rather new phenomenon in the Netherlands and surrounding countries. Although not that many people wear them, a rather wide aversion exists against this phenomenon and is directed especially against the Islamic burqa. A rather intensive public and political debat is going on concerning the allowance of those clothes. In different countries, among which the Netherlands, France and Belgium, the legislator is drafting laws which aim to forbid the wearing of these clothes. This article gives an overview of the debate on this issue in especially the aforementioned countries and reflects upon it, with a special focus on the freedom of belief and religion.


Paul van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en tevens verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Access_open Heilige velden

Panorama van ritueel-religieuze presenties in het publieke domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden religie in het publieke domein, rituelen, religieuze manifestaties, Inburgeringsriten
Auteurs Paul Post
SamenvattingAuteursinformatie

    Religion in the public domain has been a theme of remarkably current interest for a long time in our country as well as elsewhere in Europe. Not only in dialogue and debate, but primarily also via specific occasions, practices, and situations. One can think here of the position of the many redundant church buildings, the granting of permits for public religious manifestations, the ringing of church bells or public calls to prayer, the role (or abandonment of the role) of governments in rituals following disasters and accidents, the structure of citizenship rites and other forms of civic/civil ritual, the involvement of governments in religious celebrations in the public domain such as processions or Iftar meals, et cetera. This contribution explores the place of religion in the public domain in a specific way, i.e. on the basis of practices: its starting point lies in traceable manifestations of religion in our culture and society, in practices and rituals. After some conceptual orientation, this approach takes the form of a general panorama of religious-ritual presences and manifestations in that public domain and a further exploration of those via a model of so-called ritual-sacred fields.


Paul Post
Prof. dr. P. Post studeerde theologie, liturgiewetenschap en christelijke kunst in Utrecht en Rome. Momenteel is hij hoogleraar Liturgische en Rituele Studies aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Tilburg en directeur van het aldaar gevestigde interuniversitaire Instituut voor Liturgische en Rituele Studies. Hij is tevens vicedecaan Onderzoek van de Faculteit Geesteswetenschappen. Hij doet onderzoek naar en publiceert over actuele rituele dynamiek. Zijn onderzoek concentreert zich al enige tijd op plaats, ritueel en religie.

    France has recently introduced legislation prohibiting wearing the face-covering veil in public places. Similar legislative initiatives have been undertaken in Belgium, Netherlands and Spain, but have not resulted in law. This article presents an overview of the variety of arguments that are being used in the legislative proposals and bills why the face-covering veil ought to be prohibited in the public domain. It shows that the arguments are quite diverse, and not always consistent. In addition, an overview will be presented of the arguments made by the French and Dutch State Councils in their advise against such legislation.


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Article

Access_open 'Dispensatie onder de loep'

Tijdschrift ARBAC, oktober 2010
Auteurs Dr. M.F.P. Rojer en mr. C.M.T. van der Veldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds januari 2007 past de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gewijzigd dispensatiebeleid toe. Aanleiding daarvoor was de constatering dat in de voorafgaande jaren in een aantal gevallen op oneigenlijke wijze gebruik was gemaakt van de mogelijkheid tot dispensatie van algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen. Tegenwoordig zijn aan het verkrijgen van dispensatie verschillende condities verbonden. Behalve het hebben van een rechtsgeldige cao, dienen betrokken partijen onafhankelijk van elkaar te zijn én de dispensatieverzoekende partijen dienen met hun eigen cao zwaarwegende argumenten te hebben waarom het besluit tot algemeenverbindendverklaring op hen niet van toepassing zou moeten zijn. Vooral met de voorwaarde van een beargumenteerde motivatie van het dispensatieverzoek is een draai gemaakt in het dispensatiebeleid van 180 graden: van welhaast automatische dispensatie naar dispensatie onder strikte voorwaarden.


Dr. M.F.P. Rojer
dr. M.F.P. Rojer is werkzaam bij Werkgeversvereniging AWVN en participeert daar in het Expertisecentrum cao en AVV.

mr. C.M.T. van der Veldt
mr. C.M.T. van der Veldt is promovenda aan de Universiteit van Tilburg, Vakgroep Sociaal Recht en Sociale Politiek.
Artikel

Het richtlijnvoorstel consumentenrechten: quo vadis?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden consumentenrecht, maximumharmonisatie, DCFR, Groenboek Europees contractenrecht
Auteurs Mr. dr. C.A.N.M.Y. Cauffman, Prof. mr. M.G. Faure LL.M. en Prof. mr. T. Hartlief
SamenvattingAuteursinformatie

    Het richtlijnvoorstel consumentenrechten oogstte veel kritiek vooral omdat het gericht was op maximumharmonisatie en omdat onvoldoende rekening werd gehouden met het DCFR. Over de vraag hoe het nu verder moet met het richtlijnvoorstel consumentenkoop lopen de meningen uiteen. Een viertal hoofdstromingen valt aan te wijzen. Zij worden hierna toegelicht. Tevens wordt ingegaan op het probleem van de rechtsgrond voor een instrument van gerichte maximumharmonisatie.


Mr. dr. C.A.N.M.Y. Cauffman
Mr. dr. C.A.N.M.Y. Cauffman is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.

Prof. mr. M.G. Faure LL.M.
Prof mr. M.G. Faure LL.M. is hoogleraar Vergelijkend en Internationaal Milieurecht aan de Universiteit Maastricht.

Prof. mr. T. Hartlief
Prof. mr. T. Hartlief is hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Grenzen aan de contracteervrijheid van private aanbesteders?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden private aanbesteding, gelijke behandeling, pre-contractuele redelijkheid en billijkheid, aanbestedingsovereenkomst, beperkende werking van redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. C.E.C. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt in de private contractpraktijk regelmatig voor dat overeenkomsten geheel onverplicht worden aanbesteed. Hoewel private aanbesteders niet gehouden zijn tot naleving van het gereguleerde overheidsaanbestedingsrecht zijn ook zij – in beginsel althans – verplicht de deelnemers aan een aanbestedingsprocedure dezelfde gelijke kans te bieden op het verwerven van de aanbestede opdracht. De grondslag voor die verplichting kan in het verbintenissenrecht worden gevonden. In deze bijdrage wordt die grondslag nader verkend en komt ook de ratio van die verplichting aan de orde. Vervolgens wordt nagegaan of en in hoeverre het verbintenissenrecht zich verzet tegen het uitsluiten door private aanbesteders van die verplichting.


Prof. mr. C.E.C. Jansen
Prof. mr. C.E.C. Jansen is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Den Bosch. Hij verricht onderzoek binnen het onderzoeksprogramma van het VU University Amsterdam, Centre for Law and Governance.
Artikel

De voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe als bijdrage aan de discussie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Europees recht, decentrale overheden, taakverwaarlozingsregeling, eigen verantwoordelijkheid, inbreukprocedure
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe en de standpunten van ambtelijke commissies zoals de ICER, koepels van decentrale overheden en beoefenaren van het Europees recht, of de voortschrijdende Europese integratie vraagt om zwaardere toezichtinstrumenten van het rijk op de decentrale overheden. De standpunten hadden met name betrekking op de vraag of de bestaande taakverwaarlozingsregeling uit de Provinciewet en Gemeentewet moet worden uitgebreid om de minister een effectief instrument te geven in geval van een inbreukprocedure door de Commissie. Deze door beoefenaren van het Europese recht bepleite verzwaring stuitte bij koepels en ambtelijke commissies op weerstand omdat zij afbreuk doet aan: (1) de traditionele bestuurlijke verhoudingen in het Huis van Thorbecke; en (2) de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de nakoming van het Europese recht. De twijfel aan de noodzaak van zo’n taakverwaarlozingsregeling werd uiteindelijk na vier jaar weggenomen door het standpunt van het kabinet-Balkenende II. Tegen die achtergrond is de auteur van mening dat het wetsontwerp NErpe te ver doorschiet door de minister niet alleen bij een inbreukprocedure een zelfvoorzieningsrecht te geven, maar ook wanneer decentrale overheden in het algemeen hun Europese verplichtingen niet nakomen. Het Europese beginsel van gemeenschapstrouw benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het nakomen van Europees recht en hun kritische onafhankelijkheid van het rijk. Die eigen verantwoordelijkheid mag alleen opgeofferd worden in de noodsituatie en onder de tijdsdruk van een inbreukprocedure.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het aanbod van herstelgerichte interventies aan slachtoffers van geweldsmisdrijven

Is een beschermende of proactieve aanpak wenselijk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden slachtoffers, victimologie, geweldsmisdrijven, slachtofferhulp, bemiddeling, bescherming
Auteurs Tinneke Van Camp
SamenvattingAuteursinformatie

    Evaluative studies show that victims are generally satisfied with their participation in a restorative intervention, even when concerning violent crime. Therefore, we don’t have to ask whether restorative justice should be offered to victims of crime, but how it should be offered. Using the victimological literature, we explore the appropriateness of two opposing models with regard to the offer in violent crime cases. The protective model, as for instance endorsed by victim support services in Québec, is based on the concern for the protection of vulnerable victims. The proactive model, as inscribed in the 2005 law on the general offer of mediation in Belgium, is based on the informed consent principle. Both models respect the needs of victims, while ranking these needs differently. The available empirical and theoretical observations on the subject do not unilaterally support or reject either model. We, therefore, present a complementary, albeit theoretical model, i.e. the integration of the invitation to a restorative intervention within victim support services.


Tinneke Van Camp
Tinneke Van Camp is doctoraatsstudent aan de École de Criminologie, Université de Montréal (Canada), en vrijwillig medewerker van het Leuvens Instituut voor Criminologie, KULeuven.
Artikel

Wettelijke bepalingen voor herstelgerichte afdoeningen

Niet te weinig, niet te veel

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bemiddelingsdiensten, wetgeving, preventie, strafproces
Auteurs Martin Wright
SamenvattingAuteursinformatie

    Legislation affects restorative justice in four ways: existing legislation may allow it, new laws may enable it, laws may limit it, or restorative justice may be the norm. Examples from different countries are given and specific questions about the relationship of restorative justice to the criminal justice system discussed. It is suggested that, broadly speaking, safeguards should be legislated and practice regulated by an independent body. It is concluded that restorative practices, have the potential to transform society’s response to harmful behaviour.


Martin Wright
Martin Wright is senior onderzoeker aan De Montfort Universiteit in Leicester, Engeland.
Artikel

Contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen en de omvang van de opdracht

Annotatie bij HR 8 januari 2010, LJN BK0163, NJ 2010, 43

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden wanprestatie, aansprakelijkheid, hulppersonen, uitleg, aanbesteding
Auteurs Prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    De contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen is een vrij goed uitgewerkt leerstuk. Toch geeft een uitspraak van de Hoge Raad inzake de aansprakelijkheid van een advocaat voor fouten van een buitenlandse collega aanleiding om dit leerstuk nog eens nader te bestuderen. Voor dit leerstuk gaat het niet zuiver om uitleg van de specifieke overeenkomst, maar ook om opvattingen in de bedrijfstak over welke werkzaamheden wel en niet tot de ‘eigen’ bedrijfsuitoefening behoren waar een onderneming het risico voor op zich neemt. Dit is van belang nu uitbesteding steeds vaker voorkomt.


Prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
Prof. mr. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Toont 1 - 20 van 66 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.