Zoekresultaat: 69 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Contractenrecht op maat

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden internationaal, maatwerkoplossingen, standaardbeschouwingen
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Anne Keirse staat met haar bijdrage over contractenrecht op maat tweevoudig in de traditie van Grosheide, enerzijds wat betreft de internationale component die zijn gedachtegoed immer zo sterk typeert en anderzijds wat betreft het steeds weer zoeken naar maatwerkoplossingen in plaats van standaardbeschouwingen, zoals in zijn proefschrift over auteursrecht op maat. Zoals Keirse met recht zegt, en zij toont zich daarin nu reeds een waardig opvolger van Grosheide als voorzitter van onze redactie: het is de nuance die de weg leidt naar het contractenrecht van morgen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Anne Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Artikel

Nee tegen nationaliteitseisen notarissen

De werkingssfeer van de uitzonderingen van openbaar gezag en overheidsdienst op het vrij verkeer van personen en diensten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden niet-nakoming, vestiging, notarissen, nationaliteitsvereiste, uitoefening van openbaar gezag
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink en Mr. drs. H.M.M. Zelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot aantal lidstaten hield tot voor kort nog vast aan nationaliteitseisen voor notarissen op grond van de verdragsuitzondering van de uitoefening van openbaar gezag. Het Hof van Justitie heeft echter in het voorjaar van 2011 een streep door deze eisen gehaald. Tegen Nederland loopt de procedure nog. In deze bijdrage worden aan de hand van deze recente jurisprudentie de inhoud en de grenzen van de openbaargezagexceptie verkend.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. van den Brink is hoofddocent Europees Recht en directeur Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

Mr. drs. H.M.M. Zelen
Mr. drs. H.M.M. Zelen is junior onderzoeker, Europa Instituut Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

FA Premier League/Karen Murphy

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Uitzendrechten, territoriale exclusieve licenties, handel in decoders, absolute gebiedsbescherming bij content
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De tamelijk opgewonden berichtgeving over de uitspraak van het Hof van Justitie van 4 oktober jl. in de FA Premier League-zaak doet vermoeden dat de tijden van Bosman en het Luxemburgse activisme van de jaren zeventig herleven. Belangwekkend is het arrest zonder meer, maar goed beschouwd minder spectaculair voor het mededingingsrecht dan voor het recht van de intellectuele eigendom.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Artikel

Financiële dienstverlening binnen groepsverband bezien vanuit fiscaal perspectief

Met de nadruk op de onzakelijke lening

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onzakelijke lening, afwaarderingsverlies, groepsgarantie
Auteurs Drs. S. den Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het certificaathouders-uitkoop-arrest van 9 mei 2008 heeft de Hoge Raad een nieuw begrip in het fiscaal recht geïntroduceerd: de onzakelijke lening. Onder de onzakelijke lening wordt in dit verband verstaan een geldverstrekking aan een gelieerde partij die onder zodanige voorwaarden en omstandigheden heeft plaatsgevonden dat daarbij door die geldverstrekking een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Daar een dergelijke lening niet geacht wordt te zijn verstrekt uit zakelijke motieven, maar uit aandeelhoudersmotieven is een afwaarderingsverlies – als liggende in de aandeelhouderssfeer – fiscaal niet aftrekbaar. In deze bijdrage wordt allereerst aangegeven welke plaats de onzakelijke lening in het fiscaal recht inneemt te midden van de zakelijke lening en de lening die fiscaal volledig wordt geherkwalificeerd in eigen vermogen. Vervolgens wordt ingegaan op een viertal vragen die het certificaathouders-uitkoop-arrest heeft opgeroepen en de gevolgen van het arrest voor andere vormen van financiële dienstverlening binnen groepsverband. Afgesloten wordt met een aantal aandachtspunten voor de praktijk.


Drs. S. den Boer
Drs. S. den Boer is werkzaam als fiscalist bij Simmons & Simmons te Amsterdam.
Artikel

Als vluchtelingen (mogelijk) daders zijn

1F-uitsluiting van de asielprocedure en vervolging van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, asylum, exclusion, 1F, formal residence ban
Auteurs Dr. mr. Joris van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands pursues an active policy of excluding and prosecuting potential perpetrators of international crimes. In recent years hundreds of people have been excluded from taking part in the asylum procedure. Bringing cases to court, however, has proven to be very difficult in practice. Most excluded persons reside illegally in the Netherlands or elsewhere in Europe. A good overview of the grounds upon which persons have been excluded and with what types of crimes they are associated is currently lacking. The Netherlands – actually the international community as a whole – still struggles with a number of legal and ethical issues. International law, for example, does not provide an adequate solution for some convicted excluded asylum seekers after their release.


Dr. mr. Joris van Wijk
Dr. J. van Wijk is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, j.van.wijk@vu.nl.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De onvermoede reikwijdte van de mededingingsrechtelijke nietigheid

HR 16 september 2011, LJN BQ2213, RvdW 2011, 1104 (Batavus/Vriend’s Tweewielercentrum)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, distributierelaties, opzegging, nietigheidssanctie, merkbare beperking van de mededinging
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak staat de nietigheidssanctie van art. 6 lid 2 Mw centraal. Op grond daarvan zijn overeenkomsten die in strijd zijn met het kartelverbod nietig. De Hoge Raad heeft deze nietigheid op een afzonderlijke en eenzijdige rechtshandeling toegepast, in dit geval de opzegging door Batavus van een prijsvechtende distributeur. Die opzegging volgde op de druk die op Batavus werd uitgeoefend door haar andere distributeurs, nadat zij over hun prijsvechtende collega hadden geklaagd, en was daarmee volgens alle rechterlijke instanties in deze zaak het ‘sluitstuk’ van concurrentiebeperkend feitelijk onderling afgestemd gedrag van Batavus en haar distributeurs. Hoewel feitelijk gedrag niet voor nietigheid vatbaar lijkt, zag de Hoge Raad kennelijk geen probleem in toepassing van de nietigheidssanctie op een eenzijdige rechtshandeling die volgt uit feitelijk gedrag. De zaak illustreert nog eens het (mededingingsrechtelijk) lastige parket waarin leveranciers door hun distributeurs kunnen worden gebracht.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Artikel

Eén medisch adviseur, een utopie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden personenschaderegeling, Letselschaderaad, Nivre, Reïntegratie, Medicaliseren, GBL2.0
Auteurs R.J. Andriessen, re
SamenvattingAuteursinformatie

    Een ideale personenschaderegeling is een illusie. Niettemin zijn de daarin betrokken partijen gemotiveerd om in een doorgaand proces te blijven werken aan verbetering van de positie van het slachtoffer. De Letselschaderaad is hierin de belangrijkste initiator. Het Nivre en het Nis organiseerden samen een congres over een onderwerp (het werken met één medisch adviseur in plaats van de gebruikelijke twee), waarmee een volgende verbeteringsslag gemaakt zou kunnen worden. Verzekeraars, advocaten, experts, medisch adviseurs, al dan niet optredend voor slachtoffers, gingen met elkaar in discussie over de voor- en nadelen van het inschakelen van één medisch adviseur in het schaderegelingtraject.


R.J. Andriessen, re
R.J. Andriessen, re, is directeur/eigenaar van de Andriessen Expertise Groep.
Artikel

Hersteldimensies in de slachtofferzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victim policy, victim restoration, victim assistance, restorative justice
Auteurs Ivo Aertsen en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches some important tendencies in the attention for victims of crime, including in supranational regulation, with regard to the position of the offender and possibilities for restorative justice. The evaluation of victim policy in Belgium offers a view on this topic: victims have certain expectations towards the justice system and pose questions with regard to the offender. A third issue regards the place of restoration within the whole range of consequences of crime for victims: what is the meaning of ‘harm’ and what is the content of ‘restoration’ for victims? A last topic considers the openness of victim assistance programmes with regard to the offender dimension and possibilities of restorative justice. This article thus evaluates the possible link between victim assistance and restorative justice.


Ivo Aertsen
Prof. Dr. Ivo Aertsen is hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.

Inge Vanfraechem
Dr. Inge Vanfraechem is coördinator van het project ‘Victims and restorative justice’ bij het European Forum for Restorative Justice en het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.
Artikel

Staatssteun in de zorgsector

Een trage ontwikkeling naar een gelijk speelveld voor zorginstellingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden staatssteun, zorgsector, Wmg, marktwerking, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. P.A.M. Broers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vormt het sluitstuk van een reeks wetten die gezamenlijk het nieuwe zorgstelsel in Nederland vormgeven. Samen met het wetgevingspakket omtrent de modernisering van de AWBZ vormen zij de wettelijke basis voor de introductie van marktwerking in de zorg in Nederland. Met de introductie van marktwerking komen ook de staatssteunregels in beeld. Omdat de (meeste) activiteiten van zorginstellingen kwalificeren als economische activiteiten, zijn de staatssteunregels in beginsel van toepassing op steunverlening door de overheid aan die zorginstellingen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, de beschikkingspraktijk en de jurisprudentie op Europees en nationaal niveau wat betreft steunverlening in de zorgsector.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. P.A.M. Broers
Mr. P.A.M. Broers is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.
Artikel

L’Oréal/eBay-arrest, genoeg voer voor nieuwe merk-jurisprudentie en aansprakelijkheid voor ISPs een stap dichterbij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden merk, gebruik merk in het economisch verkeer, wezenlijke werking merk, aansprakelijkheid tussenpersonen, e-commerce richtlijn, hosting
Auteurs Mr. M.J. Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich onlangs uitgelaten over bepaalde aspecten van het aanbieden van de online veilingsite eBay. De Engelse rechter heeft een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voorgelegd met betrekking tot het gebruik van merken van derden door adverteerders en aanbieders van online marktplaatsen in advertenties op hun sites en als key word voor Adwords-campagnes op sites van zoekmachines. Ook de vraag in hoeverre eBay aansprakelijk is voor merkinbreuk door adverteerders.


Mr. M.J. Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Artikel

Afgewogen vrijheid

Over randvoorwaarden voor de Europese vestigingsvrijheid van grote winkelbedrijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden vrijheid van vestiging, grote winkelbedrijven, economische overwegingen, bewijs en procesvoering, lex silencio negativo, niet-nakoming
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een lidstaat mag de vestiging van grote winkelbedrijven niet afhankelijk stellen van economische overwegingen zoals het effect van de vestiging op de bestaande handel of het marktaandeel van de betrokken onderneming. Dit blijkt uit het arrest Commissie/Spanje waarin het reguleringskader voor de vestiging van grote winkelbedrijven in Catalonië in het licht van de vestigingsvrijheid wordt geplaatst. Het arrest toont een genuanceerde, afgewogen beoordeling van vestigingsregulering. Het zwaartepunt ligt bij de evenredigheidstoetsing. De uitspraak illustreert het praktische belang van bewijs en procesvoering daarin.


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. van Harten is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Gunstbetoon en geneesmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden financiële relaties artsen-industrie, geneesmiddelenreclame, gunstbetoon, zelfregulering
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van Europese en nationale wetgeving over geneesmiddelenreclame worden regels gesteld aan financiële relaties (gunstbetoon) tussen farmaceutische bedrijven en beroepsbeoefenaren, waaronder artsen. Deze wettelijke regels zijn in Nederland verder uitgewerkt in het kader van zelfregulering. In de CGR Gedragscode Geneesmiddelenreclame is bepaald onder welke voorwaarden het geven van geschenken, het bieden van gastvrijheid bij bijeenkomsten en betaling voor dienstverlening en sponsoring is toegestaan. Deze regels zijn in de loop der jaren verder aangescherpt. Ook is er veel jurisprudentie over dit onderwerp, met name vanuit de Codecommissie van de CGR. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergronden en de meest actuele stand van zaken rond gunstbetoon in Nederland.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.

Arthur Hartkamp
A.S. Hartkamp is hoogleraar Europees privaatrecht, Radboud Universiteit; voormalig procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Jurisprudentie

Het arrest Vicoplus

Bij grensoverschrijdende uitzendarbeid is zowel het vrij verkeer van werknemers als het vrij verkeer van diensten van toepassing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden vrij verrichten van diensten, richtlijn 96/71/EG, vrij verkeer van werknemers, toetredingsakte van 2003, overgangsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. M.S. Houwerzijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Poolse werknemers konden tot 1 mei 2007 in Nederland geen rechten tot verplaatsing ontlenen aan het vrij verkeer van werknemers. Maar niet alle werknemersmobiliteit vanuit Polen was onvrij. Detachering van werknemers om een dienst te verrichten in een andere lidstaat maakt deel uit van het vrij verkeer van diensten en leek dus wel onbelemmerd mogelijk. Nederland paste zijn overgangsregime echter ook toe op gedetacheerde Poolse uitzendkrachten. De vraag was of dit in strijd is met het vrij verkeer van diensten. In zijn arrest Vicoplus bepaalt het Hof van Justitie dat de Nederlandse regeling door de Europese beugel kan. Hiermee is aan de omzeiling van het overgangsregime door detacheringconstructies een halt toegeroepen.


Prof. mr. M.S. Houwerzijl
Prof. mr. M.S. Houwerzijl is als UHD verbonden aan de vaksectie sociaal recht, Radboud Universiteit Nijmegen en als hoogleraar Europees en rechtsvergelijkend arbeidsrecht werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Eerste uitspraak Hof van Justitie over de Dienstenrichtlijn

Het actief werven van cliënten door beoefenaars van gereglementeerde beroepen mag niet worden verboden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden dienstenrichtlijn, commerciële communicatie, gereguleerde beroepen, Hof van Justitie, accountants
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de Dienstenrichtlijn. De vraag van de Franse Conseil d´Etat heeft betrekking op de vrijheid van commerciële communicatie voor beoefenaars van gereglementeerde beroepen, in casu accountants. Het Hof van Justitie bepaalt dat artikel 24 van de Dienstenrichtlijn zich verzet tegen een nationale regeling die dergelijke beoefenaars volledig verbiedt actief klanten te werven.


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. Temmink is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de Europese commissie, DG Interne markt en financiële diensten, unit Online and Postal Services.
Artikel

De Dienstenrichtlijn: nieuwe hoofdbrekens bij de implementatie door de (gemeentelijke) wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Europese proportionaliteitstoets, Europese begrip openbare orde, criteria van artikel 16 DRL, distributie van goederen, Dienstenrichtlijn
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de implementatie van de Dienstenrichtlijn in de Dienstenwet is de positie van de eigen onderdanen verduidelijkt: de regels van de Dienstenrichtlijn worden ook op hen toegepast. Zowel de centrale als de decentrale wetgevers hebben ervoor gekozen de eisen van artikel 16 DRL, voor tijdelijke dienstverleners, als vertrekpunt te nemen en – zo nodig – ook toe te passen op de dienstverleners die zich vestigen en op de eigen dienstverleners.Bij de screening van de gemeentelijke Model-APV door de VNG is dat niet goed verlopen. De VNG heeft geen rekening gehouden met de Europese betekenis van het proportionaliteitsbeginsel en met de enge interpretatie van het Europese begrip openbare orde. De argumentatie om de betreffende gemeentelijke vergunningen onder de Dienstenrichtlijn te handhaven is daardoor niet Europa-proof en kan door dienstverleners (ook Nederlandse!) via de nationale rechter worden aangevochten. De criteria van artikel 16 DRL laten ten onrechte geen ruimte om de toegang tot dienstenmarkten te beperken uit een oogpunt van criminaliteitsbestrijding. Er worden in de Nederlandse wetgeving en rechtspraak intussen twee tegenstrijdige opvattingen gevolgd over de distributie van goederen en de relatie tot de Dienstenwet. Dit vraagt om een oplossing.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa Decentraal.
Artikel

De Dienstenwet en het algemeen bestuursrecht

Een ménage à trois!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, implementatie, elektronische vergunningsprocedure, lex silencio positivo
Auteurs Drs. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat de Europese richtlijn grote gevolgen heeft voor ons nationale bestuursrecht, staat buiten kijf. In deze bijdrage gaat de auteur in op de driehoeksverhouding die bestaat tussen de richtlijn, de Dienstenwet en de Awb, ten aanzien van de elektronische afwikkeling van vergunningaanvragen en de te volgen besluitvormingsprocedure. Zij wijst op een aantal spanningen die thans bestaan tussen de Awb en de richtlijn en gaat in op de vraag hoe deze kunnen worden opgelost. Daarnaast bepleit zij dat zou moeten worden bekeken in hoeverre bepalingen uit de Dienstenwet, met name aangaande het elektronisch verkeer, zouden kunnen worden geïntegreerd in de Awb, mede gelet op de ontwikkelingen op het gebied van Europees (bestuurs)recht.


Drs. M.R. Botman
Drs. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

De implementatie voorbij: wetgeving en de Dienstenrichtlijn sinds 28 december 2009

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, verplichtingen na implementatie, aansluiting nationale regelgeving, lex silencio positivo
Auteurs Mr. J. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatietermijn van de Dienstenrichtlijn is afgelopen, moet de Nederlandse rechtsorde aan de Dienstenrichtlijn voldoen. Deze bijdrage behandelt een aantal verplichtingen van de Dienstenrichtlijn waar de opstellers van wet- en regelgeving mee te maken kunnen krijgen en de knelpunten die kunnen ontstaan bij de afstemming van regelgeving op de Dienstenrichtlijn. Bepaalde regels waar dienstverrichters aan moeten voldoen kunnen alleen onder voorwaarden worden gesteld en moeten aan de Europese Commissie worden gemeld. Op het terrein van vergunningen verdient de ‘positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen’, ook wel lex silencio positivo, bijzondere aandacht. Deze bijdrage geeft een overzicht van de verschillende wettelijke regimes die van toepassing kunnen zijn op dit terrein. De aansluiting van nationale regelgeving op de Dienstenrichtlijn vergt met name een oplettendheid van de opstellers van wet- en regelgeving, door in een vroeg stadium na te denken over het mogelijke effect van een te overwegen regel op de verrichting van diensten. Op Europees niveau worden naar aanleiding van de Dienstenrichtlijn vervolgstappen gezet voor het verder wegnemen van belemmeringen voor het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie, die in de toekomst tot nieuwe regelgeving kunnen leiden.


Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is wetgevingsjurist bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.