Zoekresultaat: 10 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Bij dreiging ingrijpen

De Wet tijdelijk huisverbod in de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs K.B.M. de Vaan en A. Schreijenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    As from January 2009, mayors in The Netherlands can impose a temporary restraining order on (potential) perpetrators of domestic violence in situations in which there is an immediate threat to victims and/or children. This restrains these (potential) perpetrators from entering their own house or contacting their partner and/or children for a period of 10 to 28 days. In this article, the law regarding these temporary restraining orders is explained and an overview of the first experiences with the actual implementation is given. The temporary restraining orders are an addition to the existing measures regarding domestic violence because they enable intervention before the violence has actually taken place or the situation escalates. In practice, however, the orders are frequently imposed after escalation of the situation, parallel to the arrest and possible persecution of the suspected perpetrator. Apparently, the orders provide a break from explosive situations, and the intensive form of professional help that those involved receive is a welcome addition, even in situations for which the order was not primarily designed. The first experiences show that aid is given quickly. They also show that more attention needs to be given to the content of this aid, to regional differences in the enforcement of the law and to the follow-up aid after the temporary restraining order has ended.


K.B.M. de Vaan
Drs. Katrien de Vaan is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.

A. Schreijenberg
Mr. drs. Ad Schreijenberg is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.
Artikel

Van maatstaf naar maatwerk

Een korte geschiedenis van economische regulering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden rendementsregulering, prijsregulering, maatstafconcurrentie, kwaliteitsregulering
Auteurs Drs. J.P. Poort en Dr. L.A.W. Tieben
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een gestileerd overzicht van verschillende methoden voor economische regulering en bespreekt per methode de sterke en zwakke kanten. Het accent ligt daarbij op de energienetten. Het beoogt op toegankelijke wijze de algemene trends en de lessen uit de reguleringsgeschiedenis van de afgelopen decennia weer te geven en snijdt een aantal thema’s aan die momenteel spelen in de reguleringspraktijk. De auteurs betogen dat de regulering periodieke aanpassing behoeft in het licht van nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en de marktontwikkelingen in de gereguleerde sector. Vaak is hierbij de uitdaging meer ruimte te bieden aan maatwerk zonder de voordelen van moderne reguleringsvormen zoals maatstafconcurrentie prijs te geven.


Drs. J.P. Poort
Drs. J.P. Poort is Hoofd Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.

Dr. L.A.W. Tieben
Dr. L.A.W. Tieben is Senior Onderzoeker Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Artikel

Het Nederlandse voorstel voor implementatie van de gewijzigde Europese regels voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden elektronische communicatie, nieuwe Regelgevende Kader, NRF, New Regulatory Framework
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2009 is het gewijzigde Europese kader voor elektronische communicatie in werking getreden. Met twee richtlijnen worden de richtlijnen die sinds 2002 het regelgevingskader vormden, gewijzigd om beter te zijn toegesneden op de technologische en marktontwikkelingen. Een voorbeeld van een technologische ontwikkeling is het snel toegenomen gebruik van mobiele data, als gevolg van bijvoorbeeld ‘internetten’ of films bekijken via de mobiele telefoon. Om tegemoet te komen aan deze ontwikkeling is nodig dat er voldoende frequentieruimte beschikbaar is, maar ook dat wordt gewaarborgd dat gebruikers zoveel mogelijk ongeacht de aard en omvang van hun gebruik internet kunnen (blijven) gebruiken (netneutraliteit). Daarnaast betrof een van de discussiepunten bij de voorbereiding van het gewijzigde Europese kader de bescherming van gebruikers bij het afsluiten van het gebruik van internet en is het in het definitieve Europese kader op dit punt tot een compromis gekomen. Naast de wijzigingen in de richtlijnen is ook met een verordening een nieuw orgaan van Europese regelgevers onder de naam BEREC opgericht om te adviseren aan de Commissie en de nationale toezichthouders.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN Telecom te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de richtlijn collectief ontslag

Hof van Justitie EG 10 september 2009, C-44/08, JAR 2009/252 en RAR 2009/157 (Akavan Erityisaloyen Keskusliitto AEK ry e.a./Fujitsu Siemens Computers Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tijdige raadpleging van werknemersvertegenwoordigers bij collectief ontslag, toerekening van besluitvorming, Wet melding collectief ontslag, welke ontslagen tellen mee voor de ondergrens van twintig ontslaggevallen
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Akavan-arrest geeft het Hof van Justitie EG een richtsnoer voor het bepalen van het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). Deze richtlijn spreekt over het overwegen tot collectief ontslag over te gaan en over tijdige raadpleging. Dat zijn zeker binnen concernverband begrippen die door jurisprudentie nader moeten worden ingekleurd. Het Europese Hof vindt in dit arrest een werkbare oplossing. Het Hof maakt onderscheid tussen de fase waarin nog geen besluit is genomen (dan is raadpleging te vroeg), het moment waarop een strategisch of commercieel besluit is genomen dat de werkgever ertoe dwingt een collectief ontslag te overwegen (het moment waarop de raadpleging moet starten) en het moment waarop een besluit is genomen dat tot een collectief ontslag noodzaakt (dan is raadpleging te laat). De annotatie gaat op een en ander nader in.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht RU, tevens advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Column

Wetsvoorstel 31 358: een hamerstuk met losse eindjes

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2010
Trefwoorden schriftelijkheidseis, elektronisch verkeer, wetsvoorstel
Auteurs Mr. dr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze Ad rem wordt een aantal kanttekeningen geplaatst bij wetsvoorstel 31 358, welk wetsvoorstel in het kort regelt: kwesties ter zake van het langs elektronische weg tot stand komen van verzekeringsovereenkomsten, de elektronische akte, het langs elektronische weg toestemming geven door de echtgenoot in het kader van artikel 1:88 BW en vragen die in het algemeen kunnen spelen bij ‘schriftelijkheidseisen’ en een uitbreiding in het kader van het elektronisch ter beschikking stellen van algemene voorwaarden.


Mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie, advocaten, notarissen en belastingadviseurs.
Artikel

Voordeelsverrekening bij letselschade van uitkeringen uit hoofde van particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden voordeelsverrekening, arbeidsongeschikheidsverzekering, Schadeverzekering, sommenverzekering
Auteurs Mr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft eenzelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet dat voordeel, voor zover dit redelijk is, bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening worden gebracht. Dat uitgangspunt, ook wel geheten ‘voordeelsverrekening’, is neergelegd in artikel 6:100 BW. In de praktijk van alledag komt dit meer dan eens voor. In het algemeen wordt het ook billijk geacht dat bij de begroting van de schadevergoeding met dit voordeel rekening wordt gehouden. De benadeelde moet immers schadeloos worden gesteld; dat wil zeggen zijn volledige schade behoort te worden vergoed, maar hij behoort niet te worden verrijkt.


Mr. E.J. Wervelman
Mr. E.J. Wervelman is advocaat bij KBS advocaten te Utrecht.
Artikel

Zorg als bijzondere voorwaarde voor justitiabelen met triple-problematiek

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2010
Trefwoorden bijzondere voorwaarde, verslaving, psychiatrische stoornis, verstandelijke beperking
Auteurs Hendrien Kaal, Elske Wits en Marianne van Ooyen-Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de voorgenomen inzet van de bijzondere voorwaarde voor justitiabelen met triple-problematiek is een quick scan uitgevoerd naar de zorgbehoefte van deze groep. Uit de analyse bleek dat er behoefte is aan een breed scala van aangepaste modules en programma’s in een context van intensieve, motiverende en deskundige begeleiding, met tijdige, herhaalde en op de problematiek van licht verstandelijk gehandicapte (LVG) aangepaste diagnostiek, vanuit een perspectief van continue zorg. Hoewel er zorgprogramma’s in ontwikkeling zijn, is de kennis versnipperd en is het beschikbare aanbod veelal niet voor de LVG-doelgroep onderzocht. Toch lijkt de bijzondere voorwaarde mogelijkheden te bieden voor deze groep.


Hendrien Kaal
Hendrien Kaal is projectleider bij het WODC.

Elske Wits
Elske Wits is coördinator Advies & Implementatie bij het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO).

Marianne van Ooyen-Houben
Marianne van Ooyen-Houben is projectbegeleider bij het WODC en universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Het Europees socialezekerheidsrecht is gestoeld op twee potentieel tegenstrijdige premissen. De eerste betreft de bevoegdheid van de EU-wetgever. De wetgever kan/mag de nationale sociale zekerheidsstelsels enkel coördineren, niet harmoniseren. Verordening (EG) nr. 1408/71 doet geen afbreuk aan de materiële en formele verschillen tussen de stelsels. De uitoefening van het recht op vrij verkeer is voor de sociale zekerheid dan ook niet neutraal. Tewerkstelling in of verhuizing naar een andere lidstaat kan soms voordelig, soms nadelig uitpakken. In het laatste geval is er een tegenstrijdigheid met de tweede, in de rechtspraak ontwikkelde, premisse: de uitoefening van het recht op vrij verkeer mag niet leiden tot een verlies van sociale zekerheidsrechten. De spanning tussen deze twee basisbeginselen kwam naar voren in het recente arrest in de Belgische zaak Leyman. Ook in Nederland werd met spanning naar het arrest uitgekeken, vooral vanwege de problematiek betreffende het zogenaamde ‘WIA-gat’.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is universitair docent aan de capaciteitsgroep Internationaal & Europees recht van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Huurrechtelijke wachttijd voor ‘rechtsopvolgend’ verhuurder

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2010
Trefwoorden huur, wachttijd, rechtsopvolging, eigen gebruik, beleidswijziging, aandelenoverdracht
Auteurs Mr. C. Otte
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage belicht de auteur de wachttijd van drie jaar die een rechtsopvolgend verhuurder in acht moet nemen alvorens hij de huurovereenkomst zal kunnen opzeggen op grond van ‘dringend eigen gebruik’. De wachttijd kan ook een rol spelen in het geval van een aandelenoverdracht.


Mr. C. Otte
Mr. C. Otte is advocaat bij Stibbe.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.