Zoekresultaat: 37 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Jurisprudentie

Access_open Winstafdracht: einde aan slapend bestaan van artikel 6:104 BW

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden winstafdracht, abstracte schadeberekening, concrete schade, begroting van schade, punitive damages
Auteurs Mr. dr. T.E. Deurvorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Door dubbelzinnig taalgebruik in artikel 6:104 BW en een tweeslachtige parlementaire doelstelling wordt dit artikel weinig toegepast in de praktijk. Op 18 juni 2010 heeft de Hoge Raad in twee arresten – Setel/AVR en Ymere/X – artikel 6:104 BW aanzienlijk ruimer geïnterpreteerd in verschillende opzichten. De rechter wordt nu veel vrijheid gegund bij het bepalen van een vergoeding in het geval dat de benadeelde schade heeft geleden en de aansprakelijke winst heeft genoten, mits de vergoeding de vermoedelijke schade niet aanmerkelijk overschrijdt. Aan de begroting van de vermoedelijke schade worden echter geen hoge eisen gesteld. Te verwachten valt daarom dat justitiabelen geen flauw idee zullen hebben hoe groot de vergoeding zal zijn wanneer de rechter overgaat tot toepassing van artikel 6:104 BW. Daardoor komen de rechtszekerheid en een eerlijke rechtsbedeling op de tocht te staan.


Mr. dr. T.E. Deurvorst
Mr. dr. T.E. (Titia) Deurvorst is advocaat te Amsterdam en toegevoegd universitair hoofddocent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht (CIER).
Jurisprudentie

Access_open Toepassing van artikel 6:80 lid 1 aanhef en onder b BW bij verplichtingen uit duurovereenkomsten

Een bespreking van HR 9 juli 2010, NJ 2010, 417 (Nissan/Nieuwkoop)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden niet-nakoming, verzuim, tekortkoming, opeisbaarheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. V.C. van Ginkel-Claessens en Mr. A. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het op 9 juli 2010 gewezen Nissan/Nieuwkoop-arrest (NJ 2010, 417) heeft de Hoge Raad zijn eerdere oordelen over de toepassing van het verzuimvereiste bij duurovereenkomsten bevestigd. In dit arrest heeft de Hoge Raad daaraan toegevoegd dat de gevolgen van niet-nakoming dus ook intreden indien de prestatie van de schuldenaar op dat moment nog niet opeisbaar was en om die reden nog niet is uitgebleven. De auteurs gaan in deze bijdrage in op dit arrest en staan stil bij de vraag wat de consequenties van deze toevoeging zijn.


Mr. V.C. van Ginkel-Claessens
Mr. V.C. (Vivian) van Ginkel-Claessens is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.

Mr. A. Mulder
Mr. A. (Anika) Mulder is werkzaam als advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V. op de sectie Litigation & Arbitration.
Artikel

Over de niet-overdraagbaarheid van aandelen, retro-overgang van stemrecht en inpandgeving

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2010
Trefwoorden niet-overdraagbaarheid, aandelen, pandhouder, stemrecht, verpanding
Auteurs Mr. K. van Zundert
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de niet-overdraagbaarheid van aandelen in relatie tot verpanding en de mogelijkheid tot retro-overgang van het stemrecht.


Mr. K. van Zundert
Mr. K. van Zundert is kandidaat-notaris bij Clifford Chance te Amsterdam.

Prof. mr. J.K.M. Gevers
Artikel

Vormerkung en derdenbeslag op de koopsom

HR 8 oktober 2010, LJN BN1252 (Van den Berg/Bernhard)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden Vormerkung,, art. 7:3 lid 3 sub f BW, derdenbeslag, beslag op koopsom, verkoop registergoed
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit is het tweede arrest van de Hoge Raad over de Vormerkung van art. 7:3 BW. De Hoge Raad beslist dat de koper van een registergoed die de koop heeft laten inschrijven in de openbare registers alleen wordt beschermd in de gevallen die expliciet worden genoemd in het derde lid van art. 7:3 BW. Het geval van derdenbeslag onder de koper op de koopsom valt niet onder de limitatieve opsomming van dit derde lid. Dit betekent dat een koper die in weerwil van een onder hem gelegd derdenbeslag de volledige koopsom aan de notaris betaalt, ten tweede male moet betalen, nu aan de beslaglegger. De Hoge Raad lijkt en passant de mogelijkheid van derdenbeslag onder de koper op de koopsom te hebben aanvaard.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

De bijzondere zorgplicht bij de opzegging van kredietovereenkomsten – zijn de zeven vette jaren van Rabobank/Aarding voorbij?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden kredietopzegging, redelijkheid en billijkheid, zorgplicht, proportionaliteit en subsidiariteit
Auteurs Mr. P.S. Bakker en Mr. dr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    Ruim zeven jaar geleden wees het Hof Arnhem het arrest Rabobank/Aarding (JOR 2003, 267). In dit arrest oordeelde het hof onder meer dat de bijzondere zorgplicht van banken met zich brengt dat een kredietopzegging ten minste moet voldoen aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. In dit artikel wordt geconstateerd dat het hof daarmee een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd ter beoordeling van kredietopzegging. Tevens wordt de invloed van art. 2 van de algemene bankvoorwaarden op de invulling van de wel te hanteren maatstaf besproken en wordt stilgestaan bij het fenomeen van de bijzondere zorgplicht.


Mr. P.S. Bakker
Mr. P.S. Bakker is als advocaat/PSL werkzaam bij Houthoff Buruma te Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. D. Haas
Mr. dr. D. Haas is jurist bij de AFM en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Enkele aspecten van de (on)mogelijkheid tot het vorderen van ‘afgeleide schade’

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden afgeleide schade, Poot/ABP, Kip/Rabo, specifieke zorgvuldigheidsnorm, geschillenregeling
Auteurs Mr. S. Schmeetz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het leerstuk van de afgeleide schade en de mogelijkheden die de aandeelhouder heeft wanneer afgeleide schade niet (rechtstreeks) gevorderd kan worden.


Mr. S. Schmeetz
Mr. S. Schmeetz is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

    In Agenda worden lezingen, conferenties en andere evenementen aangekondigd.

Artikel

De ruime benadering van de Hoge Raad bij schadebegroting op winst: een stap te ver?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden schadebegroting, winst, causaliteit, huurrecht, Duits recht
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Doerga/Ymere heeft de Hoge Raad beslist dat het de rechter in geval van contractueel verboden onderverhuur in verband met de extra (bouw)kosten die dat voor een woningbouwvereniging oplevert, is toegestaan de geleden schade te begroten op de winst. In dit artikel gaat de auteur na in hoeverre er een daadwerkelijke rechtvaardiging is om de schade in die gevallen op de winst te begroten. Mede aan de hand van de Duitse doctrine en rechtspraak – waarin over een vergelijkbaar geval is beslist – komt de auteur tot de conclusie dat er veel voor is te zeggen om de schade slechts op de winst te begroten, indien het geschonden recht economische waarde vertegenwoordigt voor de rechthebbende. Dit resultaat kan binnen het Nederlandse recht worden bereikt via de causaliteitstoets van art. 6:98 BW.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen en de omvang van de opdracht

Annotatie bij HR 8 januari 2010, LJN BK0163, NJ 2010, 43

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden wanprestatie, aansprakelijkheid, hulppersonen, uitleg, aanbesteding
Auteurs Prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    De contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen is een vrij goed uitgewerkt leerstuk. Toch geeft een uitspraak van de Hoge Raad inzake de aansprakelijkheid van een advocaat voor fouten van een buitenlandse collega aanleiding om dit leerstuk nog eens nader te bestuderen. Voor dit leerstuk gaat het niet zuiver om uitleg van de specifieke overeenkomst, maar ook om opvattingen in de bedrijfstak over welke werkzaamheden wel en niet tot de ‘eigen’ bedrijfsuitoefening behoren waar een onderneming het risico voor op zich neemt. Dit is van belang nu uitbesteding steeds vaker voorkomt.


Prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
Prof. mr. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Dynamic packaging en de Hoge Raad: waar is de reisorganisator gebleven?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden reisovereenkomst, richtlijn pakketreizen, dynamic packaging, Club-Tour-arrest
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 7:500 lid 1 onder b BW wordt een reisovereenkomst omschreven als de overeenkomst waarbij een reisorganisator zich jegens zijn wederpartij verbindt tot het verschaffen van een door hem aangeboden, van te voren georganiseerde reis die uit ten minste twee van de hierna te noemen drie genoemde diensten bestaat en daarbij meer dan 24 uur duurt of een overnachting omvat. De drie betreffende diensten zijn het vervoer, verblijf of ‘een andere niet met vervoer of verblijf verband houdende, toeristische dienst die een significant deel van de reis uitmaakt’. Als reisorganisator wordt volgens artikel 7:500 lid 1 sub a BW aangemerkt: ‘degene die, in de uitoefening van zijn bedrijf, op eigen naam aan het publiek of aan een groep personen van te voren georganiseerde reizen aanbiedt’.


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder het Europees consumentenrecht.
Artikel

Access_open Ondernemingen en algemene voorwaarden

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden algemene voorwaarden, onderneming, zwarte lijst, grijze lijst, reflexwerking
Auteurs Mr. R.H.C. Jongeneel en Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Afdeling 6.5.3 BW (Algemene voorwaarden) heeft in beginsel betrekking op ieder gebruik van algemene voorwaarden. Een belangrijke uitzondering is artikel 6:235 lid 1 BW, waarin aan bedrijven van een bepaalde omvang een beroep op de specifieke vernietigingsgronden bedoeld in de artikelen 6:233 en 234 BW (open norm en informatie- of kennisgevingsplicht) wordt onthouden. Afdeling 6.5.3 BW, in het bijzonder artikel 6:236 BW (zwarte lijst) en artikel 6:237 BW (grijze lijst), is daarnaast letterlijk beperkt tot overeenkomsten met consumenten, maar de betekenis van deze lijsten werkt door in overeenkomsten tussen ondernemers onderling. Beide thema’s worden mede aan de hand van een analyse van rechtspraak behandeld, waarbij de auteurs aanbevelingen voor verdere uitleg formuleren.


Mr. R.H.C. Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam.

Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Boekbespreking

Recensie Kind en schade: wat nu?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Auteurs Mw. R. Rijnhout LL.M. en Mw. mr. H.M. Storm
Auteursinformatie

Mw. R. Rijnhout LL.M.
Mevrouw R. Rijnhout LL.M. is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.

Mw. mr. H.M. Storm
Mevrouw mr. H.M. Storm is werkzaam als advocaat en senior dossierbehandelaar bij de ANWB, afdeling Rechtshulp.
Artikel

Securisatie van handelsvorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden securisatie, handelsvorderingen, cessie, verrekening
Auteurs Mr. J. Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de secruitisatie van handeslvorderingen besproken. Na een beschrijving van een gebruikelijke transactiestructuur wordt nader ingegaan op de kenmerken waar de vorderingen in kwestie aan moeten voldoen. Tevens worden de regels van het internationaal privaatrecht met betrekking tot cessie beschreven.


Mr. J. Bos
Mr. J. Bos is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Titel 10.15 BW – IPR zee-, binnenvaart- en luchtrecht: weinig nieuws

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, zeerecht, binnenvaartrecht, luchtrecht, cognossement, goederenvervoer
Auteurs Prof. mr. M.H. Claringbould
SamenvattingAuteursinformatie

    Titel 10.15 BW is grotendeels een kopie van de Wet IPR zee- en binnenvaart (WIPRZ) uit 1993. Maar in 2009 zijn Rome I en Rome II in werking getreden; de grenslijn tussen deze ‘natte’ IPR-regeling en de verordeningen wordt scherper getrokken. Het zou mooi zijn als tijdens de parlementaire behandeling van Titel 10.15 BW alsnog aandacht wordt besteed aan enkele in deze bijdrage genoemde (detail)punten.


Prof. mr. M.H. Claringbould
Prof. mr. M.H. Claringbould is hoogleraar Zeerecht aan de Universiteit Leiden en advocaat te Rotterdam.
Jurisprudentie

Beslag- en executierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beslag- en executierecht, blokkerende werking, Vormerkung, verklaringsprocedure, beslag als pressiemiddel
Auteurs Mr. D.M. de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek bevat een overzicht van recente rechtspraak (vanaf ultimo 2008) m.b.t het beslag- en executierecht. Met name komen daarin aan de orde de blokkerende werking van het beslag en van de ‘Vormerkung’ ex art. 7:3 BW, eigenbeslag en verrekening en enkele aspecten van de verklaringsprocedure. Ook wordt ingegaan op het rapport Conservatoir beslag in Nederland, zekerheid en pressiemiddel van M. Meijsen en A.W. Jongbloed, dat onlangs onder auspiciën van de Raad voor de Rechtspraak is verschenen.


Mr. D.M. de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

De onzekere datum van overlijden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden erfrecht, onderbewindstelling/bewind, Volmacht, Overdracht
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een uitspraak besproken die handelt over een onderbewindstelling van het vermogen van de rechthebbende in de zin van artikel 1:431 BW, waarbij de bewindvoerder een onder zijn bewind vallende onroerende zaak verkoopt, terwijl de rechthebbende vóór de levering overlijdt.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Toont 1 - 20 van 37 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.