Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Jaar 2012 x
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

De aansprakelijkheid van bindend adviseurs langs de weg van artikel 7:904 lid 1 BW

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden bindend advies, vaststellingsovereenkomst, overeenkomst van opdracht, maatstaf, aansprakelijkheid bindend adviseur
Auteurs Mr. R.J. Dekkers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad waarin de vraag wordt beantwoord ‘onder welke omstandigheden gebreken in de inhoud of wijze van totstandkoming van een bindend advies voldoende reden vormen voor de opdrachtgever om het met de bindend adviseur overeengekomen honorarium niet te vergoeden’, en wordt een maatstaf gegeven om te beoordelen of de bindend adviseur tekort is geschoten in de uitvoering van zijn opdracht.


Mr. R.J. Dekkers
Mr. R.J. Dekkers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Contractsvrijheid in noodgevallen

HR 12 oktober 2012, LJN BW7505 (Gemeente Moerdijk/Wilchem B.V.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden overheid, onrechtmatige daad, contractsvrijheid, bestuursdwang, kostenverhaal
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest, naar aanleiding van de opruimingswerkzaamheden als gevolg van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk, geeft aanleiding tot enkele opmerkingen over de betekenis van contractsvrijheid in noodgevallen en de vraag of de overheid zou moeten opkomen voor daarbij genomen risico’s.


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Rol en aansprakelijkheid van de trustee

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Curaçaose trust, trustee, aansprakelijkheid, zorgplicht, breach of trust
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de regeling inzake de Curaçaose trust in werking getreden. Op de trustee rust een uit de wet voortvloeiende zorgplicht, omdat aan de trustee geldelijke en andere belangen zijn toevertrouwd. Het bestaan van een zorgplicht roept de vraag op naar de aansprakelijkheid van de trustee in geval van een ‘breach of trust’. Daarbij is het van belang te kijken naar de verplichtingen die een trustee heeft. Voorts wordt stilgestaan bij een mogelijk beroep op disculpatie en bij het onderwerp contractuele exoneratie.


Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.
Artikel

Schending van verzekeringsplicht werkgever gedekt onder AVB-polis?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden uitleg polisvoorwaarden, dekkingsomvang AVB-polis, primaire dekkingsomschrijving, werkgeversaansprakelijkheid, schending verzekeringsplicht
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mr. N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken in deze bijdrage het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2012, waarin de Hoge Raad oordeelde – kort gezegd – dat schending door de werkgever van zijn verzekeringsplicht onder dekking van een AVB-polis kan vallen. De auteurs schetsen eerst de casus en het procesverloop. Vervolgens bespreken zij de opvattingen in rechtspraak, literatuur en politiek ten aanzien van de vraag of een AVB-polis dekking biedt voor schending van de verzekeringsplicht voor werkgevers. De auteurs stellen zich op het standpunt dat het oordeel van de Hoge Raad is bedoeld voor de specifieke casus en is ingegeven door rechtspolitieke overwegingen. Zij menen dat er geen sprake is van een breuk met de Valschermzweeftoestel-jurisprudentie.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is advocaat-partner bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. N. de Boer
Mevrouw mr. N. de Boer is professional support lawyer bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Wanneer is fout ook goed fout? Beroepsaansprakelijkheid van advocaten onder de loep

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2012
Trefwoorden beroepsfout, advocaat, maatstaf beroepsaansprakelijkheid, praktijkvoering
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin, Mr. T. Novakovski en Mr. C.B. Vreede
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten worden regelmatig geconfronteerd met beroepsaansprakelijkheidsclaims. De maatstaf van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat wordt ingevuld in de (lagere) rechtspraak. In deze bijdrage wordt de rechtspraak over 2010, 2011 en 2012 in kaart gebracht en geanalyseerd. Deze rechtspraak biedt een aantal handvatten voor de praktijkvoering van advocaten.


Mr. J.M.L. van Duin
Mr. J.M.L. van Duin, mr. T. Novakovski en mr. C.B. Vreede zijn advocaten bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. T. Novakovski

Mr. C.B. Vreede

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Charlotte Pavillon is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Groningen Centre for Law and Governance (RUG). Mijn dank gaat uit naar Jesse Meindertsma voor zijn waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit artikel.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

    Deze bijdrage bespreekt de remedies uit het GEKR die de koper bij niet-nakoming door de verkoper ten dienste staan. Bezien wordt of de regeling met betrekking tot de remedies vergeleken met het Nederlands recht voordelen kan opleveren voor de koper of de verkoper. Vooral de aandacht verdienen de nakoming, de schadevergoeding en de ontbinding, maar ook zal worden stilgestaan bij enkele algemene punten met betrekking tot de uitoefening van remedies, zoals de klachtplicht. De conclusie luidt dat koper en verkoper allebei geen duidelijke redenen hebben om voor het GEKR te kiezen wat de regeling van de remedies betreft.


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is wetenschappelijk onderzoeker en docent bij de sectie Burgerlijk Recht, Erasmus School of Law.

Prof. dr. A. De Boeck
Prof. dr. A. De Boeck is hoofddocent privaatrecht aan de Hogeschool-Universiteit Brussel, docent aan de Universiteit Antwerpen en geaffilieerd onderzoeker aan de KU Leuven.

dr. T. Heremans
Dr. T. Heremans is Parlementair Assistente bij het Europees Parlement. De visie weergegeven in deze bijdrage is die van de auteur en weerspiegelt niet noodzakelijk de opinie van het Europees Parlement.
Artikel

De aandeelhoudersovereenkomst in relatie tot de vennootschap

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2012
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomst, vennootschapsrechtelijke doorwerking, afdwingbaarheid, noodzaakfinanciering, flex-BV
Auteurs Mr. W.B. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur in hoeverre de vennootschap gebonden is aan wat in de aandeelhoudersovereenkomst is afgesproken. Hierbij wordt tevens aandacht besteed aan de gevolgen van het al dan niet meetekenen van de overeenkomst door de vennootschap.


Mr. W.B. Meijer
Mr. W.B. Meijer is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Informatieplichten bij bemiddeling verkoop melkquota

HR 24 februari 2012, LJN BU9855, NJ 2012, 144 (Mooijman c.s./WLTO)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden informatieplichten, overeenkomst van opdracht, mededelingsplicht, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. K.J.O. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De hier geannoteerde uitspraak ziet op de wederzijdse informatieplichten uit hoofde van een overeenkomst van opdracht (art. 7:400 e.v. BW), meer in het bijzonder de opdracht tot bemiddeling bij de verkoop van melkquota. Aan de orde komen onder meer het rechtskarakter van zulke informatieplichten en de verhouding tussen de mededelingsplicht van de opdrachtgever en de onderzoeksplicht van de opdrachtnemer.


Mr. K.J.O. Jansen
Mr. K.J.O. Jansen is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Rechtbank Utrecht inzake Fortis: misleidende mededelingen, koersgevoelige informatie en bestuurdersaansprakelijkheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2012
Trefwoorden koersgevoelige informatie, onjuiste en misleidende mededelingen, bestuurdersaansprakelijkheid, one-tier board, Fortis
Auteurs Mr. C.R. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de uitspraak van de Rechtbank Utrecht van 15 februari 2012, waarin is beslist dat Fortis N.V. (nu: Ageas N.V.), de voormalig CEO van Fortis en de oud-financieel topman onrechtmatig hebben gehandeld ten opzichte van een groep beleggers die de gerechtelijke procedure waren gestart. Er is sprake van onjuiste en misleidende mededelingen en het niet(-tijdig) openbaar maken van koersgevoelige informatie.


Mr. C.R. Jacobs
Mr. C.R. Jacobs is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

    Een procesrechtelijke bijzonderheid in de ontbindingsprocedure van art. 7:685 BW ziet op de niet integrale toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht van afdeling 9, titel 2 uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Volgens de memorie van toelichting bij de Wet tot herziening van het burgerlijk procesrecht kan de spoedeisendheid van de ontbindingsprocedure zich tegen toepassing van het wettelijke bewijsrecht verzetten. In dit artikel wordt allereerst betoogd dat niet iedere ontbindingsprocedure per definitie spoedeisend is en zich tegen de toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht verzet en tevens dat in een spoedeisende ontbindingsprocedure onderscheid moet worden gemaakt tussen bewijsregels die wel en die niet aan een spoedige beslissing in de ontbindingsprocedure in de weg staan. Vervolgens onderzoekt de auteur of de ontbindingsprocedure wat betreft de bewijsvoering in overeenstemming is met art. 6 EVRM en het recht van de Europese Unie.


mr. Vivian Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbinding, opzegging, Scheidsgerecht Gezondheidszorg, toelatingsovereenkomst, vernietiging
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg over de jaren 2009-2011 behandeld. Het gaat dan om uitspraken in het kader van geschillen over de arbeidsovereenkomst, de toelatingsovereenkomst, de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, vernietigingsperikelen en tot slot procesrechtelijke aspecten.


Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is als advocaat werkzaam bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Artikel

Onderwijsinstelling aansprakelijk voor ontoereikende dekking van schoolongevallenpolis?

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 28 oktober 2011, LJN BQ2324, RvdW 2011, 1313 (Beganovic/Stichting ROC van Twente)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden onderwijsinstelling, verzekerings- en/of waarschuwingsplicht, zorgplicht, onderwijsovereenkomst, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. S. Voskamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens een door een school (ROC) georganiseerde kartwedstrijd vindt een ongeval plaats. Studente lijdt schade en spreekt het ROC aan wegens het niet hebben van een toereikende schoolongevallenverzekering. Dienen onderwijsinstellingen zich te verzekeren voor risicovolle activiteiten, of te waarschuwen dat een adequate dekking ontbreekt? De Hoge Raad oordeelt van niet. Was er wellicht een andere uitkomst geweest als aan de vordering schending van de onderwijsovereenkomst dan wel gevaarzettend handelen van de school ten grondslag was gelegd?


Mr. S. Voskamp
Mr. S. Voskamp is als docent burgerlijk recht werkzaam bij de afdeling Civiel Recht van de Universiteit Leiden.

    Een overeenkomst kan de rechtspositie van een derde in principe niet wijzigen. Dit wordt wel aangeduid als het beginsel van de ‘relativiteit van de overeenkomst’. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wijze waarop dit beginsel op het moment in de literatuur wordt benaderd en de praktische relevantie hiervan.


Mr. A.P. Koburg
Mr. A.P. Koburg is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. W. Dijkshoorn
Mr. W. Dijkshoorn is jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Samenhangende overeenkomsten en de gevolgen voor de mogelijkheden van ontbinding en opschorting

HR 20 januari 2012, LJN BU3162 (AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s.) en HR 3 februari 2012, LJN BU4907 (Euretco/Naeije)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden samenhangende overeenkomsten, opschorting, ontbinding, opeisbaarheid vordering, rechtsgevolg
Auteurs Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad maakt in AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s. duidelijk dat het bereik van het argument van de nauwe samenhang tussen de overeenkomsten begrensd is voor wat betreft het rechtsgevolg dat aan de samenhang wordt verbonden. De Hoge Raad heeft zich twee weken na AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s. in Euretco/Naeije opnieuw uitgelaten over samenhangende overeenkomsten en de gevolgen voor de mogelijkheden van ontbinding en opschorting. Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis uit de ene overeenkomst kan de opschorting rechtvaardigen van een verplichting die voortvloeit uit een daarmee samenhangende overeenkomst. Eventuele onzekerheid omtrent het bestaan en de omvang van een mogelijke vordering uit wanprestatie doet niet af aan de opeisbaarheid van die vordering. Een en ander staat ook niet in de weg aan de aanvaarding van een beroep op een opschortingsrecht.


Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.