Zoekresultaat: 11 artikelen

x
Jaar 2011 x
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Artikel

De erkenning en tenuitvoerlegging van Europese beslissingen in het licht van de Europese beginselen van procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden wederzijds vertrouwen, erkenning, tenuitvoerlegging, art. 6 EVRM, art. 47 EU-Handvest, exequaturprocedure
Auteurs Mr. M. Freudenthal
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebaseerd op het beginsel van ‘wederzijds vertrouwen’ dat EU-staten in elkaars rechtspraak geacht worden te hebben, wordt de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van civiele beslissingen binnen de EU gaandeweg vereenvoudigd, dat deze beslissingen geen exequaturprocedure behoeven. Ter bescherming van de (niet verschenen) gedaagde dienen de procesrechtelijke beginselen van art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest hierbij ijkpunt te zijn. Centraal staat het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ dat in de EET-Vo gewaarborgd is o.m. door aan de betekening minimumvereisten te verbinden. In deze bijdrage wordt nagegaan of de balans tussen deze vereenvoudiging en de waarborgen die opgenomen zijn ter bescherming van de gedaagde evenwichtig is.


Mr. M. Freudenthal
Mr. M. Freudenthal is honorair hoofdonderzoeker aan het Molengraaff Instituut te Utrecht.
Artikel

Symmetrie in homicide

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden social rank, honour, conflict, close social bonds, small communities
Auteurs Anton Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    An analysis of about 2,200 cases of homicides in the Netherlands committed between 1992 and 2006 shows that lethal violence typically results from conflict in symmetric relations in which social rank is ambiguous. The settings of homicides are mostly well-integrated, small communities, including families, rural villages in tribal and agrarian societies, modern urban neighbourhoods, gettos, criminal organisations, and ethnic enclaves. The mechanism that drives antagonism between people in such places is their attachment, close-knit structure, and common features. Earlier, Simmel developed this insight in lethal conflict when saying ‘the more we have in common with another as whole persons, the more easily will our totality be involved in every single relationship to that person, hence the disproportionate violence to which normally well-controlled people can be moved within their relations to those closest to them.’ Contemporary sociologists, ethnographers, and historians amply corroborated this view of lethal violence. In his comparative work Gould shows a compelling connection between ambiguity of social rank and lethal conflict. Knauft investigated the high homicide rates in a New Guinea community and found that lethal violence resulting from sorcery attributions is not the anti-thesis of the ideal of ‘good company’ but its ultimate culmination.


Anton Blok
Prof. dr. Anton Blok is emeritus hoogleraar Culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: anton.blok@xs4all.nl.
Discussie

Intellectuele schatplichtigheid en wetenschappelijke ethiek

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden scientific conduct, intellectual property, citation- and referencing practices, scientific ethos
Auteurs Willem de Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    The intensification of scientific competition and the availability of scientific knowledge on the internet seem to be rendering the notion of intellectual property obsolete. Conventional citation- and referencing practices through which intellectual debt is acknowledged are increasingly being ignored or undermined. In this essay, it is argued that these conventional citation- and referencing practices represent valuable norms of scientific conduct and, therefore, are vital to the scientific ethos of free and independent scientific research. For this reason, editors and reviewers need to accept their responsibility for educating the next generation of scholars to respect conventions for acknowledging intellectual debt.


Willem de Haan
Prof. dr. Willem de Haan is emeritus hoogleraar en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie NVK. Hij is verbonden aan de afdeling Strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. E-mail: w.j.m.de.haan@vu.nl.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.

    This article examines the Belgian legislation aimed at safeguarding the confidential nature of mediation. It takes the perspective of all actors involved in the mediation process: the parties to the dispute, the mediator and experts or witnesses who participate in the mediation.


Ken Andries
Ken Andries is redactielid van TMD.
Artikel

Internationale estate planning: ook regels van internationaal huwelijksvermogensrecht binnen EU geharmoniseerd

Hoofdlijnen van het voorstel voor een Europese Huwelijksvermogensrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees internationaal privaatrecht (IPR), internationaal huwelijksvermogensrecht, Europese Huwelijksvermogensrechtverordening, Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, estate planning
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    In navolging van het internationaal erfrecht wordt nu voorgesteld ook het internationaal huwelijksvermogensrecht op Europees niveau te harmoniseren. Vragen van bevoegdheid, toepasselijk recht en erkenning en tenuitvoerlegging in kwesties van huwelijksvermogensrecht met internationale elementen worden in de toekomst aan de hand van regels uit een Europese verordening beantwoord.Voor de advisering op het terrein van de internationale civielrechtelijke estate planning is dit een belangrijke ontwikkeling. Daarom worden de hoofdlijnen van het Europese voorstel uitvoerig geanalyseerd. Daarnaast wordt onderzocht of, en zo ja, in hoeverre dit voorstel is afgestemd op en in lijn is met het eerdere erfrechtelijke voorstel.De conclusie luidt dat de voorgestelde regeling vooralsnog de nodige onduidelijkheden in zich bergt, die in het kader van de, mede voor de estate planning gewenste, rechtszekerheid en voorspelbaarheid nadere opheldering en toelichting behoeven.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

De strafrechtelijke bescherming van jongeren tegen seksuele contactlegging

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden teenagers, sexual activities, legal protection, criminal law, discourse analysis
Auteurs Juul Gooren
SamenvattingAuteursinformatie

    Teenagers between twelve and eighteen years of age are protected by Dutch criminal law against sexual encounters that can be described as ‘voluntarily’. If teenagers are approached without force or approach a person themselves autonomously they are thus protected against such contact, but they could have played a sexual active role nevertheless. How do the alleged offenders in these criminal cases make contact and how are the punishable interactions possible considering the facilitative role of the victim? This paper will deal with the way the officials of the police and justice departments value sexual contacts with youngsters in a diverse range of settings. The crucial question is how the professionals dealing with the protection of youngsters and at the same time safeguarding the legal rights of offenders come to their juridical deliberation.


Juul Gooren
Mr. drs. Juul Gooren is docent/onderzoeker aan de Haagse Hogeschool, Academie voor Bestuur, Recht en Veiligheid, opleiding Integrale Veiligheid. E-mail: j.c.w.gooren@hhs.nl.
Artikel

Access_open Europa en zijn ‘gedomesticeerde’ islam

Geven de West-Europese kerk-staatregimes vorm aan de institutionalisering van de islam?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Islam, Europe, policy, representative bodies
Auteurs Jonathan Debeer, Patrick Loobuyck en Petra Meier
SamenvattingAuteursinformatie

    In the accommodation of Islam to Europe, policymakers are confronted with the secular identity of the Western-European democracies which, over time, has resulted in diverse church-state regimes serving to shield politics from religion and vice versa.In this article, we examine whether these regimes have resulted in differences concerning the coming together, shape and problems with which representative bodies for the Islamic faith are faced. To do this, we compare the Belgian, Dutch, French, German and English case.Though governments are bound to existing church-state regimes, we note a European trend that questions their influence on said bodies.


Jonathan Debeer
J. Debeer is onderzoeker bij het Steunpunt Gelijkekansenbeleid van de Universiteit Antwerpen. Hij studeerde sociologie aan de Universiteit Antwerpen, Wereldgodsdiensten, Interreligieuze Dialoog en Religiestudie aan de Katholieke Universiteit Leuven en is momenteel bezig met beleidsvoorbereidende onderzoek naar imams in Vlaanderen.

Patrick Loobuyck
Prof. dr. P. Loobuyck doceert aan het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen onder meer het vak Levensbeschouwing. Hij is tevens als gastdocent verbonden aan de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen van de Universiteit Gent, waar hij politieke filosofie doceert. Zijn onderzoek focust op religie in de democratische, seculiere samenleving, met bijzondere aandacht voor Habermas, levensbeschouwelijk onderwijs, geschiedenis van toleranatie en liberale neutraliteit.

Petra Meier
Prof. dr. P. Meier doceert Inleiding tot de Politicologie, Belgische politiek en Politieke Sociologie aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek spitst zich toe op vragen van vertegenwoordiging in politiek en beleid, voornamelijk maar niet exclusief van gender.
Jurisprudentie

Het Hof van Justitie: Engelbewaarder van het transparantiebeginsel

Een bespreking van het arrest Engelmann (zaak C-64/08) en tien jaar transparantierechtspraak van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden arrest Engelmann, zaak C-64/08, transparantiebeginsel, dienstenconcessies, dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 september 2010 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landesgericht Linz over een Oostenrijkse kansspelconcessie, een belangrijk arrest gewezen over de toepasselijkheid van het transparantiebeginsel op nationale vergunningstelsels. Hiermee bevestigt het Hof de in het arrest Sporting Exchange ontwikkelde lijn dat overheden vergunningen en andere exclusieve rechten niet buiten enige vorm van mededinging kunnen opdragen, indien buitenlandse interesse bestaat in deze vergunningen of rechten.


Mr. H.M. Stergiou
Mr. H.M. Stergiou MA is PhD-fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Eenheid en verdeeldheid in Europa: EEX-Verordening versus CMR en het vrij verkeer van vonnissen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, litispendentie en samenhang, tenuitvoerlegging, samenloop bijzondere verdragen, CMR
Auteurs Mr. P.H.L.M. Kuypers
SamenvattingAuteursinformatie

    De EEX-Verordening laat regels in verdragen over bijzondere onderwerpen onverlet. Het CMR-Verdrag is een dergelijk verdrag voor vervoerovereenkomsten en beoogt onder meer de aansprakelijkheid van vervoerders uniform te regelen. In de praktijk oordelen de rechters in de EU verschillend over de aansprakelijkheid van een vervoerder. Daardoor ontstaat soms een race naar de rechter om de (afwezigheid van) aansprakelijkheid vast te stellen door de rechter die waarschijnlijk voor de vervoerder of ladingbelanghebbende een gunstige benadering heeft. Keerzijde van de race naar de rechter zijn vragen over litispendentie en samenhang (zie eerder het arrest van het Hof van Justitie Tatry) en vervolgens discussie over tenuitvoerlegging en de weigeringsgronden. In welke verhouding staan de EEX-Verordening en het CMR tot elkaar bij litispendentie en tenuitvoerlegging?


Mr. P.H.L.M. Kuypers
Mr. P.H.L.M. Kuypers is advocaat bij AKD te Brussel.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.