Zoekresultaat: 14 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

De transactiebeslissing van het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit in het supermarktendossier: een ‘hub & spoke’ compromis à la belge?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2015
Trefwoorden prijsafspraken, onrechtstreekse informatie-uitwisseling, retailsector, schikkingsprocedure, Belgisch recht
Auteurs Pieter Van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van zijn eerste transactiebeslissing ooit beëindigde het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit op 22 juni 2015 een langlopend onderzoek naar retailprijsafspraken tussen supermarkten en hun leveranciers. Ondanks de eerste succesvolle toepassing van deze nieuwe schikkingsprocedure bevestigt de Belgische beslissing bovenal de onzekerheden omtrent de mededingingsrechtelijke beoordeling van ‘hub & spoke’ afspraken alsmede de beperkte reikwijdte van schikkingen als alternatieve instrumenten van mededingingshandhaving.


Pieter Van Cleynenbreugel
Dr. P.J.M.M. Van Cleynenbreugel LL.M is universitair docent Europees en mededingingsrecht, Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Doctor in de Rechten, KU Leuven, LL.M. (Harvard).

    Inclusive mediation involves a mediator whose neutrality is based on involvement with both sides of the dispute, and whose normative references are implicit; he or she is an insider. Exclusive mediation, on the other hand, involves a third party whose neutrality derives from his knowing neither disputant, and whose references to norms are explicit; an outsider, so to speak. The concepts of inclusive and exclusive mediation have been introduced by the anthropologist Carol Greenhouse in the 1980s. Inclusive mediation heavily relies on local knowledge and local ties, and its orientation can be labelled as horizontal. Basically, it fits small-scale societies, while exclusive mediation is more common in Europe and the United States. This article is about dispute settlement in an indigenous community in the Ecuadorian highlands, were I have encountered a unusual mixture of both forms: a local teniente político who applies inclusive as well as exclusive aspects of mediation at the same time.


Marc Simon Thomas
Marc A. Simon Thomas is rechtsantropoloog en postdoc onderzoeker bij het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het EVRM, Unierecht en de nationale rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden dialoog, EHRM, HvJ EU, Protocol 16, Bosphorus-vermoeden
Auteurs Mr. J. Silvis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de dialoog tussen nationale gerechten en het EHRM en op die tussen het EHRM en het Hof van Justitie. Voor de dialoog tussen de hoogste nationale gerechten en het EHRM is het optioneel Protocol 16 bij het EVRM van grote betekenis. De toetreding van de EU tot de mensenrechtenconventie staat onder druk, aangezien het Hof van Justitie in opinie 2/13 een reeks zwaarwegende problemen heeft gesignaleerd en negatief heeft geadviseerd op een concept-toetredingsakkoord.


Mr. J. Silvis
Mr. J. Silvis is rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg.

mr. L. Strikwerda
Artikel

Internationaal procederen

Verslag van de voorjaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen

Over de moeizame relatie tussen het Unierecht en arbitrage

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Arbitrage, EEX-Verordening, EEX-herschikking, anti-suit injunction
Auteurs Mr. dr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat de EEX-Verordening niet van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale anti-suit injunctions. Die vraag wordt beheerst door het nationale en het internationale recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de erkenning en tenuitvoerlegging van de anti-suit injunction wordt gezocht.
    HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen, ECLI:EU:C:2015:316


Mr. dr. B. van Zelst
Mr. dr. B. (Bas) van Zelst is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Bestuursrechtelijke jurisprudentie van het GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. L.J.J. Rogier

Prof. dr. L.J.J. Rogier
Artikel

Het werk van de familierechercheur: een bron van stress of een bron van persoonlijke groei?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Familierechercheurs, werkgerelateerde stress, secundaire traumatische stress, secundaire posttraumatische groei
Auteurs Marieke Saan MSc, Lidewij Bollen MSc en Dr. Mr. Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch family liaison officers inform and support trauma victims or their relatives. Recent studies suggest that professionals working with trauma victims may develop work-related stress. However, other studies have shown that professionals can also develop personal growth from their experiences with traumatized persons. This study was the first to investigate to what extent Dutch family liaison officers experience work-related stress or personal growth. Results suggest that the majority of the respondents experience no or very low levels of work-related stress. Levels of personal growth appear to be rather low as well, but seem to be more broadly dispersed. These findings suggest that Dutch family liaison officers are able to cope with the potentially negative effects of their work and even experience positive outcomes from working with traumatized persons. In spite of this, many participants provided suggestions for further improvement of their work practices.


Marieke Saan MSc
Marieke Saan MSc is afgestudeerd als forensisch criminoloog aan de Universiteit Leiden. Ten tijde van dit onderzoek was zij werkzaam als junior onderzoeker bij Universiteit Leiden. Thans is zij verbonden als promovendus aan de afdeling Methoden en Statistiek van de faculteit Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht.

Lidewij Bollen MSc
Lidewij Bollen MSc is afgestudeerd als forensisch criminoloog aan de Universiteit Leiden. Ten tijde van dit onderzoek was zij werkzaam als junior onderzoeker bij Universiteit Leiden. Op dit moment is zij werkzaam als Trainee Overheid bij Newpublic.

Dr. Mr. Maarten Kunst
Dr. mr. Maarten Kunst is universitair hoofddocent aan het instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Herstelgericht reclasseren: De contextuele benadering als kader voor herstelgericht werken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Herstelrecht, Reclassering, Contextuele hulpverlening, Contextuele therapie, Herstelbemiddeling
Auteurs Ewout Openneer MCH
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative Justice could have a more extensive implementation within criminal justice if there was more restorative practice within probation work. This may also lead to more restorative mediation. This article is based on practice-based research on what is known about restorative practices within probation and how contextual therapy, developed by the Hungarian-American psychiatrist Ivan Böszörményi-Nagy, can contribute to this. The main conclusion is that contextual therapy can offer a currently non-existent framework that is needed to be able to work with restorative practices within probation. This article describes how contextual approaches can be useful for probation officers.


Ewout Openneer MCH
Ewout Openneer MCH is reclasseringswerker en trainer bij het Leger des Heils.
Artikel

Access_open Van ambt naar vrij beroep

De geestelijke verzorging als voorziening in het publieke domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden office, liberal profession, spiritual care
Auteurs Prof. dr. Hans Schilderman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution discusses two forms in which spiritual care in the Netherlands can be organized: in terms of a (church) office which reflects the current form, or as liberal profession which is a form to be conceivably pursued as an alternative proper to the sociocultural and institutional developments that this text indicates. The historical Dutch context of pillarization is tributary to a form of spiritual care that seems less apt to deal with the challenges ahead. The conditions and requirements of a liberal model are presented, but also put into perspective of the limited opportunities of the professional association of spiritual care to manoeuvre in politics and policies.


Prof. dr. Hans Schilderman
Prof. dr. H. Schilderman is hoogleraar Religie en zorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is verantwoordelijk voor de masteropleiding Geestelijke verzorging aan de faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Hij publiceert over empirische religiewetenschap, zingeving en religieuze veranderingsprocessen.

Ron van Wonderen
Ron van Wonderen is medewerker bij het Verwey-Jonker Instituut te Utrecht en publiceerde onder andere over polarisatie en spanningen in buurten.
Praktijk

Kroniek rechtspraak EU

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden gezondheidsrecht, Hof van Justitie van de EU, zorg in het buitenland, beroepen, aanbesteding
Auteurs Mr. M.T. de Gans en mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie van het EU Hof op het terrein van het gezondheidsrecht in de periode van 1 september 2011 tot 1 januari 2015. De behandelde arresten hebben betrekking op de aanbesteding, organisatie en financiering van de gezondheidszorg, genees- en hulpmiddelen, discriminatie op grond van handicap, zorg in het buitenland en beroepen.


Mr. M.T. de Gans

mr. H.M. Stergiou
Tom de Gans en Hélène Stergiou zijn werkzaam bij de afdeling Europees recht van de directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Gelijke behandeling en derdelanders: realiteit of toekomstmuziek?

De Langdurig-ingezetenerichtlijn in zes arresten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gelijke behandeling, derdelanders, langdurig ingezetene
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 juli 2014 deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak Tahir. Dit is het zesde arrest van het Hof van Justitie over de in 2003 door de Raad vastgestelde Langdurig-ingezetenerichtlijn die begin 2006 door de lidstaten geïmplementeerd moest zijn. Het arrest Tahir is de aanleiding voor een bijdrage over deze richtlijn die de verblijfspositie en rechten van langdurig ingezeten derdelanders regelt en hen definieert. Naast het arrest Tahir zal in deze bijdrage ook aandacht zijn voor de andere arresten van het Hof van Justitie over de positie van langdurig ingezeten derdelanders. De vraag die centraal staat, is afgeleid van een van de doelstellingen van de Langdurig-ingezetenerichtlijn: draagt deze bij aan de gelijke behandeling van derdelanders?
    HvJ 17 juli 2014, zaak C-469/13, Shamim Tahir/Ministero dellÍnterno, Questura di Verona, ECLI:EU:C:2014:2094, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

Non bis in idem in Europa: de zaken Spasic en M.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden non bis in idem, artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst, artikel 50 Handvest EU, beperking grondrechten Handvest EU, tenuitvoerleggingsvoorwaarde
Auteurs Mr. dr. W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Schengen en de EU geldt de regel dat iemand die onherroepelijk is berecht niet nog eens mag worden vervolgd of gestraft wegens hetzelfde feit (non bis in idem). Geldt deze bescherming ook wanneer de straf wel definitief is geworden maar nog niet ten uitvoer is gelegd? Artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is hierover duidelijk: het stelt tenuitvoerlegging als voorwaarde voor toepassing van de waarborg tegen tweede vervolging of bestraffing. Artikel 50 Handvest stelt deze voorwaarde echter niet. In de zaak Spasic beoordeelt het Hof van Justitie – voor het eerst – de verhouding tussen beide non bis in idem-bepalingen.
    In de zaak M. is de vraag aan de orde of een ‘buitenvervolgingstelling’ een tweede vervolging in een andere lidstaat belet. Het betreft een strafrechtelijke beslissing die nationaal een minder sterke non bis in idem-werking heeft dan een onherroepelijk eindvonnis. Deze bijdrage laat aan de hand van beide zaken zien hoe het Hof van Justitie de balans probeert te houden tussen vrijheid, veiligheid en recht enerzijds en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit anderzijds.
    HvJ 27 mei 2014 (GK), zaak C-129/14 PPU, Spasic, prejudiciële spoedprocedure op verzoek Oberlandesgericht Nürnberg (Duitsland), ECLI:EU:C:2014:586, n.n.g. en HvJ 5 juni 2014, zaak C-398/12, M., prejudiciële procedure op verzoek Tribunale di Fermo (Italië), ECLI:EU:C:2014:1057, n.n.g.


Mr. dr. W.F. van Hattum
Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.