Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2012 x
Artikel

Ik opa en ik oma …

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden last, Legaat, Iki-opa-last, contante waarde van de schuld, fictieve erfrechtelijke verkrijging
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
Samenvatting

    Dit artikel is een bespreking van de civielrechtelijke verschillen tussen last en legaat alsmede het fiscale verschil tussen een last en een legaat bij een ik-opa- c.q. -oma-clausule.


Mr. K.M.L.L. van de Ven

Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is advocaat bij BarentsKrans, hoogleraar privaatrecht VU, raadsheer-plv. Gerechtshof Arnhem en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Een aanval op het Europese emissiehandelsysteem vanuit de lucht

Een bespreking van de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie inzake Richtlijn 2008/101/EG tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden klimaatverandering, emissiehandel, luchtvaart, extra-territoriale werking, milieu
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft het onderbrengen van de luchtvaart bij het Europese emissiehandelssysteem (EU EHS) in een prejudiciële beslissing geldig bevonden. De geldigheid van Richtlijn 2008/101/EG tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgassenemissierechten binnen de Europese Unie werd betwist door een aantal Amerikaanse vliegtuigmaatschappijen, die stelden dat de richtlijn in strijd is met internationale verdragen en met het internationale gewoonterecht. De uitkomst van de zaak is van groot belang voor de toekomst van het Europese klimaatbeleid, vooral nu onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord stroef verlopen. Vanuit juridisch perspectief is de zaak bovendien interessant omdat het Hof van Justitie zich heeft moeten uitlaten over de extraterritoriale werking van het EU-recht.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is universitair docent Europees milieurecht aan de Tilburg Law School.
Artikel

The fast and the furious: de Crisis- en herstelwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Crisis- en herstelwet, totstandkomingsproces, snelheid van wetgeving, prioriteit, politieke regie, wetgevingsproject
Auteurs Mr. N. Verheij
SamenvattingAuteursinformatie

    De Crisis- en herstelwet (CHW) is een complexe wet, maar heeft het totstandkomingsproces ‘van blanco papier tot inwerkingtreding’ binnen een jaar doorlopen. De auteur – als wetgevingsjurist bij de CHW betrokken – schetst hoe dit is gegaan en onderzoekt welke factoren aan deze snelheid hebben bijgedragen. Hij noemt er vier:
    – absolute prioriteit;
    – politieke regie;
    – een vrijgesteld team;
    – een goed team.
    De eerste drie factoren zijn slechts voor enkele wetgevingsprojecten per kabinetsperiode te realiseren. Daarom zou een kabinet maximaal vijf projecten met topprioriteit moeten aanwijzen. De vierde factor is moeilijk grijpbaar, want vergt een beetje magie.


Mr. N. Verheij
Mr. N. Verheij is lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In een vorig leven was hij als wetgevingsjurist op het ministerie van (toen nog slechts) Justitie nauw betrokken bij de totstandkoming van de Crisis- en herstelwet. n.verheij@raadvanstate.nl
Artikel

Versnelling van wetgeving

Over uiteenlopende ontwikkelingen en eigenwijze actoren

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden snelheid van wetgeving, wetgevingsproces, wetgevingsagenda, compacte overheid, efficiëntie
Auteurs Mr. J.F.L. Roording
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wil de auteur – voorlopig, want de ontwikkeling gaat verder – de balans opmaken: waar staat het Nederlandse wetgevingsproces qua tempo en efficiency? Achtereenvolgens passeren daarbij de revue: cijfermatige gegevens, reeds getroffen maatregelen, enkele parallelle (c.q. paradoxale) ontwikkelingen en de positie van de diverse wetgevingsactoren in het versnellingsdebat. Om te eindigen met de vraag: kan het nog sneller?


Mr. J.F.L. Roording
Mr. J.F.L. Roording is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie en is betrokken bij het in de inleiding genoemde project van de ICCW. j.f.l.roording@minvenj.nl
Artikel

Arbitrage in de Nederlandse bouwsector

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2012
Trefwoorden arbitration law, arbitration act, Arbitration Board for the Building Industry, arbitration clause
Auteurs Monika Chao-Duivis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a sketch of the use and organisation of arbitration in the Dutch construction industry. In Holland contractual issues in construction contracts are dealt with by arbitration in the vast majority of issues. There are several arbitration institutes of which the Arbitration Board for the Building Industry is the most important. This institute published (anonymously) over a 1000 judgments in 2011. The main issues of the Dutch arbitration act and of the new act are discussed in this article. The following important new developments are being described: the arbitration clause in general conditions in contracts with a consumer (the effectiveness of these clause will be severely limited in the new act); getting an arbitrational award annulled by the state judge (very difficult as it is) is limited since this will only be asked for in front of the appeal court and not (like the present situation) first in the district court and than in the appeal court; judgments do not have to contain a motivation any more if parties say they can do without (a dangerous development).


Monika Chao-Duivis
Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis is directeur van het Instituut voor Bouwrecht, hoogleraar bouwrecht aan de TU Delft, arbiter bij de Raad van Arbitrage en raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Den Haag.
Artikel

De overeenkomst tot het verlenen van beleggingsadvies

Een gereguleerde contractuele verhouding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden overeenkomst, opdracht, advies, beleggingsadvies, financieel toezicht, MiFID
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    De contractuele verhouding tussen een beleggingsonderneming en haar cliënt heeft een hybride karakter: verbintenisrechtelijk van aard, maar nader ingevuld door het financiële toezichtsrecht waaraan de beleggingsonderneming is onderworpen. Aan de hand van de overeenkomst tot het verlenen van beleggingsadvies belicht deze bijdrage een rechtsverhouding op het snijvlak van het BW en de Wft.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Het beding van artikel 7:613 BW: toepassingsgebied, de relatieve zwaarte van de ‘613’-maatstaf en het vereiste van schriftelijkheid

HR 18 maart 2011, JAR 2011/108 m.nt. Zondag en JIN 2011/320 m.nt. Van der Voet (Monsieurs c.s./Wegener)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Wijzigingsbeding, artikel 7:613 BW, ‘613’-maatstaf en schriftelijkheid, Monsieurs/Wegener
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad markeert in het Monsieurs/Wegener-arrest het collectieve karakter van het ‘613’-beding en laat ruimte voor een (klankbord)functie van deze wetsbepaling in individuele situaties. De auteur gaat in op het doel en de strekking van artikel 7:613 BW en behandelt de relatieve zwaarte van de maatstaf van het ‘613’-beding ten opzichte van artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De auteur slaat in zijn annotatie een brug naar het leerstuk van Stoof/Mammoet. Ten aanzien van het vereiste van schriftelijkheid verdedigt de annotator dat het oordeel van de Hoge Raad in overeenstemming is met de aard van het ‘613’-beding. Gezien de ontwikkelingen in de manier van communiceren en gelet op het uitgangspunt dat aan het Burgerlijk Wetboek ten grondslag ligt dat nietigheden in beginsel niet verder reiken dan de strekking daarvan meebrengt, lijkt de tijd rijp voor vernieuwende gezichtspunten over het vereiste van schriftelijkheid.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.