Zoekresultaat: 22 artikelen

x
Jaar 2015 x

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastdocent en gastonderzoeker enige tijd gewerkt aan de University of Curaçao, toen nog Universiteit van de Nederlandse Antillen. In die periode heeft zij op Bonaire het onderzoek ter zitting in eerste aanleg bijgewoond.
Artikel

National en European champions: moet een hierop gericht industriebeleid onder de Europese concentratiecontroleregels als illusoir worden beschouwd?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden National en European champions, industriebeleid, concentratiecontrole, gewettigde belangen
Auteurs Pim Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De vergaande overheidsbemoeienis in het kader van de overnamestrijd rondom Alstom en AstraZeneca roept de vraag op of er in een Europese context juridisch gezien nog ruimte is voor een industriebeleid dat is gericht op het creëren, ondersteunen of beschermen van European en national champions. In dit artikel wordt deze vraag benaderd vanuit de Europese concentratiecontroleregels. Voor zover het gewenste beleid niet reeds op grond van de materiële toets in de CoVo kan worden verwezenlijkt, wordt ingegaan op de vraag welke mechanismen de CoVo bevat om te bepalen of, en zo ja, wanneer de mededinging in dat verband zou moeten wijken.


Pim Jansen
Mr. P. Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteur. Het artikel werd gefinaliseerd op 3 september 2015. Met dank aan Wolf Sauter, Hannelore Buelens en Quirijn Bongaerts voor hun commentaren.
Artikel

Geen pauliana? Gelukkig hebben we de onrechtmatige daad nog …

Commentaar bij HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2930, JOR 2014/297 (Kameleon Beheer IV/Bisscheroux q.q.)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden pauliana, onrechtmatige daad, samenloop, bestuurdersaansprakelijkheid, ernstig verwijt
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    In een reeks vastgoedtransacties werden koopsommen betaald onder de feitelijke waarde. Het hof nam aansprakelijkheid van de betrokken BV en haar bestuurder aan wegens schuldeisersbenadeling; de pauliana-vordering werd afgewezen. De Hoge Raad onderschrijft dit. Met het stranden van een pauliana-vordering is dus niet meteen de kans op een succesvolle onrechtmatige-daadactie verkeken.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is professional support lawyer bij NautaDutilh te Amsterdam en als fellow verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Zaaien en oogsten bij enquêteprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden onderzoeksverslag, Ondernemingskamer, Fortis, aansprakelijkheidsprocedures, enquêterecht
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op het onderzoeksverslag als sluitstuk van de eerste fase bij de Ondernemingskamer. Wie heeft recht op inzage? En wanneer is het toegestaan mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden te doen? De auteur komt tevens met aanbevelingen om een onredelijke informatieasymmetrie in opvolgende civiele aansprakelijkheidsprocedures te voorkomen.


Mr. F.G.K. Overkleeft
Mr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    Woningsplitsingen. Toepassing Bor. Begripsbepaling inzake dakopbouw. Vergunning van rechtswege. Parkeerdruk.

    De neerslag van fijn stof op gewassen wordt niet beoordeeld in het kader van de toetsing aan de geldende grenswaarden voor fijn stof.

    Slopen rijksmonument. Toetsingskader in Wabo. Jurisprudentielijn.

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken behandeld die met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gedaan in de periode van 1 april 2013 t/m 1 januari 2015. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden in hoofdzaak de inhoud van de zorgverzekering en de zorgverzekeraars besproken. Wat betreft de AWBZ komen de kring der verzekerden en de aanspraken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij LEXSIGMA Healthcare te Amsterdam.

    Beoordelingsvrijheid brengt niet mee dat een normering wordt gekozen die geen recht doet aan de omstandigheden van het geval.

    De bouw van de acht eengezinswoningen met garage is als een normale maatschappelijke ontwikkeling aan te merken, ook al bestond er geen concreet zicht op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop de ontwikkeling zich zou voordoen.


G.M. van den Broek

    De neerslag van fijn stof op gewassen wordt niet beoordeeld in het kader van de toetsing aan de geldende grenswaarden voor fijn stof.

    Onroerende zaak waar de aanvraag om tegemoetkoming in planschade betrekking op heeft.

Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Praktijk

Kroniek rechtspraak EU

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden gezondheidsrecht, Hof van Justitie van de EU, zorg in het buitenland, beroepen, aanbesteding
Auteurs Mr. M.T. de Gans en mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie van het EU Hof op het terrein van het gezondheidsrecht in de periode van 1 september 2011 tot 1 januari 2015. De behandelde arresten hebben betrekking op de aanbesteding, organisatie en financiering van de gezondheidszorg, genees- en hulpmiddelen, discriminatie op grond van handicap, zorg in het buitenland en beroepen.


Mr. M.T. de Gans

mr. H.M. Stergiou
Tom de Gans en Hélène Stergiou zijn werkzaam bij de afdeling Europees recht van de directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Access_open Onverdoofd ritueel slachten getoetst aan het EVRM: het Deense verbod als Europees vraagstuk

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Ritueel slachten, EVRM, godsdienstvrijheid, dierenwelzijn
Auteurs Gerhard van der Schyff
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the tenets of Judaism and Islam, animals must be slaughtered without any form of stunning. Stunning is often required to alleviate an animal’s suffering when it is killed. Legislation that requires stunning without exempting ritual slaughter leads to an interference with religious freedom that calls for closer justification. With reference to recent legislation in Denmark, this contribution analyses whether blanket stunning can be said to violate the right to freedom of religion in article 9 of the ECHR.


Gerhard van der Schyff
G. van der Schyff is universitair hoofddocent aan het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van de Tilburg Law School. De auteur bedankt mr. R.L. Franken, mr. drs. D.C. Broeren en dr. A.J. Overbeeke.

    Voorzienbaarheid. Voorwaarden concreet beleidsvoornemen.


Berthy van den Broek

    Onroerende zaak waar de aanvraag om tegemoetkoming in planschade betrekking op heeft.

Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.