Zoekresultaat: 5 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Art. 7:69 BW: stille cessie afgeschaft en verrekening verruimd?

Een beschouwing over art. 7:69 BW (consumentenkredietovereenkomst)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2011
Trefwoorden art. 7:69 BW, consumentenkredietovereenkomst, stille cessie, verweermiddelen, verrekening
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 7:69 lid 2 BW lijkt de stille cessie weer gedeeltelijk af te schaffen voor consumentenkredietvorderingen. Welke beperkingen gelden er en wat zijn de gevolgen voor zowel consumenten als de financieringspraktijk? Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de regeling voor verweermiddelen van de consument van art. 7:69 lid 1 BW een wijziging inhoudt ten opzichte van het algemene vermogensrecht.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden eerste aanleg, verzoekschriftprocedure
Auteurs Mr. J. Ekelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bestrijkt ontwikkelingen in de periode vanaf 1 januari 2010. Ook in die periode is het nog niet gekomen van het wetsvoorstel tot herziening van de procedure in eerste aanleg. De minister kondigde dat wetsvoorstel in 2007 aan in zijn reactie op het eindrapport van de fundamentele herbezinning. Het wetsvoorstel zou moeten voorzien in stroomlijning van de procedure in eerste aanleg door de introductie van één uniforme verzoekschriftprocedure. Na 2007 is niet meer over het wetsvoorstel vernomen. Het opstellen van een zo veel omvattend wetsontwerp is arbeidsintensief. Over de inhoud ervan valt te twisten. Het zou zomaar kunnen dat van uitstel afstel komt. Het achterwege blijven van een herziene algemene regeling laat natuurlijk onverlet dat de ontwikkelingen op deelgebieden gestaag voortgaan.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Artikel

Pénzügyi Lízing/Schneider: HvJ EU verzet de bakens inzake ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees consumentenrecht, ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, oneerlijke bedingen, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU verplichtte in zijn eerdere rechtspraak de nationale rechter al om bedingen die onder het bereik van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vallen ambtshalve te toetsen. In zijn arrest Pénzügyi Lízing/Schneider heeft het HvJ EU de nationale rechter verplicht om ambtshalve instructiemaatregelen te treffen om vast te stellen of het beding dat voorwerp van het geschil vormt binnen de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten valt. In deze bijdrage wordt de rechtspraak van het HvJ EU over de ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen besproken en worden suggesties gedaan voor de vormgeving van de in het arrest Pénzügyi Lízing/Schneider geformuleerde verplichting tot het treffen van ambtshalve instructiemaatregelen.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

Het Pénzügyi-arrest: een beperkte onderzoeksplicht in het kader van de ambtshalve toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden consumentenbescherming, ambtshalve toetsing, verstekzaak, forumkeuzebeding, oneerlijke bedingen
Auteurs Mr. R.H.C. Jongeneel
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het Hof van Justitie rust op de nationale rechter in het kader van ambtshalve toetsing een onderzoeksplicht. Deze is echter beperkt tot de vraag of het Europeesrechtelijke consumentenbeschermende regime van toepassing is. Als dat zo is, zal de rechter op grond van het Pannon-arrest ambtshalve moeten toetsen. De vraag die daarbij vervolgens rijst, namelijk of ambtshalve onderzoek moet worden gedaan als niet ‘feitelijk en rechtens’ alle noodzakelijk omstandigheden bekend zijn die de rechter nodig heeft om te beslissen, wordt door het Hof van Justitie niet beantwoord.


Mr. R.H.C. Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is vice-president in de Rechtbank Amsterdam.
Jurisprudentie

Insolventieprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventieprocesrecht, Insolventiewet, Recofa-richtlijnen, Procesreglementen
Auteurs Mr. E.F. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De periode van deze kroniek over insolventieprocesrecht beslaat twee jaar (van september 2009 tot september 2011). De auteur behandelt het voorontwerp voor een Insolventiewet, de Recofa-richtlijnen en Procesreglementen. Vervolgens bespreek ze verschenen jurisprudentie van (met name) de Hoge Raad.


Mr. E.F. Groot
Mr. E.F. Groot is docent Burgerlijk procesrecht & Insolventierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.