Zoekresultaat: 58 artikelen

x
Jaar 2010 x

    Jurisprudentie inzake artikel 19, derde lid, van de WRO blijft gelden voor ontheffingen ex artikel 3.23, eerste lid, van de Wro.

Artikel

Verzorging van een functionerende lokale zorgmarkt: mogelijk tekortkomingen beleid NMa en NZa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorggroepen, ketenzorg, zorgmarkt, zorgaanbieders
Auteurs Mr. P.D. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Richtsnoeren Zorggroepen zetten de NMa en de NZa het beleid inzake (multidisciplinaire) samenwerking door zorgaanbieders op lokale zorgmarkten uiteen. Het mededingingsrecht wordt op te formele wijze toegepast. Enerzijds wordt de samenwerking tussen onafhankelijke zorgaanbieders te veel beperkt, terwijl anderzijds het ontstaan van marktmacht op lokale markten niet wordt voorkomen. De lokale aard van de markt en de aard van de zorgsector brengen enkele specifieke problemen met zich die onvoldoende lijken te zijn meegewogen. Een mogelijke oplossing is het creëren van een groepsvrijstelling voor ketenzorg onder het kartelverbod.


Mr. P.D. van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP in Amsterdam.
Jurisprudentie

Het recht op informatie van toezichthouders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inzagerecht NZa, medisch beroepsgeheim, artikel 8 EVRM
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde is het inzagerecht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op grond van artikel 66 Wet marktordening gezondheidszorg. De NZa stelde een controleonderzoek in bij een ziekenhuis en verlangde daartoe inzage in medische persoonsgegevens. Het ziekenhuis weigerde deze patiëntgegevens te verstrekken met een beroep op het medisch beroepsgeheim. Het CBb oordeelt dat het verschoningsrecht van de medische beroepsgroep niet zonder meer van toepassing is. Een wettelijke grondslag is aanwezig voor een beperking van het recht van patiënten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ingevolge artikel 8, lid 2 EVRM en daarmee eveneens voor een inbreuk op het daarmee samenhangende medische beroepsgeheim.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). Tevens is zij redactielid van M&M.
Jurisprudentie

Kan een toezichthouder bij de handhaving nog prioriteiten stellen?

CBb 20 augustus 2010, LJN BN4700

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wettelijke voorschriften, prioritering handhaving, handhavingspraktijk
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het gaat om de vraag in hoeverre een toezichthouder een verzoek om handhavend op te treden mag weigeren met verwijzing naar het prioriteitsbeleid. Het CBb stelt in deze uitspraak hier beperkingen aan. Toezichthouders moeten bij een handhavingsverzoek eerst onderzoek doen naar de gedraging die in de klacht wordt genoemd en vervolgens voor het niet handhaven na een inhoudelijke beoordeling van de klacht een motivering geven.


Mr. dr. E.J. Daalder
Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken.
Artikel

Collectieve preventieve rechterlijke toetsing van bedingen in algemene voorwaarden: een bruikbaar wapen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden collectieve actie, algemene voorwaarden, belangenorganisatie, abstracte toets van algemene voorwaarden, ontvankelijkheid
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Een collectief actiemechanisme dat zich in het bijzonder richt tegen onredelijke algemene voorwaarden is geregeld in Afdeling 6.5.3 BW (Algemene voorwaarden), in het bijzonder in de art. 6:240-243 BW. De Afdeling geeft regels voor de mogelijkheid dat bedingen in algemene voorwaarden op vordering van belangenorganisaties, waaronder consumentenorganisaties door een bijzondere rechter onredelijk bezwarend worden verklaard. In deze bijdrage een overzicht van haar toepassing door exclusief bevoegde rechter, Hof Den Haag.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden en redactielid van dit tijdschrift.

Mr. A.C. de Die

    Artikel 1.1a van de Wm is een vangnetbepaling die slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden gebruikt als grondslag voor het opleggen van een last onder dwangsom.


Aletta Blomberg

    Afdeling onbevoegd om kennis te nemen van het geschil nu – behoudens enkele uitzonderingen – tegen besluiten op grond van de Waterwet geen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Ook de invoeringswet Waterwet biedt geen grondslag voor beroep.

    Hoogte dwangsom staat in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang. Het bevoegd gezag mag afwijken van de normen in de ‘Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen’ van het ministerie van Justitie.

Jurisprudentie

Access_open Trambestuurder en kruisbeeld

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden tramconducteur, ketting met kruis, AWGB, indirect onderscheid
Auteurs Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    Mister Aziz, orginally coming from Egypt, is a Coptic Christian who wears a long chain with a crucifix of about 5 centimeters high, in order to express his religion. He is chauffeur on an electric tram and has for some years been allowed to wear his chain at work. With the introduction of a new uniform however, Aziz is no longer allowed to do this. He claims this to be a discriminatory treatment, which he considers unjustified given the fact that Islamic women chauffeurs are allowed to wear headscarves, since (as his employer states) these have been incorporated into the uniform. According to the court of appeal, there is no unjustified discrimination of religion in this case. The regulation that chains may not be worn on top of the uniform is legitimate, appropriate and necessary. The headscarf has been incorporated into the uniform and is thus part of the ‘professional look’ of the employer. In the comment, some critical remarks about the case are being made. Are not different religions being treated differently, here?


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

    Schadevergoeding wegens het niet tijdig nemen van een handhavingsbesluit. Geluidvoorschriften strekken niet alleen tot bescherming tegen aantasting woongenot van omwonenden maar ook van de daaruit voortvloeiende (economische) belangen van verhuurder zoals huurderving.

    Appellante als overtreder aan te merken nu zij op basis van de huurovereenkomst verantwoordelijk is voor de naleving van de milieueisen. Daaraan doet niet af dat zij geen exploitant van de inrichting is.


Valérie van ‘t Lam
Artikel

De Wet NErpe: een onmisbare papieren tijger?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden toezicht, taakverwaarlozing, aanwijzing, verhaalsrecht, publieke entiteiten, Europees recht
Auteurs Mr. R.J.M. van den Tweel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Wet NErpe wordt een instrumentarium geïntroduceerd dat de nodige complicaties en rechtsvragen zal oproepen, omdat een schending van Europees recht vaak niet eenduidig is vast te stellen. Niettemin zal het effectief kunnen bijdragen aan het beoogde tweeledige doel: vooral met het verhaalsrecht beschikt de rijksoverheid over een instrument om te voorkomen dat Nederland financieel nadeel lijdt als gevolg van een schending van Europees recht door een publieke entiteit. Bovendien draagt de dreiging van inzet van dit instrumentarium, óók in de fase voordat de Europese Commissie Nederland heeft aangesproken, bij aan de naleving van het Europese recht.


Mr. R.J.M. van den Tweel
Mr. R.J.M. van den Tweel is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Artikel

De voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe als bijdrage aan de discussie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Europees recht, decentrale overheden, taakverwaarlozingsregeling, eigen verantwoordelijkheid, inbreukprocedure
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe en de standpunten van ambtelijke commissies zoals de ICER, koepels van decentrale overheden en beoefenaren van het Europees recht, of de voortschrijdende Europese integratie vraagt om zwaardere toezichtinstrumenten van het rijk op de decentrale overheden. De standpunten hadden met name betrekking op de vraag of de bestaande taakverwaarlozingsregeling uit de Provinciewet en Gemeentewet moet worden uitgebreid om de minister een effectief instrument te geven in geval van een inbreukprocedure door de Commissie. Deze door beoefenaren van het Europese recht bepleite verzwaring stuitte bij koepels en ambtelijke commissies op weerstand omdat zij afbreuk doet aan: (1) de traditionele bestuurlijke verhoudingen in het Huis van Thorbecke; en (2) de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de nakoming van het Europese recht. De twijfel aan de noodzaak van zo’n taakverwaarlozingsregeling werd uiteindelijk na vier jaar weggenomen door het standpunt van het kabinet-Balkenende II. Tegen die achtergrond is de auteur van mening dat het wetsontwerp NErpe te ver doorschiet door de minister niet alleen bij een inbreukprocedure een zelfvoorzieningsrecht te geven, maar ook wanneer decentrale overheden in het algemeen hun Europese verplichtingen niet nakomen. Het Europese beginsel van gemeenschapstrouw benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het nakomen van Europees recht en hun kritische onafhankelijkheid van het rijk. Die eigen verantwoordelijkheid mag alleen opgeofferd worden in de noodsituatie en onder de tijdsdruk van een inbreukprocedure.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Wanneer eindigt de bevoegdheid tot beheer van de executeur?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden executeur, boedelbeschrijving, rekening en verantwoording, bewind, beneficiaire aanvaarding
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vragen wij (wederom) aandacht voor de positie van de executeur. In de erfrechtelijke jurisprudentie neemt de executeur een belangrijke plaats in, zoals ook blijkt uit het aantal uitspraken waarin executele aan de orde kwam, dat wij reeds in dit tijdschrift bespraken.1x Zie jaargang 2005, nr 2, p. 37, jaargang 2007, nr 1, p. 15 en nr 5, p. 94, jaargang 2008, nr 5, p. 76, jaargang 2009, nr 3, p. 51 en nr 5, p. 80, alsmede jaargang 2010, nr 3, p. 45. Is één van de erfgenamen tot executeur benoemd, dan doet zich de vraag voor in hoeverre de combinatie van erfgenaamschap en executeurschap een gelukkige is. Naar onze mening dient deze vraag in het algemeen ontkennend te worden beantwoord. In de casus van het hier te bespreken vonnis was de executeur geen erfgenaam, maar wel legataris. Het wantrouwen van de erfgenamen was echter ook hier groot. Aan de orde was de vraag wanneer een executeur klaar is met zijn werkzaamheden. De beantwoording van deze vraag is niet alleen hier aanleiding tot conflicten, waarbij erfgenamen zich eerder op het standpunt stellen dan de executeur zelf, dat hij zijn opdracht heeft voltooid. De rechter zal dan in het uiterste geval de oplossing moeten geven.

Noten

  • 1 Zie jaargang 2005, nr 2, p. 37, jaargang 2007, nr 1, p. 15 en nr 5, p. 94, jaargang 2008, nr 5, p. 76, jaargang 2009, nr 3, p. 51 en nr 5, p. 80, alsmede jaargang 2010, nr 3, p. 45.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Artikel

Contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen en de omvang van de opdracht

Annotatie bij HR 8 januari 2010, LJN BK0163, NJ 2010, 43

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden wanprestatie, aansprakelijkheid, hulppersonen, uitleg, aanbesteding
Auteurs Prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    De contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen is een vrij goed uitgewerkt leerstuk. Toch geeft een uitspraak van de Hoge Raad inzake de aansprakelijkheid van een advocaat voor fouten van een buitenlandse collega aanleiding om dit leerstuk nog eens nader te bestuderen. Voor dit leerstuk gaat het niet zuiver om uitleg van de specifieke overeenkomst, maar ook om opvattingen in de bedrijfstak over welke werkzaamheden wel en niet tot de ‘eigen’ bedrijfsuitoefening behoren waar een onderneming het risico voor op zich neemt. Dit is van belang nu uitbesteding steeds vaker voorkomt.


Prof. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
Prof. mr. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie: excessieve prijsvoering in de Rotterdamse haven?

Hof Den Haag 1 juni 2010, LJN BM6398 (Havenbedrijf Rotterdam/de oliesector)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden misbruik, economische machtspositie, excessieve prijzen, bewijslast, bewijsmogelijkheden
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie wegens het hanteren van excessieve prijzen is niet eenvoudig. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de bestaande bewijsmogelijkheden om in een civiele procedure aan te tonen dat misbruik wordt gemaakt van een economische machtspositie door het in rekening brengen van excessieve prijzen.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en research fellow van de Leiden Law School.
Artikel

Gemeentelijke regie in de veiligheidszorg

Schets van relevante factoren en een wetsvoorstel

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden gemeente, regie, wetsvoorstel, lokaal veiligheidsbeleid
Auteurs Jan Terpstra en Mirjam Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In the local governance of public safety many different organizations are involved. These organizations cooperate in local networks or partnerships to manage problems related to crime and disorder. In the Netherlands the local government should coordinate the cooperation between these organizations and their activities. Research shows that in practice this coordination has many serious shortcomings.
    Therefore the Dutch government proposed a new Act to promote the local government’s capacities to coordinate these networks and local policies of public safety (Wet op de gemeentelijke regierol lokale integrale veiligheid). At this moment this proposal has not yet been submitted to the Dutch Parliament.
    This Act will create new obligations and powers for the local government. According to this Act every four years local councils will have to establish a public safety policy plan based on an analysis of local problems of crime and disorder. Local governments should make formal agreements with the local partner agencies about their activities. Additionally the Act will provide local governments with the power to enforce these cooperation and contributions and to sanction it.
    Research shows that many of the problems that arise in the coordination of these networks and partnerships result from the local governments themselves. Often the governmental support and commitment to local safety issues are insufficient, the local administration is highly fragmented, the coordination is often poorly implemented and local administration often have a bureaucratic culture that is hard to reconcile with the need to react quickly to urgent local problems.
    Considering these problems the authors argue that this proposed Act is not an adequate solution for the problems that arise in the coordination of local safety policies and partnerships.


Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar Criminologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Criminologisch Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. E-mail: j.terpstra@jur.ru.nl.

Mirjam Krommendijk
Drs. Mirjam Krommendijk is werkzaam als onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Criminologisch Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. E-mail: m.krommendijk@jur.ru.nl.
Toont 1 - 20 van 58 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.