Zoekresultaat: 380 artikelen

x
Jaar 2010 x

    There is a tendency to put honour-based and domestic violence in the same box. This article examines whether this is correct or not. The perception of the two phenomena share a number of similarities: violence that often occurs in the context of the family and, in many cases, complex issues that have already been at play for some time. Furthermore, the perception is that primarily women are the victims of both domestic and honour-based violence. A big difference is that the term domestic violence refers to the social context where violence is taking place and the term honour-based refers to the motive for violent action or threats. A complicating factor is that hurt feelings of honour might provoke violence or threats in the context of the family. In research literature it is assumed that domestic violence occurs at all levels of society, which means that this phenomenon will also be encountered amongst ethnic minorities. It is striking that domestic violence amongst ethnic minorities is often mentioned in the same breath as honour-based violence. However, both phenomena deserve a different approach. The risks of treating domestic violence as an honour case and honour-based violence as domestic abuse are described.


J. Janssen
Dr. Janine Janssen is als hoofd onderzoek verbonden aan het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG), dat is ondergebracht bij Politie Haaglanden.

    Honour-related physical or psychological violence, performed in reaction to perceived (threats of) loss of (family) honour, draws a lot of political and public attention in the Netherlands. A comprehensive policy-program was developed to reduce and prevent honour-related violence. However, the project knows two important restraints. In the first place, no reliable prevalence figures of honour-related violence are available. Furthermore, the program has been implemented without articulating and testing the presumed working mechanisms. In this article suggestions are made for evaluation of the program using the educational project ‘Black Tulip’ as an illustration. Black Tulip is used in secondary schools and aims at adolescent potential victims and perpetrators of honour-related violence. The main purpose is to achieve attitude and behaviour changes by means of visualizing experiences with honour-related violence in drama and film, and subsequent group discussions. Evaluation of Black Tulip and other parts of the program should take place by a combination of traditional evaluation research (e.g. with pre- and post-measurements of attitudes and behaviour in ‘Black Tulip-schools’ and in schools that do not receive the intervention), and a theory-driven evaluation which articulates the presumptions about the working mechanisms of the program and puts these to a test using the scientific literature.


C.H. de Kogel
Dr. Katy de Kogel is verbonden aan het WODC als senior-onderzoeker.

M.H.C. Kromhout
Dr. Mariska Kromhout is verbonden aan het WODC als senior-onderzoeker.

M. Smit
Dr. Monika Smit is verbonden aan het WODC als hoofd van de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving & Internationale en vreemdelingen-aangelegenheden.
Artikel

Bij dreiging ingrijpen

De Wet tijdelijk huisverbod in de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs K.B.M. de Vaan en A. Schreijenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    As from January 2009, mayors in The Netherlands can impose a temporary restraining order on (potential) perpetrators of domestic violence in situations in which there is an immediate threat to victims and/or children. This restrains these (potential) perpetrators from entering their own house or contacting their partner and/or children for a period of 10 to 28 days. In this article, the law regarding these temporary restraining orders is explained and an overview of the first experiences with the actual implementation is given. The temporary restraining orders are an addition to the existing measures regarding domestic violence because they enable intervention before the violence has actually taken place or the situation escalates. In practice, however, the orders are frequently imposed after escalation of the situation, parallel to the arrest and possible persecution of the suspected perpetrator. Apparently, the orders provide a break from explosive situations, and the intensive form of professional help that those involved receive is a welcome addition, even in situations for which the order was not primarily designed. The first experiences show that aid is given quickly. They also show that more attention needs to be given to the content of this aid, to regional differences in the enforcement of the law and to the follow-up aid after the temporary restraining order has ended.


K.B.M. de Vaan
Drs. Katrien de Vaan is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.

A. Schreijenberg
Mr. drs. Ad Schreijenberg is werkzaam als onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek en momenteel betrokken bij de landelijke proces evaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod in opdracht van het WODC. Dit artikel is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen en evaluaties. Recent is een aantal onderzoeken afgerond dat op een gestructureerde manier nadere informatie zal bieden over de toepassing van het huisverbod: een onderzoek naar de hulpverlening in het kader van het huisverbod, een partiële kwaliteitsbepaling van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, een landelijke procesevaluatie van het huisverbod en een onderzoek naar de rechtsbescherming van de uithuisgeplaatste. Deze onderzoeken zijn deels in het najaar van 2010 openbaar geworden, de rest wordt in het voorjaar van 2011 openbaar.
Artikel

Omstreden gelijkheid

Over de constructie van (on)gelijkheid van vrouwen en mannen in partnergeweld

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs R. Römkens
SamenvattingAuteursinformatie

    Intimate partner violence (IPV) changed from a private problem to a public concern over the last decades. It has become subject of various discourses in different domains. In the social sciences the gender-based discriminatory nature of IPV is contested by some researchers who claim a gender equality in IPV. They call for a gender-neutral approach to IPV as a family problem, de-contextualized from gender-based inequalities. In the Netherlands this degendering is reflected in current policy discourse. However, in the international legal human rights domain, IPV is unequivocally considered to be an issue that affects women disproportionately as a form of women's discrimination that is the result of unequal power relations. Both international binding human rights law and recent ruling of the ECHR impose binding duties to acknowledge this. This article addresses the paradox that is reflected in these two positions and how to get beyond it.


R. Römkens
Prof. dr. Renée Römkens is als hoogleraar Huiselijk geweld verbonden aan het International Victimology Institute (Intervict) van de Universiteit van Tilburg.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs M.P.C. Scheepmaker

M.P.C. Scheepmaker

    Gelet op krimpende bevolking is onvoldoende gemotiveerd dat plan economisch uitvoerbaar is.

    In het afgelopen decennium is in de (lagere) jurisprudentie op uiteenlopende wijze geoordeeld over de omvang van de 403-aansprakelijkheid van de moedermaatschappij voor uit arbeids- en andere duurovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen van haar vrijgestelde groepsmaatschappij (hierna dochtermaatschappij). De centrale vraag daarbij was telkens of deze aansprakelijkheid alleen geldt voor verplichtingen voortvloeiend uit tijdens de aansprakelijkstellingstelling aangegane arbeidsovereenkomsten of tevens voor verplichtingen voortvloeiend uit voor de aansprakelijkstelling aangegane arbeidsovereenkomsten en, indien dat laatste het geval was, of de aansprakelijkheid dan alleen voor gedurende de aansprakelijkstelling uit arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen geldt of ook voor daarvoor reeds uit arbeidsovereenkomsten ontstane verplichtingen.


J.P.H. Zwemmer
Mr. J.P.H. Zwemmer is advocaat te Amsterdam en promovendus bij het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Herstelrecht en sociaal werk

Een reactie op Maria Bouverne-De Bie & Rudi Roose

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Lode Walgrave
SamenvattingAuteursinformatie

    Responding to Bouverne-De Bie and Roose Walgrave stresses the importance of using a narrow definition of restorative justice as a way of doing justice by repairing the harm caused by crime. This narrow definition alone allows for the development of a consistent praxis and theory of restorative justice and for adequate research of its effects. Restorative Justice cannot offer the ´politically critical´ social praxis on the interface between the public and the private world that Bouverne-De Bie and Roose would like to see. But the apparent influence that basic concepts and ideas of restorative justice have on social practices outside the sphere of criminal justice imply that such social practices and restorative justice praxis can work in the same direction by avoiding stigmatization and exclusion and promoting redress and inclusion.


Lode Walgrave
Lode Walgrave is emeritus-hoogleraar jeugdcriminologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Herstelrecht en de maatschappelijke (re)integratie van de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Maria Bouverne-De Bie en Rudi Roose
SamenvattingAuteursinformatie

    Social (re-)integration is such a complex phenomenon that it is not possible to make a direct link between restorative justice and social reintegration of offenders. If one considers restorative justice, not in its utility for maintaining the law but as a praxis of social work, one could get the impression that restorative justice runs the risk of individualizing the social problem of crime by making offenders responsible and of losing sight of the structural dimensions causing or contributing to criminality. The same structural dimensions may appear to be a blockade for effective emancipation of offenders from their often marginal and powerless positions. Considered as a praxis of social work, restorative justice should be able to promote (the awareness of) accountability and the mutual exploration of the many roads that can lead to effective emancipation and reintegration.


Maria Bouverne-De Bie
Maria Bouverne-De Bie is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.

Rudi Roose
Rudi Roose is als wetenschappelijk assistent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.
Artikel

Herstelrecht in Nederland: een slachtofferperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, paradigma, tailoring, victims
Auteurs Marc Groenhuijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    The author advises the protagonists of restorative justice to become less paradigmatic and more pragmatic in their approach of criminal justice and victims needs and interests. The offer of a restorative procedure is not suitable for all victims, nor for all thinkable moments after the event of a crime. Tailoring is needed to make each victim the best offer, and the utility of restorative justice is important, but limited. The author believes that much of the restorative justice literature is aiming at proving the superiority of restorative justice practices above any other type of intervention or service, and he feels that this is partly why restorative justice has not been well received in the Netherlands. A piecemeal implementation of mediation and conferencing in the sphere of criminal justice might be served by being less paradigmatic.


Marc Groenhuijsen
Marc Groenhuijsen is hoogleraar straf(proces)recht, verbonden aan de Universiteit Tilburg en Intervict.

Eric Wiersma
Eric Wiersma is werkzaam als beleidsconsulent bij Halt Nederland.
Artikel

De implementatie van dader-slachtofferbemiddeling in België

Zoektocht naar functionele en structurele randvoorwaarden

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Hans Dominicus
SamenvattingAuteursinformatie

    Victim-offender-mediation started in Belgium as early as 1993 and nowadays the Belgium landscape shows a variety of restorative practices, including conferencing with juveniles and mediation with adult offenders, on the basis of a number of legal arrangements. Progress can still be made in quantitative terms and qualitatively by harmonizing the various legal instruments that are available. The diversionary mediation that is possible at the level of the public prosecutor differs in a number of ways from the mediation that can be offered in subsequent stages of the criminal procedure. A variety of motives and reasons explain the reception and growth of restorative practices, such as the desire to offer victims a better service and to improve the delivery of justice. The willingness to experiment and to collaborate between protagonists of restorative justice and the agencies of criminal justice, and the strong scientific support from the Catholic University of Leuven, are amongst the key factors that promoted the integration and consolidation of restorative practices in the legal system.


Hans Dominicus
Hans Dominicus is attaché bij het Directoraat-generaal Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie in België. Hij is adviseur van minister van justitie Stefaan de Clerck.
Artikel

Vrouwen en witteboordencriminaliteit

Theorieën en hypothesen over sekseverschil

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Witteboordencriminaliteit, Vrouwelijke delinquenten, Feminisme
Auteurs Wim Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    White-collar crime is mostly committed by men. It remains to be seen if this will stay this way. Increasing numbers of women succeed in attaining management positions in organizations. Could we therefore expect an increase in female white-collar crime?Criminological theories on female crime and on white-collar crime lead to contradicting hypotheses.Research on white-collar and organizational crime predominantly produces a situational hypothesis explanation according to which we could expect that the rise of women in organizational hierarchies will also bring more female white-collar crime.Research on female delinquency might lead to an opposite gender-difference hypothesis that would predict less white-collar crime, because they have a lesser tendency to show risky behavior.In this article, both assumptions will be elaborated for further research, against the background of possible gender bias in the relation between women and white-collar crime.


Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.
Artikel

Drugs in je drankje

Schuldattributie en genderstereotypen in nieuwsberichtgeving en onlinediscussies

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Verkrachtigsdrugs, Slachtoffers, Online fora
Auteurs Peter Burger en Gabry Vanderveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Rape drugs (or drink spiking) discourse reflects gender stereotypes in a much more differentiated way than previous studies suppose. Quantitative and qualitative analysis of news items and online discussions proved stereotypes of ideal female victims and male perpetrators to be most prominent in news media. Postings to online bulletin boards were more skeptical about the alleged victims’ innocence and truthfulness. Studies in this area that focus on news media and institutional discourse overestimate the predominance of the ideal victim stereotype. In order to correct this bias, the authors urge criminologists to be more attentive to the relevance and power of informal crime stories and discussions, particularly those appearing in social media.


Peter Burger
Drs. J.P. Burger is docent journalistiek en nieuwe media, faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden, p.burger@hum.leidenuniv.nl.

Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden, g.n.g.vanderveen@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Trajecten van vrouwelijke gedetineerden

Weinig jeugddelinquenten, veel late starters

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Vrouwelijke gedetineerden, Interviews, Criminele carrière
Auteurs An Nuytiens en Jenneke Christiaens
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, an ongoing Flemish qualitative research on life histories and criminal careers of women in prison is discussed. We conducted autobiographical interviews with 40 female prisoners aged between 20 and 69 years. Considering our target group, we didn’t always succeed in conducting an autobiographical interview. In practice we often conducted a classic open in-depth interview. By means of file analysis, we reconstituted the criminal career of every interviewed woman. Thanks to the retrospective approach we could reveal a diversity of trajectories. We identified three pathways: (1) youth offenders, (2) early adult-onset offenders and (3) late adult-onset offenders. Remarkably, quite a lot of women are late starters. Three risk factors – to a greater or lesser extent – play a role in these pathways: a problematic educational situation in childhood, drugs and negative love affairs.


An Nuytiens
A. Nuytiens is onderzoekster bij de vakgroep Criminologie, Vrije Universiteit Brussel, an.nuytiens@vub.ac.be.

Jenneke Christiaens
Prof. dr. J. Christiaens is hoofddocent bij de vakgroep Criminologie, Vrije Universiteit Brussel, jenneke.christiaens@vub.ac.be.
Artikel

Oorzaken van het mijden van onveilige situaties bij mannen en vrouwen

Een contextuele analyse op basis van de ‘collective efficacy’-theorie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Angst voor criminaliteit, Mijdgedrag, Collective efficacy
Auteurs Dr. Wim Hardyns, Prof. dr. Stefaan Pleysier en Prof. dr. Lieven Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Two explanations can be found for the unequal geographical concentrations of avoidance behaviour: (1) the demographic composition of residential areas, and (2) the social and structural contextual effects of residential areas. Different studies all over the world have shown that women report more fear of crime than men. In this article we study contextual as well as individual determinants of avoidance behaviour for men and women separately to gain a better insight in the explanation of individual differences in avoidance behaviour. The theoretical framework of this study is derived from the collective efficacy theory. In the present study a contextual model was tested on a 2009 survey of 2,080 residents from 40 municipalities in Flanders (Belgium), by using block-wise multilevel analyses on data from the Social Cohesion Indicators in Flanders Survey (SCIF-survey), the Security Monitor and the registered crime statistics. The results indicate that economic disadvantage in the residential area increases the risk on avoidance behaviour both for men and women, because these areas often have high disorder and violent crime rates. With regard to the social ecology of crime this study shows that more research is needed on the differences in contextual effects of structural area characteristics on avoidance behaviour.


Dr. Wim Hardyns
Dr. W. Hardyns is verbonden aan de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA) en het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency (UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent. Op 1 november 2010 heeft hij zijn doctoraal proefschrift verdedigd met de titel: Social cohesion and crime. A multilevel study of collective efficacy, victimisation and fear of crime, wim.hardyns@ugent.be.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is als docent verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) van de K.U. Leuven, stefaan.pleysier@law.kuleuven.be.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L.J.R. Pauwels is codirecteur van het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, lieven.pauwels@ugent.be.
Artikel

Legal privilege en het Akzo-arrest: slecht nieuws

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden advocaat in dienstbetrekking, legal privilege, Akzo-arrest, onafhankelijkheid
Auteurs Mr. P. Kuipers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof van Justitie heeft opnieuw beslist dat juridisch advies van de advocaat in dienstbetrekking niet geprivilegieerd is. Dit commentaar is zeer kritisch over de motivering van die beslissing.


Mr. P. Kuipers
Mr. P. Kuipers is bedrijfsjurist bij Unilever.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Redactioneel

Lessen voor Rutte I

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Auteurs Miranda Boone

Miranda Boone
Toont 1 - 20 van 380 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 18 19
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.