Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 393 artikelen

x
Jaar 2012 x

    This article examines the impact of the introduction of the Schutznorm-principle (relativiteitsvereiste) in the Dutch General Administrative Law Act on the private enforcement of state aid law. This principle prohibits the administrative courts to annul a decision if the ground manifestly does not protect the complainants interests. Court decisions are examined to research the role of individuals in the private enforcement of state aid law. These individuals often have no competitive relation with the (alleged) beneficiary of the aid. However, presumably the Schutznorm-principle will not hinder them from annulling the decision because the Schutznorm-principle requires clarity regarding the scope of the provision invoked. Article 108 TFEU lacks this clarity. Based on possibilities of appeal against Commissions decisions and case law of the EU CoJ on this matter, the author argues that not every individual needs to be able to invoke state aid provisions.


Matthijs Baart
Matthijs Baart LLM is onderzoek- en onderwijsmedewerker aan de Universiteit Leiden

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De kosten van studentenmobiliteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden studiefinanciering, meeneembaarheid, vrij verkeer van werknemers, woonplaatsvereiste
Auteurs Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Hof van Justitie van Justitie inzake de Nederlandse verblijfsvoorwaarde in de regeling voor meeneembare studiefinanciering heeft tot teleurstelling bij het kabinet geleid. Hoewel het Hof van Justitie erkent dat bevordering van de mobiliteit van studenten die een band met Nederland hebben een legitiem doel is dat een beperking op het recht van vrij verkeer van werknemers zou kunnen rechtvaardigen is het vooral de exclusiviteit van de verblijfsvoorwaarde, en de geringe motivering van de noodzaak hiervan, waar het Hof van Justitie over valt. De uitspraak laat de mogelijkheid alternatieve voorwaarden aan meeneembare studiefinanciering te koppelen.


Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
Prof. dr. Annette Schrauwen is als hoogleraar Europese integratie, in het bijzonder recht en geschiedenis van het burgerschap, verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Registratie bij staandehouding en preventief fouilleren in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden racial profiling, stop and search forms, police powers, stigmatization
Auteurs BSc. Yannick van Eijk, BSc. Roel Holman en BSc. Linde Lamboo
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the desirability of implementing a registration system as a means of control on the discretionary space in police powers of stop and search. Firstly, the legal background concerning these powers is sketched, and the discretionary space therein is highlighted. This is then placed within the current social context in the Netherlands. Finally, the desirability of implementing a registration system in the Netherlands will be discussed by analyzing a similar system that has been implemented in the UK. We conclude that implementing a registration system is an essential step in coming closer to a solution for ethnic profiling.


BSc. Yannick van Eijk
Yannick van Eijk BSc. is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Roel Holman
Roel Holman BSc. studeerde Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Linde Lamboo
Linde Lamboo studeert Culturele Antropologie & Ontwikkelingssociologie aan de Universiteit Leiden
Artikel

Crimmigratie en de morele economie van illegale vreemdelingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden illegal immigrants, crimmigration, moral economy, exploitation
Auteurs Prof. dr. Richard Staring
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal stay in the Netherlands is increasingly criminalized through new measurements and adaptations of the Aliens Law. In order to understand the incorporation of illegal immigrants in this restrictive political context, the ‘moral economy’ is introduced as a concept referring to the norms and expectations regarding justice and reciprocity that serve as guidelines for daily illegal live. This process of crimmigration minimalizes the opportunities of illegal immigrants and as an unintended consequence will push the illegal immigrants further towards charity, informal labour or crime. Paradoxically, illegal immigrants will become more vulnerable for exploitation instead of returning home as was intended.


Prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is hoogleraar Mobiliteit, Toezicht en Criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Uitsluiting voor insluiting: selectie aan de poort?

Een bijdrage over crimmigratie in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden crimmigration, citizenship, article 1F Refugee Convention, pre-sentencing
Auteurs Gera de Grauw MSc., Marit Janssen MSc. en Avalon Leupen MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past few years attention is placed on the influence of immigrants and asylum seekers on the security of the state. Due to this development the Dutch Criminal Law and Immigration Law are ‘merging’. Immigration and safety policies are applied to exclude certain groups of people from society, generally immigrants and (ex)offenders. This article will reflect upon this process by showing the exclusion of people from Dutch society on the basis of article 1F of the Refugee Convention. This legal ground is used as a condition for exclusion and therefore it can be considered as pre-sentencing.


Gera de Grauw MSc.
Gera de Grauw MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.

Marit Janssen MSc.
Marit Janssen MSc. studeerde Forensische criminologie aan de Universiteit Leiden en werkt nu als projectsecretaris op het Ministerie van Veiligheid & Justitie.

Avalon Leupen MSc.
Avalon Leupen MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt zij als docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Immigratie, (des)integratie?

Over het immigratiedebat in Nederland en de Verenigde Staten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Crimmigration, immigration debate, election debate, Arizona
Auteurs LLM. Michiel Glas, Rolf van Wegberg MSc. en BSc. Marten Zoetbrood
SamenvattingAuteursinformatie

    The attitude towards ‘the immigrant’ is changing. Where they used to be seen as a necessity, they are now looked upon with distrust. A consequence of this new attitude is the ‘merging’ of immigration law policy and criminal law. Examples of this in the Netherlands are a law proposal to criminalize illegal stay and a mandatory quorum of illegals that have to be deported each year. In our research we have compared the ‘crimmigration’ discourse in both Arizona and the Netherlands.
    Arizona’s law SB1070 has been the main legal focus in the research. The enactment of the law has been cause of many protests. The public’s fear was focused mainly on civil rights violations; the legal discussion was focused on the federalism issue, brought to Courts by the Obama administration. However, with the Supreme Court handing down its landmark decision in Arizona vs. United States, the legal focus will shift towards the civil rights spectrum.
    In the most recent elections in the Netherlands, the immigration question seems to have been pushed to the background. However, it remains a vital issue when placed in the context of ‘Euro-skepticism’, which has played a major role , as much of the immigration policy making is done by the supra national European legislator.
    We have seen that in the American context the federal government has been a ‘mitigating factor’ in the crimmigration debate to counterbalance draconian immigration policy. We hope that despite recent Euro-skepticism the EU will have a similar mitigating effect.


LLM. Michiel Glas
Michiel Glas LLM. studeerde Rechtsgeleerdheid, specialisatie Straf- en Strafprocesrecht, aan de Universiteit Leiden en is thans advocaat te Gouda.

Rolf van Wegberg MSc.
Rolf van Wegberg MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt hij als onderzoeker/docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en is tevens redactiesecretaris van PROCES.

BSc. Marten Zoetbrood
Marten Zoetbrood BSc. studeert Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Zijn veiligheidshuizen effectief?

Een onderzoek naar de stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Safety Houses, network effectiveness, governance, crime prevention, QCA
Auteurs Remco Mannak, Hans Moors en Jörg Raab
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands ‘Safety Houses’ have been established, in which partner organizations in the field of criminal justice, crime prevention, law enforcement, public administration and social services collaborate in order to reduce crime and recidivism, and to increase public safety. This article examines why some Safety Houses are better in achieving these goals than others. The effectiveness of 39 Safety Houses is analyzed by means of QCA (qualitative comparative analysis). Results show two different paths leading to effective outcomes. Effective Safety Houses have been in existence for at least three years, show a high degree of stability and a centrally integrated collaboration structure. In addition, they either have considerable resources at their disposal or have been set up with a network administrative organization, where a neutral coordinator governs the network.


Remco Mannak
Remco Mannak MA MSC is promovendus aan het departement organisatiewetenschappen van Tilburg University. E-mail: r.s.mannak@uvt.nl

Hans Moors
Drs. Hans Moors is hoofd van de afdeling Veiligheid & criminaliteit, welzijn & zorg van IVA Beleidsonderzoek en Advies (Tilburg University). E-mail: j.a.moors@uvt.nl

Jörg Raab
Dr. Jörg Raab is universitair docent aan het departement Organisatiewetenschappen van Tilburg University.
Artikel

Twitter tijdens flitscrises

Een onderbenut potentieel?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Twitter, flash crises, crisis communication, Moerdijk, social media
Auteurs Jelle Groenendaal, Martine de Bas en Ira Helsloot
SamenvattingAuteursinformatie

    By pointing to the immense use of Twitter by citizens during crises, communication experts argue that governments should participate more actively on Twitter during crises. Until now, however, little empirical research has been conducted to validate this claim. This article aims at validating this claim and putting forward building blocks for an evidence-based vision on the use of Twitter by governments during flash crises, i.e. large-scale incidents that occur unexpectedly and immediately. The authors analysed 52.806 tweets sent by citizens and governments during a large-scale industrial fire in Moerdijk (2011). They looked at the content of the tweets and sorted them into fourteen categories. The results show that most of the tweets sent by citizens contained no new or relevant information for governments. In addition, the tweets sent by governments were totally ‘snowed under’ in the huge stream of tweets from citizens. Consequently, the tweets sent by governments were very little re-tweeted by Twitter users. The authors conclude that the Moerdijk case does not show a need for a more proactive role of governments on Twitter.


Jelle Groenendaal
Jelle Groenendaal MSc is onderzoeker bij Crisislab en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: j.groenendaal@crisislab.nl

Martine de Bas
Martine de Bas MSc is adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Papendrecht. E-mail: EM.de.bas@papendrecht.nl

Ira Helsloot
Prof. dr. Ira Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en voorzitter van stichting Crisislab. E-mail: i.helsloot@crisislab.nl

Evelien Van den Herrewegen
Dr. Evelien Van den Herrewegen is als postdoctoraal medewerker verbonden aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent. E-mail: Evelien.vandenherrewegen@ugent.be
Artikel

Fysieke belasting van brandweerwerk in relatie tot gezondheid, fitheid en inzetbaarheid van brandweermensen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden firefighting, physical demands, health and fitness, deployability, active recovery, physical safety
Auteurs Eric Mol, Ronald Heus, Ron van Raaij e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on state-of-the-art scientific knowledge, this article reviews the physical aspects of firefighting in relation to physical safety. Firefighting is known to be one of the most demanding occupations. Based on the ‘Occupational Demands Model’ the (physical) strain of firefighting is described. The physical demands of firefighting are determined by a combination of firefighting-specific efforts, the use of personal protective equipment and enviromental and climatological conditions. The effects on the firefighter depend on his/her health and fitness status as well as on his/her hydration and nutrition status and influences the repressive job performance. If the demands and the effects are not in balance, personal safety, health and effectivity of the firefighter’s deployment are in jeopardy and hence his/her physical safety. In the second part of the paper, the relationship between the physical demands of firefighting and health, fitness and deployability of firefighters are described. Finally, a method of maintaining deployability prior to, during and post firefighting activities or training through active recovery is described to improve the preparedness of the individual firefighter.


Eric Mol
Drs. Eric Mol is als docent/onderzoeker verbonden aan het Instituut Sport en Bewegingsstudies (ISBS) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). E-mail: eric.mol@han.nl

Ronald Heus
Drs. Ronald Heus is senior onderzoeker bij het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

Ron van Raaij
Drs. Ron van Raaij is als bedrijfsarts/duikerarts werkzaam bij Bedrijfsartsen5 Zuidwest.

Ricardo Weewer
Dr. ir. Ricardo Weewer is lector Brandweerkunde aan de Brandweeracademie van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

George Havenith
Prof. dr. George Havenith is hoogleraar Environmental Physiology and Ergonomics en directeur van het Environmental Ergonomics Research Centre, Loughborough University (UK)
Artikel

Particuliere beveiligers als publieke handhavers

De inzet van private boa’s door gemeenten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden private security officers, public surveillance, public private partnership, local government, police work
Auteurs J. Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch local governments increasingly decide to contract private security officers for surveillance and enforcement tasks in the public space. This article presents an analysis of the daily work of these private security officers. Local governments contract these private workers because they are faced with problems of social disorder and crime. Although the police should formally manage the work of these private security workers, in practice this task is hardly realized. These private workers are faced with four problems: their work is boring, they are uncertain about what they are expected to do, don’t know exactly what their formal powers are, and are unsatisfied about their lack of means for self-defence. Although they don’t differ in their work style from their public colleagues, their position as private worker and the flexible job they have, are hard to reconcile with what they are expected to do (like reassuring citizens).


J. Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De opmars van de private veiligheidszorg

Een nationaal en internationaal perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden private security companies, private security figures, public-private partnership, police, crime prevention
Auteurs J. de Waard en R. van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    Private security is traditionally a highly fragmented industry with a national focus. However, with the arrival of multinational brands in the market such as Group 4 Securicor and Securitas, we are witnessing a rise of global private security. After providing the latest statistics on the growth of this industry in the Netherlands, the authors give examples of how private security is evolving throughout the world. Issues that are further addressed include the opportunities and challenges (multinational) private security companies present to the Netherlands.


J. de Waard
Drs. Jaap de Waard is werkzaam bij de directie Rechtshandhaving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

R. van Steden
Dr. Ronald van Steden is als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Auteurs Jaap de Waard en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Jaap de Waard
Drs. Jaap de Waard is werkzaam bij de directie Rechtshandhaving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.

    A historical analysis demonstrates that religious minorities and their protection needs played an important role in the emergence and the first developments of fundamental rights. It is indeed possible to denote a close correlation between the protection needs of religious minorities on the one hand and the fundamental rights enshrined in declarations and treaties on the other. Closer scrutiny reveals that this correlation can actually be explained by evolving views about the special vulnerability of religious minorities in the periods concerned. More recent developments of the human rights paradigm reveal that in the meantime other groups in particular are considered vulnerable and thus in need of special protection.


Kristin Henrard
Prof. dr. K. Henrard is hoogleraar Minderhedenbescherming aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). khenrard@yahoo.com.

Prof. mr. C.J. Loonstra
Jurisprudentie

Wegener herzien

Rb. Rotterdam 27 september 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden voorschrift artikel 41 Mw, Boetebeleidsregels 2009, feitelijk leidinggever, verjaring
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Rotterdam heeft het besluit op bezwaar van de NMa vernietigd. De door de NMa aan Wegener en (ex-)bestuurders opgelegde boetes zijn door de rechtbank fors verlaagd. Volgens de rechtbank had de NMa ten onrechte rechttoe rechtaan de Boetebeleidsregels toegepast wat leidde tot veel te hoge boetes. Daarnaast was de scope van de overtreding volgens de rechtbank beperkter dan de NMa had aangenomen. Omdat sprake was van voortdurende overtredingen faalt het beroep op verjaring. De door de NMa aan twee commissarissen opgelegde boetes zijn door de rechtbank geschrapt. Volgens de rechtbank vervulden de commissarissen een toezichthoudende rol. Aansprakelijkheid voor boetes past daar volgens de rechtbank niet bij.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Jurisprudentie

Auto 24 SARL tegen Jaguar Land Rover France SAS (Auto24/JLR)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden artikel 101 VWEU, selectieve distributie, kwantitatieve criteria, groepsvrijstelling motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Knapen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of kwantitatieve selectieve distributiecriteria enkel onder de groepsvrijstelling motorvoertuigen vallen indien zij berusten op objectief gerechtvaardigde criteria die eenvormig en zonder onderscheid worden toegepast op eenieder die om erkenning verzoekt. Het arrest behandelt een aantal fundamentele vraagstukken die relevant zijn bij het opstellen en handhaven van een selectief distributiestelsel en verduidelijkt de voorwaarden die gelden ten aanzien van het rechtvaardigen, toepassen en openbaar maken van selectiecriteria. Opvallend is daarbij dat het Hof van Justitie een minder strikte benadering lijkt te volgen ten aanzien van kwantitatieve selectieve distributiecriteria dan de Nederlandse rechter in de recente Auping- en Batavus-arresten.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is advocaat in dienstbetrekking bij Philips.
Toont 1 - 20 van 393 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 19 20
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.