Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Jaar 2013 x

    In 1998 a chapter on administrative enforcement was added to the GALA (in the so-called third Tranche). This contribution reflects on the legislative aims of this Tranche; to what extent these aims have been attained and what important developments have occurred since. As the third Tranche has led to little reform, a brief review will suffice. The developments after the third Tranche are discussed extensively, concerning both the third Tranche - amongst others the obligation in principle to enforce ('beginselplicht tot handhaving') - and reparatory sanctions since the fourth Tranche (2009), which amongst others regulated the execution of administrative reparatory sanctions and added regulation on administrative fines (a punitive sanction). Additionally, more general provisions of administrative law enforcement are discussed. The development of administrative enforcement are reflected against general developments in administrative law, such as harmonization and the increase of litigation. Lastly some bottlenecks will be noticed and solutions proposed.


Prof.mr.drs. Lex Michiels
Boekbespreking

De waarden van het (arbeids)recht: liber amicorum voor prof. mr. Paul F. van der Heijden

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden basiswaarden en functies sociaal recht, grondslagendebat, kritische reflectie
Auteurs A. Van Bever
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdragenbundel De waarden van het (arbeids)recht bevat enkele reflecties over de grondslagen of basiswaarden en over de functies en grenzen van het (arbeids)recht. De bundel blikt terug op het preadvies dat Van der Heijden en Noordam in 2001 rond hetzelfde thema uitwerkten vanuit de vraag waartoe het grondslagendebat tot dusver heeft geleid. Wat is de staat van de in het preadvies geïdentificeerde basiswaarden en welke invulling krijgen ze in de huidige sociaal-rechtelijke context? Acht auteurs nemen het woord over een selectie van vijf van de genoemde basiswaarden, over de ‘sociaal-rechtelijke variabele’ van de wederkerigheid en over de functies van het arbeidsrecht. Heerma van Voss en Verhulp besluiten het geheel ten slotte met enkele kritische slotbeschouwingen.


A. Van Bever
Mw. dra. A. Van Bever is doctoraatstudent en Assistent aan het Instituut voor Arbeidsrecht van de KULeuven.
Artikel

Promoveren in het arbeidsrecht – een overzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dissertaties, proefschriften, promotor, sociaal recht, proefschriftthema’s
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie wil weten welke dissertaties in Nederland op het terrein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht zijn verschenen, wacht een lange zoektocht. De verscheidene digitale bibliotheken bieden (nog) geen makkelijk doorzoekbaar, relevant overzicht. In deze bijdrage is gepoogd een dergelijk overzicht te geven. De bijdrage bevat niet alleen een lijst van de door de auteur gevonden dissertaties, maar ook informatie omtrent, onder andere, (trends in) gekozen proefschriftthema’s, aantallen dissertaties per faculteit en per decennium.


R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Perspectieven van de buiten- en binnenwacht: de institutionele opgave van de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden internal and external reputation of the courts, value identity of the judiciary, governance of the judiciary
Auteurs Suzan Verberk, Paul Frissen, Paul ´t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It is important for the Dutch judiciary to monitor how society, professional partners and litigants perceive the administration of justice. Different polls and studies provide this information. However, up until 2012 little was known about the way top-level (public and private) decision makers and opinion leaders view the functioning of the courts. This prompted the Council for the Judiciary to commission a study on the external reputation of the administration of justice. The results of this study show that there is neither reason for serious concern nor reason for complacency. Criticism was voiced with regard to the operational capacity of the courts, most notably the case processing time and the lack of technical innovation. Also, it was concluded that the judiciary should take a more proactive stance concerning external communication.A couple of months after the study on the external reputation of the courts was completed, some justices of the Court of Appeal Leeuwarden conceived the so-called ‘Manifest’. Among other things, they criticized the caseload, which in their view threatens the independence of judges. Approximately 700 judges supported the Manifest. So lack of internal support rather than lack of external support seemed to pose a problem for the judiciary. What should the judiciary’s course of action be? Whereas the reputation study points to increasing the operational capacity of the courts, the supporters of the Manifest warn that too strong a focus on output would endanger the quality of justice. These contradictory factors demand reflection on the value identity of the judiciary. In our view this requires the Council for the Judiciary to focus less on management and more on governance. For judges this requires that they, through the development of professional standards, define and refine their view on ‘good administration of justice’.


Suzan Verberk
Suzan Verberk is als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak en aldaar verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma. Het onderzoeksprogramma staat ten dienste van de vorming en de uitvoering van de strategie van de Raad en beoogt bij te dragen aan vernieuwing van de rechtspraak. Voorheen was zij werkzaam in zowel de beleidsgeoriënteerde als de wetenschappelijke onderzoekspraktijk. Van haar hand verscheen in 2011 Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak (Sdu Uitgevers).

Paul Frissen
Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Recente publicaties van zijn hand: Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan (Van Gennep 2012, tweede druk 2013) en De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek (Van Gennep 2013, derde druk 2013).

Paul ´t Hart
Paul ’t Hart is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Hij schrijft de laatste tien jaar veel over leiderschap in politiek, bestuur en publieke organisaties. Daarnaast verricht hij veel onderzoek naar politiek-bestuurlijk crisismanagement en politiek-ambtelijke verhoudingen. Actuele publicaties zijn Understanding Prime-Ministerial Performance: Comparative Perspectives (Oxford University Press 2013) en The Oxford Handbook of Political Leadership (Oxford University Press 2014).

Stijn Sieckelinck
Stijn Sieckelinck is als sociaal- en wijsgerig-pedagogisch onderzoeker en als docent verbonden aan de vakgroep Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Van zijn hand zijn de onderzoeksrapportages Onbevoegd Gezag. Hoe burgers zelf de gezagscrisis aanpakken en Idealen op drift. Laatstgenoemd boek is een pedagogische kijk op radicalisering van jongeren, waarvan een internationale versie op dit moment wordt ontwikkeld in samenwerking met Deense en Britse onderzoekspartijen.

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Stefano Melloni: grenzen aan de nationale grondwettelijke grondrechtenbescherming bij uitvoering van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europees strafrecht, voorrang recht van de Unie, Hof van Justitie, Melloni, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Melloni uitgesproken over de door de Spaanse constitutionele rechter opgeworpen vraag of de nationale rechter in het kader van een overleveringsprocedure aan de verzoekende staat – alvorens toestemming te verlenen de betrokken persoon over te leveren –, aanvullende eisen in de sfeer van de grondrechtenbescherming mag stellen die niet in het Kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel staan vermeld. Deze bijdrage bespreekt de antwoorden van het Hof van Justitie op de door het Spaanse Constitutionele Hof gestelde prejudiciële vragen onder meer in het licht van de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie over de voorrang van het recht van de Unie en duidt de betekenis van deze uitspraak met name in het licht van het bepaalde in artikel 53 van het Handvest.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-399/11, S. Melloni/Ministerio Fiscal, n.n.g.
    Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (2002/584/JBZ) (verder: Kaderbesluit 2002/584) zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ.
    Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces, Pb. EU 2009, L 81/24.


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in de sector Strafrecht van het Gerechtshof Den Haag.
Diversen

Onrustige onafhankelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, onafhankelijkheid, kernwaarde
Auteurs Margot Aelen en Gustaaf Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt voortgebouwd op het idee dat onafhankelijkheid een kernwaarde is van toezicht. De auteurs gaan in op de voornaamste redenen voor onafhankelijkheid en de oorzaken van de ‘onrust’. Tot slot schetsen zij de contouren van een structurele oplossing voor de spanning tussen de politiek en toezichthouders.


Margot Aelen
M. Aelen LL.M is promovenda aan de Universiteit Utrecht en tevens lid van de redactie van dit tijdschrift.

Gustaaf Biezeveld
Mr. G.A. Biezeveld is lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Behandelingsbereidheid onder gedetineerden in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Behandelingsbereidheid, Deelname, Rehabilitatie, Gevangenis
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Anja Dirkzwager, Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A survey of the literature suggested that low participation rates in prison-based rehabilitation programs in The Netherlands can be explained by a lack of treatment readiness amongst rehabilitation candidates and participants. The current contribution aims to examine treatment readiness amongst detainees that have been assigned a candidate for a prison-based rehabilitation program in the Netherlands. To address these aims, data were used from the fourth wave of a research project studying the effects of imprisonment on the life of detainees in the Netherlands. Results showed that about eighty percent of treatment candidates were not treatment ready. This lack of treatment readiness amongst potential participants will no doubt influence both treatment engagement numbers, which studies have shown to be low, and quite possible treatment effectiveness. Results imply that practitioners should be aware of the absence of treatment readiness amongst a large part of their clients. Assessment and (if necessary) interventions to increase treatment readiness amongst candidates and participants seems of the utmost importance.


Anouk Bosma MSc
Anouk Bosma MSc is promovenda Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. Anja Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Artikel

Voor- en nadelen van decentralisaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, schaalvoordelen, gemeenten, bestuurskracht, belastinggebied
Auteurs Prof. dr. N.S. Groenendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Decentralisatie van taken van de centrale overheid naar decentrale overheden maakt een belangrijk deel uit van het huidige regeringsbeleid. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre de beoogde effecten van decentralisatie (verhoogde doelmatigheid en doeltreffendheid) plausibel zijn en welke andere mogelijke voordelen decentralisatie kent. Aandacht wordt ook besteed aan de mogelijke nadelen van decentralisatie.Het decentralisatievraagstuk kent vele aspecten en geen eenduidige oplossing. Een tweetal randvoorwaarden voor ‘goede’ decentralisatie is echter wel te benoemen: (a) voldoende mogelijkheden voor op- en afschaling en (b) voldoende beleidsvrijheid bij decentrale overheden na decentralisatie. In grote lijnen lijkt het kabinetsbeleid te voldoen aan de eerste randvoorwaarde; bij het tweede aspect worden in deze bijdrage vraagtekens geplaatst, met name omdat het kabinet geen aandacht besteedt aan vereenvoudiging van de huidige bekostigingssystematiek van decentrale overheden en mogelijke uitbreiding van het decentrale belastinggebied.


Prof. dr. N.S. Groenendijk
Prof. dr. N.S. Groenendijk is hoogleraar European Economic Governance bij de Vakgroep Bestuurskunde van de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.
Artikel

Decentralisatie op grote schaal

Aandachtspunten en uitgangspunten voor de decentralisaties in het sociale domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, schaalproblematiek, gemeente, intergemeentelijke samenwerking, medebewind
Auteurs Mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal met welke juridische grenzen en uitgangspunten de wetgever rekening moet houden bij het op grote schaal decentraliseren van taken in het sociale domein. Hoewel de wetgever bij deze operatie een grote vrijheid heeft, en nauwelijks door juridische grenzen wordt belemmerd, dient hij met het oog op de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de wet wel met een groot aantal aandachtspunten rekening te houden. Onder andere gaat het dan om het bieden van voldoende beleidsmatige en financiële vrijheid voor de gemeenten en het creëren van voldoende draagvlak, ook met betrekking tot de gewenste schaalgrootte. Decentralisatie betekent de acceptatie van verschillen tussen gemeenten en vraagt om een terughoudende positie van de centrale overheid, onder andere met betrekking tot het interbestuurlijk toezicht.


Mr. S.A.J. Munneke
Mr. S.A.J. Munneke is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en programmaleider van het onderzoeksprogramma Grondrechten, regulering en de verantwoordelijke overheid, onderdeel van het VU Centre for Law and Governance.
Artikel

Decentraliseren zonder recentralisatiereflex

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, interbestuurlijke betrekkingen, sociale zekerheid, maatschappelijke ondersteuning
Auteurs J. van den Berg MSc, Mr. dr. J.H. Bosselaar en J. van der Veer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    De verwachtingen over de uitwerking van decentralisaties in het sociale domein zijn hooggespannen: efficiëntere dienstverlening, een grotere doelmatigheid en meer responsiviteit liggen in het verschiet. Maar zijn deze verwachtingen realistisch? De praktijk leert dat decentralisaties vaak worden gevolgd door recentraliserende maatregelen, waardoor de rijksoverheid de verantwoordelijkheid weer in handen neemt. Bovendien hebben gemeenten de neiging om elkaars beleid te kopiëren, in plaats van er een lokale kleur aan te geven. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij deze mechanismen en de vraag hoe hierop kan worden geanticipeerd tijdens de aanstaande decentralisatieoperaties.


J. van den Berg MSc
J. van den Berg, MSc is socioloog en was tot 1 januari 2013 verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. J.H. Bosselaar
Mr. dr. J.H. Bosselaar is onderzoeksmanager bij de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.

J. van der Veer MSc
J. van der Veer, MSc is onderzoeker/PhD-kandidaat bij de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

De Aanbestedingswet 2012, een terechte verdere begrenzing van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Aanbestedingswet 2012, proportionaliteit, MKB, contractsvrijheid, beperking
Auteurs Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Aanbestedingswet 2012 bevat bepalingen die leiden tot een verdergaande beperking van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten dan voorheen het geval was onder het Bao en Bass. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de vraag in hoeverre deze verdergaande beperking van de contractvrijheid gerechtvaardigd is in het licht van het uitgangspunt van contractsvrijheid tussen partijen.


Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer is werkzaam bij De Nederlandsche Bank
Artikel

De Interventiewet en de SNS-onteigening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Interventiewet, onteigening, SNS, Wft, eliminatiebeginsel
Auteurs Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans en Mr. M.J.W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de onteigening van SNS is de Interventiewet voor het eerst toegepast. Een goed moment om de werking en de toepassing van de Interventiewet door de ABRvS te analyseren. Het onteigeningsbesluit heeft grotendeels de (rechterlijke) kritiek doorstaan, maar de vaststelling van de schadeloosstelling moet nog plaatsvinden. De minister lijkt daarbij af te willen wijken van het zogenoemde eliminatiebeginsel, toch een beginsel van het onteigeningsrecht. De vraag is of de rechter uiteindelijk die benadering zal billijken.


Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans is bijzonder hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en partner bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is eveneens werkzaam bij Van der Feltz te Den Haag.

Mr. H.F.M. Hofhuis
Mr. H.F.M. Hofhuis is oud-president van de rechtbanken ’s-Hertogenbosch en ’s-Gravenhage. Hij is thans rechter-plaatsvervanger in de Haagse rechtbank.
Praktijk

Kroniek rechtspraak zorgverzekeringsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, verzekerde aanspraak, zorgverzekeraar, zorgverzekeringsrecht, Zorgverzekeringswet
Auteurs Mr. H.M. den Herder en mr. C. van Balen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten sinds 1 juli 2011 behandeld. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden de volgende onderwerpen besproken: de inhoud van de zorgverzekering, de zorgverzekeraars en de taken en bevoegdheden van het College voor zorgverzekeringen. Wat betreft de AWBZ komen aan bod: de kring der verzekerden en de aanspraken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij Lexsigma Advocaten te Amsterdam.

Mr. R. Storm van ’s Gravesande-Roelse
Mr. R. Storm van ’s Gravesande-Roelse is juridisch adviseur van het College voor zorgverzekeringen.

mr. J. Hallie
Mr. J. Hallie is juridisch adviseur van het College voor zorgverzekeringen.
Artikel

Verkorten van de tbs-verblijfsduur: een weg uit de crisis?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden forensic care budget cuts, TBS order, treatment time, risk society, risk analysis
Auteurs M.H. Nagtegaal
SamenvattingAuteursinformatie

    The economic crisis in the Netherlands forces the Ministry of Security and Justice to cut expenses. In the forensic psychiatric sector, the main savings are expected from reducing the length of stay of forensic psychiatric patients (TBS-patients) in high security hospitals. Currently, over 70% of all TBS-patients do not reach the now set goal of successfully terminating their treatment program within eight years. The present article questions whether it is plausible that this goal will be reached. Research has shown that there are several possible measures that can be undertaken to reduce the length of stay. Examples of these are identifying subgroups of patients who take particularly long to complete their treatment and setting up interventions for those patients, reducing the focus on risks in society and in forensic practice, and the inclusion of protective factors in risk assessment. These factors may help in finding a way out of the crisis.


M.H. Nagtegaal
Dr. Marleen Nagtegaal is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Omgevingswet waterproof?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Omgevingswet, Waterwet, waterbeheer
Auteurs Mr. dr. H.J.M. Havekes en Mr. W.J. Wensink
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind februari jl. verscheen de toetsversie van de concept-Omgevingswet met bijbehorende algemene en artikelsgewijze toelichting. De auteurs bespreken en beoordelen dit voorontwerp vanuit het perspectief van het waterbeheer en de positie van de waterbeheerder. De bestaande Waterwet, waarin die beheerder nu zijn juridisch instrumentarium vindt, vormt daarbij een belangrijke toetssteen.


Mr. dr. H.J.M. Havekes
Mr. dr. H.J.M. (Herman) Havekes is werkzaam bij de Unie van Waterschappen en het Water Governance Centre.

Mr. W.J. Wensink
Mr. W.J. (Willem) Wensink is als coördinator bestuurlijk-juridische zaken werkzaam bij de Unie van Waterschappen.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.