Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Jaar 2015 x

mr.dr. Maria Geertruida IJzermans

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Opvolgend werkgeverschap en anciënniteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Opvolgend werkgeverschap, Anciënniteit, Ratio, Draaideurconstructie
Auteurs Mr. S. Palm
Auteursinformatie

Mr. S. Palm
Mr. S. Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen.

John Blad
John Blad is universitair hoofddocent Strafrechtswetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Erasmus Law School, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

ACM en ziekenhuisfusies: hoeder van het publiek belang?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden ziekenhuisfusies, mededingingstoezicht, rechtmatigheid, doeltreffendheid, rechtsgelijkheid
Auteurs Edith Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Mededingingstoezicht op ziekenhuisfusies moet waarborgen dat ziekenhuizen de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg bevorderen. Dit artikel onderzoekt of ACM die taak waarmaakt. Dat gebeurt vanuit het perspectief van de burger, de consument en de ondernemer.


Edith Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Reacties kunnen worden geadresseerd aan loozen@bmg.eur.nl.
Artikel

Privacyperikelen rond de Jeugdwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Jeugdwet, gegevensuitwisseling, privacy, medisch beroepsgeheim
Auteurs mr. dr. V.E.T. Dörenberg en prof. mr. drs. M.R. Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getreden. Al voor de inwerkingtreding van deze wet was er discussie over de gegevensverwerkingen die met de wet gepaard gingen en de gevolgen daarvan voor de privacy van jeugdigen en ouders. In deze bijdrage worden deze eerste signalen van privacyknelpunten kort besproken en wordt een nadere typering gegeven van de naar onze mening grootste knelpunten op dit moment, die enerzijds samenhangen met de inhoud van de Jeugdwet en anderzijds te maken hebben met de uitvoering. De verschillende visies over hoe met deze knelpunten om te gaan, worden behandeld evenals een mogelijke oplossing om uit de bestaande impasse te komen.


mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is wetenschappelijk docent gezondheidsrecht bij het VU medisch centrum Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het EMGO instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg. Zij is redacteur van dit tijdschrift.

prof. mr. drs. M.R. Bruning
Mariëlle Bruning is hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Van hoofdbehandelaar naar regiebehandelaar en kwaliteitsstatuut in de GGZ

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden hoofdbehandelaar, regiebehandelaar, kwaliteitsstatuut
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 mei 2015 presenteerde de Commissie Hoofdbehandelaarschap GGZ, bestaande uit prof. dr. P.L. Meurs (voorzitter), prof. dr. J. Legemaate en prof. dr. W.A.B. Stalman, haar advies ‘Hoofdbehandelaarschap GGZ als Noodgreep’. Dit artikel bespreekt de belangrijkste onderdelen van het advies en auteur plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is werkzaam als psychiater en als zelfstandig adviseur en onderzoeker op het gebied van gezondheidsrecht. Reacties zijn welkom via.

    zorgverzekeraar, aanbestedende dienst

    Bloeddonatie; permanente uitsluiting; onderscheid seksuele voorkeur; niet gerechtvaardigd; discriminatie

Artikel

De vernieuwende aanpak van de kantorenleegstand door de provincie Utrecht.

Een aanpak die onder de Omgevingswet niet meer op vergelijkbare wijze mogelijk is, tenzij alsnog de reikwijdte van het projectbesluit wordt verbreed!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden inpassingsplan, planreductie, projectbesluit, TSK, voorzienbaarheid
Auteurs Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de stappen 3 en 4 van de Utrechtse aanpak van kantorenleegstand. Centraal daarbij staat de rol van de provinciale instrumenten (de structuurvisie en het inpassingsplan) en de wijze waarop door de provincie geprobeerd wordt het risico op te honoreren planschadeclaims zo veel mogelijk te beperken. Aan de in vergelijking hiermee optredende nadelen wanneer zou zijn gekozen voor het vaststellen van algemene regels wordt eveneens aandacht besteed. Daarbij komen ook zaken als taakverwaarlozing en interbestuurlijk toezicht aan de orde.


Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur is en betrokken bij de kantorenaanpak. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven, wat niet wegneemt dat het een duidelijk pleidooi bevat voor een bepaalde oplossingsrichting. De auteur is lid van de redactie.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. Herman Bröring
Prof. mr. dr. Herman E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Digitalisering: kans of bedreiging voor wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden internet, governance, jurisdiction, legal theory
Auteurs Bart Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bart Schermer, describes the difficulties in regulating the internet. The global reach of the internet, the fact that it is for the most part owned by private actors and creates opportunities for anonymity challenge regulators. The article describes issues related to sovereignty and jurisdiction, ambiguity in legal texts and dependence on private sector actors. Possible solutions lie in global internet governance, institutional innovation and the internet’s architecture itself.


Bart Schermer
Bart W. Schermer (1978) is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Bart is fellow bij het E.M. Meijers Instituut, redacteur bij het Tijdschrift voor Internetrecht en lid van de Cybercrime expertgroep van het Hof Den Haag.
Artikel

Het doel heiligt het middel? Over de noodzaak van uniforme criteria voor evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie van de opsporing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectiviteit, Efficiëntie, Opsporingsmethoden, Wet bewaarplicht
Auteurs Dave van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the Court of Justice and the regional Court of The Hague ruled the retention of telecommunications data directive and the Dutch Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens in violation of the right to respect for privacy. The police and the Dutch Prosecutors Office have attempted to clarify the importance of the retention for criminal investigation. However, without an efficiency and effectiveness assessment of the method to request and analyse telecommunication data, it is not possible to substantiate the significance of data retention. To ‘save’ the retention of telecommunication data in its current form, but also to assess the importance of the existing and new investigative methods, a thorough analysis is necessary.


Dave van Toor LLM BSc
Dave van Toor LLM Bsc is onderzoeksmedewerker aan de Universität Bielefeld en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken behandeld die met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gedaan in de periode van 1 april 2013 t/m 1 januari 2015. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden in hoofdzaak de inhoud van de zorgverzekering en de zorgverzekeraars besproken. Wat betreft de AWBZ komen de kring der verzekerden en de aanspraken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij LEXSIGMA Healthcare te Amsterdam.
Artikel

Programma Aanpak Stikstof ter inzage

Spanning tussen natuur en economie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden PAS, Programma Aanpak Stikstof, Habitatrichtlijn, Natura 2000, stikstof
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    Van 10 januari tot 20 februari jl. lagen voor zienswijzen ter inzage: het ontwerp voor het Programma Aanpak Stikstof (het PAS, te onderscheiden van de programmatische aanpak stikstof, de PAS), het bijbehorend plan-MER, inclusief passende beoordeling (met enkele achtergrondrapporten) en de gebiedsanalyses van alle Natura 2000-gebieden waar sprake is van (bedreiging van) habitats die gevoelig zijn voor stikstof (‘de gebiedsanalyses’). Tegelijkertijd zijn openbaar gemaakt: de ontwerpen voor het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en de Regeling programmatische aanpak stikstof (ieder met een eigen toelichting), de Overeenkomst generieke maatregelen in verband met het programma aanpak stikstof en een groot aantal achtergronddocumenten. In deze bijdrage bespreek ik het systeem van de PAS en de bouwstenen ervan, de ter inzage gelegde documenten, op hun juridische merites. De kernvraag luidt of Nederland met de PAS, zoals geconcretiseerd in het PAS en gebiedsanalyses, in overeenstemming handelt met (art. 6 van) de Habitatrichtlijn.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz advocaten.
Artikel

De dagelijkse praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politiek-bestuurlijke context, rationaliteiten, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr. M.L. Haimé
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur schetst wat tegenwoordig van de wetgevingsjurist wordt verwacht tegen de achtergrond van de huidige politiek-bestuurlijke context, het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering en de positionering van de juridische functie in de ambtelijke organisatie. Ten aanzien van de politiek-bestuurlijke context constateert zij dat er steeds meer sprake is van een ‘gulzig bestuur’: problemen moeten terstond en krachtig worden aangepast, zo nodig met wetgeving. De wetgevingsjurist krijgt ook steeds meer te maken met andere rationaliteiten, die wellicht botsen met zijn eigen, juridische, rationaliteit. Dit maakt het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering complex. De positionering van de wetgevende functie is in elke organisatie anders. De auteur ziet ook in de huidige tijd het signaleren van rechtsstatelijke risico’s, het bieden van tegenspraak door op die risico’s te wijzen of alternatieven aan te reiken als een belangrijke taak van de wetgevingsjurist. Dit vergt dat hij goed kan samenwerken en kan netwerken.


Mr. M.L. Haimé
Mr. M.L. Haimé is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Wetgevingsjuristen ten prooi aan New Political Governance?

Een inventarisatie (2002-2015)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politisering, gedelegeerde regelgeving, rechtsstatelijkheid
Auteurs Dr. C.F. van den Berg en Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre de rol en positie van de wetgevingsjuridische functie in het laatste decennium zijn veranderd, in het bijzonder of het werk van wetgevingsjuristen is gepolitiseerd. Politisering komt voor in drie vormen, namelijk in patronagebenoemingen, het versterken van de partijpolitieke grip op beleid en uitvoering en in New Political Governance. De auteurs concluderen voorlopig dat het werk van wetgevingsjuristen inderdaad is gepolitiseerd, waarbij een transitie heeft plaatsgevonden van de tweede vorm van politisering naar New Political Governance. Dit is met name zichtbaar doordat steeds meer gebruik wordt gemaakt van gedelegeerde wetgeving, waar wetgevingsjuristen van oudsher minder bemoeienis mee hebben. De politisering van hun werk leidt ertoe dat wetgevingsjuristen steeds minder in staat zijn om rechtsstatelijke waarden te waarborgen. De auteurs onderscheiden, in navolging van Van Lochem, vijf verschillende strategieën om hiermee om te gaan, maar er lijkt onder wetgevingsjuristen zelf geen consensus te zijn over wat nu de beste strategie is. De auteurs zijn van mening dat de democratische rechtsstaat moet worden versterkt om de toegenomen politieke spanning in het werk van wetgevingsjuristen te verlichten.


Dr. C.F. van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
Mr. dr. G.S.A. Dijkstra is als universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.
Artikel

Disclosure statement voorafgaand aan het inhoudelijk onderzoek door de deskundige: een idee met haken en ogen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, disclosure, disclosure statement, deskundige, voorlopig deskundigenbericht
Auteurs Mr. M. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In een letselschadezaak wordt een verzoek gedaan aan de rechter om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Er wordt een deskundige benoemd, waarna deze wordt gevraagd om, voorafgaand aan het inhoudelijke deel van het deskundigenonderzoek, een disclosure statement af te geven. Aan de hand van drie tussenbeschikkingen wordt bezien wat de voor- en nadelen zijn van het loskoppelen van een disclosure statement van het inhoudelijke deel van het onderzoek. Geconcludeerd wordt dat wanneer enkele randvoorwaarden in acht worden genomen de voordelen uiteindelijk zwaarder wegen dan de nadelen.


Mr. M. Visser
Mr. M. Visser is werkzaam als promovendus bij de Open Universiteit Nederland.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.