Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Een victimologisch perspectief op het internationale strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, victimology, (international) criminal justice, victims’ rights
Auteurs Dr. Antony Pemberton, Prof. mr. dr. Rianne Letschert, Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article develops a victimological perspective on international criminal justice, based on a review of the main victimological characteristics of international crimes. These include the complicity or active involvement of government agencies, the large numbers of victims and the peculiar position of international crime victims who, at the time the crimes are committed, are usually not viewed as victims by the perpetrators, but placed outside the moral sphere or even depicted as perpetrators rather than victims.Key elements of this perspective concern the external coherence of the criminal justice reaction - the interlinking of criminal justice with other reparative efforts - as well as its internal coherence - the extent to which the procedures of international criminal justice are aligned with what it realistically can and should achieve. With internal coherence in mind, the article examines the victimological findings relating to the main rights of victims in the criminal procedure (recognition/acknowledgement, information/participation and compensation/reparation) and subsequently analyzes how the specifics of international crimes moderate them.


Dr. Antony Pemberton
Dr. A. Pemberton is associate professor of victimology aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, a.pemberton@uvt.nl.

Prof. mr. dr. Rianne Letschert
Prof. mr. dr. R.M. Letschert is professor of victimology and international law aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, r.m.letschert@uvt.nl.

Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer
Dr. mr. A.-M. de Brouwer is associate professor of international criminal law aan het Department of Criminal Law van Tilburg University, a.l.m.debrouwer@uvt.nl.

Mr. dr. Roelof Haveman
Mr. dr. R.H. Haveman is freelance Rule of Law Consultant, momenteel gestationeerd in Côte d’Ivoire, roelof.haveman@gmail.com.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Column

De Nationale ombudsman en de zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden Nationale ombudsman, grenzen, bevoegdheid tot klachtbehandeling
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nationale ombudsman beweegt zich steeds meer op het terrein van de gezondheidszorg. Dat ligt in de rede, waar de overheid de zorg reguleert en daarop toezicht houdt. De vraag is of de ombudsman tevens klachten in behandeling moet nemen die over de inhoud van de individuele zorgverlening gaan, ook wanneer deze bijvoorbeeld wordt uitgevoerd door instellingen als universitair medische centra, die onder de overheid ressorteren. Bepleit wordt dat de bevoegdheden van de Nationale ombudsman zo ver niet reiken.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen NV en bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Concentratie van ziekenhuiszorg – iemand moet het doen, maar wie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden concentratie, kartelverbod, inkoopsamenwerking, Wbmv, ziekenhuiszorg
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Concentratie van behandelingen heeft een belangrijke plaats in recente discussies over de ziekenhuiszorg. Deze bijdrage onderzoekt de juridische ruimte van verschillende partijen om daarover beslissingen te nemen. Het ‘kwartetten’ met behandelingen door ziekenhuizen is een mededingingsrechtelijke hoofdzonde. Andere samenwerkingsvormen tussen ziekenhuizen en inkoopsamenwerking tussen zorgverzekeraars bevinden zich in grijs gebied: de NMa zou zich hierover duidelijker dan nu moeten uitspreken. De overheid beschikt met de Wbmv over een geschikt wettelijk instrument. Bij de toepassing daarvan moet echter rekening worden gehouden met een Europeesrechtelijke context die zich snel ontwikkelt.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Column

Advies commissie-Doek inzake niet-therapeutisch onderzoek met minderjarigen

Hoe nu verder?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden Commissie-Doek, minderjarigen, niet-therapeutisch onderzoek, WMO
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Niet-therapeutisch medisch-wetenschappelijk onderzoek met minderjarigen is op dit moment alleen toegestaan indien de risico’s verwaarloosbaar zijn en de bezwaren minimaal. Deze strenge regeling belemmert de wetenschapsbeoefening te zeer. Maar in hoeverre kan de wet worden versoepeld? De door de regering ingestelde commissie-Doek adviseert om de huidige absolute bovengrens van verwaarloosbare risico’s en minimale bezwaren te vervangen door de meer flexibele norm dat risico’s en bezwaren moeten worden geminimaliseerd. In deze bijdrage geven de auteurs aan waarom dit niet verstandig is en doen ze een alternatief voorstel om de wet (iets) te verruimen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum, Afdeling Sociale Geneeskunde. Daarnaast is zij lid van twee METC’s.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij onder andere lid van de CCMO.
Jurisprudentie

2011/39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 5 juli 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden verpleegkundige, art. 47 lid 1 Wet BIG, beroepsuitoefening, beroepsmatig handelen
Samenvatting

    Verpleegkundige; coördinerende en leidinggevende taken; tuchtrechtelijke aansprakelijkheid in het kader van art. 47 lid 1 Wet BIG; beoordeling of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen of nalaten in die hoedanigheid is gebleven binnen de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard: klacht ongegrond.

    Bespreking van het boek Grondrechten in de gezondheidszorg. Liber Amicorum voor prof. mr. J.K.M. Gevers van A.C. Hendriks e.a.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en verbonden aan het EMGO-instituut.
Column

De Wet toetsing stervenshulp aan ouderen: kanttekeningen bij een proeve

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden euthanasiewetgeving, pil van Drion, stervenshulp, Uit Vrije Wil, voltooid leven
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige euthanasiewetgeving laat weinig ruimte voor hulp bij zelfdoding bij oude mensen die hun leven voltooid achten maar niet lijden aan een ernstige ziekte. De recent door de initiatiefgroep ‘Uit Vrije Wil’ gepubliceerde proeve van een Wet toetsing stervenshulp bij ouderen beoogt daarin te voorzien. Bij verschillende elementen van dat wetsvoorstel zijn kritische kanttekeningen te plaatsen. De belangrijkste vraag is echter of – als men meer ruimte wil voor zelfbeschikking – het verstandig is een nieuwe wet naast de bestaande wet te zetten. Het lijkt beter in te zetten op bijstelling of ruimere uitleg van de huidige wetgeving. Niettemin is het initiatief van belang omdat het het probleem van het waardig sterven op hoge leeftijd weer met kracht op de publieke agenda zet.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht.
Jurisprudentie

2011/26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 19 april 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden ontvankelijkheid, patiëntenzorg, KNO-arts, aansprakelijkheid
Samenvatting

    Ontvankelijkheid; directeur patiëntenzorg; KNO-arts; aansprakelijkheid arts in een bestuurlijke functie; verantwoordelijkheid zoekraken dossier.

Column

De ondraaglijke duisternis van het blokkeringsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden blokkeringsrecht, keuring, WGBO
Auteurs Mr. E.J.C. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het blokkeringsrecht ingevolge artikel 7:464 lid 2 BW bestaat inmiddels zestien jaar en heeft de gemoederen in die jaren ruim beziggehouden. Dat geldt niet in het minst voor de verschillende rechterlijke colleges in Nederland, die zich soms ook in het blokkeringsrecht hebben verslikt. De wetgever heeft regelmatig aangekondigd een definitieve oplossing voor de onduidelijkheden te zullen geven, maar is daar tot nu toe allerminst in geslaagd. Het is niet helder wat hiervan de oorzaak is, omdat een oplossing niet erg moeilijk te realiseren lijkt. Die oplossing is in ieder geval niet terug te vinden in het voorstel voor de Wet cliëntenrechten zorg.


Mr. E.J.C. de Jong
Ernst de Jong is advocaat bij KBS advocaten te Utrecht.
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2010

Regelgeving, mededingingsafspraken, machtsposities en procedurele aangelegenheden

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden kroniek, NMa-procedures, kartel, machtspositie, boete
Auteurs Mr. C.T. Dekker, Mr. E. Belhadj en Mr. E. Hameleers
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 heeft de NMa in 12 zaken boetes opgelegd voor ruim € 137 miljoen aan in totaal 33 ondernemingen. Zo werden twee zorginstellingen beboet voor overtreding van het kartelverbod, evenals diverse ondernemingen in de meelsector en ondernemingen in de bouw. Ook legde de NMa in 2010 voor het eerst boetes op aan natuurlijke personen voor feitelijk leidinggeven aan een overtreding van de Mededingingswet. Tevens heeft de NMa twee toezeggingsbesluiten genomen. De rechtbank Rotterdam en het CBb hebben diverse belangwekkende uitspraken gedaan, waaronder de uitspraken in de zaken CRV Holding, Vereniging van Reizigers en de boomkwekerijen.


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. Dekker is zijn werkzaam als advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.

Mr. E. Belhadj
Mr. E. Belhadj is werkzaam als advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.

Mr. E. Hameleers
Mr. E. Hameleers is werkzaam als advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuursrecht, kroniek, jurisprudentie, Awb
Auteurs Mr. A.C. de Die en mr. C. Velink
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek geeft een overzicht van de bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van het gezondheidsrecht in de periode oktober 2009 tot en met januari 2011. Naast gebruikelijke onderwerpen zoals de begrippen ‘besluit’ en ‘bestuursorgaan’, komen ook onderwerpen als de bestuurlijke lus en de bewijsfuik aan bod. Aandacht verdient in ieder geval de uitspraak waarin gegevens van ziekenhuizen voor het eerst worden aangemerkt als bedrijfs- en fabricagegegevens. Als deze lijn wordt gevolgd zal de werking van de Wob kunnen worden beperkt. Ook interessant zijn de door de ombudsman geformuleerde aanwijzingen voor een duidelijke en begrijpelijke beslissing.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

mr. C. Velink
Caren Velink is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

De Verordening geavanceerde therapie in theorie en praktijk: een tussenstand

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden celtherapie, gentherapie, weefselmanipulatieproducten, cellen, weefsel, geavanceerde therapie
Auteurs Mr. drs. J.A. Lisman en mr. E. Vollebregt
SamenvattingAuteursinformatie

    In aanvulling op het recente artikel over regeneratieve geneeskunde, gaat deze bijdrage in op de nieuwe wetgeving voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie: producten die gebruikt worden bij gentherapie en somatische celtherapie en weefselmanipulatieproducten. Lisman en Vollebregt constateren dat veel zaken nog niet geregeld zijn. Verder laten de reikwijdtebepalingen van de verordening aan duidelijkheid te wensen over. De zogenoemde ‘hospital exemption’ en de implementatie hiervan in de Nederlandse wetgeving, worden vervolgens onder de loep genomen, evenals de samenloop van de verordening met Europese en nationale regels inzake het verkrijgen en gebruiken van weefsels en cellen. Ten slotte wordt ingegaan op geringe aantal aangevraagde en verleende handelsvergunningen voor geavanceerde therapie. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat de verordening ineffectief is.


Mr. drs. J.A. Lisman
John Lisman is advocaat bij Lisman Legal Life sciences B.V. te Nieuwerbrug.

mr. E. Vollebregt
Erik Vollebregt is advocaat bij Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Sociale zekerheid, vrij verkeer en Unieburgerschap: de rafelranden van het nieuwe zorgstelsel?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden het nieuwe zorgstelsel, Zorgverzekeringswet, gepensioneerden, verordening 1408/71/EG, artikel 21 en 45 VWEU
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006 zijn ook Nederlandse pensioengerechtigden woonachtig in andere lidstaten verplicht aangesloten bij het Nederlandse systeem. Van Delft en een aantal anderen maakten hiertegen bezwaar. Ten aanzien van de Europese socialezekerheidsregels oordeelt het Hof van Justitie dat sprake is van een sluitend systeem van conflictregels dat een eigen keuze voor een bepaald regime door de rechthebbenden uitsluit. Aangezien in casu geen van hen in het buitenland gewerkt heeft zijn de bepalingen inzake het vrij verkeer van werknemers niet van toepassing. De nationale regeling mag echter ingezetenen en niet-ingezetenen niet verschillend behandelen. De verwijzende rechter dient te beoordelen of aan deze voorwaarde wordt voldaan.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law en Economics Centre (TILEC) van Tilburg University en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

Verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gezondheidszorg, verticale integratie, Europese schaderichtlijnen, mededingingstoezicht
Auteurs Mr. dr. E.H.M. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    Minister Schippers (VWS) is een verklaard tegenstander van fusies tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Als gevolg van de Europese schaderichtlijnen kan zorgverzekeraars echter niet worden verboden om zorgaanbieders in bezit te hebben. Om verticale integratie sterk te ontmoedigen zou de minister kunnen besluiten om artikel 11 lid 1 Zvw te clausuleren. En wel zodanig dat zorgverzekeraars alleen nog zorg mogen aanbieden of vergoeden die wordt geleverd door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar niet organisatorisch verbonden is in de zin van artikel 24b van Boek 2 BW. Een dergelijke clausulering is echter hoogst onwenselijk. Zorgverzekeraars hebben dan minder mogelijkheden om hun zorgplicht waar te maken. Ook wordt de substantiële doelmatigheidswinst die met verticale integratie kan worden bereikt dan onmogelijk gemaakt. Behalve onwenselijk is het tegengaan van verticale integratie ook onnodig. Het huidige toezichtkader is toereikend om mededingingsproblemen te voorkomen. Met het oog op een doelmatige zorgverlening zou de minister toetreding van verticaal geïntegreerde zorgorganisaties moeten vergemakkelijken in plaats van tegenwerken.


Mr. dr. E.H.M. Loozen
Mr. dr. E.H.M. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M.Varkevisser is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Diversen

Synergie tussen toezicht en innovatie

Naar een ander perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, toezichtfalen, cybernetisch of lerend perspectief, innovatief vermogen, zorginnovatie
Auteurs Prof. dr. K. Putters en M. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de gezondheidszorg in de toekomst toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit te houden is er een grote behoefte aan zorginnovaties. Momenteel is er echter grote onvrede over het gebrekkige innovatieve vermogen van de zorg en over de traagheid waarmee innovaties ter beschikking komen aan patiënten. Dit essay beschrijft toezichtfalen als mogelijke verklaring hiervoor. Het huidige toezicht voldoet niet omdat het ingevuld is vanuit een verkeerd perspectief op toezicht en innovatie. Toezichthouders hebben een te sterke focus op de scheiding van machten en verantwoording binnen de keten. Dit heeft tot gevolg dat toezicht innovatie remt, dat een integraal zicht op effecten van innovatie ontbreekt en dat er kansen om de zorg innovatiever te maken onbenut blijven. Een alternatieve invulling van toezicht op basis van een lerend perspectief past beter bij de onzekere en risicovolle aard van innovatieprocessen. Een nadere invulling hiervan is in staat de onvrede over het gebrekkige innovatieve vermogen weg te nemen.


Prof. dr. K. Putters
Prof. dr. K. Putters is hoogleraar Management van zorginstellingen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

M. Janssen
M. Janssen MSc is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het terrein van zorginnovatie.
Jurisprudentie

2011/10 Rechtbank Roermond 14 december 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden ne bis in idem, strafrechtelijk toetsingskader, tuchtrechtelijk toetsingskader, niet-ontvankelijkheid OM
Samenvatting

    Geen ne bis in idem; strafrechtelijk toetsingskader is anders dan het tuchtrechtelijk toetsingskader; niet-ontvankelijkheid OM voor het in hulpeloze toestand achterlaten meisje en ouders; dood door schuld arts niet bewezen.

Praktijk

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden strafrecht, medisch beroepsgeheim, hiv, alternatieve genezers, strijd tegen drugshandel, zedendelicten
Auteurs Mr. dr. W.L.J.M. Duijst
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek geeft een overzicht van de strafrechtelijke uitspraken op het gebied van gezondheidsrecht in de periode 1 juli 2009 tot 1 november 2010. Uitspraken op het vlak van medisch beroepsgeheim/verschoningsrecht en zedendelicten worden besproken. Wat betreft hiv is er een interessante uitspraak betreffende een bijtincident. Het openbaar ministerie blijkt bij het optreden tegen alternatieve genezers creatief in het gebruik van het commune strafrecht als speciale strafbepalingen geen uitkomst bieden. In de strijd tegen drugshandel zet het openbaar ministerie strafbepalingen uit gezondheidsrechtelijke wetgeving (wetgeving over geneesmiddelen) in als het commune strafrecht niet volstaat.


Mr. dr. W.L.J.M. Duijst
Wilma Duijst is universitair docent strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Schadekansen bij medische fouten

Proportionele aansprakelijkheid in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, medische fouten
Auteurs Dr. B.C.J. van Velthoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de toepassing van proportionele aansprakelijkheid bij causaliteitsonzekerheid rondom medische fouten. In de lagere rechtspraak konden sinds 1993 ruim twintig uitspraken worden teruggevonden. De uitspraken vertonen op verschillende punten onvolkomenheden en inconsistenties. Rechters hebben soms moeite met het omzetten van verbale omschrijvingen in harde percentages en maken onvoldoende duidelijk hoe ze tot hun eindoordeel komen. Schadeclaims dienen niet te worden afgewezen op grond van kleine absolute schadekansen. Onvolledige informatie vanwege het handelen of nalaten van de arts vraagt om een aangepaste proportionele toerekening.


Dr. B.C.J. van Velthoven
Ben van Velthoven is universitair hoofddocent Rechtseconomie aan de Juridische Faculteit te Leiden.

    Intervention teams are among the most discussed tools in the current process of securitisation. Their integrated approach takes into account all underlying causes of insecurity and quality of life. For a more effective approach authorities and organisations have to cooperate and let go of their mutual boundaries. But can the participants put aside their differences in perspectives and policies? This article discusses the goal of ‘ontkokering’ (‘decompartalisation’), this was done through a study of the practices of intervention team SIP in Amsterdam. On basis of thirteen interviews and observations the authors argue that there are three main mechanisms or ‘molar barriers’, which conserve the old structures in the integrated approach of the intervention team: ‘methodical robustness’, ‘institutional robustness’ and ‘financial robustness’.


M. Schuilenburg
Mr. Drs. Marc Schuilenburg is werkzaam bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen. Zie: www.marcschuilenburg.nl.

C. Dijkstra
Catharina Dijkstra MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.